Paul van Liempt 06 april 2023, 11:00

De bullshitdetector in de boardroom moet op scherp worden gesteld

Eindeloze stikstofbeschouwingen en banken die opnieuw voor onrust zorgen. Na weer een crisis klinken de vrome praatjes als vanouds in de oren. Van ‘dit nooit meer’ tot ‘deze fout gaan we niet meer maken.’ En altijd wordt er wel ergens een hoogleraar opgetrommeld die over de zegeningen van ‘good governance’ mag oreren. Maar hoe kunnen bestuurders in roerige tijden het vertrouwen terugwinnen, om echt het goede te doen.

Liempt Elke week schrijft Paul van Liempt een column over leiderschap

De politiek geeft al een tijdje het allerslechtste voorbeeld, met een discussie over stikstof die tot deprimerende beelden leidt. De ene minister oogt dodelijk vermoeid en gepijnigd (Kaag), de andere maakt een verwarde indruk (Hoekstra) en de primus inter pares blijft tegen beter weten in een oud toneelstukje opvoeren. Stellig verzekert hij dat het stikstofbeleid nu echt versneld gaat worden, maar het blijft raden hoe dan. Dat het kabinet nog vol ambitie zit en ‘over de volle breedte, op alle grote vraagstukken, verdere verbetering wil laten zien’, begint nu wel erg sleets te klinken.

BBB vroeg zich vertwijfeld af door wie wij nu eigenlijk bestuurd werden in dit land en won er glansrijk de verkiezingen mee. Maar Caroline van der Plas maakte geen indruk met haar roep om een noodwet die het stikstofprobleem in een klap zou oplossen. Hoe die wet er dan uit zou zien blijft een raadsel, niemand vroeg er ook naar. Als het bluf is, is ze tot alles in staat. Dan moet niemand er ook van opkijken dat ze Johan Derksen een ministerspost aanbiedt wanneer ze straks de landelijke verkiezingen wint. Intussen wordt het vertrouwen van de kiezer dermate op de proef gesteld, dat er van goed besturen niets terecht komt. De bij het aantreden van dit kabinet beloofde doordachte daadkracht is volstrekt afwezig.

De bullshitdetector, die afrekent met mooie praatjes, werkt niet en lijkt ook elders niet op scherp te staan. Wie zijn hoop vestigt op de boardroom als crisisoplosser komt steeds weer bedrogen uit. Dat viel vooral op toen de Europese Commissie in Brussel met voorstellen kwam om greenwashing voorgoed in de ban te doen, stoppen dus met misleidende groene claims. In slaap gesust door gladstrijkers aan de top van bedrijven dachten we dat zulke voorstellen totaal onnodig zouden zijn. Al jarenlang werd toch het evangelie van ‘good governance’ gepredikt? Het verhaal van goed bestuur voor de lange termijn, waarin het gaat om onderliggende waarden die een bedrijf hanteert om haar doelen te bereiken.

Niets blijkt minder waar als je naar de feiten over greenwashing kijkt. NRC schrijft: ‘Uit onderzoek van de Commissie kwam naar voren dat meer dan de helft van groene claims op producten “vaag, misleidend, of ongefundeerd” is. Veertig procent van de claims is ook echt ongegrond.’ Ook in de bankenwereld sloeg de paniek toe na het omvallen van de Silicon Valley Bank. Dat de zwakke financiële positie van de bank niet eerder werd opgemerkt, ‘kan te maken hebben met een versoepeling van het toezicht’, schrijft de NOS op haar website. De lessen van de kredietcrisis waren snel vergeten.

Juist omdat ook de board kort van memorie is, moet de bullshitdetector niet om de vijftien, maar liefst elk jaar op scherp worden gesteld. Dat kan alleen met onafhankelijk toezicht, want pas dan krijg je echt goed bestuur en keert het vertrouwen langzaam weer terug. Het gevaar van ‘capture’ moet je dan wel uitbannen, las ik in een door een vriend toegestuurd verhaal van Nyenrode-hoogleraar Bob Hoogenboom uit vakblad Accountant van 2009, dat nog altijd actueel is. De term verwijst naar ‘het proces waarin bureaucraten, bestuurders en politici, die geacht worden het publieke belang te dienen, in feite systematisch gevestigde belangen dienen.’ Vergelijkbaar, stelt Hoogenboom, ‘met een jachtopziener die er op moet toezien dat het wild wordt beschermd, maar door de vingers gaat zien dat bepaalde stropers jagen, of deze zelfs helpen met jagen.’ Om nooit te vergeten.

Energie-als-een-service: “Ze vroegen om meer stoom, maar kregen een nieuwe indamper”

‘Als-een-service’ bedrijven beginnen een serieuze vorm aan te nemen binnen de circulaire economie. In een notendop betekent het dat een servicebedrijf een complex duurzaam energievraagstuk voor de industrie uit handen neemt, van ontwerp tot investering tot uitvoering. ‘Ontzorgen’, wordt het ook wel genoemd zodat je als bedrijf zelf geen kapitaal en mankracht hoeft te investeren en het geheel als een soort telecom-abonnement periodiek betaalt. In Nederland bestaat bijvoorbeeld al zo’n servicemodel voor verlichting (Philips, Nedap), robots (RPA, Locus) en het beheer van de openbare ruimte (GAES). Adven boort de markt aan met een energievariant voor de industrie. In Noord-Europa heeft de provider met ‘energie-als-een-service’ al 50 jaar positieve resultaten behaald. En in Nederland lopen op dit moment soortgelijke projecten die later dit jaar bekend worden gemaakt, zegt Donselaar. ‘Circulaire energie’ voor moutproductie Viking Malt Onder de succesverhalen van Adven valt de Finse moutproducent Viking Malt. Met 6 mouterijen is het bedrijf de grootste mouterij in Noord- en de vijfde in heel Europa. Adven voltooit dit jaar de bouw van de energie-infrastructuur en voorzieningen voor de nieuwe mouterij in Lahti (Finland) die, in de woorden van de countrymanager, ‘circulaire energie’ gebruikt. Adven ontwikkelde namelijk een concept waarbij zowel de restwarmte van het productie- als van het koelproces door warmtepompen kan worden opgewaardeerd tot ‘nieuwe’ warmte en reststromen worden gebruikt om zo de meest energiezuinige moutproductie in de wereld te realiseren. “Ze wilden een nieuwe fabriek hebben in Finland”, begint Donselaar. “De energievoorzieningen moesten meteen CO2-neutraal zijn en zonder grote investeringen van Viking Malt. Toen hebben ze ons gebeld om dat uit te denken: het stuk ontwikkeling, alles uitrekenen, de investeringen en dan ook het stukje operationeel beheer. We hebben een systeem ontwikkeld waarbij we warmte en reststromen hergebruiken. Met die oplossing kon Viking Malt aan 65 procent van alle thermische behoeften voldoen. Voor de overige 35 procent gebruikt Adven de gerstschillen, een restproduct van het productieproces, in een biomassaketel tot energie. Daarbij komt CO2 vrij, maar die is niet ‘nieuw’ en wordt gezien als CO2-neutraal, zegt Donselaar. Dit maakt dat het gehele productieproces van Viking Malt in 2023 al bijna geheel fossiel en CO2-neutraal is. In Nederland is Holland Malt ook met zo’n project bezig. Dat geeft aan dat er animo is voor dit soort oplossingen.De faciliteit van Viking Malt.Efficiënte indampers voor betaïne IFF Een andere samenwerking die Donselaar hoog in het vaandel heeft is met IFF Finnfeeds Finland. Het bedrijf produceert betaïne uit suikerbietenafvalstromen. “De vraag was of wij er door toenemende vraag een tweede boiler bij konden bouwen”, begint Donselaar. "Toen kwamen wij als artsen binnen en zeiden: ja dat kan, maar kunnen we niet eerst kijken waar de stoom nu eigenlijk wordt gebruikt in je productieproces?” Een groot deel van die stoom bleek verloren te gaan bij het indikken van de betaïne in de oude indamper. Dat proces is geoptimaliseerd door een energiezuinigere verdampingsinstallatie te bouwen: IFF’s verouderde indampers zijn vervangen door energie-efficiëntie en geëlektrificeerde indampers. Donselaar: “In plaats van iedere keer nieuwe stroom naar de indampers toe te voeren, kan je je waterdamp weer samenpersen. Daar heb je hele grote ventilatoren en elektriciteit voor nodig en die gebruiken veel energie, maar het geheel werkt vele malen efficiënter dan ouderwetse indampers. Plus er zijn geen fossiele brandstoffen nodig om continue stoom mee op te wekken.” Sinds de nieuwe installatie in gebruik is genomen, is het energieverbruik met 30 procent gedaald, de CO2-uitstoot met 19.000 ton per jaar verminderd en de behoefte aan stoom met 40 procent. Donselaar ziet veel potentieel voor eenzelfde toepassing in andere markten, bijvoorbeeld voor melkpoeder in de zuivelindustrie. De oplossing van Adven komt dus neer op het elektrificeren van één onderdeel midden in het productieproces. Dat is best uniek, want bedrijven vinden dat vaak spannend. Maar het is juist die werkvorm waardoor as-a-service modellen grote veranderingen mogelijk maken. De meeste bedrijven kunnen zich nou eenmaal niet in één keer in de transitie gooien omdat ze daar de mensen en het kapitaal niet voor hebben. Een energie-als-een-service model biedt dan een veilig en betaalbaard alternatief.De plant van IFF.Meer lezen? Energie-als-een-Service maakt industriële energietransitie mogelijkDuurzame wijk pioniert met energie; zelfvoorzienend, delend, as-a-serviceGroene stroomproductie start 2023 met windrecordDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.