Anna Roos van Wijngaarden 04 april 2023, 12:42

Wat (onbenut) keramiek kan doen voor de circulaire bouweconomie

Het potentieel van keramisch materiaal voor de Nederlandse bouw blijft onbenut, blijkt uit een analyse van Circle Economy. Vergeleken met bijvoorbeeld beton scoort keramiek beter op duurzame pijlers en het materiaal onderscheidt zich qua eigenschappen van andere bouwmaterialen. Jacco Verstraeten van Circle Economy legt uit wat de kansen en uitdagingen zijn om meer keramiek in te zetten in de bouw.

Circulaire bouw Slechts 5 procent van de bebouwde omgeving is van keramiek gemaakt, ontdekte Circle Economy. | Credits: Circle Economy

De meeste (niet-hernieuwbare) materialen in de Nederlandse bouw zijn nieuw gewonnen. De sector genereert bovendien 40 procent van het afval in het land en een derde van de CO2-uitstoot (inclusief het energieverbruik in gebouwen). Door vaker te bouwen volgens circulaire principes, onder andere door het gebruik van circulair keramisch materiaal, pakken we die problemen in één keer aan.

Hartstikke duurzaam

Uiteindelijk is keramisch materiaal gebakken klei, en die grondstof is “hartstikke duurzaam”, begint Verstraeten. “Het is lokaal, en afhankelijk van de gebruikte definitie hernieuwbaar. De rivieren blijven wel nieuwe klei aanvoeren en het moment waarop de Alpen leeg zijn, dat duurt nog eventjes.”

Keramiek leent zich bovendien uitstekend als constructiemateriaal, oppert Verstraeten. Het is zeer weerbestendig – niet onbelangrijk in een land als Nederland, het is makkelijk te vormen, is onderhoudsarm en het heeft lange levensduur. “We vinden nog steeds bakstenen terug van rond het jaar nul: in principe is het materiaal niet stuk te krijgen”.

Toepassingen van keramiek reiken van dakpan tot baksteen, van steenstrips tot klinkers tot tegels. Denk ook aan grotere prefab-onderdelen, gevels, of bestrating. Je kunt het op heel veel plekken in de bouw tegenkomen. “Ons advies is om weer meer keramiek te gaan gebruiken zoals we dat vroeger ook hebben gedaan,” zegt Verstraeten namens Circle Economy, “Op gegeven moment is de industrie overgegaan op staal, glas en beton, want dat is goedkoper en sterker, maar keramiek past veel beter in een circulaire economie”.

Keramiek is geen beton

Beton is goed voor 90 procent van het materiaalgebruik in de Nederlandse bouw. Verreweg het meeste daarvan wordt gebruikt in het casco van gebouwen en andere gewichtdragende elementen, waar keramiek geen alternatief voor is. Het gaat dus te ver om te zeggen dat keramiek beton kan vervangen.

Een duidelijk verhaal – toch vinden we keramiek terug in slechts 5 procent van de bebouwde omgeving, meldt Circle Economy. Wat is precies het probleem?

Keramiek vermindert CO2-uitstoot

Het begint met het energie-intensieve bakproces van klei, want net als bij de productie van cement voor beton, komt daarbij veel CO2 vrij. Verstraeten: “Vooral het bakken en in sommige gevallen het kleuren van de klei (blauwsmoren) zijn de twee grote voetafdrukken. Daarvoor wordt nog steeds aardgas gebruikt, maar kan prima op andere manieren. Voor dunne keramische producten kan je naar elektrische ovens gaan die duurzaam opgewekte elektriciteit gebruiken en voor andere gevallen kan je overgaan op waterstof. Daar overlapt duurzame bouw dus ook met de energietransitie.”

Recyclen is plan B

Tot zover de (duurzamere) productie van keramiek, maar uiteindelijk willen we toewerken naar een gesloten kringloop. De meeste keramiek wordt aan het einde van de levensduur niet meer benut, terwijl je het volgens Verstraeten heel goed opnieuw kan gebruiken. Dat kan in de vorm van recycling, maar dat is eigenlijk een laatste redmiddel. Zo eindigt het keramische menggranulaat uit sloopafval meestal als funderingsmateriaal. Dat is een laagwaardige toepassing terwijl er ook andere opties zijn.

Er bestaan wel manieren om hoogwaardig te recyclen, zoals bijvoorbeeld het Nederlandse Stone Cycling doet. Zij persen het granulaat van oude bakstenen samen tot een nieuwe hoogwaardige kwaliteit steen, maar dat is wel een duurder product dan nieuw baksteen. “Zoiets wordt pas echt interessant als het zo’n schaal heeft bereikt dat het hetzelfde prijskaartje krijgt”, vindt Verstraeten, “daarvoor moeten grotere faciliteiten komen die dat gaan produceren.”

Kliksystemen en oplosbare lijm

Het echte potentieel ligt in het hergebruiken van keramisch materiaal in zijn originele vorm: dat een steen gewoon een steen blijft, maar in een nieuw product. “Dan moet je dus heel nauwkeurig gaan slopen en zorgvuldig stenen losmaken. Om dat mogelijk te maken moeten de bakstenen niet verlijmd zijn met mortel – een bindmiddel dat trouwens ook een CO2-footprint heeft.”

Op dat gebied wordt al flink geïnnoveerd. Neem de ClickBricks van Wienerberger. “Die kun je op een bepaalde manier in elkaar klikken als legosteentjes. Dat is overigens niet zo innovatief idee als je zou denken: de Inca’s bouwden al steden zonder een druppel mortel.”

Door dat soort kliksystemen, maar ook hoogwaardige bouwelementen met keramische onderdelen, wordt het veel makkelijker om hele stukken keramiek opnieuw te gebruiken. “Denk aan een muurelement dat je in zijn geheel kan meenemen naar een nieuwe locatie of aan een dakpan met een zonnepaneeltje dat je gemakkelijk kan ‘oogsten’ en hergebruiken. Dat is natuurlijk hartstikke interessant.”

Slopers moeten gaan oogsten

Ook voor keramische bouw geldt de klassieker in de circulaire economie: het kan alleen door samenwerking. “Het is leuk dat Wienerberger bakstenen heeft gevonden die kunnen worden gestapeld, maar als een architect dat niet intekent of een sloper er op het end alsnog de sloopkogel tegenaan gooit, dan zijn alle goede voornemens ten spijt en wordt het niet hergebruikt. Slopers moeten gaan oogsten en er moet een nieuwe markt komen waar die elementen worden aangeboden – via de traditionele groothandels. Of een soort Marktplaats voor de bouw.”

Die voorbeelden bestaan al wel. Verstraeten noemt de gemeente Amsterdam. “Die beheert de hele publieke ruimte, dus kan heel goed eigen straatbaksteen terugnemen en dat doen ze ook.” Je hebt ook partijen zoals New Horizon, die zich profileert als oogster en de hele keten erachter zelf op probeert te zetten. Je hebt oogstkaart.nl waar je kunt zien waar materiaal beschikbaar is voor hergebruik. “Maar dat is allemaal kleinschalig. Het moet op alle manieren opgeschaald worden en bovenal: overheden, projectontwikkelaar, en bouwvereniging moet erom gaan vragen.”

Lees ook:

Dura Vermeer gaat CO2-uitstoot in zeven jaar halveren

“Het is een hele mooie uitdaging om hiermee aan de gang te gaan. Wij kiezen voor het reduceren van CO2 en niet voor het compenseren ervan”, zegt Job Dura, voorzitter van de Raad van Bestuur van Dura Vermeer Groep NV. Grote impact De infra- en bouwbranche heeft een enorme impact op klimaat en leefomgeving. De sector is in Nederland verantwoordelijk voor 50 procent van het grondstoffenverbruik, 40 procent van het energieverbruik en 35 procent van de CO2-uitstoot. Duurzaam bouwen urgenter Dura Vermeer is al lang bezig met duurzaam bouwen. Zo was het bedrijf in 2008 mede-initiatiefnemer van de Dutch Green Building Council (DGBC). Die zet zich in om de sector sneller en grondiger duurzaam te maken en is uitgever van het bekende BREEAM-label waarmee duurzame bouwprojecten gecertificeerd worden. Daarnaast was het het eerste bedrijf dat tien jaar geleden een energieneutrale woonwijk, RijswijkBuiten, ontwikkelde. "Ook hebben we al 450 houtskeletbouw woningen gebouwd via ons Blokje Om-concept. Nu is dit allemaal niet nieuw. Alleen is de noodzaak om het te doen hoger op de agenda gekomen nu klimaatverandering urgenter is dan ooit”, zegt Dura. “Als familiebedrijf denken we aan de lange termijn. Vanuit ons moreel kompas zien wij de noodzaak om klimaatverandering terug te dringen en willen we hieraan bijdragen. Daarnaast vragen onze klanten erom, is er nieuwe wetgeving op komst en zijn er de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs en die van Nederland.” Job DuraKlaar voor jaarlijkse rapportage Een van die nieuwe wetten uit Brussel is bijvoorbeeld de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Die verplicht grotere bedrijven als Dura Vermeer om vanaf 2025 jaarlijks te rapporteren over de impact van hun activiteiten op mens, milieu en maatschappij. Dus over CO2-uitstoot, impact op biodiversiteit of mensenrechten. Vaak valt dit onder het kopje Environmental, Social & Governance (ESG, milieu, sociaal en goed bestuur). “Daar zijn we al voor 80 procent op voorbereid. Dat nemen we al grotendeels mee in ons jaarverslag”, zegt Dura. Medewerkers opvoeden Hoewel Dura Vermeer dus al decennia met duurzaamheid bezig is, wil het bedrijf dat beleid meer gestructureerd aanpakken. Daarvoor is een visie en een beleidsplan opgesteld. De basis daarvan is een uniforme meetmethodiek van op wetenschap gebaseerde doelen en het formuleren van uitgangspunten voor dat beleid. Die heeft Dura Vermeer het afgelopen jaar opgetuigd en vastgelegd. “Daar hoort ook bij dat je medewerkers, collega’s en directeuren hierin moet opvoeden”, zegt hij. “Wat betekent scope 1, 2 of 3? Wat betekent net zero? En wat kun je eraan doen? Dat gaan we per bedrijfsactiviteit en per bedrijfsonderdeel uitwerken in zogeheten routekaarten.” Volgens hem is het einddoel – net zero – bekend, maar heeft het bedrijf nog niet het antwoord op alle vragen. Gaandeweg wil Dura Vermeer leren en bijsturen en daarover transparant en eerlijk zijn. Hergebruik door Urban Miner Mooie praktijkvoorbeelden heeft het bedrijf genoeg. Het legt al wegen aan van 100 procent circulair asfalt, maakte met gerecycled bitumen van het dak van Schiphol de start- en landingsbaan van vliegveld Rotterdam-The Hague Airport, bouwde circulaire woningen van hout in Vlaardingen en Nijmegen en opende een zogeheten Urban Miner in ’s-Gravendeel in de Hoeksche Waard. “Een belangrijk onderdeel van de duurzame transitie is hergebruik van materiaal”, zegt hij. “Wat we daar doen, is gebruikte materialen verzamelen, kijken wat we er mee kunnen doen en weer toepassen in nieuwe projecten. Bijvoorbeeld oude, betonnen brugliggers die we van kunstwerken slopen en weer elders inzetten. We hebben de nieuwe spoorbrug bij Witte Paarden in Overijssel bijvoorbeeld gebouwd met hergebruikt staal van een hulpconstructie bij de bouw van een nieuwe zeesluis. Nu zijn we bezig met geluidsschermen gemaakt van oude wieken van windturbines.”De nieuwe spoorbrug bij Witte Paarden werd gebouwd met hergebruikt staalRol bouwbedrijf veranderd Tegenwoordig zit een bouwbedrijf meer vooraan het bouwproces. Daardoor kan Dura Vermeer beter sturen op materiaalgebruik dan klakkeloos overnemen wat een architect of ingenieursbureau heeft bedacht. Dura: “We hebben als hoofdaannemer steeds meer grip op het ontwerp. Daardoor heb je ook invloed op de materiaalkeuze. Onze rol is heel anders geworden en dat is mooi. Het is uiteindelijk een optelsom van maatregelen die we moeten nemen. Eerst moet je kennis en bewustzijn opbouwen in je eigen organisatie. Dan moet je sturen met je opdrachtgever naar hergebruik van materiaal, gebruik van biobased materiaal of energiearme alternatieven als CO2-arm beton. Een ander belangrijk uitgangspunt is met je keten samenwerken. We zijn de afgelopen twee, drie jaar met onze partners en leveranciers bezig geweest de bouw veiliger te maken, maar ook duurzamer.” Meeste winst in scope 3 De meeste CO2-uitstoot van Dura Vermeer zit niet in de eigen kantoren het eigen materieel of in het leasewagenpark (scope 1 en 2), maar in de activiteiten van toeleveranciers en onderaannemers, de zogeheten scope 3. Bijvoorbeeld bij leveranciers van beton, staal, glas en aluminium. De productie van beton alleen al is verantwoordelijk voor 8 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Dat ligt aan de hoge temperaturen en de chemische reacties die nodig zijn bij de productie. Bij scope 3 hoort ook het energiegebruik en de daaraan gekoppelde CO2-uitstoot van gebouwen na oplevering. Ook daar is volgens hem nog veel te winnen. Als Dura Vermeer bijvoorbeeld een project bouwt dat heel veel energie gebruikt, maar geen gebruik maakt van duurzame energie, dan gaat dat ten koste van de scope 3-uitstoot. Emissievrij bouwmaterieel In scope 1 en 2 valt niet zoveel winst te behalen. Dura: “Die stelt bij ons niet zoveel voor. Dat is een heel klein deel van de totale CO2-uitstoot. Als je op de uitstoot van je eigen kantoren en auto’s let en duurzame energie inkoopt ben je al een heel eind.” Dan gaat het om CO2-uitstoot. Sinds de Raad van State in de rechtszaak tegen het Porthos-project de bouwvrijstelling van tafel veegde, is ook de stikstofuitstoot van belang. Elke gram die tijdens de bouw wordt uitgestoten, moet meegerekend worden. Daarom zijn elektrische graafmachines, vrachtwagens en ander bouwmaterieel ineens veel belangrijker, want die stoten geen stikstof uit. Er zijn al een paar bedrijven die hiermee bezig zijn. “Maar voor zwaar materiaal dat je moet gebruiken om damwanden te trillen, funderingen of kelders te graven is nog geen elektrisch alternatief”, stelt Dura. “Als dat er is gaan we het zeker inzetten.” Aanbestedingen niet alleen op prijs De vraag is alleen hoeveel en wanneer bouwbedrijven in elektrisch zwaar materieel gaan investeren. Het aanbod is klein en de prijs in verhouding hoog. Ook moeten de investeringen bij aanbestedingen voordeel opleveren. Opdrachtgevers moeten niet alleen naar de prijs kijken, maar ook naar duurzaamheid. “Als ze dat meewegen krijg je een versnelling. Als ze dat niet doen en puur naar de prijs kijken, dan gaat de bouwsector achterover leunen. Dan is er geen incentive”, aldus Dura.Dura Vermeer bouwde al honderden duurzame woningen van hout, zoals hier in NijmegenEen generatie verder denken Dura Vermeer is een familiebedrijf. De aandelen gaan sinds 1855 over van generatie op generatie. Is een overstap naar duurzamer bouwen bij een dergelijk bedrijf eenvoudiger dan bij een beursgenoteerd bedrijf waar de aandeelhouders alleen maar aan hun dividend denken? Dura: “Wij hebben aandeelhouders die aandelen houden en niet verkopen. Wij hebben een lange termijn beleid. Wij moeten een generatie verder denken. Mijn kinderen accepteren het niet als je niet aan klimaat of duurzaamheid denkt. Onze hoofddoelstelling is continuïteit en onafhankelijkheid. Om die continuïteit te waarborgen moet je hierin vooroplopen en er concreet mee bezig zijn. Dus geen greenwashing.” Aantrekkelijke werkgever Een dergelijk beleid heeft meer voordelen. Dura Vermeer wordt als werkgever een stuk aantrekkelijker op de krappe arbeidsmarkt. Zeker voor jonge mensen. “De jonge generatie kan Dura Vermeer gebruiken om de maatschappij duurzaam te maken. Waarom? Omdat wij bruggen, tunnels, huizen, wegen en scholen bouwen. Omdat we ook over het ontwerp meepraten en dat in de hand hebben, kun je daar dus mede vorm aan geven”, zegt hij. Daarnaast wegen steeds meer opdrachtgevers duurzaamheid mee in hun selectie en kom je als bouwbedrijf sneller als winnaar uit de bus bij aanbestedingen. Lees ook: Bouw- en installatiebranche komt bijeen op allereerste Transitiediner: “We moeten van die stoptrein een sneltrein maken.”Nederlandse betonsector wil volgend jaar al 15 tot 20 procent CO2 besparenHoe Dura Vermeer elektrische auto's inzet om bouwplaatsen te verduurzamenMet een digitale tweeling het meest duurzame gebouw ontwerpenDit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.