Hidde Middelweerd 23 maart 2023, 09:00

De toekomst van de landbouw begint in Groningen

Het Nederlandse landbouwsysteem moet grondig op de schop. Van de bodem tot de producten die op het bord van de eindconsument belanden. Een enorme transitie, bomvol uitdagingen. Binnen het Groningse innovatieplatform Fascinating worden de mogelijkheden onderzocht en de eerste contouren van een duurzaam landbouwsysteem geschetst.

Fascinating Groeifeest Ronnie Zeemering HR 3 1840x640 In Groningen krijgt het landbouwsysteem van de toekomst vorm | Credits: Fascinating

Gezondere bodem, duurzamere productie, minder stikstofuitstoot en andere emissies, meer plantaardige eiwitten, nieuwe verdienmodellen voor boeren… De uitdagingen in de landbouwsector zijn legio. En de meningen over hoe we die het hoofd moeten bieden, zijn verdeeld. Zowel onder burgers als in politiek Nederland.

“De één zegt dat we de beste boeren ter wereld hebben en dat we ze moeten koesteren. Goed punt. De ander zegt dat de transitie in de landbouwsector veel te langzaam gaat. Ook een goed punt”, zegt Tjeerd Jongsma, directeur van Fascinating. “De één zegt dat we de stikstofdoelen koste wat kost moeten behalen. Goed punt. De ander zegt dat we nog steeds een stikstofprobleem hebben als alle boerenbedrijven hun deuren sluiten. Ook een goed punt. Iedereen buitelt over elkaar heen in deze discussies en meerdere dossiers lopen vast in het zand.”

Gezamenlijk toekomstperspectief

Dat moet anders, vervolgt hij, want zo schiet de transitie in de landbouwsector natuurlijk niet op. “Wat mist, is een partij die de regie pakt en een route voor de toekomst uitstippelt waar we met z’n allen achter staan”, aldus Jongsma. “Daar proberen we met Fascinating vorm aan te geven.” Het Groningse innovatieplatform werd eind 2020 opgericht en zet zich in om (landbouw)bedrijven, kennisinstellingen en de samenleving te verbinden.

Samenwerking tussen verschillende partijen is namelijk essentieel om tot oplossingen te komen die daadwerkelijk zoden aan de dijk zetten, vervolgt Jongsma: “Dit is een enorme transitie, die enorme investeringen vereist en waar grote risico’s mee gepaard gaan. Daarnaast zijn de oplossingen die nodig zijn vaak systemische oplossingen, waar meerdere bedrijven in meerdere schakels van de keten een rol in spelen. Om daar vorm aan te geven, zijn publiek-private samenwerkingen onmisbaar. En om die samenwerkingen op poten te zetten, hebben we een gezamenlijk toekomstperspectief nodig.”

Wie is Fascinating?

Fascinating werd opgericht door landbouwcoöperaties Agrifirm Avebe, Cosun en FrieslandCampina, in samenwerking met Provincie Groningen, Universitair Medisch Centrum Groningen, LTO-Noord en het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT), dat het innovatieprogramma in goede banen begeleidt.

Meer gezondheid per hectare

Fascinating voorziet een toekomstig landbouwsysteem dat zowel duurzaam als circulair is, dat ruimte geeft aan de natuur en bijdraagt aan een rijk en gezond bodemleven. Het landbouwsysteem van de toekomst zorgt daarnaast voor gezonde producten op het bord van de eindconsument én gezonde businessmodellen in de gehele agrofoodketen. Reststromen worden daarnaast zo optimaal mogelijk benut. Jongsma: “Meer gezondheid per hectare, zo vat ik het vaak samen. We schetsen een toekomstbeeld dat niet alleen duurzaam is, maar ook zonder subsidies kan beklijven. Dat is een belangrijk verschil met de noodoplossingen die nu geopperd worden.”

Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Het gaat bovenal om systemische oplossingen, zegt Jongsma: “Plukbossen zijn leuk en belangrijk om de burger te inspireren. Maar om de grootschalige landbouw in beweging te krijgen, is het niet voldoende. Daar zijn grootschalige interventies voor nodig.”

Toekomstscenario’s doorrekenen

Daarom was één van de eerste wapenfeiten van Fascinating de lancering van het Agri-food-nature Transition Model, waarmee de gevolgen van dergelijke systemische oplossingen en interventies doorberekend kunnen worden. Het rekenmodel maakt gebruik van allerlei data over landbouw, voeding en natuur, waarmee het in staat is om toekomstscenario’s te schetsen. Op basis daarvan kunnen landbouwbedrijven scherpere keuzes maken. “Agrofoodketens zijn ontzettend complex en leiden tot allerlei verschillende vormen van uitstoot. Het is lastig om daar vat op te krijgen. Dit transitiemodel schept orde in de chaos en stelt ons in staat om de effecten van verduurzamingsoplossingen beter in te schatten.”

Systemische oplossing voor mest

Fascinating werkt ook al aan de ontwikkeling en uitrol van dergelijke oplossingen. Bijvoorbeeld als het gaat om de mestproblematiek in Nederland. “Een belangrijk probleem van mest is bijvoorbeeld dat het leidt tot stikstofemissies in de stal, in de vorm van ammoniak”, aldus Jongsma. “Maar wat als je de stal elke dag leeghaalt? Dan heb je dat probleem niet.”

Fascinating werkt daarom aan een oplossing waarbij dagverse mest elke dag wordt opgehaald, met als bestemming een mestvergister. “Mestvergisters worden momenteel verguisd, maar dat komt omdat ze nu uitsluitend worden gebruikt om zoveel mogelijk groen gas uit mest te persen. Maar er wordt gewerkt aan een methode om ook stikstof, kalium en fosfaat uit de mest te winnen. Dat kunnen boeren in de akkerbouw gebruiken voor hun gewassen, waardoor het gebruik van kunstmest overbodig wordt. Dan wordt mestvergisting ineens een stuk interessanter.”

Onderstaande afbeelding laat zien hoe de systemische oplossing er in de praktijk uitziet:

Nieuwe eiwitten en duurzamere productie

Maar Fascinating doet meer. Het innovatieplatform identificeerde vier verduurzamingsopgaves waarbinnen het innovatieroutes onderzoekt en ontwikkelt: gezonde en gebalanceerde voeding, duurzame productie van nutritionele gewassen, energie-efficiënte en duurzame verwerking en benutting van reststromen. Zo werden er binnen Fascinating nieuwe, kansrijke eiwitgewassen onderzocht, zoals lupine. In de eerste fase van dat onderzoek kwam onder meer veldbonen als mogelijke kandidaat uit de bus. Het gewas heeft een hoge voedingswaarde en de potentie om regeneratieve landbouw te bevorderen, concludeerde Fascinating. Veel potentie dus, maar er moeten nog veel vragen beantwoord worden voordat het gewas op grote schaal geteeld en verwerkt kan worden. Ook die vervolgstappen worden de komende tijd onderzocht.

Daarnaast richt Fascinating zich op het verduurzamen van de productie en verwerking van landbouwproducten. Want ook daar is werk aan de winkel. “Huidige droogtechnologieën hebben bijvoorbeeld een ontzettend hoog gasverbruik. Hoe kunnen we dat verduurzamen?”, aldus Jongsma. “We werken aan een onderzoeksopstelling die in staat zal zijn om energiezuiniger te drogen en ontwateren.” Binnen het project eiwitextractie en zuivering wordt daarnaast onderzocht hoe eiwitten uit suikerbietenblad en zetmeelaardappelen duurzamer gewonnen kunnen worden. Dat zijn processen die nu namelijk nog veel water, energie en chemische stoffen vereisen.

Menselijke uitdagingen

Met deze en andere innovatieplannen (de andere innovatietrajecten van Fascinating vind je hier) hoopt Jongsma dat Fascinating de contouren kan schetsen van een toekomstbestendig landbouwsysteem. Maar de uitdagingen zijn groot, benadrukt hij: “Technisch gezien kunnen we alles. En als het in Nederland niet kan, kan het nergens. De uitdagingen zitten vooral aan de menselijke kant: Hoe krijgen we alle neuzen dezelfde kant op? Hoe nemen we de onzekerheden weg bij de tienduizenden boeren in Nederland, zodat ze ook daadwerkelijk durven te innoveren? En hoe mobiliseren we de rest van Nederland om mee te werken aan een duurzaam landbouwsysteem, dat gezonde en hoogwaardige nutriënten levert? Daar ligt de echte uitdaging.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.

Foto Credits: Fascinating

Bijen hebben het moeilijk, maar we kunnen ze helpen

Bijen leveren ook een enorme bijdrage in ecosystemen. Wanneer bijen aan het bestuiven slaan, is dit voordelig voor de natuur. Meer dan 85 procent van de wilde planten is afhankelijk van bestuivers. Op deze manier bevorderen bijen de biodiversiteit van bloemen, planten en dieren. Het gaat niet goed met de bij Bijen zijn dus van grote waarde. Toch verkeren de kleine bestuivers in problemen. “Ze hebben het zwaar”, zegt Thomas van de Beek. Hij is onderdeel van The Pollinators, een beweging die zich inzet voor het welzijn van bestuivende insecten. Dat het slecht gaat met de bij, komt volgens Van de Beek door een cocktail van oorzaken. “Klimaatverandering speelt zeker een rol. Verstedelijking ook, denk aan minder groen en het verstenen van tuinen.” Als mensen hun tuin al verfraaien met planten, zijn deze vaak niet geschikt voor bijen. Van de Beek: “De planten die in trek zijn, komen vaak oorspronkelijk niet hiervandaan. Ze hebben maar weinig waarde voor insecten. Leuk zo’n palmboom, maar de bij heeft er niks aan.” In de stedelijke omgeving komen bijen in de problemen, maar ver daarbuiten ook. Zo hebben bijen last van de grootschalige landbouw. “Met name de monocultuur, enorme velden met gewassen van één soort. Soms hebben deze gewassen helemaal geen bestuiving nodig, dan is er ook geen voedsel te vinden voor de bijen”, licht Van de Beek toe. “Soms is de bestuivingsperiode heel kort, zoals bij koolzaad. Staat het in bloei, dan kunnen bijen heel kort snacken. De rest van het jaar is er niks te halen en is het platteland voor bijen net een woestijn.” Het gebruik van bestrijdingsmiddelen op het land maakt de situatie er niet beter op. “Alle onderzoeken wijzen uit dat pesticiden funest zijn voor veel bijensoorten. Trouwens, ook voor veel andere dieren. Maar die bestrijdingsmiddelen zijn nog steeds verkrijgbaar en worden op grote schaal gebruikt”, aldus Van de Beek. We kunnen de bij helpen Van de Beek wil mensen vooral niet de put in praten. “Het is nog niet te laat! We kunnen echt nog wel wat doen.” Om de bij te helpen, organiseert Van de Beek met The Pollinators de nationale zaaidag. “Het idee is dat we de bij gaan bijvoeren. Op 22 april zaaien we met tienduizenden mensen tegelijk in tuinen en op balkons speciaal bloemzaad in. Dit bloemzaad kunnen mensen gratis aanvragen en ophalen. Hoe meer mensen meedoen, hoe meer de bijen te eten hebben”, zegt van de Beek. Het initiatief is vooral bedoeld voor particulieren, maar ook bedrijven kunnen meedoen. “Als kantoren een tuin of dakterras hebben waar gezaaid kan worden, graag! Er doen ook zo’n 300 scholen mee met de zaaidag. Daar worden bloemzaden uitgedeeld aan de leerlingen.” Het moment van de zaaidag komt niet uit de lucht vallen. “Het is zo’n beetje het begin van het zaaiseizoen. In maart is het vaak nog net te koud, maar in april kan er gezaaid worden”, legt Van de Beek uit. “De maanden mei en juni zijn trouwens ook geschikt.” “Topzaad” Het succes van de zaaidag valt of staat met de kwaliteit van het bloemzaad. “Erg belangrijk”, benadrukt Van de Beek. “Wij delen topzaad uit, vol met inheemse soorten. Alle wilde bloemen in de mix komen hier van nature voor, zoals kamille, korenbloem, veldkruid, wilde marjolein. Door de verschillende zaden is het een verrassing welke bloem uit welk zaadje komt, en welke bijtjes er vervolgens op afkomen.” De zadenmix is helaas niet goedkoop om te produceren. Maar op de zaden moet je niet besparen, vindt Van de Beek. “Veel bloemzaad wat wordt verkocht in de tuincentra komt helemaal niet uit deze omgeving. Die hebben het potentieel om de biodiversiteit te verstoren in plaats van te herstellen. Ondanks een goede bedoeling kun je dan toch nog het verkeerde doen. Dat willen we voorkomen.” De impact van bedrijven Bedrijven kunnen de nationale zaaidag financieel steunen en op die manier helpen. Van de Beek ziet ook andere mooie acties ontstaan. “Bouwbedrijf Heijmans is druk met natuurinclusief bouwen. Wanneer zij een nieuwe woonwijk opleveren, werken ze een hele checklist af. Ze zorgen ervoor dat de groenvoorzieningen bijvriendelijk zijn aangelegd en richten nestelplekken voor insecten in.” Ook energiebedrijf Greenchoice denkt tijdens de bouw van zonneparken aan de bij. “Er zijn manieren om zo'n gebied zo in te richten dat het voordelig is voor de beestjes, de bestuivers en de bodem. Zonnepanelen kunnen bijvoorbeeld wat verder uit elkaar worden gezet, zodat er nog ruimte is voor begroeiing”, schetst Van de Beek. De Bijenkorf is nog zo’n voorbeeld. De daken van de winkelketen moeten allemaal groen worden en geschikt voor de bij. Alle beetjes helpen Zowel particulieren als bedrijven kunnen dus hun steentje bijdragen om de bijen en andere bestuivers te helpen. En dat is precies het doel van The Pollinators, zegt Van de Beek. “Hoe meer mensen zich aansluiten bij onze beweging, hoe beter. Meedoen kan al op een heel laagdrempelige manier, namelijk door bloemzaad te zaaien op 22 april.” Door dit initiatief bij veel mensen te introduceren, hoopt van de Beek dat het netwerk van The Pollinators groter wordt. “Hoe groter we zijn, hoe meer impact we kunnen maken op de leefomgeving van bestuivende soorten. Dat willen we uiteindelijk bereiken.” Meer lezen over bijen? Australische bij maakt biologisch afbreekbaar plastic. Is dat na te maken?Bijen kunnen wereldwijde voedselprijzen helpen stabiliseren