Kaz Schonebeek 15 maart 2023, 16:59

Drijvende zonneparken kunnen een derde van de wereld van groene stroom voorzien

Drijvende zonneparken op waterreservoirs kunnen voorzien in een derde van de wereldwijde vraag naar elektriciteit. Nederland is koploper op dit gebied.

Adobe Stock 534786576 Zijn drijvende zonneparken de toekomst?

Zonnepanelen zijn een goedkope manier om groene stroom op te wekken, maar nemen ook schaarse ruimte in beslag. Een internationale groep wetenschappers heeft daarom gekeken naar de potentie van drijvende zonnepanelen op waterreservoirs – denk aan meren, overloopgebieden en stuwmeren. In een publicatie in Nature Sustainability schrijven de onderzoekers dat als wereldwijd 30 procent van de waterreservoirs wordt gebruikt als drijvend zonnepark, meer dan een derde van de huidige elektriciteitsvraag daar kan worden opgewekt.

Waterreservoirs zijn volgens de wetenschappers bij uitstek geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen, omdat ze doorgaans in de buurt liggen van plekken waar mensen wonen en werken – en de vraag naar elektriciteit dus het grootst is. Bij stuwmeren wordt vaak al elektriciteit opgewekt: door slim zonnestroom en elektriciteit uit waterkracht te combineren, kan een constante toevoer van groene stroom ontstaan. Doordat zonnepanelen er ook nog eens voor zorgen dat water minder snel verdampt, spreken de onderzoekers van een win-win-situatie.

Win-win-situatie

Het klinkt misschien vreemd, maar warmte is geen vriend van zonnecellen. Het rendement van zonnepanelen neemt af naarmate ze warmer worden: ongeveer elke 3 graden warmer, betekent 1 procent minder rendement. Op een zonovergoten zomerdag kunnen zonnepanelen in Nederland rustig 65 graden aantikken – een zonnige lentedag levert daardoor doorgaans meer zonnestroom op. Drijvende zonnepanelen hebben hier veel minder last van. Water koelt de panelen, waardoor de opbrengst in theorie hoger wordt.

De zonnepanelen op hun beurt hebben ook een verkoelend effect op het water. Door een deel van het wateroppervlakte van schaduw te voorzien, daalt de temperatuur van het water. Dit zorgt ervoor dat er minder water verdampt – wat op plekken die bedoeld zijn voor waterwinning absoluut een plus is. De onderzoekers stellen dat als 30 procent van de wereldwijde waterbassins van zonnepanelen wordt voorzien, jaarlijks 100 kubieke kilometer water minder verdampt. Dit is genoeg water om 300 miljoen mensen van drinkwater te voorzien. Voor gebieden die kampen met watertekorten, is dit geen overbodige luxe.

Nederland koploper

Nederland is wereldwijd één van de koplopers op het gebied van drijvende zonneparken. De beperkte ruimte én een ruimhartig subsidiebeleid hebben ervoor gezorgd dat drijvende zonneparken hier al enige tijd te bewonderen zijn.

Groenleven is ontwikkelaar van zonneparken en heeft de afgelopen jaren meer dan een half miljoen drijvende zonnepanelen te water gelaten. “Omdat Nederland zo’n klein landje is, zijn we altijd op zoek naar het creëren van dubbelfuncties voor onze zonneparken”, legt Maarten de Groot, manager marketing en communicatie bij Groenleven, uit. “Denk aan zonnepanelen boven frambozen en aardbeien, op carports en ook op water. Op die manier ga je efficiënt om met de schaarse ruimte.”

Het ruimtelijke vraagstuk is de belangrijkste reden om te kiezen voor drijvende zonneparken, ondanks hogere kosten voor aanleg en onderhoud. Van het verkoelende effect op de panelen zegt De Groot minder te merken. Samen met TNO doet Groenleven onderzoek naar de opbrengst van zonneparken op water. Volgens De Groot zijn de effecten op de opbrengst erg locatiegebonden en spelen ook andere factoren, zoals verkoeling door de wind een rol in het rendement van de drijvende parken. “We zien wel een effect, maar dat is over het hele jaar genomen niet heel groot.”

Ecologische schade

Maar meren en andere wateren zijn natuurlijk niet leeg: ze zijn ook het thuis van onderwaterleven en watervogels. Daarom pleiten organisaties zoals Natuurmonumenten voor terughoudendheid bij het aanleggen van drijvende zonneparken, en eerst lege daken en andere plekken met weinig ecologische waarde vol te zetten met zonnepanelen. Zij stellen dat de effecten van drijvende zonneparken op ecosystemen onvoldoende duidelijk zijn, en wijzen erop dat watervogels meertjes gebruiken om ’s nachts op uit te rusten. Ook algen en microben in het water kunnen sterk reageren op verduistering van een groot wateroppervlak. Dit leidt mogelijk tot de verstoring van de balans in ecosystemen.

De Groot zegt de effecten op ecosystemen serieus te nemen en doet hiernaar ook onderzoek in samenwerking met de Hanzehogeschool Groningen. “Wij leggen onze drijvende zonnepanelen vooral op meren waar aan zandwinning wordt gedaan. Die plekken zijn ecologisch armer dan natuurwater.” Daarnaast liggen de zonnepanelen iets uit elkaar zodat zonlicht en zuurstof het water beter kan bereiken. Ook worden de oevers, waar het meeste onderwaterleven zit, zoveel mogelijk ontzien. “Maar in een klein land kom je elkaar overal tegen. Het belangrijkste is om alle belangen goed tegen elkaar af te wegen.”

Lees ook:

Drie keer zo vaak naar de onlinekledingbieb in 2026, voorspelt onderzoek

Eenmalig uitpakken voor een themaborrel of in Prada op kantoor verschijnen: het kan allemaal dankzij de opkomende leenmarkt. We noemen het kleding ‘lenen’, maar ‘huren’ dekt de lading beter. Er gaat namelijk veel geld om in het nog jonge, duurzame marktsegment. In 2026 worden de verdiensten drie keer zo hoog als vorig jaar, voorspelt onderzoeksbureau Technavio. Het gaat overigens specifiek om online leenmodellen. De offline kledingbieb blijft niche, een beetje zoals de klassieke boekenbieb. Online winkelen doet lenen Hoe goed de bedoelingen van kleding lenen ook zijn, het duurzame is niet de drijvende kracht achter de groei van de markt. Voor de hoofdoorzaak moeten we kijken naar het doorzetten van online winkelen, concludeert het onderzoeksteam. De e-commerce markt voor kleding zal naar verwachting blijven doorgroeien met zo’n 10 procent per jaar tot 2027 – vooral in de EPAC-regio. Om relevant te blijven, moeten bestaande merken zich steeds weer opnieuw uitvinden. Dit kan door het assortiment uit te breiden met een leenoptie. Het is namelijk heel interessant voor consumenten met een kleinere portemonnee. Zij kunnen ineens de meest luxueuze items aanschaffen – weliswaar in bruikleen. Online kleding lenen levert bovendien alle voordelen van online winkelplatformen, zoals een breed aanbod en thuisbezorgen. De verwachting is dat bekende modezaken in de komende jaren dus massaal zo’n onlinepagina zullen toevoegen aan hun webshops. Volgens het rapport zijn zowel bestaande e-commerce spelers als startups hierin aan het investeren. Leners zijn jong en veeleisend De vraag naar online kledingverhuur groeit vooral onder jongvolwassenen die op zoek zijn naar kleding van goede kwaliteit, het liefst van een designermerk. Die luxesegmenten vallen vaak ver boven hun budget, maar de optie om te lenen maakt ze toegankelijk voor iedereen. De populairste reden om kleding te lenen blijft gelegenheden, zoals een bijzonder feest, maar er is ook een groeiende markt voor luxe werkkleding voor dames. Die tendens koppelt Technavio aan het groeiende aandeel werkende vrouwen. Vrijetijdskleding lenen staat nog in de kinderschoenen, maar ook dat moet gaan groeien. Het rapport zoomt ook in op geografische verschillen. Zo blijkt dat nieuwe kledingbibliotheken in de APAC-regio verantwoordelijk zijn voor bijna de helft van de groeispurt. De reden, zo vermeldt het rapport, is dat het idee van kleding ‘delen’ daar pas net is overgewaaid vanuit het Westen. Bewustzijn over de (on)duurzaamheid van kleding is dus nog iets nieuws, net als de opkomst van lokale markten daaromheen. Voorraadbeheer nog niet op de rails De verschuiving naar online lost het logistieke probleem van de kledingleenmarkt niet op. Er zijn nog heel veel uitdagingen in het voorraadbeheer, zoals schommelingen in de vraag. Daardoor zijn er rond de feestdagen vaak tekorten. Bovendien is er een supersnelle retourlogistiek nodig om alle items nauwkeurig te controleren op schade en vuil, ze vervolgens te wassen, repareren of vervangen, en door te sturen naar de volgende lener. De reis van elk kledingstuk is anders en dat maakt het proces duur en lastig schaalbaar. Voor de Haagse kledingbibliotheek Palanta was dat de reden om er helemaal mee te stoppen. Oprichtster Sara Devenyi doet nu onderzoek naar de problemen bij andere bibliotheken. “Zowel in Nederland, Duitsland as België worstelen bibliotheken met de infrastructuur. Ze besteden 50 duizend euro aan softwaresystemen, en het werkt niet. Dit is namelijk geen normale lineaire verkoop van merk tot klant; leden moeten ook worden ingevoerd in het systeem om het retourbeleid te regelen. Die plug-ins moet elke bieb nu handmatig bouwen en dat is heel duur. Daarom ga ik mijn business dáár nu op richten.” Volgens Devenyi hoort bij dat stukje faciliteren ook het onderwijzen van de merken die hun kleding aan bibliotheken uitlenen. Met lenen kunnen zij namelijk goed verdienen, legt ze uit. “Het duurt misschien iets langer, maar met twee jaar commissie heb je de inkoopprijs van normale verkoop er wel uit. Merken zijn zich daar nog niet van bewust.” Al om al hangt de online kledingbieb er nog wat gammel bij, maar hij is voorlopig dus nog niet van het toneel verdwenen. Met het nodige sleutelwerk, zijn consument, retailer, merk en de natuur alle vier winnaar. Lees ook: Changemaker Elisa Jansen: "Ik wil van mode genieten zonder de planeet te schaden"Het aftellen is begonnen: is de Nederlandse modebranche klaar voor deze duurzaamheidswetten?Primeur: deze recyclemachine kan van elke textielvezel stukjes stof maken