Hannah van der Korput
13 maart 2023, 08:00

Meer palmolie en minder ontbossing, kan dat?

De vraag naar palmolie neemt toe, maar de strijd tegen ontbossing ook. Dit betekent dat de productie van palmolie efficiënter én duurzamer moet. Maar hoe? Nederlandse en Indonesische boeren, wetenschappers en overheden onderzoeken dit samen in het programma SustainPalm.

IMG 20200228 091243 Op de oliepalmplantages worden ook bananen geplant om de biodiversiteit en de bodemkwaliteit te verbeteren. | Credits: Marijn van Doorn

Babyvoeding, hazelnootpasta, cruesli, douchegel: palmolie zit in een heleboel producten. Het is wereldwijd de meest gebruikte plantaardige olie, en de vraag groeit nog steeds. De productie van palmolie heeft ook impact op het milieu. In Indonesië, de grootste palmolieproducent van de wereld, is in het verleden veel tropisch regenwoud gekapt voor de aanleg van oliepalmplantages. Bomen zijn belangrijk in de strijd tegen klimaatverandering omdat ze CO2 opnemen.

Ontbossingswet

Om een einde te maken aan het wereldwijd kappen van bossen en regenwouden heeft de Europese Unie vorig jaar een voorlopig akkoord bereikt over een nieuwe ontbossingswet. Producten die bijdragen aan ontbossing zijn hierdoor binnenkort niet meer welkom in EU-landen. Dit geldt ook voor palmolie. Volgens tropisch landbouwdeskundige Maja Slingerland heeft dit veel gevolgen. “We kunnen wel tegen ontbossing zijn, maar dan moet er meer gebeuren met de huidige oliepalmplantages. Er is immers geen uitbreiding meer mogelijk, terwijl de vraag nog steeds toeneemt”, zegt Slingerland. Als onderzoeker en hoofddocent bij Wageningen Universiteit en Research (WUR) is ze onderdeel van het internationale projectteam om palmolie uit Indonesië te verduurzamen.

Monocultuur

In Indonesië wordt oliepalm in monocultuur geteeld, op grote plantages met veel oppervlaktes. Vanuit voedselvoorziening is dit geen goed idee, zegt Slingerland. “De focus ligt zo op palmolie dat er vrijwel niets anders wordt verbouwd. In die gebieden is voor de mensen maar weinig eten beschikbaar, dus dat moeten ze ergens anders vandaan halen.” Ook voor de biodiversiteit en de bodemkwaliteit is het niet wenselijk om jaar in jaar uit hetzelfde gewas te verbouwen. “Door monocultuur wordt de grond minder vruchtbaar. Er moet vaker bemest worden om de palmolie opbrengst gelijk te houden. Dit brengt extra kosten met zich mee voor de boeren”, aldus Slingerland.

Het plan van de WUR en de Indonesische universiteiten richt zich ook op de aanplant van andere gewassen. Dit gebeurt tussen de palmbomen op de plantage. “Dat kan van alles zijn”, zegt Slingerland. “Watermeloen, chilipeper, cassave, bananen. Maïs is ook een belangrijk gewas wat nu nog veel wordt geïmporteerd.” De gewassen leveren een gezondere bodem en meer biodiversiteit op. De opbrengst van palmolie blijft gelijk aan die van een monocultuur. Daarnaast ontstaat er nieuwe handel. Slingerland: “Wat je ziet, is dat de mannen zich bezighouden met de palm en dat de vrouwen zich richten op andere gewassen. Van de bananen maken vrouwen bananenchips die ze vervolgens verhandelen. Of ze persen de ananassen en verkopen dan ananassap. Ze creëren hun eigen bedrijfje.”

Meer uit oude oliepalmen halen

De meeste palmbomen hebben na 25 jaar hun beste tijd gehad. Dan moeten oude oliepalmen plaatsmaken voor nieuwe. “Nu worden die bomen omgekapt, klein gemaakt en verspreid over de plantage. De nutriënten en de koolstof zijn dan voedingsstoffen voor de bodem”, legt Slingerland uit. “Het ding is alleen: er zit nog vrij veel zetmeel in de boom, en dat gaat op deze manier verloren. Eigenlijk wil je dat zetmeel uit de stam halen.” Een klein aantal boeren doet dit al. “Ze maken elke dag kleine wondjes in de omgekapte stam, waardoor het vloeibare zetmeel eruit loopt. Het sap koken ze vervolgens tot het suiker wordt en dat verkopen ze.” Omdat dit nog maar op een paar plekken gebeurt, is het zaak dat meer boeren in Indonesië bekend worden met deze tactiek. Volgens Slingerland is de vraag naar suiker groot, dus er kan goed geld mee worden verdiend. Daarnaast is er ook een aanzienlijk milieuvoordeel. “Als je het zetmeel gewoon in de stammen laat zitten, dan gaat het uiteindelijk als CO2 de lucht in. Het is beter om het eruit te halen.”

Door gaatjes in de stam van de oliepalm te maken wordt zetmeel gewonnen. | Credit: Maja Slingerland

Veengrond

Nog vrij veel oliepalmen staan op veengronden. Dit is nadelig voor het klimaat, legt Slingerland uit. “Wil je palmbomen laten groeien op veengrond, moet de grondwaterstand flink naar beneden. Het gevolg is dat veen als een gek gaat afbreken en zo komt de opgeslagen CO2 vrij in de lucht. Dat moet je niet willen. De waterstand moet dus omhoog, maar daar kan oliepalm weer niet tegen. Er moet dus wat anders verbouwd worden.” De universiteiten en de overheden kijken met welke andere gewassen boeren ook genoeg geld kunnen verdienen. “Dat is niet eenvoudig”, geeft Slingerland toe. “Oliepalm is hartstikke rendabel. Maar er zijn andere opties zoals jungle rubber, een soort natuurlijk rubber.” Oliepalm produceren op veengronden is nu nog toegestaan, maar Slingerland verwacht dat er binnen afzienbare tijd een wettelijk kader komt. “Boeren kunnen dus maar beter voorbereid zijn en alvast alternatieven zoeken voor oliepalm op veengrond.”

Alternatieven voor palmolie

Hoewel palmolie niet zo’n goed imago heeft, scoren andere plantaardige oliën nog minder goed op milieuaspecten. Een groot voordeel van palmolie is dat de palmen heel veel olie opleveren. De opbrengst is per hectare 4 tot 10 keer hoger dan andere plantaardige oliën. Dit maakt het een erg efficiënt gewas. Bovendien zijn voor de teelt weinig bestrijdingsmiddelen nodig. Volgens Slingerland is het daarom juist belangrijk om te investeren in duurzame palmolie. “Indonesië heeft al veel gedaan om de productie van palmolie verder te verduurzamen. Nu moeten we de volgende stappen zetten en optimaliseren. Dat levert winst op voor de boeren en voor het klimaat.”

Dit schreven we eerder over palmolie:

Opmerkelijk: kombuchatas die je thuis kunt brouwen

De Duitse onderzoekster en ‘materiaalactivist’ Alicia Valdés heeft een bijzonder leeralternatief gevonden voor tassen. Ze gebruikt kombucha, de gangbare term voor een gefermenteerd goedje van bacteriën, suiker en thee. Als je die geleiachtige substantie droogt, oogt én voelt het als leer – niet van dierenhuid, maar van cellulose (het hoofdbestanddeel van plantencellen). Het kost vrijwel niets, elk exemplaar is uniek, en wie de geur kan verdragen, kan in eigen woonkamer een exemplaar ‘brouwen’. Scoby Dat brouwen begint met een speciale kombuchazwam die je kunt bestellen via zakelijke websites of marktplaatsen onder de term ‘scoby’ (symbiotische cultuur van bacteriën en gist). Het ziet eruit als een stukje vlees en bevat vooral azijnzuur- en melkzuurbacteriën. Valdés voegt die scoby toe aan een afgekoeld theebad (30 graden) met suiker, waarop het materiaal begon te groeien. “De eerste celluloselaag zie je al omhoogdrijven na één tot twee weken,” begint de onderzoekster, “maar als je een dikke laag wil voor een stevige tas, moet je anderhalve maand wachten. Tijdens het droogproces verliest het materiaal namelijk 70 tot 80 procent van zijn volume, omdat de cultuur de thee met suiker opeet.” Het glibberige materiaal 'scoby'Net een kamerplant Zoals een plant moet je kombuchaleer goed onderhouden. Elke zeven dagen zijn het water en de suiker aan verversing toe, legt Valdés uit. Anders stijgt de zuurgraad en sterven de ‘hongerige’ bacteriën, om nog maar te zwijgen over de scherpe, gefermenteerde geur. Die wachttijd bevordert meteen de schoonheid van het materiaal, legt Valdés uit. “In het begin is het materiaal heel oneven. Daarna groeit er laagje voor laagje materiaal bovenop en wordt het steeds rechter. Hoe langer je wacht, hoe strakker je leer.” Gezond afvaldrankje Kombucha is een eeuwenoude drank die zijn oorsprong vindt in de medicinale wereld van het oude China. Het zit namelijk vol probiotica die goed zijn voor de spijsvertering. De thee die bij kombuchaleer wordt afgegoten bij verversing, kan dan ook gewoon worden gedronken. Kleur zonder verfproces Het kleuren van kombuchaleer gaat vanzelf. De tint hangt namelijk af van de theebladeren die je gebruikt. Valdés heeft ook al geëxperimenteerd met andere ingrediënten zoals kurkuma en spiralen als extra toevoeging en dat ging goed: ze bleken kleurvast. Die natuurlijke processen zijn een stuk duurzamer dan de conventionele verfmethode in de leerlooierij. Volgens Valdés is dat voor de duurzame toekomst van leer een grote plus. “De zoetwatervoorraad in de wereld raakt op. In het Westelijk deel van de Wereld voelen we het misschien nog niet zo, maar in verre landen is het al een dagelijkse realiteit. Voor een groot stuk kombuchaleer heb je misschien 4 tot 6 liter water nodig. Dat is niets.” Bijenwas en terpentine De laatste stappen in het geslaagde experiment van Valdés zijn het drogen van de lap op een stuk hout of in de zon, en het coaten van het leer. De onderzoekster gebruikt hiervoor een mengsel van bijenwas, plantaardige olie en terpentine, die ze nog eens drie weken laat drogen. "Anders gaat het materiaal in een natte omgeving plakken, waardoor het biologisch afbreekt”, zegt ze. Die woorden hebben in de circulaire economie meestal een positieve weerklank, maar in het geval van een laptoptas is degradatie niet heel praktisch. Zonder dier en zonder plastic De veganistische leervarianten die overal opduiken zijn vaak helemaal niet zo duurzaam. Appelleer en cactusleer moeten bijvoorbeeld gemengd worden met plastic om aan kwaliteitseisen te voldoen. Ze zijn dus afhankelijk van fossiele brandstoffen en door die plastic coating is het materiaal niet (meer) biologisch afbreekbaar. De Kombucha lapjes van Valdés vallen onder de betere veganistische leeralternatieven. Ze vergen weinig water en mijden de uitstoot van CO2 en het gebruik van lappen grond en gevaarlijke chemicaliën.In anderhalve maand groeit kombucha tot leerachtig materiaal.Nog niet op schaal Het brouwen van kombucha is goedkoop en simpel en het gaat niet snel schimmelen. Dat zou de industrie moeten motiveren om de techniek op te schalen voor de commerciële markt voor lederaccessoires. Volgens Valdés zit de barrière nog in de levensduur van het materiaal. “Ik moet nog afwachten in hoeverre het materiaal slijt. Mijn prototypes van twee jaar geleden zijn nog steeds intact, maar er is een lichte witte gloed te zien en wat kleine verschillen in de textuur, wat betekent dat ze toch langzaam afbreken.” Als je dat vergelijkt met een ander biomateriaal-leeralternatief zoals mycelium, dat zo consistent en sterk is dat het zelfs al voor de bouw wordt gebruikt, heeft kombucha nog een lange weg te gaan.Ook opmerkelijk: Opmerkelijk: Chinese bosstad die CO2 slurptDeze waterstofbus brengt jou en je auto van A naar BBomen die bellen als ze gekapt worden