Romy de Weert 08 maart 2023, 14:47

Waar komt de katoen uit je shirt vandaan? Dit Nederlands bedrijf weet het

Weet jij waar de katoen van je T-shirt vandaan komt? Net als veel bedrijven tast je waarschijnlijk nog in het duister. Maar binnenkort wordt het voor bedrijven verplicht om inzicht te hebben in de gehele toeleveringsketen. Het Nederlandse tex.tracer helpt hen daarbij. Met een nieuwe investering van 1,5 miljoen euro wil het bedrijf opschalen en uitbreiden naar het buitenland.

Tex tracer product journey Door inzichtelijk te maken waar materialen vandaan komen, kan een bedrijf verduurzamen. | Credits: tex.tracer

Tex.tracer helpt mode- en textielbedrijven om inzicht te krijgen in de hele toeleveringsketen van een product. Bijvoorbeeld vanaf het moment dat een katoenplant wordt geoogst, totdat het T-shirt in de winkel hangt. “Vaak hebben bedrijven te maken met wel honderden leveranciers. Het is een hele klus om al die partijen op je netvlies te krijgen”, zegt Jolanda Kooi, medeoprichter en CEO van tex.tracer.

QR-code voor consumenten

Wanneer een bedrijf samenwerkt met tex.tracer krijgen ze toegang tot een dashboard. “De data die wij verzamelen op basis van de input die een bedrijf levert, maakt de keten inzichtelijk en daarmee ook hoeveel CO2-uitstoot een product veroorzaakt. Pas dan kun je onderbouwde keuzes maken om een bepaald product te verduurzamen.” Dat kan door bijvoorbeeld voor een andere leverancier te kiezen, of door andere materialen te gebruiken.

Tex.tracer maakt al die tussenpartijen inzichtelijk voor modemerken. Vervolgens kunnen de modemerken besluiten om ook de consument mee te nemen in de reis die een kledingstuk maakt voordat het in de kast hangt. Dat kan bijvoorbeeld met een QR-code op het label van een kledingstuk.

Europese wetgeving dwingt bedrijven tot inzicht

Vanaf 2024 wordt het in heel Europa voor grote bedrijven verplicht om te rapporteren over zaken als CO2-uitstoot, het sociaal kapitaal en de impact die ze hebben op biodiversiteit en mensenrechten in de keten. De richtlijn wordt gefaseerd ingevoerd. Sommige bedrijven zullen al in 2025 moeten rapporteren over het afgelopen boekjaar. Voor andere bedrijven geldt de verplichting pas een of twee jaar later.

Het is dus belangrijk dat mode- en textielbedrijven inzicht krijgen in hoe hun producten gemaakt worden. “We merken dat steeds meer bedrijven zich hierop voorbereiden”, ziet Kooi. “Het geld van de investeerders gebruiken we deels om ons platform klaar te maken om grotere aantallen te verwerken.” Ook wil tex.tracer een deel van de investering gebruiken om internationaal uit te breiden. “Dit jaar richten we ons op Engeland, Zweden, Denemarken en Noorwegen”

De hoofdinvesteerder van tex.tracer is ROM InWest. Mede-investeerders zijn HearstLab, Joanna Invests en angel-investeerders.

Vervuilende partijen hebben de grootste impact

Bedrijven die hun leveranciers inzichtelijk hebben gemaakt met tex.tracer zijn bijvoorbeeld Mud Jeans, State of Art en Livera. Onlangs kondigde Zeeman aan dat ze een pilot zijn gestart met het bedrijf. Kooi: “We willen de grootste beweging in gang zetten en verandering teweegbrengen. Dat kun je enerzijds doen door met kleinere duurzame koplopers samen te werken. Anderzijds kun je juist door met de grote bedrijven samen te werken veel impact maken.”

Waar begin je?

De grootste uitdaging bij het inzichtelijk maken van alle leveranciers is het eerste contact. “Het komt voor dat kledingmerken zeggen dat hun product bijvoorbeeld uit Portugal komt. Ze vergeten daarbij dat er geen katoenteelt in Portugal is. De katoen komt dus ergens anders vandaan. Het lastigste is dan om de juiste contactpersoon te achterhalen”, legt Kooi uit. “Daar is heel veel doorzettingsvermogen voor nodig.”

En dat kost tijd. “Wij zijn geen overnight solution”, zegt Kooi. “Het is een reis die we samen met een bedrijf aangaan, en dat doen we stap voor stap. Vooral bij grotere bedrijven is het een ingewikkelde opgave: daar heb je soms wel met honderd tot tweehonderd leveranciers te maken.

Meer lezen?

Audi timmert aan de weg voor circulaire auto’s

Het ‘Material Loop’ onderzoek van Audi ging van start in oktober 2022 en loopt officieel tot april 2023, maar zo lang hoeft het bedrijfsleven niet te wachten. De overwegend positieve resultaten zijn namelijk al helder. Audi is zelfs al begonnen met het toepassen van een aantal van de experimenten op schaal. De vijftien partners van het project bestaan uit gespecialiseerde leveranciers, recyclers en onderzoekers. Samen hebben zij veel kennis over het recycleproces van auto’s; van de inzameling van wrakken tot het monteren van de gerecyclede onderdelen in (deels) circulaire auto’s.De vijftien partners van het 'Material Loop' project.Recyclen in plaats van downcyclen De uitdaging van circulaire oplossingen voor auto’s zit vooral in het behouden van de kwaliteit van gebruikte materialen. Op dit moment gaat die vaak verloren in het recycleproces. Er blijft dan een ‘gedowncycled’ materiaal over, dat niet voldoet aan de strenge eisen voor de productie van nieuwe auto-onderdelen. Een goed voorbeeld is het recyclen van nikkel uit autobatterijen: 40 procent van dat ‘afval’ eindigt als grondstof voor walsmachines. Nog eens 40 procent wordt hevig gedowncycled tot andere metalen, waardoor niet alleen de autokringloop, maar ook de nikkelkringloop wordt doorbroken. 20 procent belandt zelfs op de stortplaats. Ook stalen onderdelen zijn lastig te circuleren. Door kwaliteitsverlies in het recycleproces eindigen die auto-‘resten’ meestal als constructiestaal. Circulaire auto-oplossingen: succesvol en al toegepast Audi en partners zijn dus met 100 wrakken gaan experimenteren om die secundaire materialen toch weer te kunnen gebruiken voor nieuwe Audi-auto’s. De eerste winst werd behaald in de sorteertechnologie: door gerichter te demonteren konden bijvoorbeeld grote stukken kunststof worden gered. Normaalgesproken worden die delen versnipperd. Na het wegleggen van die hoogwaardige materialen, werd het resterende buitenwerk van de autowrakken verbrijzeld en gegroepeerd tot hoopjes kunststof, glas, aluminium en staal. Die konden door het scheidingsproces goed worden gerecycled tot hoogwaardige nieuwe materialen. De implementatie van de recyclelessen is al begonnen. Zo produceerden de partners spoelen met 12 procent gerecycled schroot (metaalafval) die voldeden aan de kwaliteitseisen van Audi. Het bedrijf gaat die rollen nu gebruiken voor de productie van 15.000 binnendeuronderdelen voor het A4-model. Voor gebroken glazen ruiten is ook een circulaire oplossing gevonden. Dat glasgranulaat kan worden omgesmolten en omgevormd tot nieuwe glazen platen, die al worden gebruikt in het Q4 e-tron model. Materialen traceren van wrak tot nieuwe auto Een van de partners van het onderzoek is het Nederlandse Circularise, een aanbieder van digitale productpaspoorten (software). Het bedrijf bouwde voor de andere partners een digitale tool waarmee zij de reis van alle materialen konden volgen, van demontage tot hergebruik. Verschillende afdelingen hebben baat bij zo’n digitaal paspoort. Leveranciers moeten bijvoorbeeld weten hoeveel gerecyclede onderdelen waar beschikbaar zijn en ontwerpers kunnen die informatie meenemen in hun plannen voor duurzamere automodellen. Bovendien staat er een wet op de planning die de traceerbaarheid van productieketens verplicht. Elektronica en batterijen zijn in 2026 al aan de beurt. Experimenten zoals dat van Audi zijn noodzakelijk om de materiaalkringloop in de auto-industrie te sluiten. Het hergebruiken van onderdelen maakt producenten minder afhankelijk van schaarse grondstoffen en stelt hen in staat om hun milieu- en klimaatdoelstellingen te halen. Meer lezen? Nieuwe methode maakt recycling van lithium-batterijen een stuk gemakkelijkerSteeds meer elektrische auto’s in Nederland: hoe behouden we een dekkende laadinfrastructuur?Is de elektrische auto de toekomst van mobiliteit?