Hidde Middelweerd 06 februari 2023, 14:19

Minder slachtoffers door hitte? Verdubbel het aantal bomen in steden, stelt onderzoek

Een nieuw onderzoek naar 93 Europese steden stelt dat duizenden sterfgevallen door hitte voorkomen hadden kunnen worden. Hoe? Door het bladerdak in steden te verhogen van 15 naar 30 procent.

Adobe Stock 116353621 Meer bomen? Minder sterfgevallen, stelt nieuw onderzoek | Credits: soleg via Adobe Stock

Door de stijgende temperaturen op aarde stijgt het aantal doden door hitte-gerelateerde oorzaken in Europese steden ook. Extreme (en langdurige) hittegolven komen er steeds vaker voor. Dit leidt tot zogeheten hitte-eilanden en dát leidt weer tot meer dodelijke slachtoffers. In 93 Europese steden (zoals Londen en Barcelona) stierven er in 2015 ongeveer 6.700 mensen vroegtijdig door hitte, concludeerden onderzoekers van het Barcelona Institute for Global Health. Ruim 2.600 van die sterfgevallen hadden voorkomen kunnen worden.

De onderzoekers opperen het planten van bomen als mogelijke oplossing. Daardoor kan het jaarlijkse aantal doden door hittestress met veertig procent dalen, stellen ze.

Hitte-eilanden

Momenteel ligt ongeveer 15 procent van de oppervlakte van de onderzochte steden in de schaduw dankzij bomen. Dit wordt ook wel de canopy tree coverage genoemd. Door dat percentage te verhogen (door meer bomen te planten), neemt de hittestress aanzienlijk af. Bomen verhelpen namelijk een fenomeen dat urban heat island effect heet (vrij vertaald: hitte-eilanden in stedelijke gebieden). Het komt erop neer dat de temperatuur in stedelijke gebieden aanzienlijk hoger kan zijn dan in landelijke, omdat materialen als asfalt en beton hitte absorberen en vasthouden.

Met het oog op klimaatverandering kan de temperatuur in steden daarom al snel gevaarlijk worden. “Veel stadscentra zijn al te heet”, zegt Marc Nieuwenhuijsen, coauteur van het onderzoek. “We kunnen bomen gebruiken om de gevolgen van hitte terug te dringen en dodelijke slachtoffers te voorkomen.”

Goede standplaats

Daan Bleichrodt, tiny forest-expert bij het Instituut voor Natuureducatie en Duurzaamheid (IVN) en auteur van het boek Minibos in je tuin, sluit zich volledig aan bij die conclusie: “In kleine, stedelijke bossen kan het zomaar twintig graden koeler zijn dan op een nabijgelegen stoep. Groene ruimte kan echt veel doen om de temperatuur in steden te verlagen.”

Het is dan wel belangrijk dat bomen niet lukraak geplant worden, benadrukt hij. Daar moet goed over nagedacht worden: “Het is vooral belangrijk dat bomen een goede standplaats krijgen, waar ze oud kunnen en mogen worden. Eén volwassen boom zorgt voor meer bladerdek dan dertig sprietjes.”

Wat kenmerkt een goede standplaats dan? Bomen hebben licht, lucht, water en voeding nodig. De grond moet dus voldoende voedingsstoffen bevatten en vocht kunnen vasthouden. “Daarnaast moeten bomen goed kunnen ‘wortelen’”, zegt Bleichrodt. “Dat maak je mogelijk door ze te planten in losse grond, waar ze een doorwortelbare ruimte hebben van minimaal een meter diep.”

“Dat kan nog best een uitdaging zijn in steden”, vervolgt hij. “Door onder andere auto’s, fietsers en voetgangers is de grond in steden vaak juist stevig, aangestampt en compact.”

De voordelen van bomen benutten

Daarnaast is het belangrijk om goed na te denken over wélke bomen je dan plaatst. “Bomen zorgen niet alleen voor schaduw, maar zorgen bijvoorbeeld ook voor meer biodiversiteit”, aldus Bleichrodt. “Het is belangrijk om zoveel mogelijk van die voordelen te benutten. Om een voorbeeld te geven: een Amerikaanse eik biedt slechts leefruimte voor 13 diersoorten, maar bij een zomereik gaat het om meer dan vierhonderd soorten. Kies dus voor bomen die van nature voorkomen in de streek en voorkom monoculturen. Zo benut je de potentie van bomen optimaal.”

Als laatste pleit Bleichrodt ervoor dat bomen verbinding met elkaar moeten kunnen maken. “Bomen groeien beter in gemeenschappen. Kies dus voor een mix. Dan ben je als stad ook minder gevoelig voor plagen.”

Meer lezen over bomen?

’s Werelds eerste bananenpureefabriek staat in Geldermalsen

Zodra een banaan tijdens de lange reis vanuit Midden-Amerika naar Europa begint te rijpen of een schrammetje oploopt, voldoet deze niet meer aan de kwaliteitseisen van een ‘verse banaan’. Daarmee wordt niet alleen de banaan zelf, maar de hele doos van 18 kilo waardeloos voor de importeur. Door de huidige douaneregelgeving is het commercieel aantrekkelijker om deze rijpende bananen te vernietigen dan te importeren. Hierdoor worden in Europa jaarlijks 120.000 ton bananen vernietigd. “Het Nederlandse importtarief voor bananenpuree is 0 procent, maar voor afgekeurde bananen waar je puree van wilt maken betaal je gewoon hetzelfde als voor verse bananen. Deze regels werken verspilling in de hand”, licht Laura Hoogland, oprichtster van SUNT, toe. Bananenpuree uit Ecuador SUNT Food gebruikte al ‘afgekeurde’ bananen in hun producten, maar de bananenpuree werd gemaakt in Midden-Amerika. Hoogland: “In eerste instantie importeerden we de bananenpuree uit Ecuador. Deze wordt gemaakt van bananen die om cosmetische redenen zijn afgekeurd.” Van de bananenpuree maakt SUNT vervolgens bananenbroden, donuts en granola. Een eigen bananenpureefabriek in Geldermalsen Nu heeft SUNT een eigen bananenpureefabriek in Geldermalsen. Met een geautomatiseerd, pel-, sorterings- en rijpingsproces wordt van ‘afgekeurde’ bananen bananenpuree gemaakt. Het geautomatiseerde systeem is nieuw en het eerste ter wereld. Dit zorgt voor een efficiënter en goedkoper productieproces. Bananenpuree wordt in Midden-Amerika nog veel met de hand geproduceerd. Volgens Hoogland komt een eigen bananenpureefabriek in Nederland de kwaliteit van de puree ten goede. “We hebben het proces nu zelf in de hand. Het is bovendien voordelig dat we de bananen later uit de keten halen. In Ecuador worden ook groene bananen gebruikt voor de puree. Eenmaal hier aangekomen zijn de bananen al geler en rijper. Dit zorgt voor een volle en romige smaak. Ideaal om puree van te maken en vervolgens te gebruiken in onze producten. Anders zouden al deze bruikbare bananen worden weggegooid.” SUNT werkt nu met afgekeurde bananen uit de haven van Antwerpen, maar als het aan hen ligt komen daar snel afgekeurde exemplaren uit Rotterdam bij. Het eerste jaar moet de fabriek zo’n 3.000 ton bananen tot puree verwerken. De bananenpuree wordt vervolgens gebruikt voor de eigen voedingsproducten van SUNT en die van andere partijen zoals smoothiemakers en ijsfabrikanten. Plannen om uit te breiden zijn er nu al. “Over drie jaar zou ik graag ook bananenpureefabrieken opzetten in Duitsland en Engeland. Daar speelt immers hetzelfde probleem”, zegt Hoogland. Meer oplossingen om voedselverspilling tegen te gaan: ’s Werelds eerste duurzame gin komt van Utrechtse bodem en is gemaakt van 2.500 kilo restfruitDoor deze Indiase start-up blijven mango's 12 dagen langer houdbaarAlbert Heijn komt met dynamische prijzen op vers voedsel tegen de houdbaarheidsdatum