Hidde Middelweerd 06 februari 2023, 11:45

Hoe krijgen we de Nederlandse waterstofeconomie sneller van de grond?

Ook al gelooft nog niet iedereen het, de energietransitie in de Nederlandse industrie kán niet zonder groene waterstof. Dat zegt Carol Xiao van het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT). Toch komt de Nederlandse waterstofeconomie vooralsnog moeizaam van de grond. “De koffer is ingepakt, de tickets zijn besteld, maar we durven nog niet op vliegtuig te stappen”, schetst Xiao. Wat moet er anders?

Adobe Stock 443639871 | Credits: magann via Adobe Stock

Carol Xiao is directeur business development en verantwoordelijk voor het Hydrohub Innovation Program van ISPT. Samen met ruim honderd partners werkt ze al jaren aan het verwezenlijken en versnellen van de Nederlandse waterstofeconomie. Wanneer ze een lezing geeft over het onderwerp, vraagt ze het publiek weleens wie er gelooft in de noodzaak van groene waterstof. Vaak steekt slechts de helft van de aanwezigen hun vinger op.

Maar volgens Xiao is er geen twijfel over mogelijk. De industriesector maakt namelijk veelvuldig gebruik van grijze waterstof (als energiedrager én als grondstof) en andere fossiele brandstoffen. En in veel gevallen is groene waterstof dan het beste duurzame alternatief. In ieder geval op dit moment. “Alle processen die we kunnen elektrificeren, moeten we meteen elektrificeren. Maar in een aantal gevallen is dat simpelweg niet mogelijk. Bijvoorbeeld bij processen die een temperatuur van boven de 700 graden Celsius vereisen. Daar heb je groene moleculen bij nodig. Groene waterstof is dan zeker niet de enige optie, maar wel een onmisbare”, aldus Xiao.

Tekst gaat verder onder het kader.

Hoe houdt ISPT zich met waterstof bezig?

ISPT zet zich op verschillende manieren in om de waterstofeconomie in Nederland een boost te geven. De belangrijkste pijler: de juiste sectoren en bedrijven bij elkaar brengen, zodat die gezamenlijk (en in een open en veilige setting) tot oplossingen kunnen komen. Maar ISPT doet meer. Zo ontwierp het samen met industriële partners de blauwdruk voor een groene waterstoffabriek van 1 gigawatt. Daarnaast wordt dit jaar het Hydrohub MegaWatt Testcentrum op de Zernike Campus in Groningen geopend. Daar wordt het mogelijk voor bedrijven om elektrolyse-technieken en -installaties te testen en optimaliseren. ISPT werkt altijd samen met bedrijven en organisaties in verschillen sectoren, om kennisuitwisseling te maximaliseren en een versnelde groei te realiseren.

De prijs van groene waterstof

Maar er circuleren ook veel argumenten tégen groene waterstof in Nederland. Een voorbeeld dat Xiao vaak hoort, is de prijs. Die zou te hoog zijn en blijven. Maar volgens Xiao is dat een misvatting. “Is de businesscase voor groene waterstof er? Nog niet. Kan de prijs van groene waterstof al concurreren met die van grijze waterstof? Nee, maar daar gaat het niet om. Het punt is: bedrijven móéten om. Wie dat niet doet en de energietransitie niet maakt, betaalt in de toekomst een veel hogere prijs.”

Er is gelukkig al best wat werk verzet, volgens Xiao. “We zijn goed voorbereid en weten precies hoe de waterstofketens eruit moeten gaan zien”, zegt ze. “Technologisch gezien kan ook alles. Er moeten uiteraard nog innovatieslagen gemaakt worden, maar de technologie is ver genoeg om te beginnen. Daarnaast hebben veel bedrijven de blauwdruk, het financiële plaatje en de vergunningen voor hun eerste groene waterstoffabrieken al klaarliggen. Met andere woorden: de koffers zijn gepakt en de tickets zijn besteld. Maar we durven nog niet op het vliegtuig te stappen.”

Kip/ei-probleem

Hoe komt dat? Het heeft enerzijds te maken met de uitdagingen die er nog liggen, weet Xiao. Zo is de toevoer van elektriciteit naar toekomstige waterstoffabrieken nog een belangrijke bottleneck. “Dat is echt een kip/ei-probleem. Netbeheerders leggen de benodigde kabels alleen aan als het 100 procent zeker is dat de waterstoffabrieken er komen. Maar die waterstoffabrieken komen er alleen als er zekerheid is over de elektriciteitstoevoer. We zijn echt een beetje op elkaar aan het wachten.”

De andere (en misschien wel belangrijkere) reden voor de traagheid in Nederland: onzekerheid, zegt Xiao. “Ik dacht altijd dat het om de kosten ging. Maar als ik met directeuren van grote bedrijven praat, verzekeren ze me dat het financiële plaatje rond is. Waar het aan schort, is zekerheid. De zekerheid om daadwerkelijk aan de slag te gaan. In het Klimaatakkoord staat weliswaar dat Nederland 4 gigawatt aan productiecapaciteit voor groene waterstof moet hebben in 2030 (en wellicht wordt die doelstelling verhoogd naar 8 gigawatt), maar alleen een ambitie is niet voldoende. Bedrijven hebben ook een heldere roadmap nodig, compleet met duidelijkheid over het hoe, wat, waar en de subsidiemogelijkheden. Die ontbreekt vooralsnog.”

Het resultaat van die onduidelijkheid: iedereen wacht op elkaar. Er zijn dan ook hard partijen nodig die deze patstelling doorbreken, stelt Xiao: “Een goed voorbeeld daarvan is Gasunie. Die is al gestart met het maken van een waterstofbackbone (het hoofdtransportnetwerk voor waterstof, red.), door tot en met 2025 een deel van het aardgasnetwerk klaar te stomen voor waterstoftransport.”

Tekst gaat verder onder het kader.

Is 4 gigawatt voldoende?

In het Klimaatakkoord staat dat Nederland in 2030 over 4 gigawatt aan groene waterstofcapaciteit moet beschikken. Wellicht wordt die ambitie opgeschroefd naar 8 gigawatt. Maar waar hebben we het dan eigenlijk over? Is het voldoende om in de vraag te voorzien? “Bij lange na niet”, zegt Xiao. “Voor alleen al de Nederlandse industrie is een capaciteit van ten minste 10 gigawatt vereist.”

Met andere woorden: Nederland moet hoe dan ook groene waterstof gaan importeren. En daar moeten we nu al de voorbereidingen voor treffen, zegt ze: “Waar gaan we het vandaan halen? In welke vorm? Is dat cryogeen, onder druk of gebonden aan iets anders, zoals ammoniak? En hoe verwerken we het vervolgens? Daar moeten we mee aan de slag.”

De Verenigde Staten en China

Hoe kan het anders? Xiao wijst naar het buitenland. “De Verenigde Staten schepte bijvoorbeeld zekerheid en duidelijkheid met de Inflation Reduction Act. Je zult zien dat de waterstofeconomie daar gaat vliegen”, zegt ze. “Maar ook China (’s werelds grootste waterstofproducent, red.) doet het heel goed. De Chinese overheid maakt plannen voor decennia, houdt daar aan vast en geeft bijna oneindige steun voor de uitvoering ervan. China begint met: dit gaan we bereiken. Daarna volgt pas de vraag: wat is daarvoor nodig?”

In Nederland is de mentaliteit wezenlijk anders, merkt Xiao: “Heel kort door de bocht: we vragen aan marktpartijen om het klimaatprobleem op te lossen, maar bieden daar bijzonder weinig directe ondersteuning voor. Dat werkt natuurlijk niet.”

In crisismodus

Om daar verandering in te brengen, moeten we veel meer gaan denken vanuit een crisissituatie, vervolgt ze. Dan is er veel meer mogelijk. “Kijk naar de snelheid waarmee de LNG-terminals werden gerealiseerd, vanwege de energiecrisis. Daar moeten we ook naartoe in de bredere energietransitie. Het klimaatprobleem is ook een crisis, maar we zitten nog niet in crisismodus. Wanneer we wel in die modus komen, kan het snel gaan. En dat begint met duidelijkheid vanuit de overheid: hier gaan we naartoe, zo gaan we dat doen en op deze termijn.”

Maar de verantwoordelijkheid ligt niet alleen bij de overheid, besluit ze: “Ook in het bedrijfsleven hebben we voorlopers nodig, die het gewoon gaan doen: waterstoffabrieken bouwen en de waterstof-backbone aanleggen. Dat helpt enorm. Wanneer dat eenmaal gebeurt, volgt de rest van de keten vanzelf.”

Lees ook:

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.

Manifest: 'Nederland ligt onnodig op ramkoers met een circulaire economie'

Deze week staat in het teken van de landelijke Week van de Circulaire Economie. Tijdens de achtste editie wordt opnieuw gepraat en kennis gedeeld over de kansen en uitdagingen van een circulaire economie. Dat is belangrijk, maar om de klimaatdoelen voor 2030 en 2050 te behalen moeten er concrete kortetermijndoelen in kaart gebracht worden. Recente cijfers tonen aan dat de wereldwijde economie momenteel slechts voor 7,2 procent circulair is (bron: Circularity Gap Report, 2023). Over de afgelopen vijf jaar gezien betekent dit dat het aandeel van hergebruikte materialen en grondstoffen in onze economie ongeveer 2 procent is gedaald. Kortom, we zijn allesbehalve goed op weg naar een circulaire economie en er is een radicale systeemverandering nodig. De tijd van actie is aangebroken. In het Rijksbrede programma ‘Nederland Circulair in 2050’ van 2016 schetste ons kabinet hoe de economie wil veranderen naar een circulaire economie in 2050. De zogenoemde routekaart die de Rijksoverheid hanteert voor de transitie laat een gapend gat zien tussen zowel 2021 en 2030 als tussen 2030 en 2050. Het laaghangend fruit lijkt geplukt, maar wat nu? Het moet vele malen ambitieuzer, transparanter en meer stimulerend voor circulaire ondernemers. Alleen dan komt een circulaire economie binnen handbereik. Er wordt gelukkig al veel en op grote schaal gepionierd met circulaire businessmodellen, met alle uitdagingen van dien. Maar om de circulaire doelstellingen aan te scherpen en een gelijk speelveld te creëren, hebben we - in alle lagen van de Nederlandse samenleving - meer transitiedoeners nodig die de krachten bundelen. De tijd dringt en is het in ieders belang dat de overheid in actie komt. Onze oproep? Maak van circulair ondernemen de status quo, creëer opschaalmogelijkheden voor bestaande ondernemers, pas wetgeving hier versneld op aan en kies voor een blijvende systeemverandering met positieve financiële prikkels. Een taxshift waarbij belasting op arbeid binnen de circulaire sector moet worden verlaagd en belasting op vervuiling en grondstoffen moet worden verhoogd, is hiervoor noodzakelijk. Begin met het introduceren van een circulair criterium waar een verlaagd btw-tarief op toegepast kan worden. Het creëren van deze positieve financiële prikkels voor circulaire businessmodellen dient een groter doel: het ontstaan van een eerlijk speelveld voor circulaire ondernemers, die momenteel meer inspanningen moeten verrichten om te innoveren. Het is ongekend dat Nederland nog steeds de fossiele industrie direct en indirect met miljarden subsidieert, en er maar beperkte regelingen zijn voor circulaire ondernemers. Naast de financiële prikkel is een massale gedragsverandering nodig waarbij het begrip circulariteit tot leven gebracht dient te worden. We weten allemaal wat recycling is, maar uit onderzoek blijkt dat een op de drie consumenten niet bekend is met de circulaire economie (bron: Capterra, 2022). Kennis is van cruciaal belang om consumenten te helpen bij het maken van duurzame en circulaire keuzes. Bedrijven en overheid moeten transparant zijn en informatie verschaffen over de milieu-impact van producten en diensten om zo consumenten goed te informeren. Dit kan via labels en productverpakkingen, zoals de Europese Commissie recent opperde in hun strategie voor een duurzame textielindustrie, maar ook via campagnes en media. Het begrijpen en promoten van circulair gedrag is inherent aan het versterken van de circulaire economie. Het gevolg van gebrek aan kennis werkt ook door in het bedrijfsleven en het publieke domein. Toekomstbestendige bedrijven en overheden ontstaan wanneer we massaal inzien dat vasthouden aan een lineaire vorm van produceren en consumeren onhoudbaar is. Geef grondstoffen en producten meer waarde en bouw daar een businessmodel omheen en ken in aanbestedingen meer gewicht aan maatschappelijke gunningscriteria. De overheid en bedrijven hebben met hun enorme inkoopkracht een belangrijke rol te vervullen. Nu komen in aanbestedingen circulaire bedrijven er nauwelijks doorheen, omdat circulaire modellen onbekend terrein zijn. Er wordt nog te vaak gekozen voor de bekende weg. Op deze manier gaan we de klimaatdoelen van 2030 en 2050 niet halen. Om onze economie toekomstbestendig in te richten, moet we van circulariteit nu al de status quo maken. Door de Club van Circulaire Ondernemers: Swapfiets, Fairphone, Repeat Audio, Reflower, CIRCLE CLOSET, BIYU, Pieter Pot, Chainable, Tiny Library, NORNORM, Moyee Coffee, Speeltegoed, Homie, MUD Jeans, Roetz Bikes, Aectual, Still, Firmhouse, BlueCity, Buurman Utrecht, Kairos Furniture en Circ.energy En tien partners die nauw verbonden zijn met circulair ecosysteem, zoals Copper8, Impact Hub, Circular Finance Lab, Circle Economy, CircularX, Dutch Academic Network for CE, Change Inc., Blyde Benelux, Innoboost en Hof van Cartesius.