Kaz Schonebeek 19 januari 2023, 12:32

Barend van Bergen, EY: 'Investeer je in bedrijven die onder vuur komen te liggen, of investeer je in de toekomst?'

In de dertig jaar dat Barend van Bergen werkt aan duurzaamheid heeft hij gezien hoe het thema steeds hoger op de agenda van het bedrijfsleven is komen te staan. Maar het ontbreekt nog vaak aan harde cijfers en concrete doelen. Hij helpt bedrijven hier grip op te krijgen.

Ey Barend Van Bergen Barend van Bergen

Duurzaamheid loopt als een rode draad door het leven van Barend van Bergen. Als kind was hij al lid van het Wereld Natuurfonds en tijdens zijn studie technische bedrijfskunde aan de Technische Universiteit Eindhoven koos hij voor de richting energie en milieu – toen nog een relatief onbekend vakgebied. “‘Wát ga je doen’, vroegen studiegenoten mij. ‘Daar is toch helemaal geen markt voor?’ De aandacht voor milieu in het bedrijfsleven heb ik lang moeten bevechten, ook binnen grote bedrijven.”

De afgelopen dertig jaar heeft Van Bergen gezien hoe organisaties duurzaamheidsvraagstukken meer en meer tot de kern van hun bedrijfsvoering zijn gaan rekenen. “In het verleden waren de risico’s operationeel: denk aan het voorkomen van bodem- en watervervuiling. Nu liggen de risico’s eerder op tactisch en strategisch niveau: investeer je in een sector die maatschappelijk onder vuur komt te liggen of investeer je in bedrijven die onderdeel zijn van de toekomst?”

Sinds zes jaar is Van Bergen partner bij accountants- en consultancykantoor EY. Bij de strategie en transactie-divisie helpt hij bedrijven bij het bepalen en verbeteren van hun positie op het gebied van ESG (Environment, Social en Governance). Daarnaast leidt hij bij EY Europe West, een regio met ruim 30.000 medewerkers, een team dat grote bedrijven adviseert over duurzaamheidsvraagstukken.

Belang van feiten

“Duurzaamheid roept veel emotie op. Het is net als voetbal: iedereen heeft er een gevoel bij en een mening over. Onze bijdrage aan verduurzamingsprocessen is om de feiten en cijfers aan het debat toe te voegen”, legt Van Bergen uit. Het kwantificeren van duurzaamheid en maatschappelijke impact vormt dan ook de kern van zijn werkzame leven.

Zo heeft hij bijvoorbeeld meegewerkt aan het ontwikkelen van de CO2-prestatieladder. Dit instrument wordt door bedrijven en overheden gebruikt om duurzaamheid mee te laten wegen in aanbestedingen. Hoe klimaatvriendelijker een aanbieder werkt, hoe hoger hij op de spreekwoordelijke ladder belandt. En hoe hoger op de ladder, hoe meer kans dat de opdracht aan hem wordt toegewezen. Zo leidt het besparen van CO2 tot een zakelijk voordeel, waarbij de milieubelasting van producten – inclusief de schade die ze aan het milieu toebrengen – een onderdeel wordt van gunningsprocedures.

Tien jaar na de introductie is de CO2-prestatieladder gemeengoed geworden bij veel overheidsinstellingen. Voor Van Bergen zijn dit soort concrete instrumenten de manier om de duurzame transitie te versnellen: “Als je verwacht dat bedrijven en burgers kiezen voor duurzaamheid omdat het the right thing to do is, gebeurt het vaak niet. Je moet ervoor zorgen dat, wanneer je maatschappelijke waarde creëert, je ook financiële waarde creëert.”

Communiceren van duurzaamheid

I would have written a shorter letter, but I did not have the time.” Van Bergen spreekt met de woorden van filosoof en wiskundige Blaise Pascal om duidelijk te maken dat begrijpelijk, effectief en vooral bondig communiceren over duurzaamheid niet eenvoudig is. Het is aanlokkelijk om eindeloze rapporten vol cijfers en jargon de wereld in te slingeren. Maar een aansprekend verhaal over duurzaamheid is óók een simpel verhaal. “Het is de kunst cijfers in hun context te presenteren”, vertelt hij. “Cijfers zonder interpretatie zijn slechts cijfers – een datapunt zonder verhaal is betekenisloos. Maar een goed verhaal heeft wel cijfers nodig. Het gaat om de combinatie.”

Tekst loopt door onder de video.

Wat kunnen bedrijven doen om dit in de praktijk te brengen?

“Ik denk dat veel bedrijven nog te sterk in hun duurzame verhaal hangen, en te weinig cijfers op tafel leggen. We zijn heel ver in het cijfermatig afwegen van allerlei belangen op financieel gebied. Daar zijn modellen voor ontwikkeld. Het is nu zaak om duurzaamheid verder te kwantificeren en de samenhang met financiële waarde te verduidelijken. Dat zou een bijdrage kunnen leveren aan een objectievere discussie.”

“Doordat discussies nu vaak alle kanten opschieten, zie je dat veranderingen worden tegengehouden. Sommige bedrijven verstoppen zich achter vage beloftes. Het gaat echt om de combinatie tussen een goed verhaal met ethische componenten en complexe beslissingen heel stevig onderbouwen met cijfers.”

Wat doet EY om die objectievere discussie te faciliteren?

“Wij spelen een belangrijke rol in internationale discussies, omdat wij de kennis en schaal hebben om globale ontwikkelingen te overzien. Wij investeren tijd in het ontwikkelen en toepassen van nieuwe meet- en waarderingsmethoden en het bij elkaar brengen van bedrijven, onder andere samen met het World Economic Forum en de World Business Council for Sustainable Development. We dragen bij aan het ontwikkelen van nieuwe strategieën om te verduurzamen en willen dat duurzaamheid hoger op de agenda komt. We zijn echter een commercieel bedrijf en als zodanig niet activistisch, maar voelen wel een verantwoordelijkheid om een bijdrage aan het debat te leveren.”

Komt de duurzame boodschap ook wel eens niet aan?

“Te vaak nog niet. Omdat een bedrijf er niet aan toe is, of omdat de economische realiteit het niet toelaat om te verduurzamen. Als milieu niet beprijsd wordt en er geen regelgeving is, zijn er weinig prikkels om mee te doen. Als wij als maatschappij niet zeggen: dit vinden wij belangrijk en dit zijn de regels, dan is het heel ingewikkeld voor bedrijven en investeerders om duurzaamheid in hun bedrijfsvoering door te voeren.”

Wat kan daar aan gedaan worden?

“Er zijn grosso modo drie mechanismes om duurzaamheid te bevorderen. Eén is beprijzen. Je zet bijvoorbeeld een prijs op het uitstoten van CO2. Maar er zijn nóg tientallen manieren om te beprijzen. Je kan iets duurder of goedkoper maken, subsidiëren, quota’s opleggen, of belastingvoordelen geven. Het tweede mechanisme is regelgeving. Door te reguleren bied je bedrijven een stip op de horizon en laat je zien waar een sector heen moet bewegen. En de derde manier is inspelen op maatschappelijke druk. Daardoor zien bedrijven waar nieuwe risico’s ontstaan, of juist kansen liggen, en passen ze zich aan.”

En wat moet er nog meer gebeuren om duurzaamheid hoger op de agenda te krijgen?

“Naast de hiervoor genoemde mechanismes, zullen we ook een omslag moeten maken in ons denken. De afgelopen vijftig jaar zijn we steeds meer op aandeelhouderswaarde gaan sturen. In feite heeft het bedrijfsleven al die tijd de luxe gehad zich op één dimensie – financieel kapitaal – te kunnen richten. Daarnaast meten we ons economisch succes nog altijd in bruto nationaal product (BNP), ondanks alle tekortkomingen van die indicator. Om duurzaamheid echt op een hoger plan te krijgen, moeten we als samenleving daadwerkelijk gaan sturen op het brede welvaartsbegrip en moeten we het succes van bedrijven in termen van maatschappelijk én financieel rendement definiëren. Dat is uiteraard makkelijker gezegd dan gedaan – het vraagt om niets minder dan een omslag in ons denken.”

Lees meer:

Hamburgers, wegwerpbekers en dieselaggregaten straks taboe op festivals en concerten

Dat klimaatverandering het leven op aarde bedreigt en we snel onze CO2-uitstoot moeten terugdringen, is nu ook doorgedrongen tot de Nederlandse livemuziekindustrie. Tijdens popfestival Eurosonic Noorderslag in Groningen maakten MOJO, AFAS Live en Ziggo Dome donderdag hun plannen bekend om festivals en concerten de komende zeven jaar te verduurzamen. 44.000 ton CO2-uitstoot “We hebben de CO2-voetafdruk van zeven grote festivals en grote buitenconcerten berekend. Hetzelfde hebben we gedaan voor de evenementen in AFAS Live en Ziggo Dome. De totale voetafdruk van de drie bedrijven op het gebied van energie, eten en drinken, afval, mobiliteit en water is bijna 44.000 ton CO2”, zegt duurzaamheidsmanager Kees Lamers van MOJO. Tijdens een panelgesprek maakte hij de plannen voor de komende jaren bekend. Miljoenen bezoekers per jaar MOJO organiseert gemiddeld tweehonderd festivals en shows per jaar, waar ruim 2 miljoen bezoekers een kaartje voor kopen. Lowlands en Pinkpop zijn de bekendste. AFAS Live zit naast de Arena en trekt met zijn popconcerten jaarlijks 600.000 bezoekers. De Ziggo Dome, die daar vlakbij staat, organiseert 120 liveconcerten per jaar en trekt meer dan 1,5 miljoen bezoekers. Meer met openbaar vervoer De grootste klimaatimpact wordt veroorzaakt door het transport crew en toeleveranciers, de autokilometers die bezoekers met hun eigen auto rijden en de klimaatimpact van al het verkochte eten en drinken. Die zijn samen goed voor 95 procent van de CO2-uitstoot. Hoewel er tijdens concerten en festivals nog steeds veel afval wordt weggegooid, zorgt dat maar voor 1 procent van de uitstoot. Het grootste deel van de uitstoot komt van alle mobiliteit en transport dat de drie bedrijven nodig hebben of teweeg brengen: 77 procent. Dat komt vooral door de tientallen miljoenen kilometers die crew, concertbezoekers en toeleveranciers jaarlijks rijden. Om in 2030 klimaatneutraal te worden moet bijvoorbeeld het aantal mensen dat met het openbaar vervoer komt verdubbelen. Nu komt slechts vier op de tien bezoekers van de Ziggo Dome, de helft van de bezoekers van AFAS Live en een op de drie bezoekers van MOJO-festivals met het OV.De Ziggo Dome stimuleert bezoekers meer met het openbaar vervoer te komenElektrische trucks Bij de festivals van MOJO zorgen ook de auto’s, busjes, vrachtwagens, trucks en zwaar materieel van bands en toeleveranciers voor ruim 10.000 ton CO2-uitstoot per jaar. De organisator gaat met al deze partijen in gesprek om elektrisch te gaan rijden, of in elk geval fossielvrij. Dat geldt ook voor alle heftrucks en andere machines bij het op- en afbouwen van podia. Minder vlees in maaltijden Bij de drie bedrijven is eten en drinken verantwoordelijk voor 8.238 ton CO2-uitstoot, 19 procent van het totaal. Vooral het eten van vlees heeft veel impact, omdat de veehouderij wereldwijd verantwoordelijk is voor 15 procent van alle broeikasgassen. Daarom worden maaltijden met veel vlees en kaas stapsgewijs vervangen door maaltijden met meer peulvruchten, groenten, granen en producten als kweekvlees en gefermenteerde zuivel. Omdat ook drinken in de hele keten voor 14 procent van de CO2-uitstoot zorgt, gaan de concert- en festivalorganisatoren met de drankleveranciers in gesprek over het verlagen van hun voetafdruk. Niets meer weggooien De bezoekers van AFAS Live, Ziggo Dome en van de zeven grote festivals en meerdere buitenconcerten van MOJO gooien jaarlijks 1,2 miljoen kilo afval weg. Het meeste afval wordt achtergelaten op festivalcampings. Daar wordt slechts een klein deel van gerecycled, bij de festivals zelfs maar 6,3 procent. Het meeste wordt nu nog verbrand. De drie willen het afval de komende jaren beter gaan scheiden, hergebruiken en recyclen en voorkomen dat bezoekers hun bekers en bakjes weggooien. MOJO wil bijvoorbeeld investeren in afvalscheidingsbakken en het gedrag van zijn bezoekers veranderen. In 2030 moet er geen afval meer zijn.Lowlands opende in mei 2022 de toen nog grootste solar carport ter wereld, met een oppervlakte van 35 hectare.Geen dieselaggregaten Energiebesparing speelt vooral bij MOJO. De Ziggo Dome en AFAS Live zijn gasloos, hebben het hoogste energielabel en draaien op windenergie. MOJO maakt voor de grote buitenconcerten echter nog gebruik van dieselaggregaten, die jaarlijks meer dan 400.000 liter diesel gebruiken. Dat zorgt voor een uitstoot van 1.361 ton CO2. Daar gaat MOJO mee stoppen. Dat scheelt 6 procent van de totale voetafdruk. De komende jaren investeert de organisator 17 miljoen euro in vaste aansluitingen op het elektriciteitsnet om groene stroom te kunnen gaan gebruiken. Het gaat hierbij om de evenemententerreinen van Lowlands, Pinkpop en Megaland, Down the Rabbit Hole, Bospop en Holland International Blues Festival en de concertlocaties van het Malieveld in Den Haag, het Goffertpark in Nijmegen en het Stadspark Groningen. MOJO benadrukt dat het hierbij afhankelijk is van gemeenten en andere grondeigenaren. Ook is er sprake van netcongestie en is aansluiting afhankelijk van de ruimte op het net die wel of niet beschikbaar komt. Lees ook: Plastic wegwerpbekers recyclen op festivals dankzij nieuwe recycleserviceMinder vleesconsumptie dankzij klimaatwaarschuwing op menukaartThe Routing Company haalt 15 miljoen dollar op voor duurzamer busvervoerGrote festivals zetten in op duurzaamheid