Norbert Schotte 05 januari 2023, 12:00

Norbert Schotte: 'Boeren hard nodig voor CO2-opslag en biobased bouwen'

We moeten stoppen boeren te zien als een probleem. Boeren zijn onmisbaar als we het doel willen halen om binnen de 1,5 graad opwarming te blijven, zeker als we realistisch gaan rekenen aan wat we daarvoor moeten doen. Want waar niemand nu over praat – omdat bijna niemand het weet – is dat we bij het halen van onze klimaatdoelen een compleet verkeerd kompas gebruiken. We sturen op reductie van CO2-uitstoot ten opzichte van 1990, terwijl we zouden moeten sturen op wat we überhaupt nog kunnen uitstoten.

Adobe Stock 231521477 1 In Nederland worden al gewassen als olifantsgras of Miscanthus gebruikt voor biobrandstof. Hierin wordt veel CO2 opgeslagen en ook de bouw kan deze biogewassen gebruiken. | Credits: Adobe Stock

De urgentie van het beperken van klimaatverandering is inmiddels doorgedrongen tot politiek Den Haag. Om de klimaatdoelstelling van maximaal 1,5 graad opwarming te halen, schroefden de regeringspartijen de reductiedoelstellingen in het coalitieakkoord op naar 60 procent minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990. In 2035 wordt de uitstoot verlaagd met 70 procent en in 2040 met 80 procent. In 2050 zou Nederland volledig klimaatneutraal moeten zijn.

Schijn bedriegt

Dit lijken op het eerste gezicht de reductiedoelstellingen die we nodig hebben, maar schijn bedriegt. Het International Panel on Climate Change (IPCC) becijferde hoeveel CO2 er wereldwijd in de atmosfeer kan worden uitgestoten om niet boven 1,5 graad opwarming van de aarde te raken. We staan aan het begin van 2023 en het resterende wereldwijde CO2-budget is nog maar circa 290 miljard ton. Doorgerekend naar Nederland betekent dit dat we op basis van ons inwonersaantal een CO2-budget hebben van circa 645 miljoen ton. Met andere woorden: met onze huidige CO2-uitstoot – en zélfs als we de reductie-doelstellingen uit het coalitieakkoord halen – overschrijden we binnen 5 jaar het CO2-budget voor 1,5 graad opwarming. Terwijl in het coalitieakkoord staat beschreven ‘Daarom streven we de klimaatdoelstelling van maximaal 1,5 graad van het Klimaatakkoord van Parijs na’, koersen we met de huidige reductiedoelstellingen dus af op een ruim 2 graden opwarming-scenario. Het doel van 60 procent CO2-reductie in 2030 is dus bij lange na niet genoeg om binnen die 1,5 graad te blijven.

Sneller en radicaler

Het probleem is dus niet alleen dat we qua CO2-reductie niet op koers liggen; we gebruiken ook nog eens het verkeerde kompas. Als we gaan rekenen vanuit ons CO2-budget is de tijd van Rutte’s incrementalisme (een benaming voor beleid of besluitvorming waarbij de veranderingen zo klein zijn dat het veranderingsproces zeer geleidelijk verloopt) voorbij. We moeten veel sneller en radicaler onze CO2-uitstoot reduceren. Het IPCC stelt niet voor niets dat negatieve CO2-emissies, dus opslag, essentieel zijn om onze klimaatdoelen te halen.

Boeren hard nodig

En dat is exact waarom we de boeren nu harder nodig hebben dan ooit. Namelijk om gewassen te telen waarin CO2 wordt opgeslagen. Het – tijdelijk – stilgelegde project Porthos in de Rotterdamse haven, een grootschalig CO2-opslagproject in de Noordzee, zou een forse subsidie kunnen krijgen die kan oplopen tot 2 miljard euro. Het idee is dat de CO2-uitstoot van chemiebedrijven uit de Rotterdamse haven straks opgeslagen kan worden in een leeg gasveld op 20 kilometer buiten de Zuid-Hollandse kust. Deze methode is niet onomstreden en volgens critici is CO2-afvang en -opslag (CCS) een dure manier om echte CO2-reductie uit te stellen. Het project staat op losse schroeven nadat de Raad van State in het kader van het stikstofbesluit heeft geoordeeld dat de bouwvrijstelling niet gebruikt mag worden bij bouwprojecten. Kern van mijn boodschap is dat men in Den Haag nog steeds gokt op een industriële carbon sink van CCS, maar dat dat door tal van redenen maar niet van de grond komt.

Biogewassen blinde vlek

Tot voor kort een blinde vlek in Den Haag is het stimuleren van biogewassen die ook grootschalig CO2 kunnen opslaan, zoals lisdodde, hennep of miscanthus. Onder andere dankzij lobbywerk van de Gideonsbende is er net voor kerst een kamerbrief verzonden door ministers Hugo de Jonge en Piet Adema samen met staatssecretaris Vivianne Heijnen, waarin zij aangeven biobased bouwen te willen gaan stimuleren.

Gebruik in bouwsector

Dit is goed nieuws, want biogewassen slaan CO2 op, dragen bij aan herstel van de bodemkwaliteit en zijn wanneer juist toegepast goed voor de biodiversiteit. Kort-cyclische gewassen kunnen vervolgens worden gebruikt als isolatie- of plaatmateriaal in de bouwsector, waardoor de CO2 langdurig blijft opgeslagen in gebouwen. Dit is de toekomst van de (land)bouw. Dan werken we mét de natuur in plaats van tégen de natuur.

Biobased bouwen

Om biobased bouwen – en daarmee grootschalige CO2-opslag – op waarde te schatten is het goed om de CO2-potentie kort te duiden. Een gemiddelde nieuwe eengezinswoning in Nederland stoot zo’n 50 ton CO2 uit, enkel door de productie van bouwmaterialen. Een biobased variant kan tot wel 90 ton CO2 opslaan. Dat resulteert in een verschil tot 140 ton CO2 per woning. En daarmee tot wel 140 miljoen ton voor de woningbouwambities van minister De Jonge van 1 miljoen woningen tot 2030. Je zou nu nog kunnen stellen dat een nieuwbouwwoning die voldoet aan de wet een milieudelict is.

Veestapel inkrimpen

De landbouw kan deze transitie naar grootverbouwer van biobased materialen maken en daarmee een van de meest innovatieve sectoren van Nederland worden, daar zijn wij van overtuigd. Het is een ultieme kans nu de veestapel fors moet inkrimpen. Ook in de bouw zien we steeds meer partijen de transitie maken naar bouwen met biobased materialen. Dat moet ook, want enkel de productie van bouwmaterialen draagt voor 11 procent bij aan de mondiale CO2-uitstoot. Deze twee sectoren hebben een immense potentie als zij intensief gaan samenwerken én worden gestimuleerd vanuit de politiek.

Sturen op maximale uitstoot

Om hierin de noodzakelijke versnelling te realiseren is anders sturen vanuit de politiek een must. Niet sturen op reductie van CO2-uitstoot ten opzichte van 1990, maar sturen op een maximaal CO2-budget én CO2-opslag in vezelgewassen te gelde maken. Dan ontstaat een andere manier van denken en handelen en ontstaat ook een verdienmodel voor het telen van biobased gewassen. Zo kunnen boeren en bouwers samen de grootste aanjager worden van een regeneratieve samenleving: een samenleving die meer CO2 opslaat dan uitstoot en onderdeel is van de natuur in plaats van dat we er alleen maar gebruik van maken.

Norbert Schotte is transitiemaker en een ‘Gideon’. Als één van de initiatiefnemers van de Gideonsbende staat hij voor het versnellen van de transitie naar een duurzame en gezonde gebouwde omgeving.

Gideon – Building Transition Tribes is een beweging die bestaat uit verschillende mensen en verschillende bedrijven en initiatieven. Een verandering wordt namelijk niet top-down opgelegd of bedacht en uitgevoerd. Om de bouw- en vastgoedsector echt in beweging te krijgen en verandering te realiseren gaan ze samen aan de slag. Dit doen ze met zelfsturende tribes. Een tribe voor Energietransitie, Materialentransitie en Sociale transitie.

Lees ook:

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Mode-industrie nog steeds verslaafd aan fossiele brandstoffen

Terwijl de gevolgen van klimaatverandering steeds duidelijker worden, is de mode-industrie is de afgelopen vijf jaar alleen maar nóg verslaafder geraakt aan synthetische vezels. Dat blijkt uit het rapport ‘Synthetics Anonymous 2.0: Fashion’s persistent plastic problem’ dat het onderzoeksbureau Changing Markets onlangs publiceerde. Modegigant H&M is het eens met dit statement. “De industrie moet radicaal overstappen op een duurzamere productie”, aldus een woordvoerder. Maar, in de praktijk blijkt dat nog verre van de realiteit. De focus van het duurzaamheidsrapport ligt op het gebruik van vezels met fossiele brandstoffen als grondstof. Op dit moment bestaat twee derde van al het textiel uit synthetische vezels. De meeste synthetische stoffen zijn niet recyclebaar en worden vaak gebruikt in complexe textielmengsels die circulariteit onmogelijk maken.De mode-industrie is een van de meest vervuilende industrieën ter wereld, terwijl we steeds vaker duurzame kledinglijnen voorbij zien komen. Hoe goed doen ze het echt als het aankomt op duurzaamheid?Weinig transparant Modebedrijven zijn voor het maken van hun kleding dus sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen, zoals olie. Changing Markets constateert dat veel merken niet transparant zijn over de toeleveringsketens van synthetische olie. 55 wereldwijde modemerken kregen een enquête toegestuurd. 31 bedrijven reageerden op de enquête. De overige 22 merken gaven weinig tot geen transparantie over het gebruik en de herkomst van synthetische vezels en belandden in de Red Zone-categorie. Van de 31 bedrijven die wél reageerden, verstrekten er 27 onvoldoende details over leveranciers van synthetisch textiel. Hieronder vielen onder andere sportmerk Puma en luxemerken Burberry, Gucci en Balenciaga. Recycling van textiel Daarnaast investeren weinig bedrijven in recyclingtechnologieën van textiel. Dat is complex, want textiel bestaat vaak uit twee of meer vezelmaterialen, zoals katoen en polyester. De combinatie van verschillende vezels geeft textiel betere toepassingsmogelijkheden. Het probleem met gemengde textielproducten is dat ze moeilijk te scheiden zijn bij recycling. Met 3,7 miljoen euro investeerde H&M Group in 2021 het meest in textile-to-textile technologie. Dat geld ging naar recyclingbedrijven als Ambercycle, Infinited Fiber en Renewcell. Een woordvoerder van H&M Group liet aan Innovation Origins weten in 2030 uitsluitend gerecyclede of andere duurzame materialen voor haar producten te willen gebruiken. “Twintig procent van ons materiaalgebruik bestaat uit polyester, waarvan driekwart gerecycled polyester. We zijn het eens met het rapport: de industrie moet radicaal overschakelen op het gebruik van duurzamere materialen en meer duurzame praktijken. Daarbij hoort natuurlijk een grotere transparantie van de toeleveringsketen in de hele waardeketen.”Traceren van duurzame materialen H&M werkt daarom samen met het Nederlandse bedrijf TextileGenesis. Dit bedrijf ontwikkelt software voor het traceren van duurzame materialen. Zo kunnen modemerken en textielproducenten de herkomst van hun textiel in kaart brengen en de toeleveringsketen transparanter maken. Het streven naar transparantie is opvallend, want H&M Group heeft niet bekend gemaakt hoeveel volume synthetische stoffen het in 2021 gebruikt heeft. Hieruit blijkt dus juist dat “het bedrijf terughoudend is om transparant te zijn over de omvang van de inkoop van deze materialen”, aldus het rapport. Duurzaamheidsstrategie afhankelijk van flessen In totaal hebben 45 van de 55 merken (81 procent) doelstellingen vastgesteld om hun gerecyclede synthetische inhoud, met name polyester, te verhogen. Dit geldt onder andere voor sportmerk Puma. Op dit moment bestaat 43 procent van hun kleding uit gerecycled polyester, in 2025 moet dat 75 procent zijn. Het gerecyclede polyester is voornamelijk afkomstig is van PET-flessen, aldus Robert Bartunek, hoofd bedrijfscommunicatie bij Puma. “We hebben daarnaast ook een circulariteitsproject gelanceerd: PUMA RE:JERSEY. Hierbij experimenteren we met het recyclen van kledingstukken.”Met het oog op een circulaire economie, wil de Europse Unie dat alle kunststoffenproducten in 2030 voor ten minste 24 procent uit recyclaat bestaan. 'Valse oplossing' Het rapport is kritisch op het recyclen van PET-flessen en noemt het een “valse oplossing”. Het maakt de sector afhankelijk van restproducten van andere industrieën, modebedrijven recyclen geen afval uit hun eigen sector terwijl dat juist hard nodig is. “Merken verhullen het gebruik van synthetische vezels onder het mom van toezeggingen om het aandeel ‘duurzame’ materialen, zoals polyester en nylon, te vergroten”, aldus het rapport. Gelukkig is er ook een bedrijf dat met kop en schouders boven de rest uitsteekt. Modemerk Reformation werd als enige als Frontrunner gecategoriseerd. Het bedrijf wil in 2025 het gebruik van synthetische stoffen reduceren tot één procent, is transparant over toeleveranciers en investeert in recyclingtechnologieën voor textiel.Meer lezen over duurzame kleding? Pakistan akkoord voor kledingarbeiders is rond na 10 jaar onderhandelen Modemerk Haruco Vert bewijst dat duurzaam produceren in Nederland mogelijk isDe zin en onzin over duurzame kleding: 'Sommige groene claims zijn allesbehalve duurzaam' Het bericht 'Mode-industrie nog steeds verslaafd aan fossiele brandstoffen' verscheen eerst op Innovation Origins.Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.