Eva Segaar 07 oktober 2022, 15:39

Zuivelproducent Arla komt met extra duurzaamheidstoeslag als boeren uitstoot omlaag brengen

Zuivelproducent Arla gaat haar boeren meer betalen als ze voldoen aan de duurzame doelen die het bedrijf stelt. Zo wil het van oorsprong Deense bedrijf de broeikasgasuitstoot in de melkveehouderij omlaag brengen.

Adobe Stock 170071737 Koeien stoten veel methaan uit: een 27 tot 34 keer sterker broeikasgas dan CO2.

De meeste uitstoot van melkproductie komt vrij bij de koe zelf. Omdat ze vier magen hebben, stoten ze methaan uit, een 27 tot 34 keer sterker broeikasgas dan CO2. De spijsvertering van koeien is bij Arla daarom goed voor 46 procent van de uitstoot van de melkproductie, en het veevoer is goed voor 37 procent van de uitstoot.

De zuivelcoöperatie met 12.700 melkveehouders in zeven Europese landen. Het doel van de coöperatie is om de uitstoot van broeikasgassen met 30 procent per liter melk naar beneden te brengen in 2030. Om uiteindelijk in 2050 tot netto-nul uitstoot te komen.

Lees ook: Wat is methaan en hoe kunnen we de uitstoot ervan beperken?

Duurzaamheidstoeslag

Daarom komt de zuivelcoöperatie nu met een speciale duurzaamheidstoeslag. De toeslag gaat vanaf juli 2023 betaald worden aan de melkveehouders. Volgens CEO Jan Toft Norgaard wordt er voortaan niet meer alleen naar vet, proteïne en kwaliteit van de melk gekeken, maar ook naar hoe duurzaam het geproduceerd is. Dat laat hij weten aan The Guardian.

De boeren kunnen 0,03 eurocent per liter melk verdienen voor elke verduurzamingsslag. Daarbij kun je denken aan bijvoorbeeld het terugdringen van kunstmestgebruik, duurzaam voer inkopen, biogas produceren of zonne- of windenergie aanleveren.

De maximale vergoeding van alle verduurzamingsstappen kan oplopen tot een totaal van 3 eurocent per liter. Dat staat gelijk aan 80 duurzaamheidspunten. De verduurzamingsstappen met de meeste impact krijgen een hoger aantal punten dan de stappen die minder klimaatwinst opleveren.

Lees ook: Deze boer verandert. ‘Het kan ook in je voordeel werken’

Klimaatcheck

Twee jaar geleden kwam Arla al met een ‘Climate Check’- schema. Hiermee kunnen melkveehouders extra geld verdienen als ze data delen met Arla over de duurzaamheid van hun bedrijf. Zo’n 93 procent van de Arla-boeren heeft deze data doorgegeven. Als onderdeel hiervan krijgen ze jaarlijks controlebezoek, maar ook tips over hoe ze de CO2-voetafdruk nog meer naar beneden kunnen brengen.

Het geld dat boeren extra krijgen dankzij de duurzaamheidstoeslag en het delen van data komt overeen met ongeveer 7 procent van de melkprijs. Op deze manier hoopt Arla boeren aan te zetten tot verduurzaming.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Frankrijk komt als eerste Europese land met klimaat-impactlabel voor kleding

Lang was het oninteressant wat er op het label in je kleding stond. Bij te veel gekriebel, knipten we het er zelfs uit. Daar komt verandering in. De Europese Commissie wil een nieuw systeem om de ‘ecologische voetprint’ van textiel eerlijk te communiceren aan de consument. Frankrijk is alvast begonnen.11 testjes Het Franse agentschap voor milieu- en energiebeheer ADEME moet uitzoeken wat er precies in het label moet worden opgenomen. Ze testen nu 11 voorstellen met 500 verschillende kledingartikelen. Ze verschillen in hoe de data wordt verzameld en hoe het label eruitziet. De beste optie wordt wettelijk verplicht voor modebedrijven in Frankrijk met meer dan 20 miljoen euro omzet. Een soortgelijke regel zal worden ingevoerd in alle lidstaten van de Europese Unie waaronder Nederland. Maar dat gebeurt naar verwachting in 2026. Groene deal Deze zet van Frankrijk past helemaal bij de Green Deal van de Europese Commissie. De Europese Unie wil klimaatneutraal zijn in 2050 en de kledingindustrie is een van de grootste vervuilers met een aandeel van 10 procent in de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd. Op dit moment weten merken vaak maar half hoe hun producten precies worden gemaakt. Als dit wettelijk verplichte label een feit wordt, moeten zij alle data van alle tussenpartijen in het productieproces gaan opvragen. Het is een structurele verandering in hoe bedrijven hun kleding produceren die het makkelijker maakt om de industrie te verduurzamen. Het nieuwe label moet een einde maken aan misleidende groene claims – greenwashing – waardoor consumenten minder duurzaam winkelen dan ze denken. Merken bepalen straks niet meer zelf wat er ‘groen’ is aan hun kledinglijnen; het universele label spreekt voor zich. Impactlabels kunnen de mode-industrie bovendien circulairder maken. Op dit moment wordt 60 procent van alle geproduceerde kleding binnen een jaar verbrand of op de vuilnisbelt gestort. Voor een circulaire economie moet dat textiel worden gerecycled, maar daar is precieze informatie voor nodig over de stofsamenstelling en de verwerking van de stofvezels. Op dit moment staan die gegevens niet in onze kledinglabels. Compleet is complex Wat moet er zeker op het impactlabel staan? Idealiter geeft het beknopt de complete ecologische voetafdruk van een kledingstuk weer, van plantage tot aan de hanger. De drie grootste impactzones van mode moeten er sowieso in: het gebruik van water en energie en de uitstoot van broeikasgassen. Maar hoe meet je hoeveel een merk bijdraagt aan erosie, verzilting en uitdroging door katoenteelt? En wie moet het uitsterven van de Noordelijke witte neushoorn in zijn label opnemen? Het is ook ingewikkeld om de levensduur van een kledingstuk mee te nemen in een impactlabel. Duurzaam geverfde textiel vervaagt bijvoorbeeld vaak sneller. Wat betekent dat voor de totale impact van een kledingstuk en hoe zet je dat op een transparante, beknopte manier op een label? Nóg een keurmerk Frankrijk is zelf vast begonnen, maar uiteindelijk wil de Europese Commissie één standaard voor alle lidstaten. Wereldwijd zijn al 450 soorten milieulabels in gebruik, binnen de EU zijn dat er 200. Keurmerken zoals GOTS en BCI zijn eindelijk mainstream en de consument snapt steeds beter wat ze betekenen. Maakt dit impactlabel het dan overzichtelijker voor de consument of juist niet? In een aanbeveling van de Europese Commissie van december 2021 staat dat we één gemeenschappelijke methode moeten gebruiken, anders is er te veel beweegruimte voor merken. Bovendien wordt er gewerkt aan een publieke databank met impactgegevens die steeds worden geüpdatet en door derden worden geverifieerd. Als elk merk zijn kennis daarin deelt, diezelfde databank gebruikt om impact te meten en hetzelfde label voert, kunnen consumenten inderdaad op een betrouwbare, makkelijke manier vergelijken. Het kan het voedingsetiket van de mode-industrie worden.Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.