Marc Seijlhouwer 21 juni 2022, 10:00

Windmolens recyclen: de creatiefste oplossingen

De wieken van windmolens zijn gebouwd om zo veel mogelijk wind te vangen en de energie hiervan zo goed mogelijk over te dragen. Daarom bestaan ze uit een combinatie van verschillende materialen, en dat zorgt ervoor dat recycling lastiger is. Toch zijn er een paar bedrijven, ook in Nederland, die creatief denken om windmolenwieken opnieuw te gebruiken.

Windmolen wiek afgebroken achtergrond blauw Oude wieken van windturbines, wat moeten we daarmee? | Credits: Adobe Stock

De windmolen is voor een groot deel van Europa hét symbool van een duurzame toekomst. Het is onze belangrijkste duurzame stroombron en zal in de toekomst nog belangrijker worden. Landen als Nederland en Denemarken hebben hun hele energietransitie rond (offshore) wind opgezet.

Niet vreemd dus dat de standaarden voor windmolens hoger liggen. En dat sommige tegenstanders van duurzame stroom nog wel eens slim willen doen door op te merken hoeveel afval die windturbines opleveren.

Stalen kolos

Het klopt natuurlijk: zo’n stalen kolos is na een aantal jaren (gemiddeld zo’n 15) ‘op’. Dan moet hij, in het beste geval hergebruikt worden. En voor 90 procent van de windmolen (in gewicht) gaat dat uitstekend. Alleen de wieken zijn een zorgenkindje.

Dat komt omdat de wieken tegelijk groot, lichtgewicht en stevig moeten zijn. Die combinatie bereik je alleen met composieten: combinaties van materialen. In dit geval is het vaak glas- en koolstofvezel, die samen voor de beste wieken zorgen.

Maar zoals we weten van de kartonnen drinkverpakking met plastic binnenkant: combinaties van materialen recyclen is vaak te ingewikkeld. Dat geldt ook voor de wieken; tot voor kort belandden deze vaak in de verbrandingsoven. Of zelfs begraven op een zandvlakte, zoals in de VS gebeurde.

Denemarken en Nederland

Kan het ook anders? Het voorzichtige antwoord lijkt: ja. Ten eerste zijn er verschillende samenwerkingen die recycling makkelijker willen maken. Hier zitten vaak grote uitbaters en bouwers van windparken bij. In Denemarken werken energiegigant Ørsted en verschillende windmolenbouwers bijvoorbeeld samen om windturbinewieken te hergebruiken. Daarvoor is nog veel onderzoek nodig. Uiteindelijk moet uit de samenwerking een systeem komen dat de wieken in kleine stukjes kan breken. Vervolgens kan het gruis in cement verwerkt worden.

In Nederland werkt men bij de Eemshaven aan iets soortgelijks. Een fabriek moet de wieken ontmantelen, in stukjes vermalen en deze korrels vervolgens aanbieden aan bedrijven die er iets van kunnen maken.

Heel goed dat de tonnen afval straks veilig vermalen kunnen worden, maar heel inspirerend is het nog niet. In Gelderland is het bedrijf Extreme Eco Solutions al wat verder en creatiever. Zij vermalen, op kleine schaal, wieken en persen het gruis tot stoeptegels. 85 procent van die tegels bestaat uit windmolenwieken.

Speeltuin van windmolens

Wat opvalt is dat alle recyclaars de wieken vermalen. Dat is logisch; de wieken zijn meters lang en dat is onhandig voor transport en beperkt je sterk in de toepassingen. Toch willen de mensen achter Blade Made de wieken zo veel mogelijk heel laten. Zij maken bijvoorbeeld speeltoestellen van de windmolenwieken. Creatief en leuk, hoewel het per definitie maatwerk is; het is lastig om alle oude wieken in speeltuinen te plaatsen. Het bedrijf kijkt daarom ook naar andere toepassingen op straat. Denk aan bankjes of zelfs geluidsmuren.

De grote golf van windmolenafval moet nog onze kant op komen. De uitbaters proberen deze zo lang mogelijk uit te stellen, met reparatie of door windmolens in zijn geheel door te verkopen. Maar uiteindelijk zullen er duizenden kilo’s aan lastig recyclebaar afval ontstaan. Het is goed dat er nu al flink wat bedrijven zijn die hier een oplossing voor zoeken.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Boeren niet uitkopen, maar omscholen

“Alle boeren nu af laten schalen, dat is niet wijs”, vindt Maurits Tepper. In plaats daarvan pleit hij ervoor dat de overheid boeren stimuleert met wet- en regelgeving en geld om hen te helpen bij het omschakelen naar een bedrijfsintegraalmodel. Te beginnen bij boeren die vlakbij Natura 2000-gebieden zitten. Natuur-inclusief boeren betekent niet dat boeren inleveren op winstgevendheid. In tegendeel, benadrukt Tepper. Tepper past dit model succesvol toe op zijn natuurboerderij Eytemaheert. “We hebben een gesloten bedrijf. Wij voeren onze dieren geen krachtvoer en gebruiken geen meststoffen van buiten het bedrijf. Dus ook geen kunstmest en mest van collega-boeren”, vertelt hij. “Onze koeien moeten het van wieg tot aan graf doen met gras.”Winst voor natuur en de boer Tepper werkt een aantal jaar op een natuur-inclusieve manier. Hij ziet nu al effect: weidevogels keren terug en fosfaatuitstoot neemt af. Tegelijkertijd maakt hij winst. “Wij produceren op dit moment 22 liter melk per koe per dag. Met de robot, zonder kunstmest, zonder krachtvoer, zonder brandstof.” Maaien hoeft hij niet, want de koeien begrazen steeds zelf een nieuw stukje gras dat hij afbakent. Ook wandelen ze zelf naar de melkrobot. Stroom voor de melkrobot, water en de grond maken het grootste deel uit van zijn kosten. Tijdens een rondleiding op zijn boerderij ontmoette hij een gangbare boer die 30 liter per koe produceert, maar daar tegenover allerlei extra kosten heeft. Voor kilo’s krachtvoer, extra maisteelt en brandstof voor de trekker die grasmaait voor de koeien in de stal. “Winst zit hem vaak in de kosten. Heb je lage kosten dan zal het altijd een positief effect hebben op je rendement”, benadrukt Tepper. Vanwege de relatief lage kosten van zijn bedrijf in combinatie met efficiëntie door technologie hoeft hij niet in te leveren op winstgevendheid. De wereldbevolking op een natuur-inclusieve manier voeden Tepper gelooft dat een natuur-inclusief model voor heel veel boeren kan werken. Een paar boeren die er goed in zijn, moeten doorgaan op de hoogproductieve tour. Maar de rest kan en moet omschakelen. “We moeten een landbouwsysteem vinden waarbij er gewoon een balans is tussen de productie en de natuurlijke hulpbronnen die er beschikbaar zijn." Ecoloog Louise Vet is het met Tepper eens. Zij verwacht dat het mogelijk is om een groeiende wereldbevolking op een natuurvriendelijke manier te voeden. “Die voedselproductie gaat echt wel lukken”, zegt Vet. Nu is 40 procent van de grond wereldwijd in slechte staat. “Daar zal je echt niks mee kunnen doen wat voedselproductie betreft. Dat betekent dus dat je in moet zetten op een regeneratieve manier om grond te gebruiken.” De kennis is er om die gronden te verbeteren op een manier die ook de gewasopbrengsten verhoogt. Dat maakt dat Vet en Tepper positief naar de toekomst kijken. We moeten snel overstappen op nieuwe landbouwvormen, maar dan zijn de kansen voor verbetering groot. Tepper: “Natuur is veerkrachtig.” “Je kunt beter vijf boeren helemaal om laten schakelen dan honderd boeren kleine stapjes laten zetten", zegt Tepper in Koplopers. Luister de uitzending hieronder terug.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.