Marc Seijlhouwer 07 juni 2022, 10:58

Japan wil energie niet uit wind halen, maar uit de golfstroom

Golfstromen in de oceanen stromen het hele jaar door met een constante snelheid. Waarom gebruik je die betrouwbaarheid niet om groene stroom op te wekken? Een jarenlange proef in Japan laat zien dat het kan.

Ihi industries golfstroomturbine japan geel blauw De turbine lag drie jaar in het water. | Credits: IHI Corporation

In 2019 legde het bedrijf IHI een prototype van een golfstroomgenerator in de oceaan ten zuidwesten van Japan. Dit jaar in februari was de proef klaar en de resultaten zijn hoopgevend. Kort gezegd: het apparaat werkt.

Zo’n golfstroomgenerator heeft wat weg van een catamaran: twee grote ‘armen’ verbonden met een middendeel. Het water stroomt door de drie modules langs een grote dynamo en zo wordt er stroom opgewekt. Bij de proef legde IHI het apparaat niet op de bodem; in plaats daarvan hield een schip de generator vast.

Twee megawatt golfstroomenergie

De proef was een succes: de verwachtte 100 kilowattuur werd opgewekt, en dat ging redelijk constant. Daarmee lijkt de golfstroom voor Japan een veelbelovende energiebron; IHI wil tegen 2030 een model van twee megawatt af hebben.

De golfstroom heeft een paar belangrijke voordelen ten opzichte van andere duurzame energiebronnen. Zon en wind zijn er niet altijd, wat de stroom relatief onbetrouwbaar maakt. De golfstroom is er echter bijna altijd en heeft bijna altijd dezelfde kracht. Betrouwbare duurzame stroom is belangrijk voor de energiehuishouding; mensen moeten immers ook de lichten aan kunnen doen als het donker en windstil is.

Wind op zee

Bovendien is offshore wind in Japan minder breed toepasbaar dan in de VS of Europa. Het land ligt dichter bij de evenaar waardoor er minder constante, harde wind op zee is. Hoewel het land zeker ook offshore windparken bouwt, is er meer nodig om helemaal duurzaam te worden.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Jeroen Crijns van PwC: 'Noodzaak transitie is geen discussie meer in de bestuurskamer'

Crijns is partner en adviseur van PwC’s Strategy&, de wereldwijde strategieconsulting-tak van PwC Nederland. Hij adviseert banken en verzekeraars in de financiële sector en leidt het ESG-team voor alle sectoren. Hij is een van de sprekers tijdens de eerste editie van de Polestar x Stedelijk: Future Talks Materials, die het elektrisch automerk en het museum op 9 juni in het Stedelijk Museum in Amsterdam organiseren. Vragen die daar aan de orde komen zijn hoe duurzaam materiaal en innovatief design kunnen bijdragen aan een klimaatneutrale samenleving, en hoe bedrijven en organisaties omgaan met de processen en investeringen die daarvoor nodig zijn. Ommezwaai soms lastig Crijns wil bedrijven en organisaties zo goed mogelijk door deze transitie loodsen. De vraag is dus waar ze tegen aan lopen. Zijn overheidsregels en wetten een belemmering? Of juist de financiering van investeringen? Volgens hem is de transitie naar een duurzame economie complex en moet er veel bij elkaar komen. Waar te beginnen en hoe die transitie vorm te geven, is vaak de belangrijkste vraag. “De focus dient uiteindelijk vaak bij de urgente zaken te liggen. Denk aan wet- en regelgeving of misschien wel de directe gevolgen van klimaatverandering”, zegt Crijns. Volgens hem zijn banken en verzekeraars al langer bezig met de transitie. Dit heeft alles te maken met de wetgeving rondom sustainable finance. Daarnaast zien verzekeraars bijvoorbeeld de schade van klimaatverandering terug in de claims van tuinders na hagelbuien of van bedrijven na overstromingen. “Zij willen in kunnen schatten wat er gaat veranderen”, zegt hij. “Voor financiers is het moeilijk om risico’s in te schatten voor financiering van duurzame innovaties of bedrijven. Een kolencentrale financieren is makkelijk, maar hoe doe je dat bij bedrijven in nieuwe duurzame materialen en -energie? Met nieuwe technologieën die zich nog niet hebben bewezen? Het is soms lastig om die transitie te maken. Daarin moeten nog stappen gemaakt worden.” Wie blijft met aandelen fossiel zitten? Voor investeerders is de vraag nog belangrijker. Als ze bedrijven overnemen willen ze die meestal na vijf of tien jaar weer verkopen, terwijl het met name in de fossiele industrie maar de vraag is of dat nog kan. Crijns: “Bij beursgenoteerde fossiele bedrijven kun je er in een dag uitstappen, maar hoe minder liquide de aandelen zijn, hoe groter het risico wordt dat je ermee blijft zitten.” Volgens hem zal energie altijd een belangrijke rol in de economie blijven spelen en zullen fossiele bedrijven de overstap naar duurzame energie zoals waterstof en groene stroom moeten maken. "Er zijn genoeg kansen waar bedrijven op in kunnen springen”, zegt hij.Jeroen Crijns van PwC Strategy&Geen discussie meer in de boardroom Crijns adviseert al sinds 2008 grote bedrijven op dit gebied. Hij merkt sinds anderhalf jaar een omslag in de bestuurskamer. “Daarvoor zag je dat er altijd een of twee leden van de Raad van Bestuur waren die de transitie minder belangrijk vonden, terwijl de hele raad op één lijn moet zitten om er beweging in te krijgen. Vooral bij traditionele bedrijven. Ik merk nu dat dit aan het omslaan is, dat iedereen ervan overtuigd is dat er iets moet gebeuren en dat er geen discussie meer is. Dat is al winst. Daardoor zie je veel meer beweging op gang komen”, stelt hij. Consumenten vragen erom Die gedragsverandering ziet hij op een ander niveau ook bij consumenten. Uit eigen onderzoek blijkt dat acht op de tien mensen bereid zijn meer duurzame producten te kopen. Vier op de tien willen daar zelfs 10 tot 20 procent meer voor betalen. Bijvoorbeeld voor producten die niet in plastic zijn verpakt, biologische alternatieven of producten die niet van fossiele grondstoffen zijn gemaakt. Daarin ziet hij kansen voor bedrijven in de transitie naar ander materiaalgebruik. “De transitie waar we voor staan is een gigantische uitdaging, maar we zien dat de consument er echt om vraagt”, zegt Crijns. “De discussie over de noodzakelijke transitie speelt vaak in traditionele sectoren als energie en zware industrie, maar je ziet het nu ook in sectoren als retail en consumer goods.”