Marc Horckmans 16 mei 2022, 10:00

General Motors: Warmtepomp helpt elektrische wagen energie besparen

De Amerikaanse autobouwer General Motors heeft een warmtepomp ontwikkeld die energie van de batterij van een elektrische wagen terugwint om de verwarming en de aandrijving te voeden, zonder het bereik van het voertuig te verminderen. Dat heeft het bedrijf bekend gemaakt.

Adobe Stock 400568493 De technologie van General Motors zorgt ervoor dat de batterij van de elektrische auto een stuk langer meegaat. | Credits: AdobeStock

De technologie, die gedekt is door elf patenten, is gebaseerd op het platform Ultium, de architectuur die General Motors heeft ontwikkeld voor de aandrijving van zijn elektrische voertuigen.

Restenergie

De Ultium Energy Recovery is een warmtepomp die de restenergie van de batterij opvangt en hergebruikt. Door de aanwending van die extra krachtbron kan het bereik van het voertuig worden uitgebreid, moet minder energie worden gereserveerd voor de verwarming en kan de batterij sneller worden opgeladen.

“Dankzij deze toepassing is het zelfs mogelijk om een sportievere rijstijl aan te houden”, wordt er bij General Motors opgemerkt.

De ontwikkeling van energieterugwinning vindt zijn oorsprong in de EV1, het eerste elektrische voertuig van General Motors eind jaren negentig van de vorige eeuw. Ingenieurs van de Amerikaanse constructeur ontwikkelden op dat moment voor de eerste keer een warmtepomp voor een elektrisch voertuig.

Het systeem is beschikbaar op alle huidige voertuigen die op het Ultium-platform worden gebouwd of in de toekomst aan die vloot zullen worden toegevoegd.

“In een elektrische voertuig zijn batterijen, elektronica en andere aandrijfcomponenten allemaal verantwoordelijk voor de productie van warmte”, leggen de ingenieurs van General Motors uit. “Het Ultium Platform kan deze restwarmte van het voortstuwingssysteem echter terugwinnen en opslaan.”

‘Watts to freedom’

“Verder kan het systeem ook vocht van zowel binnen als buiten het voertuig, inclusief de lichaamswarmte van de passagiers, opvangen en gebruiken. Het platform kan die opgeslagen energie gebruiken om bij koude weersomstandigheden de cabine sneller te verwarmen.”

Deze capaciteiten van het Ultium Platform verminderen de noodzaak om de verwarming en andere functies te voorzien van energie die is opgeslagen in de batterij.

Hierdoor wordt de actieradius van de elektrische voertuigen van General Motors volgens de constructeur met 10 procent uitgebreid. Bovendien wordt ook het oplaadproces op zich efficiënter omdat de batterijen vooraf kunnen worden opgewarmd.

Het systeem biedt zelfs meer vermogen aan voor technologieën zoals Watts to Freedom, waarmee de elektrische Hummer in ongeveer drie seconden vanuit stilstand tot een snelheid van 60 mijl per uur kan accelereren.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Meerderheid olie- en gasbedrijven is niet van plan absolute CO2 emissies te verlagen

Dat blijkt uit een rapport van The Carbon Tracker dat deze week uitkwam. The Carbon Tracker is een onafhankelijke financiële denktank die de impact van de energietransitie op de kapitaalmarkt analyseert. In het rapport waarschuwt de organisatie investeerders dat de plannen van fossiele bedrijven voor het verminderen van hun CO2 uitstoot zwaar leunen op dure technieken zoals Carbon Capture en Storage (CCS). Waarvan nog niet bewezen is dat ze op grote schaal werken. Absolute CO2 reductie Hoewel twaalf van de vijftien grootste beursgenoteerde olie- en gasbedrijven hun klimaatdoelen hebben vernieuwd sinds vorig jaar, weigeren de meesten nog steeds een absoluut reductiedoel op te nemen. Alleen het Italiaanse Eni (dat een reductie van 35 procent nastreeft), het Spaanse Repsol (30 procent), het Franse Total (30 procent) en het Britse BP (35-40 procent) hebben een absoluut reductiedoel voor 2030. Daarin tellen ze de uitstoot van productie èn het gebruik van de fossiele producten mee (Scope 1, 2 en 3). De nummers 5 tot en met 8 in de lijst van The Carbon Tracker zijn bedrijven, waaronder Shell, die alleen relatieve reductiedoelen stellen voor hun producten. Daarmee verlagen ze weliswaar de uitstoot van de benzine, diesel of kerosine die ze produceren, maar niet noodzakelijk ook de absolute uitstoot. Want als ze meer gaan produceren zal de CO2 uitstoot alsnog stijgen. De zeven bedrijven met de minste emissiedoelen zijn alleen bereid verantwoordelijkheid te nemen voor de relatieve CO2 uitstoot per eenheid die vrijkomt bij de productie (Scope 1). Europese bedrijven doen het volgens het onderzoek beter dan de Amerikanen. Zes van de zeven slechtst presterende bedrijven zijn Amerikaans met ExxonMobil als de absolute hekkensluiter. Dit bedrijf - dat vorig jaar nog drie nieuwe bestuursleden kreeg in een poging van aandeelhouders om een meer duurzame koers af te dwingen - heeft weliswaar een reductiedoel opgesteld, maar weigert 95 procent van de uitstoot mee te rekenen van de producten die het verkoopt. Geen nieuwe investeringen in fossiel In een uitgebreid rapport stelde het IEA vorig jaar nog dat het voorkomen van de opwarming van de aarde alleen mogelijk is als er geen nieuwe investeringen gedaan worden in de productie van fossiele brandstoffen. Het rapport van Carbon Tracker laat zien dat veel oliebedrijven toch blijven investeren in de productie van olie- en gas onder het mom dat ze enorme hoeveelheden CO2 gaan afvangen en opslaan, oude productiefaciliteiten gaan verkopen en de CO2 uitstoot zullen compenseren. “Carbon Tracker bevestigt dat geen enkel olieconcern plannen heeft om zijn totale emissies drastisch te reduceren in dit decennium”, zegt Mark van Baal oprichter van de activistische aandeelhoudersgroep Follow This in een reactie. Zijn organisatie probeert sinds 2016 met het indienen van klimaatresoluties de koers van grote olieconcerns van binnenuit te wijzigen. “In plaats daarvan komen ze met rookgordijnen over het verlagen van de koolstofintensiteit van hun producten, de gemiddelde CO2-uitstoot per energie-eenheid, zonder toe te geven dat hun totale uitstoot niet ver omlaag zal gaan of zelfs omhoog zoals bij Shell.” Volgens Mike Coffin, een van de auteurs van het rapport, creëren oliebedrijven zo ‘CO2 ruimte’ voor nieuwe fossiele activiteiten door in te zetten op CO2 afvang, opslag en compensatie. “Maar de beste manier voor bedrijven om zowel hun klimaatimpact als het risico voor investeerders te verkleinen, is om hun huidige productie af te bouwen zonder in nieuwe fossiele installaties te investeren.” Het onderzoek komt uit in een periode waarin veel olie- en gasbedrijven hun aandeelhoudersvergaderingen houden. Het klimaatbeleid en de acties van de bedrijven om hun CO2 uitstoot te reduceren krijgen daarbij een steeds prominentere plek op de agenda. De onderzoekers waarschuwen dat het een reëel risico voor beleggers is dat oliebedrijven voor hun CO2 doelstellingen zo zwaar leunen op CCS-achtige technieken. Want als die CCS projecten niet slagen is er geen plan B en kunnen ze rekenen op rechtszaken en boetes. Het rapport stelt ook dat het verkopen van productiefaciliteiten weinig geloofwaardig is als manier om CO2 te reduceren. De CO2uitstoot blijft immers hetzelfde ongeacht wie de eigenaar is van de installatie. Sterker nog, de uitstoot stijgt zelfs vaak omdat de nieuwe eigenaar de productie opvoert of minder milieubewust te werk gaat. Ook het kopen van ‘carbon credits’ zou niet direct bijdragen aan het daadwerkelijk verminderen van CO2 uitstoot. Het stellen van een ‘net zero’ doel in 2050 is dus verre van genoeg, blijkt uit het rapport. Bedrijven moeten grenzen stellen aan hun absolute uitstoot, tussentijdse doelen stellen en concrete en geloofwaardige stappen zetten om die doelen te halen. Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.