Sabine Sluijters 13 mei 2022, 16:03

Meerderheid olie- en gasbedrijven is niet van plan absolute CO2 emissies te verlagen

De meerderheid van de grote olie- en gasbedrijven in de wereld weigeren hun absolute CO2 emissies te verminderen. In plaats daarvan gebruiken ze afvang- en opslagtechnieken, en CO2 compensatie om in nieuwe fossiele activiteiten te stappen.

Oliepomp Uit een rapport van The Carbon Tracker blijkt dat olie- en gasbedrijven nog steeds in nieuwe fossiele activiteiten stappen.

Dat blijkt uit een rapport van The Carbon Tracker dat deze week uitkwam. The Carbon Tracker is een onafhankelijke financiële denktank die de impact van de energietransitie op de kapitaalmarkt analyseert. In het rapport waarschuwt de organisatie investeerders dat de plannen van fossiele bedrijven voor het verminderen van hun CO2 uitstoot zwaar leunen op dure technieken zoals Carbon Capture en Storage (CCS). Waarvan nog niet bewezen is dat ze op grote schaal werken.

Absolute CO2 reductie

Hoewel twaalf van de vijftien grootste beursgenoteerde olie- en gasbedrijven hun klimaatdoelen hebben vernieuwd sinds vorig jaar, weigeren de meesten nog steeds een absoluut reductiedoel op te nemen. Alleen het Italiaanse Eni (dat een reductie van 35 procent nastreeft), het Spaanse Repsol (30 procent), het Franse Total (30 procent) en het Britse BP (35-40 procent) hebben een absoluut reductiedoel voor 2030. Daarin tellen ze de uitstoot van productie èn het gebruik van de fossiele producten mee (Scope 1, 2 en 3).

De nummers 5 tot en met 8 in de lijst van The Carbon Tracker zijn bedrijven, waaronder Shell, die alleen relatieve reductiedoelen stellen voor hun producten. Daarmee verlagen ze weliswaar de uitstoot van de benzine, diesel of kerosine die ze produceren, maar niet noodzakelijk ook de absolute uitstoot. Want als ze meer gaan produceren zal de CO2 uitstoot alsnog stijgen. De zeven bedrijven met de minste emissiedoelen zijn alleen bereid verantwoordelijkheid te nemen voor de relatieve CO2 uitstoot per eenheid die vrijkomt bij de productie (Scope 1).

Europese bedrijven doen het volgens het onderzoek beter dan de Amerikanen. Zes van de zeven slechtst presterende bedrijven zijn Amerikaans met ExxonMobil als de absolute hekkensluiter. Dit bedrijf – dat vorig jaar nog drie nieuwe bestuursleden kreeg in een poging van aandeelhouders om een meer duurzame koers af te dwingen – heeft weliswaar een reductiedoel opgesteld, maar weigert 95 procent van de uitstoot mee te rekenen van de producten die het verkoopt.

Geen nieuwe investeringen in fossiel

In een uitgebreid rapport stelde het IEA vorig jaar nog dat het voorkomen van de opwarming van de aarde alleen mogelijk is als er geen nieuwe investeringen gedaan worden in de productie van fossiele brandstoffen. Het rapport van Carbon Tracker laat zien dat veel oliebedrijven toch blijven investeren in de productie van olie- en gas onder het mom dat ze enorme hoeveelheden CO2 gaan afvangen en opslaan, oude productiefaciliteiten gaan verkopen en de CO2 uitstoot zullen compenseren.

“Carbon Tracker bevestigt dat geen enkel olieconcern plannen heeft om zijn totale emissies drastisch te reduceren in dit decennium”, zegt Mark van Baal oprichter van de activistische aandeelhoudersgroep Follow This in een reactie. Zijn organisatie probeert sinds 2016 met het indienen van klimaatresoluties de koers van grote olieconcerns van binnenuit te wijzigen. “In plaats daarvan komen ze met rookgordijnen over het verlagen van de koolstofintensiteit van hun producten, de gemiddelde CO2-uitstoot per energie-eenheid, zonder toe te geven dat hun totale uitstoot niet ver omlaag zal gaan of zelfs omhoog zoals bij Shell.”

Volgens Mike Coffin, een van de auteurs van het rapport, creëren oliebedrijven zo ‘CO2 ruimte’ voor nieuwe fossiele activiteiten door in te zetten op CO2 afvang, opslag en compensatie. “Maar de beste manier voor bedrijven om zowel hun klimaatimpact als het risico voor investeerders te verkleinen, is om hun huidige productie af te bouwen zonder in nieuwe fossiele installaties te investeren.”

Het onderzoek komt uit in een periode waarin veel olie- en gasbedrijven hun aandeelhoudersvergaderingen houden. Het klimaatbeleid en de acties van de bedrijven om hun CO2 uitstoot te reduceren krijgen daarbij een steeds prominentere plek op de agenda.

De onderzoekers waarschuwen dat het een reëel risico voor beleggers is dat oliebedrijven voor hun CO2 doelstellingen zo zwaar leunen op CCS-achtige technieken. Want als die CCS projecten niet slagen is er geen plan B en kunnen ze rekenen op rechtszaken en boetes.

Het rapport stelt ook dat het verkopen van productiefaciliteiten weinig geloofwaardig is als manier om CO2 te reduceren. De CO2uitstoot blijft immers hetzelfde ongeacht wie de eigenaar is van de installatie. Sterker nog, de uitstoot stijgt zelfs vaak omdat de nieuwe eigenaar de productie opvoert of minder milieubewust te werk gaat. Ook het kopen van ‘carbon credits’ zou niet direct bijdragen aan het daadwerkelijk verminderen van CO2 uitstoot.

Het stellen van een ‘net zero’ doel in 2050 is dus verre van genoeg, blijkt uit het rapport. Bedrijven moeten grenzen stellen aan hun absolute uitstoot, tussentijdse doelen stellen en concrete en geloofwaardige stappen zetten om die doelen te halen.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

BP wil benzine duurzaam maken met groene waterstof

Raffinaderijen gebruiken veel waterstof bij de productie van brandstoffen uit aardolie. Dat is nu nog grijze waterstof gemaakt met behulp van aardgas. Door in plaats daarvan groene waterstof – gemaakt met duurzame stroom - in te zetten in de processen, wordt de CO2 voetafdruk van de brandstoffen verlaagd. Het Kabinet besloot deze week dat op deze manier geproduceerde brandstoffen in elk geval tot 2030 onder de noemer vallen van hernieuwbare brandstofeenheden (HBE’s). Dat is goed nieuws voor oliebedrijf BP dat groot inzet op waterstof en voorbereidingen treft om samen met waterstofbedrijf HyCC een elektrolyser van 250 megawatt te bouwen in de Rotterdamse haven. Waterstof is alleen groen als duidelijk is waar de stroom waarmee het gemaakt is vandaan komt. Daarom wil BP ook een windmolenpark op de Noordzee bouwen. Met de groene stroom van dit windpark wil het bedrijf onder andere 500 megawatt aan elektrolyse mogelijk maken in Nederland. Daarmee kan het ongeveer 50.000 ton groene waterstof per jaar maken. BP wil daarmee onder andere de raffinaderij in Rotterdam verduurzamen. Enige toepassing voor groene waterstof "Die groene waterstof kan vandaag al in de raffinaderij gebruikt worden”, zegt Karen de Lathouder. Sinds begin dit jaar is zij CEO van BP Nederland en manager van de Rotterdamse raffinaderij. Volgens De Lathouder is het vandaag de dag de enige manier om grote hoeveelheden groene waterstof in te zetten. "Op dit moment is er nog geen andere toepassing voor groene waterstof dan in de industrie. Dat is een feit.” "Waterstof speelt een belangrijke rol in de verduurzamingsstrategie van BP", zegt Felipe Arbelaez. Als Senior Vice President Hydrogen & CCS is hij verantwoordelijk voor de wereldwijde waterstof en Carbon Capture en Storage (CCS) projecten van het bedrijf. "In 2030 willen we 10 procent van de waterstofmarkt in de belangrijkste regio’s in de wereld in handen hebben. Dat is aanzienlijk.” Blauwe en groene waterstof Daarbij gaat het niet alleen om groene waterstof zoals in het H2-fifty project. Ook blauwe waterstof gemaakt met aardgas waarvan de CO2 is afgevangen, telt als duurzaam, vindt Albelaez. "We denken dat beide vormen van waterstof een rol spelen in de energietransitie en we investeren dus ook in beide.” Zo is BP betrokken bij het H-Vision project in de Rotterdamse haven dat onderzoekt of met behulp van restgassen waterstof kan worden gemaakt voor industriële toepassing. De CO2 die daarbij vrijkomt zal worden afgevangen en opgeslagen in een leeg gasveld in de Noordzee. Carbon Capture Storage snel toepasbaar Vooral in raffinaderijen is het volgens Albelaez zinvol om blauwe waterstof te gebruiken. Want de CCS-techniek is snel toepasbaar. "De technologie om CO2 af te vangen en op te slaan is al uitontwikkeld. Dat kan nu al gedaan worden op grote schaal. Natuurlijk gaat daar energie mee verloren en is het kostbaar. Maar toch is het in veel gevallen de goedkoopste manier om CO2 uitstoot te verminderen." Dat neemt niet weg dat er ook kritiek is op het inzetten van blauwe waterstof en het afvangen van CO2 omdat het niet wezenlijk bijdraagt aan de transitie. Want met behulp van CCS kan de oude vervuilende industrie gewoon door blijven draaien, en is er geen motivatie om echt te verduurzamen. "Als we wereldwijd het energiesysteem van CO2 willen ontdoen dan is het logisch om te beginnen met datgene dat het minste kost en waar de technologie al voor aanwezig is”, vindt Albelaez. "Het is niet zo dat we gewoon geld willen verdienen en net doen alsof er niks aan de hand is", vult De Lathouder aan. "We gaan niet door met wat we deden door de CO2 op te slaan. We willen juist de transitie maken door zo snel mogelijk een zo groot mogelijke impact te maken. Het is ook een kwestie van tijd. Als je wacht tot het honderd procent duurzaam kan, dan verlies je kostbare tijd. Terwijl we dit nu al kunnen doen.” Lees ook: Wereldwijd mislukken projecten om CO2 op te slaan. Heeft CCS wel een kans in Nederland? Groene waterstof voor benzine, diesel en kerosine Toch blijft het de vraag hoe duurzaam het is om groene waterstof te gebruiken om fossiele brandstoffen te produceren. De Lathouder: “We produceren brandstoffen. Is dat duurzaam? Nee. Maar het zijn wel brandstoffen waar iedereen nu nog om vraagt. Hoe gaan we de wereld decarboniseren en tegelijkertijd dezelfde mate van welvaart behouden? Hoe gaan we dat doen als we ook willen blijven autorijden en naar Marbella vliegen? Je kunt niet nu mensen hun auto afpakken. Maar wel de brandstof duurzamer maken." En aan opslagcapaciteit voor CO2 is geen gebrek stelt Albelaez. “We schatten dat we wereldwijd 12.000 gigaton CO2 kunnen opslaan. Of dat allemaal gebruikt zal worden is de vraag. In het Verenigd Koninkrijk ontwikkelen we een CO2 opslagruimte waar we jaarlijks 12 tot 15 miljoen ton CO2 kunnen opslaan. Dat is ruwweg de CO2 uitstoot van het industriegebied in Rotterdam. Dat kan dertig tot vijftig jaar lang.” CCS is een tijdelijke oplossing De Lathouder benadrukt dat het een tijdelijke oplossing is. “In de tussentijd kunnen we toepassingen verzinnen. Je kunt het eruit halen en gebruiken. Bijvoorbeeld door er synthetische brandstoffen van te maken. We willen het niet gewoon laten zitten. Het is tenslotte ook energie.” Voor beide waterstofprojecten in Rotterdam (H-Vision en H2-fifty) is nog geen definitieve investeringsbeslissing genomen. Of ze uiteindelijk door zullen gaan is dus nog de vraag. Albelaez: "Voor 97 procent van de waterstofprojecten in Europa is nog geen finale investeringsbeslissing genomen. Waterstof heeft veel potentie. Maar er moeten nog veel stukken op hun plaats vallen om de honderden miljoenen die nodig zijn echt te gaan investeren.” Investeringsbeslissing "Ik run mijn raffinaderij nu alsof H2-fifty doorgaat", vult De Lathouder aan. "Ik geloof echt in dit project. We investeren al miljoenen zonder subsidies om het waterstofnetwerk en de branders te ontwerpen. Want als ik dat niet doe, dan ben ik straks te laat. Dat laat ook zien dat we erin geloven." De Lathouder zegt dat de industrie een slechte reputatie heeft in Nederland. Eerst zien dan geloven, is de teneur. "Dus ook hier moeten we onszelf eerst bewijzen. Maar mensen willen alles tegelijk: duurzame energie tegen lage kosten, zonder een windmolen in de achtertuin, zonder onze levensstijl aan te passen. Dat is een puzzel. Hoe werken we allemaal samen, en zorgen we dat we minder gepolariseerd zijn? Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde.”Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.