Marc Horckmans 05 mei 2022, 09:50

NASA wil impact van woestijnstof op klimaatverandering achterhalen

Het Amerikaanse ruimtevaartbureau NASA wil in juni van dit jaar met zijn missie Earth Surface Mineral Dust Source Investigation (Emit) van start gaan. Met het nieuwe project willen wetenschappers informatie over de reistrajecten van het woestijnstof vastleggen en de impact van het fenomeen op de klimaatverandering achterhalen.

Adobe Stock 166814811 Er kwam de afgelopen maanden veel woestijnstof uit de Sahara onze kant op. Wat doet dat met klimaatverandering? | Credits: AdobeStock

“Woestijnstof wordt door de wind over continenten en oceanen geblazen”, merken de onderzoekers op. “Die wolken kunnen onder meer auto’s met een laag stof bedekken of de lucht verduisteren, maar de invloed van het fenomeen gaat nog veel verder.”

Lees ook: Wat doet Saharazand met de opbrengst van zonnepanelen?

“Er wordt immers ook een impact vermoed op het weer en de plantengroei. Stof uit Noord-Afrika kan duizenden kilometer over de hele wereld reizen en onder meer de regenwouden van de Amazone met voedingsstoffen te bezaaien.”

Klimaat

Met het nieuwe programma wil het Amerikaanse ruimtevaartbureau verder onderzoeken op welke manier dit fenomeen ook een impact op het klimaat kan hebben. “Donker stof, dat ijzer bevat, absorbeert de hitte van de zon en verwarmt de omringende lucht”, zegt Robert O. Green, onderzoeksleider bij Emit. “Lichter gekleurd stof, dat rijk is aan klei, doet net het tegenovergestelde.”

“Verschillende soorten stof hebben elk typische eigenschappen die bepalen hoe de interactie met de aarde, het land, het water en de organismen gebeurt”, voert Green aan.

“Met de verzamelde gegevens zal Emit de bronnen van deze stofwolken in kaart kunnen brengen en helpen begrijpen op welke manier stof de planeet verwarmt en afkoelt. Tevens zal kunnen worden onderzocht op welke manier die patronen in toekomstige klimaatscenario’s zouden kunnen veranderen.”

“Het fenomeen van het reizende woestijnstof wordt door wetenschappers al langer bestudeerd, maar er blijven nog veel onduidelijkheden”, verduidelijkt Green. “Deze onzekerheden moeten worden toegeschreven aan een gebrek aan gegevens over de samenstelling van het stof.”

“De vergaarde kennis is afkomstig van minder dan vijfduizend meetstations, die zich meestal in landbouwgebieden bevinden. De verzamelde informatie kan er immers voor agrarische of commerciële doeleinden worden gebruikt. In de woestijnen groeien echter slechts weinig gewassen. In deze regio’s, belangrijke bronnen van het stof, is er dus sprake van een ‘onderbemonstering’.”

Miljarden metingen

Momenteel wordt door wetenschappers vooral getracht om met computersimulaties op een aantal vragen een antwoord te vinden, maar de waarnemingen van Emit zouden daarvoor concrete informatie moeten kunnen aanreiken.

Het project plaatst immers een spectrometer aan boord van het International Space Station (ISS) om de bronnen van het fenomeen in kaart te brengen en informatie te verzamelen over de kleur en de samenstelling van het stof. Deze inzichten kunnen de inzichten van klimaatwetenschappers over de regionale en mondiale klimaateffecten van mineraal stof verbeteren.

“Oorspronkelijk moesten wetenschappers het fenomeen met enkele spectrometers bestuderen”, voert Green aan. “Aan boord van het ruimtestation wordt het echter mogelijk om 1.280 spectrometers over het aardoppervlak te laten vliegen.”

“Daarbij kunnen honderden metingen per seconde worden gedaan. Emit zal tijdens zijn missie meer dan één miljard nieuwe metingen opleveren. De resultaten daarvan moeten de kennis over het fenomeen beduidend versterken.”

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

KPMG: ‘De klimaat-inspanningen van beursgenoteerde bedrijven zijn nog nauwelijks te vergelijken’

Dat blijkt uit een onderzoek van KPMG. In het rapport ‘Setting the baseline towards transparency’ vergelijkt het adviesbureau de manier waarop 34 beursgenoteerde Nederlandse ondernemingen rapporteren over klimaatimpact.Bedrijfsactiviteiten die een positieve bijdrage leveren aan het klimaat Europa verplicht beursgenoteerde bedrijven met meer dan 500 medewerkers om aan te geven welk deel van hun activiteiten bijdraagt aan het voorkomen van of aanpassen aan klimaatverandering. Voorbeelden hiervan zijn het verduurzamen van gebouwen, investeren in duurzame energieopwekking en het opleiden van boeren om hun gewassen te beschermen tegen klimaatverandering. Afgelopen jaar moesten deze bedrijven hier voor het eerst over rapporteren.EU-taxonomie De taxonomie van de Europese Unie (EU) moet helpen om duurzame investeringen te identificeren en green washing tegengaan. Op deze manier wil de EU investeerders in staat stellen om meer duurzame investeringen te doen. De Europese taxonomie kent zes milieudoelstellingen: beperking van klimaatverandering, aanpassing aan klimaatverandering, het duurzame gebruik en de bescherming van water en mariene hulpbronnen, de transitie naar een circulaire economie, preventie en bestrijding van vervuiling en de bescherming en het herstel van biodiversiteit en ecosystemen. Nu hoeven bedrijven alleen over de eerste twee te rapporteren. Volgend jaar komen daar de andere thema’s bij.Moeilijke vergelijking beursgenoteerde bedrijven KPMG merkt op dat de rapportages van de beurgenoteerde Nederlandse bedrijven veel van elkaar verschillen. Ook valt er nog veel te verbeteren. Zo geeft een derde van de bedrijven niet expliciet in hun jaarverslagen aan welke activiteiten onder de taxonomieregelgeving vallen. En slechts vijftien bedrijven maken gebruik van ‘de groene taal’ die de taxonomie voorstelt. De andere organisaties geven een eigen invulling aan hun verslaglegging. Slechts zes bedrijven rapporteren specifiek aan welke milieudoelstelling wordt bijgedragen. Maar daarbij ontbreekt vaak de toelichting op de berekening van de resultaten. Tot slot varieert de lengte van de taxonomierapportages. Het ene bedrijf heeft er 241 woorden voor over, terwijl een ander meer dan 3.000 woorden neerpent. KPMG benadrukt dat lengte niet gelijkstaat aan kwaliteit. Zo kiezen sommige bedrijven ervoor om veel te schrijven over de betekenis van de EU-taxonomie zonder inzicht te geven in de link met de bedrijfsresultaten. En als resultaten worden gedeeld, ontbreekt vaak de toelichting op de berekening van de resultaten. Kortom, er is nog veel ruimte voor verbetering. ‘De wil is er’ “Ons onderzoek leert dat de kersverse Europese taxonomieverordening voor veel bedrijven nog lastig te implementeren is”, concludeert Gijs de Graaff daarom in een persbericht. Toch is de Director Accounting Advies bij KPMG ook positief: “De wil om langs de lijnen van de groene taal te rapporteren, is aanwezig.” Dat het nu nog niet zo goed gaat, komt volgens hem doordat bedrijven nog zoeken naar de juiste gegevens en het interpreteren van de wet- en regelgeving een flinke uitdaging oplevert. “Dat zorgt ervoor, dat ieder bedrijf een eigen invulling geeft aan de EU-taxonomie. Daarmee is vergelijking van de inspanningen voor het klimaat onder beursgenoteerde bedrijven nauwelijks nog mogelijk.” Het lijkt erop dat aardgas en kernenergie (onder voorwaarden) als groen in het Europese classificatiesysteem terechtkomen. VBDO-directeur Angélique Laskewitz, lector Marleen Janssen Groesbeek en Europarlementariër Bas Eickhout vinden dat een slecht idee. Lees hier waarom.Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.