Marc Seijlhouwer 19 april 2022, 10:57

Helft Nederlandse huishoudens kookt niet meer op gas

Nieuw onderzoek laat zien dat de helft van de Nederlandse huishoudens niet meer op gas kookt. Inductie is het populairste alternatief, gevolgd door keramisch en elektrisch. Maar de milieu-impact van gasloos koken valt tegen.

Inductie koken vrouw Veel nieuwe keukens krijgen een inductie-kookplaat. Maar is dat milieuvriendelijker dan gas? | Credits: Adobe Stock

Een enquête in opdracht van Zonneplan onder 2.000 Nederlanders laat zien dat koken op gas nog nét de norm is. 50,2 procent van de ondervraagden zegt op gas te koken. Inductie is met 31 procent een goede tweede. Het onderzoek laat zien dat van het gas afgaan in ieder geval in de keuken al aardig lukt.

De verschillen per provincie zijn opvallend groot. In Groningen kookt nog 65 procent van de mensen op gas, in Flevoland maar 30 procent. De verschillen zijn deels te verklaren door nieuwbouw. Flevoland is een nieuwere provincie, met meer nieuwbouw. Sinds 2018 moet elk huis verplicht gasloos zijn, en dat speelt mee in de cijfers.

Toch verklaart dat niet alles, want ook Limburg (een provincie met veel oude huizen) heeft een laag percentage gasgebruikers. Waar dat precies aan ligt kan Zonneplan ook niet zeggen.

CO2-uitstoot van koken

Het lijkt een goede ontwikkeling dat meer mensen gasloos koken. Maar de milieuwinst valt tegen, omdat inductie, elektrisch of keramisch koken veel stroom gebruikt. En ook aan stroom hangt een CO2-kaartje. Sterker nog: omdat de meeste mensen vooral koken op het moment dat de stroomvraag hoog is, stoot inductiekoken evenveel CO2 uit als koken op gas. Elektrisch en keramisch verbruikt meer stroom en heeft dus een hogere voetafdruk dan gas.

Daar komt bij dat het gasverbruik in de keuken een fractie is van het totale gasverbruik in een huishouden; gemiddeld vijf procent. Hoewel inductie dus een relatief goedkope manier is om gas te besparen, valt de besparing uiteindelijk ook tegen.

Lees ook: Duurzaam koken volgens de topchefs van Nederland

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

TU Eindhoven bouwt bruggen van vlas en biohars

We gebruiken vlas al duizenden jaren in de vorm van kleding, zakken of in scheepstouwen. Maar net als andere biobased materialen, zoals hout en hennep, kan vlas ook gebruikt worden als bouwmateriaal. "Door vlasvezels te mengen met biohars kan er een licht en zeer stabiel materiaal van worden gemaakt met eigenschappen die vergelijkbaar zijn met die van aluminium of licht staal", laat het Smart Circulair Brigde weten in een bericht. Vlas is een van de meest veelzijdige cultuurgewassen in de wereld. Vlas groeit goed in het zuidwesten van Nederland en in het westen van België en Frankrijk en wordt in Europa met name verbouwd voor de productie van linnen. De bijproducten – de houtige scheven en de korte vezels – kunnen worden gebruikt in de bouw. Biocomposiet Het Europese project Smart Circular Bridge laat zien wat er nu al mogelijk is met dit innovatieve nieuwe materiaal: ze bouwen drie bruggen met dit biocomposiet. De eerste brug van 15 meter lang ligt in Almere. In 2022 en 2023 zullen nog twee biobruggen voor voetgangers en fietsers worden gebouwd in Ulm, Duitsland en in Bergen op Zoom. Grondstoffen schaarste De gebouwde omgeving is verantwoordelijk voor 15 procent van de Nederlandse CO2-uitstoot. Als we de klimaatdoelen willen halen, moeten we dat percentage naar beneden krijgen. Het gebruik van biobased materialen helpt daarbij. Vlas neemt CO2 op en het gewas groeit makkelijk. Bovendien is het een snelgroeiende plant. Vlas heeft een heleboel toepassingen, ook al sbouwmateriaalBiohars Om een stevige brug te maken van vlas, moeten de vezels steving aan elkaar zitten. De TU Eindhoven doet dat met een biohars: hars die zo min mogelijk afkomstig is van fossiele bronnen, en bestaat uit afvalproducten van biodieselproductie en gerecyclde PET-flessen. De eerste brug in Almere bestaat voor 25 procent uit biohars, maar in de twee volgende bruggen moet dat aandeel oplopen tot ten minste 60 procent. Onderzoek met AI De bedrijven in het consortium blijven voortdurend onderzoek doen naar het biobased materiaal. De bruggen worden met bijna 100 sensoreren gemonitord. Daardoor krijgen de onderzoekers inzicht in hoe het materiaal reageert bij dagelijks gebruik. Hoe gedraagt de constructie zich als er 200 mensen tegelijk overheen lopen? Wat gebeurt er in de verschillende seizoenen, bij storm, hagel en sneeuw? Hoe verloopt het verouderingsproces van het materiaal in detail? De evaluatie wordt uitgevoerd met behulp van kunstmatige intelligentie (AI) om zo patronen in het materiaalgedrag te herkennen. Samenwerking wetenschap, industrie en lokale overheden De eerste Smart Circular Bridge van 15 meter lang is gebouwd door een internationaal consortium van 15 partners. Het projectteam bestaat uit vijf universiteiten, zeven innovatieve bedrijven en drie gemeenten. De eerste brug wordt op 22 april officieel geopend op de Floriade, de internationale tuinbouwtentoonstelling in Almere. Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.