Sabine Sluijters 15 april 2022, 10:00

Bedrijven delen netaansluiting in energiecollectief

Op het Schiphol Trade Park gaan vijftien bedrijven in een energiecollectief de beschikbare netcapaciteit delen om zo de drukte op het elektriciteitsnet te omzeilen. Dankzij een combinatie van eigen opwek en het uitwisselen van stroom hebben ze maar vier aansluitingen nodig. Het is voor het eerst dat dit in Nederland gebeurt.

Joulz Sanne Schiphol Trade Park 1 Sanne Castro is manager engineering en advies bij Joulz

“Dit is echt uniek in Nederland”, zegt Sanne Castro. Als manager engineering en advies bij Joulz was hij nauw betrokken bij de ontwikkeling van het energiecollectief. “Zonder deze oplossing had de helft van de bedrijven zich hier niet kunnen vestigen.”

Netcongestie groeiend probleem

Netcongestie is een groeiend probleem door heel Nederland. Doordat we steeds meer zelf stroom opwekken en elektrificeren neemt de vraag naar transportcapaciteit toe. Ook op Schiphol Trade Park konden niet alle vijftien bedrijven die zich wilden vestigen stroom afnemen. De vier ondernemingen die als eerste een bouwvergunning hadden konden een aansluiting aanvragen bij netbeheerder Liander. Daarna was het op.

Voor de overige elf bedrijven was toen de keuze: verkassen of voor je eigen energievoorziening zorgen. Zoals Joulz voor het distributiecentrum van Intospace deed, dat geheel zelfvoorzienend werd met behulp van 22.000 zonnepanelen, batterijen en een gasgenerator. “Je kunt je voorstellen dat dit een heel dure oplossing is”, zegt Castro. “Dan heb je het over miljoenen, terwijl een netaansluiting over tonnen gaat.”

Virtueel stroomnet

Ook de andere bedrijven zonder aansluiting zochten naar dit soort oplossingen. Totdat gebiedsontwikkelaar SADC met het idee kwam voor het virtuele stroomnet. “Het houdt in dat de vijftien bedrijven de vier beschikbare aansluitingen delen en elkaar van stroom voorzien”, zegt Castro. Dat kan omdat netaansluitingen vaak veel meer vermogen hebben dan nodig is. “Bedrijven vragen vaak twee keer of zelfs drie keer zoveel vermogen aan dan ze nodig hebben. Dat vermogen is dus voor het grootste deel van het jaar over.”

Daar komt bij dat de bedrijven niet allemaal op hetzelfde moment dezelfde hoeveelheid stroom nodig hebben. Op het bedrijventerrein zitten distributiecentra, kantoren en ook een hotel. “Een van de bedrijven heeft veertig elektrische vorkheftrucks, een ander heeft volcontinue robots aan het werk en weer een ander maakt gebruik van vriescellen voor het opslaan van producten”, zegt Castro. “Ze hebben dus allemaal een ander energieprofiel.”

Stroom delen

Bovendien wekken verschillende bedrijven zelf stroom op met behulp van zonnepanelen. Ook die stroom gaan ze met elkaar delen. Door vraag en aanbod slim op elkaar af te stemmen hebben ze nooit meer transportvermogen nodig dan die vier aansluitingen die beschikbaar zijn.

Volgens de projectmanager van SADC Arnoud van der Wijk kan zo tot wel 90 procent van de stroomvraag van alle bedrijven (met én zonder capaciteit) gewoon uit het net worden geleverd. Tijdens piekmomenten wordt de beschikbare netcapaciteit aangevuld met (zonne)energie uit batterijen en als het echt niet anders kan met generatoren op aardgas.

Aardgasgebruik verlagen

Als ze niet hadden samengewerkt en elk bedrijf op het terrein zelfvoorzienend was geworden, zou het aardgasgebruik aanzienlijk hoger liggen. “Door samen te werken reduceren de bedrijven het gasgebruik met 60 tot 90 procent”, zegt Castro. “Dat willen we nog lager krijgen door ook te sturen in het energieverbruik. Bijvoorbeeld door het laden van vorkheftrucks te spreiden.” Maar zo ver is het nog niet.

Spil in het virtuele stroomnet is het energiemanagementsysteem van technologiebedrijf Spectral Energy. “Je kunt elk bedrijf op het Schiphol Trade Park als een energie-eiland zien dat zijn eigen stroom opwekt en vraagt”, zegt Castro. “Een computer stuurt al die verschillende energie-eilanden aan en zorgt ervoor dat iedereen altijd stroom heeft.” Daarbij maakt het gebruik van realtime-informatie over de gebruiksprofielen van de aangesloten bedrijven in combinatie met weersvoorspellingen, gasprijzen van verschillende leveranciers en batterijcapaciteit. Het systeem zet de meest duurzame energie als eerste in.

Eerste keer

Het is de eerste keer dat bedrijven netaansluitingen delen. Maar gezien de toenemende problemen op het elektriciteitsnet zal het vast niet de laatste keer zijn, denkt Castro. “De rest van Nederland krijgt dit probleem ook. En deze oplossing is ook elders goed toe te passen.”

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Vertrouwenscrisis is de basis van alle ellende

Toezichthouder AFM plaatste deze week in een rapport kritische kanttekeningen bij duurzaam beleggen. De grote winst van de laatste tien jaar is dat duurzaamheid gemeengoed is geworden, een etiket waar iedereen zich graag op laat voorstaan. De volgende fase, wat is echt en wat nep, vereist nu alle aandacht. In het rapport, ‘een verkenning’, kijkt de AFM naar beleggingsfondsen, die een kritische aansporing krijgen: ‘Duurzaam beleggen neemt een enorme vlucht. Omdat markt en regelgeving nog volop in ontwikkeling zijn, groeit ook het risico op teleurstellingen bij particuliere beleggers. Een van de oorzaken is dat fondsen het begrip duurzaam zeer uiteenlopend invullen. Daarbij is het voor beleggers ingewikkeld om goed inzicht te krijgen in gemaakte keuzes. Beleggers doen er daarom verstandig aan om zelf kritisch te blijven kijken.’ De omzichtige toon is heel anders dan de vuurpijl die Tariq Fancy een jaar eerder afschoot in USA Today. Het voormalige hoofd duurzaam beleggen bij BlackRock had jarenlang in de keuken kunnen kijken en schudde in de Amerikaanse krant flink wat onverwerkt verleden van zich af: ‘Wall Street is greenwashing the financial world, making sustainable investing merely PR, which is a distraction from the problem of climate change.’ Duurzaam beleggen was in de ogen van Fancy een groen sprookje dat niet uitkomt. AFM-voorzitter Laura van Geest is in de Volkskrant iets milder. Het helpt niet dat het soms ‘moeilijk te beoordelen is hoe duurzame beloften van fondsen zich vertalen in hun beleggingsbeleid.’ Maar: ‘Het is echt te vroeg voor cynisme. Veel fondsaanbieders proberen het goed te doen. De sector is in volle ontwikkeling.’ De oplossing van Fancy is dat je klimaatverandering aan de overheid moet overlaten en niet aan de markt: ‘To fix our system and curb a growing disaster, we need government to fix the rules.’ Maar met goede handhaving kun je het wel degelijk aan de vrije markt overlaten, counterde directeur ASN Beleggingsfondsen Bas-Jan Blom in het FD. ‘Het kan, op voorwaarde van wetgeving vanuit het principe “de vervuiler betaalt.” Dan worden in een vrije markt fossiele brandstoffen zo duur dat ‘we zouden schreeuwen om duurzame alternatieven.’ Bedrijven moeten het vertrouwen herstellen, vindt de AFM. En net als bij Ferrero en Boris Johnson, weergalmt de roep om meer transparantie als het ultieme medicijn. ‘Bedrijven moeten beter rapporteren hoe ze presteren op het vlak van ESG. Ratingbureaus moeten transparanter zijn over hoe ze bedrijven beoordelen op duurzaamheid. En fondsbeheerders horen opener te zijn over welke duurzaamheidscriteria ze precies gebruiken om hun fonds samen te stellen.’ Waar geen vertrouwen is, wordt zelfs om transparantie gevraagd. Vraag in de zorg en het onderwijs eens na tot hoeveel bureaucratie en chagrijn dat leidt. Je kunt je fonds duurzamer en transparanter verklaren, maar het gaat erom wat er onderliggend gebeurt. De juiste mensen met verstand van zaken in het bedrijfsleven aan het roer, die vol inzetten op een waterstofeconomie, bereiken meer dan hypertransparante rapporten ooit voor elkaar kunnen krijgen. Paul van Liempt