Voormalig voorzitter van de Raad van Bestuur van ABN Amro Rijkman Groenink moest weg na de brute opsplitsing van de bank in 2007. Na een ‘periode van duisternis’ stortte hij zich op duurzame projecten. “Daar heb ik geen draai voor hoeven maken. Het was in zekere zin een voorzetting van waar ik bij de bank mee bezig was.” Hij investeert tegelijk ook in gas en olie: “Het is mijn overtuiging dat we de komende decennia niet zonder fossiele brandstoffen kunnen.”
Tegen het eind van het gesprek in de lounge van het Waldorf Astoria, aan de Herengracht in Amsterdam, richt Groenink zich iets naar voren in zijn fauteuil en zegt met bravoure in zijn stem: “De Shells van deze wereld zou je op een voetstuk moeten plaatsen en tot de helden van deze transitie verklaren. Hun opdracht is het niet om alternatieve energiebronnen te ontwikkelen, maar te zorgen dat er genoeg olie en gas is om de zaak gedurende de transitie draaiende te houden. Jazeker, met het doel de boel volledig af te bouwen.”
Lees ook: Shell mag zichzelf niet aanjager van de energietransitie noemen
Een standbeeld voor Ben van Beurden
Er bestaat volgens hem niets dat zo moeilijk is. “Wat is er moeilijker dan afbouwen? Je moet voortdurend mensen ontslaan, je organisatie krimpt. Bedrijven als Shell, Exxon en BP hebben geen idee wat ze met die tientallen miljarden per jaar moeten doen die ze niet in olie en gas steken. Dat geld zal naar de aandeelhouders gaan, en dat is goed. Laat de markt maar bepalen welke duurzame energiebronnen moeten worden gefinancierd. Die oliemaatschappijen moeten alleen maar de glijdende schaal naar beneden managen. Als het zonder hiccups, zonder haperingen door terugval in de koersen, lukt om Shell af te bouwen tot niks, zou Ben van Beurden in 2050 een standbeeld van de maatschappij moeten krijgen.”
Daar staat tegenover dat de Reclame Code Commissie oordeelde dat Shell zich ten onrechte profileert als ‘een van de grootste aanjagers van de energietransitie’. En eerder al stapte een belegger met een langetermijn horizon als ABP (Europa’s grootste pensioenfonds) uit Shell, omdat het van alle beursgenoteerde fossiele aandelen af wil. Hoe kijkt Groenink daar naar? “Dat is een vrije keuze. Je hoeft als belegger niet te investeren in olie en gas. Ik vind het wel jammer, want in het afbouwscenario zouden ze juist Shell moeten steunen. Het is geen enkele moeite, want in de komende periode keert Shell ongeveer honderd miljard uit aan aandeelhouders.”
Van bankier naar boer
Rijkman Groenink (72) oogt jonger dan zijn leeftijd, is energiek en volop actief als zowel duurzaam als fossiel internationaal investeerder. En als hobbyboer in Italië. Zijn voorkeur voor lichte provocatie heeft hij behouden. Toen hij zijn verzamelde aandelen en opties verzilverde voor 26 miljoen, kwam de vraag of hij er iets voor de maatschappij mee terug ging doen. Zijn antwoord: “Dat doe ik al door er vijftig procent belasting over te betalen.” En als ik hem voor hou dat hij zich eerder met zijn vermogen als ‘kleine krabbelaar’ onder de investeerders typeerde, volgt een lach: “Ja, haha.” Daarna meteen serieus: “Het is gewoon de waarheid.”
Een succesvolle carrière als bankier leidde tot het bestuursvoorzitterschap van ABN Amro, waar hij 7 jaar aan het roer zou staan. In 2007 werd de bank vijandig overgenomen door Fortis, Banco Santander en Royal Bank of Scotland. Opgeknipt, bruut in drie moten gehakt en onderling verdeeld. Groenink werd als hoofdschuldige voor het debacle aangewezen en zat opeens thuis. Een logisch vervolg van zijn loopbaan, die hem normaal gesproken vijf commissariaten (waaronder en paar grote bij beursgenoteerde bedrijven) en het voorzitterschap van een prestigieuze commissie had opgeleverd, zat er niet meer in.
Zelf noemt hij het nu ‘een geluk bij een ongeluk’ dat hij gedwongen werd zijn eigen weg te gaan. Groenink werd mede-investeerder en partner bij Atlas, een investeringsvehikel in duurzame en conventionele energie van zijn vriend Marcel van Poecke, die rijk werd met een investering in olieraffinagebedrijf Petroplus. Samen met Van Poecke nam hij een belang in olie- en gasbedrijf Oranje-Nassau. Het duo stapte ook in duurzame energie: windmolens en zonne-energie. Een bedrijf in duurzame bosbouw, waarmee CO2-rechten konden worden verworven, ging failliet. Naast zijn hobbyboerderij op de grens van Umbrië en Toscane, is hij ook grootaandeelhouder in twee koffieplantages en een koffiebrander in Ethiopië.
Groenink: “Die boerderij is een hobby, dat kost een beetje geld. De activiteiten in Ethiopië zijn commercieel verantwoord, want ik kan zoiets omvangrijks niet in leven houden als er geen geld wordt verdiend. Dan is het sponsoring voor de korte termijn. De winst steek ik in de onderneming, zo kun je het model versterken. Het project in Ethiopië is volledig duurzaam, met schoon water, scholen, huizen en een leefbaar inkomen voor de mensen die er werken. Het kan zonder mijn permanente bemoeienis blijven bestaan.”
De ondertitel van het boek van Paul Polman en Andrew Winston luidt: ‘Hoe je een succesvol bedrijf creëert: door meer te geven dan te nemen. Wat vindt u daarvan?
“Kun je dat voor mij in een economische formule gieten? Ik kan je vertellen hoe ik het heb aangepakt. Ik werd grootaandeelhouder van een verwaarloosde koffieplantage. Een jonge Ethiopische agronoom gaf ik de leiding, er werd twee keer zoveel personeel aangenomen en de salarissen gingen omhoog. We produceerden in twee jaar tijd zes containers groene bonen, we begonnen met twee. En de investeringen gaan door, omdat we verwachten steeds meer containers te kunnen vullen. Winst is essentieel, zonder winst kun je niet blijvend de gewenste social impact betalen.”
Een dag na het interview vliegt hij naar Ethiopië, voor overleg met zijn Afrikaanse zakenpartner. Grijnslachend: “Ja, vliegen is een zonde die ik nog niet heb opgegeven.”
Zwart gat
Waarom vindt u uw gedwongen vertrek bij ABN Amro een geluk bij een ongeluk?
“Als ik door de voordeur en met een groot feest in het Concertgebouw
afscheid had genomen van de bank, was ik niet toegekomen aan wat ik nu
doe. Wat ik gedaan heb vond ik ontzettend leuk. Het is heel uitdagend om
een grote onderneming te leiden, in te richten en te veranderen. Ook
ijdelheid en de bevrediging van een mooie functie bij ABN Amro speelde
mee. Het vraagt heel veel van je fysieke en geestelijke kracht. Tachtig
uur werken per week en bijna voortdurend geleefd worden. Mijn
secretaresse had later berekend dat tachtig procent van mijn agenda door
anderen werd gevuld, tegen twintig procent kon ik ja of nee zeggen.
Vanaf het moment dat ik benoemd werd tot voorzitter van de Raad van
Bestuur, daalde er een ondefinieerbare spanning op me neer die in al die
zeven jaar nooit is weggegaan. Een permanente spanning van
eindverantwoordelijke zijn. Niet hinderlijk, ik had er geen last van,
maar ik ben die spanning pas kwijtgeraakt toen het voorbij was. De
omvangrijkheid, de complexiteit, de tegenstellingen, de emoties tussen
toppen en dalen. Een zeer intensief leven dat je alleen volhoudt als je
er in de weinige tijd waarin je niet werkt volledig los van kunt zijn.”
En het zwarte gat daarna? Was het voor u een rouwproces?
“Rouwproces vind ik een verkeerd woord. Het was stilte, niks meer.
Opeens moet je je eigen tijd gaan invullen. Geen secretaresse meer, geen
chauffeur, geen aaneenschakeling meer van afspraken en meetings. Ik
was het jarenlang niet gewend. Een fenomenale verandering. Het duurt
even voor de duisternis optrekt en je weer dingen ziet waar je mee bezig
kunt zijn.”
Wel genoeg tijd om na te denken.
“Toen ik ophield bij de bank had ik één commissariaat en één bestuur,
dat is helemaal niks. Opeens moest ik gaan nadenken over waar mijn
belangstelling ligt. Waar zit mijn kennis en kunde? En ik ging, als
onderdeel van het proces, terugkijken: Oké Groenink, wat is er allemaal
gebeurd? Voel je je schuldig? Waaraan? Wat had je anders kunnen doen?”
Heel goede vragen. Wat zijn de antwoorden?
“Ik had soms andere beslissingen moeten nemen. Ik wil er niet
specifiek op in gaan, want vaak redeneer je met de kennis achteraf. De
moeilijkste vraag is: ‘Met de kennis die je toen had, had je het daarmee
ook anders moeten doen?’ Het heeft ook met je karakter te maken. Door
de tijd heen had ik empathischer moeten zijn, voor zover dat in mijn
vermogen lag. Dan had ik mogelijkerwijs op cruciale momenten een hechter
team gehad.”
“Aan de andere kant heb ik op momenten ook te veel lopen
breien, om de lieve vrede te bewaren, terwijl ik daar juist harder had
moeten zijn om knopen eerder door te hakken. Dat ging vooral om het
herschikken van de taken van de Raad van Bestuur. Ik had mensen andere
taken en andere posten moeten geven, om talenten beter te benutten en
slechte kanten te elimineren. In een aantal gevallen ben ik niet
doortastend genoeg geweest. Zo hard en meedogenloos als ik in De Prooi
(het boek van Jeroen Smit over ontstaan en ondergang van fusiebank
ABN Amro) ben afgeschilderd, was ik in de praktijk niet, daar lees je
een verkleuring van mijn karakter.”
Empathisch leiderschap is lang niet altijd effectief
Hoe kijkt u nu aan tegen empathisch leiderschap?
Vindt u het jammer dat die tijd voorbij is?
“Helemaal niet. Ik vond het altijd ongemakkelijk met hoeveel égards
en zelfs eerbied je werd bejegend omdat je bestuursvoorzitter was van
een heel grote bank. Daar had ik moeite mee. Ik voel me meer op mijn
gemak in een egalitaire, niet-hiërarchische omgeving, waar je makkelijk
alles tegen elkaar kunt zeggen.”
Op social media kan dat ook. Wat heeft dat voor invloed?
“Ik denk dat social media ook een factor zijn, waardoor je minder
opiniërende CEO’s hebt. Je wordt direct afgeslacht. Ik hou van een
herendebat. Dat kun je daar niet voeren, maar ook elders wordt het
spaarzaam.”
U koos in uw tijd bij ABN Amro niet voortdurend voor het podium. Waarom niet?
“Ik ben nooit publiciteitsgeil geweest, eerder het tegendeel. Mensen
denken soms het omgekeerde, maar ik heb altijd geprobeerd zo functioneel
mogelijk te zijn in mijn publieke optredens.”
De bank was al duurzaam
Na die periode van duisternis na uw vertrek koos u voor duurzaamheid. Waarom?
“Ik hoefde er geen draai voor te maken, In zekere zin was het een
voortzetting van waar ik bij de bank al mee begonnen was. We waren bij
de bank al heel ver met aandacht voor diversiteit en duurzaamheid. In
2006 mocht ik al een duurzaamheidsprijs in Amerika in ontvangst nemen
omdat we bovenaan prijkten op de Morgan Stanley Sustainability Index.”
Dat ABN nu aan integrated impact reporting doet, met aandacht
in het jaarverslag voor de ecologische winst- en verliesrekening van
hypotheken, is minder nieuw dan we denken?
“Met de bank liep ik voor de troepen uit. We brachten toen al aparte
duurzaamheidsrapporten uit. En hadden ‘policies’ over welke activiteiten
we wel of niet zouden doen in termen van duurzaamheid. We hadden debat
over kernenergie en over gokinstellingen. En over de positie van
vrouwen. We hadden een heel team met een directeur diversiteit en
duurzaamheid. Dat is met de splitsing in 2007 in een keer verdwenen, RBS
en Santander hadden daar helemaal niets mee.”
Voor u was het meer dan buitenkant?
“Ja, toen al! We deden het in 2006 omdat het in mijn hoofd en in mijn
DNA zat. Iedereen riep dat het cosmetisch was, maar ik geloofde er toen
al in dat we die kant op moesten. Ik was er permanent mee bezig:
‘Jongens, we doen dit niet voor de bühne, het is richtinggevend.’ Dat
geloof zat er al diep in voor ik ging investeren in duurzame projecten.”
Zeloten en agnosten
Groenink schreeuwde het in die dagen niet van de daken. De groene richting bleef ‘low profile’ naar buiten.
Waarom hebt u het toen niet groter gemaakt?
“Je moet volgens mij niet eindeloos tamboereren op een thema dat goed
valt in de samenleving, dat goed in de markt ligt. Andere stakeholders
zeggen dan: “Is hij maar met één thema bezig? Hij moet ook een
groeistrategie hebben.” Daar heeft de heer Polman bij Unilever denk ik
ook last van gehad. En een TNT-leider (hij doelt op Peter Bakker, red) leek
in die tijd alleen bezig met het World Food Program.”
Duurzaamheid was en is wel het overkoepelende thema.
“Dat is ook zo, maar de vraag is hoeveel nadruk je erop legt in de
publiciteit naar buiten. Je moet niet het risico lopen dat je
uitsluitend wordt vereenzelvigd met duurzaamheid. We gingen toen niet
snel en hard genoeg, hadden nog niet genoeg output om trots op te zijn.
Voor je die hele bank om hebt en je resultaten ziet ben je jaren verder.
Maar de aanzetten en policies om er te komen zagen er goed uit. Ik
rapporteer er liever over als het gelukt is, al ben je dan misschien
tien jaar verder.”
Paul Polman zette een grote stap door de kwartaalrapportages in een
Angelsaksische wereld af te schaffen. Hij wilde de nadruk op de lange
termijn leggen. Wat vindt u daarvan?
“Nadruk op de lange termijn is heel belangrijk. Je hebt de plicht en
de opdracht naar een duurzame bedrijfsvoering toe te gaan. Maar als je
alleen maar geïdentificeerd wordt met de lange termijn, loop je het
risico dat de aandeelhouder je bedrijf vandaag opsplitst. Je moet ook op
de korte termijn performen, het gaat om de balans. Dat zie je in de
hele energietransitie. Je hebt de zeloten die in alle doen en laten
duurzaam willen zijn. Het maakt ze niets uit wat je vandaag verdient,
als je maar zorgt dat je morgen duurzaam bent. Aan de andere kant heb je
de agnosten die doen of er niets de hand is, die trekken het kleed
onder je vandaan. Daar moet je tussen inzitten. Een heel beperkte groep
stakeholders is geïnteresseerd in hoe je onderneming er over 30 jaar
uitziet. Die stip aan de horizon is alleen intern van belang. Maar zeker
is dat je nooit ontkomt aan de performance van vandaag.”
En als je de lange termijn kracht bijzet met verwijzing naar de ESG- (Environmental, Social en Governance) doelen? En het klimaatakkoord van
Parijs?
“Met dat doel voor ogen streef je al naar balans. De grote
middengroep denkt ook dat duurzaamheid moet, maar wil geen hogere
elektriciteitsrekening en niet meer betalen voor benzine aan de pomp. En
die grote middengroep bepaalt de realiteit van de dag. Het is aan de
politiek om nog duidelijker richtlijnen te verschaffen, zodat je als
burger en bedrijf weet wat je moet doen om de gestelde doelen te halen.”
‘Als ik een auto koop die niet elektrisch is, spreken mijn kinderen me daarop aan’ | Credit: Simone DonatiDan lukt het je nooit om de energietransitie te versnellen.
“Hoe kun je die versnellen als het geld en de middelen er niet zijn?
Kijk naar wat er in onze nabije omgeving gebeurt. Duitsland besluit in
een vlaag van verstandsverbijstering de kerncentrales te sluiten. Wij
geven niet iedereen in Groningen een nieuw huis, maar besluiten de
gaskraan dicht te draaien waardoor we zelf een gas tekort creëren en ons
afhankelijk maken. Energie is geopolitiek en macht is dan altijd van
belang. Ik ben 72, mijn ouders hadden nog een soort primitieve
schuilkelder, ik heb nog enige herinnering aan de Koude Oorlog. Jongelui
van 40 hebben niets met machtsdenken. Het is goed om vanuit ideologie
te denken, maar je kunt het machtsdenken niet negeren. Geen enkel land
zit uiteindelijk te wachten op een explosieve stijging van de
elektriciteitsprijzen.”
Een nieuwe generatie wil de versnelling wel snel forceren, om de planeet te redden. Het is vijf voor twaalf.
“Duurzaamheid is geen idealisme, het is pure noodzaak. Het is een
overlevingsstrategie, dat zie ik ook. Als we niks doen gaat er
fundamenteel iets fout. Maar je hebt niet veel aan idealisme voor de dag
van morgen, je hebt praktische mensen nodig. Politieke leiders die
heldere doelen stellen en met overkoepelende regelgeving komen. Het is
mijn overtuiging dat we daarbij de komende decennia niet zonder fossiele
brandstoffen kunnen. Ik ben voor een gecontroleerde afbouw van gas en
olie en zoveel mogelijk opbouw van duurzame energie. Wat we niet moeten
hebben zijn permanente onevenwichtigheden die diepe sporen trekken. De
gas- en olieprijzen rijzen de pan uit. We verketteren de fossiele
brandstoffen, maar we kunnen nu niet zonder en hebben de tijd en het
geld nodig om intussen te investeren in nieuwe mogelijkheden.”
Not in my backyard
Het andere verhaal gaat over de planeet die in sneltreinvaart ten
onder gaat. Zeker nieuwe generaties willen dat niet lijdzaam afwachten.
“Iedereen is voor windenergie. Tot de molen bij je om de hoek komt te
staan: niet mooi, te veel lawaai, neemt je uitzicht weg. Daar red je
het dus niet mee. De beste oplossing voor je volledig op hernieuwbare
energie kunt draaien is kernenergie. Wij hadden met de bank stevige
interne discussies of we in kernenergie moesten investeren. Ik was en
ben voor. In 2005 wilde staatssecretaris voor Milieubeheer Pieter van
Geel al nieuwe kerncentrales in Nederland bouwen. Hij riep in die tijd: ‘meneer Groenink is het met me eens.’ Ik hoop dat Nederland en Europa er
vol op inzetten. Een kwestie van leiderschap, waar je politici met moed
voor nodig hebt, die tegen het sentiment in durven gaan. Die de
risico’s niet ontkennen, maar het belang van kernenergie benadrukken om
het huidige welvaartsniveau op peil te houden.”
De generaties na u wijzen op welzijn boven welvaart. Ze kunnen met
minder toe. De aarde redden door de energietransitie te versnellen is
oneindig veel belangrijker.
“Kijk, met de jongeren uit de jaren vijftig was je in de
energietransitie geen stap verder gekomen. Het bewustzijn is sindsdien
enorm toegenomen. Maar dit verhaal over generaties zie ik toch als iets
sociaal-maatschappelijks. Ik heb tot ik ver in de twintig was op een
postzegel geleefd, met een halve hamburger in de week. Dat vond ik
prima. Geen enkel probleem. Als je zo leeft is het heel makkelijk om te
zeggen dat het eindeloos kan doorgaan. Wanneer je daarna sluipenderwijs meer
gaat verdienen en je je met heel hard werken een levensstandaard kunt
veroorloven waarvan je dacht dat hij nooit zou komen, is het lastiger
daar afstand van te doen. Het is moeilijker iets op te geven, dan iets
niet te hebben, veel jongeren zullen het gaan meemaken.”
Lees ook dit stuk over ‘degrowth’, of ontgroeiing: welzijn boven welvaart
U hebt zelf kinderen. Nemen ze u vaak kritisch onder de loep?
“Nee, nee! Ze genieten ook van de levensstandaard die ze voor een
deel meekrijgen. Als je bij papa en mama in het buitenhuis een week met
vrienden kunt logeren, is het ook onwaarachtig om te zeggen:
“belachelijk dat jullie een buitenhuis in Italië hebben.” Maar als ik
een nieuwe auto koop die niet elektrisch is, zullen mijn kinderen me
daar op aanspreken. Wat ze mooi vinden is dat ik meer dan honderd
zonnepanelen heb geïnstalleerd. Er zullen niet veel individuen zijn die
me dat kunnen nazeggen.”
Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws
Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.



