Marc Seijlhouwer 14 december 2021, 23:25

Nieuw Nederlands bedrijf bouwt fabrieken voor waterstof

Waterstof als alternatieve brandstof klinkt mooi. Maar wie gaat alle waterstoffabrieken bouwen? Nu is er een bedrijf dat het zegt te kunnen. Dankzij kennis uit de chloorproductie.

Chemie Park2 Delfzijl Delfzijl krijgt een grote waterstoffabriek. | Credits: Gouwenaar, Wikimedia Commons

Voorlopig is het alleen nog een kantoor in het pand van Nobian. Maar straks is de Hydrogen Chemistry Company de belangrijkste Nederlandse speler in de wereld van waterstoffabrieken. Als het aan het bedrijf zelf ligt in ieder geval. Gisteren ging de firma, een samenwerking van Nobian en de Green Investment Group (GIG), officieel van start.

Kennis over waterstof

Het bedrijf bouwt voort op het werk van Nobian. Het bedrijf heeft decennia ervaring met het bouwen van fabrieken vol elektrolysers. Dat zijn de machines die nodig zijn om waterstof te maken uit water en (groene) stroom. Maar ze zijn ook onmisbaar voor chloorproductie, en voor die functie worden elektrolyzers al heel lang gebruikt. Lange tijd was er nauwelijks interesse in grootschalige eletrolyse van water naar waterstof. Te duur; waterstof maken uit aardgas is veel makkelijker en goedkoper.

Maar nu aardgas uit de gratie is in het streven naar een CO2-vrije wereld, lonkt de roep van de groene water-elektrolyzer. Er zijn plannen voor gigantische waterstofproductie. Vooral om de Nederlandse industrie groener te maken; van Tata Steel tot de Rotterdamse Haven. Nobian loopt al sinds 2017 mee in deze ontwikkeling, en besluit nu om die activiteiten in een nieuw bedrijf onder te brengen: HyCC.

Delfzijl en Tata Steel

HyCC neemt de planning, engineering en bouw van waterstoffabrieken in Nederland voor zijn rekening. Ze hebben nu al grote projecten onder hun hoede. Het Djewels-project van HyCC en Gasunie in Delfzijl is de eerste. 20 tot 30 megawatt, vele malen meer capaciteit dan de grootste waterstoffabriek in Nederland op dit moment. En daarna moeten nog grotere projecten volgen: 100 megawatt voor Tata, 250 megawatt voor de industrie in de haven van Rotterdam.

Hydrogen Chemistry Company (HyCC) noemt zichzelf op de eerste officiële dag van haar bestaan dan ook meteen een koploper in de Nederlandse waterstofwereld. Het is dan ook het eerste serieuze bedrijf met ervaring in de techniek die waterstof nodig heeft. Nu lijkt het vooral aan de opdrachtgevers van waterstofprojecten. Zij moeten allemaal nog de uiteindelijke investeringsbeslissing nemen voor de waterstofprojecten doorgaan. En daar is ook een belangrijke rol van de overheid. Want zonder subsidie zal die groene waterstof voorlopig niet op kunnen boksen tegen waterstof uit aardgas.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Energieleveranciers moeten eerlijk zijn over de herkomst van groene stroom

Consumentenbond, Natuur en Milieu en Wise - een organisatie die kennis verschaft over de energiemarkt en verschillende vormen van stroomopwekking - beoordeelden 41 stroomleveranciers. Daarbij keken ze naar de duurzaamheid van investeringen, de inkoop en de levering van de stroom. De resultaten leiden tot een rapportcijfer voor duurzaamheid. Gemiddeld scoren consumentenleveranciers een 6,6 en zakelijke leveranciers een 4,9. Groot verschil Uit het onderzoek blijkt dat er een groot verschil in duurzaamheid is tussen de ingekochte en de verkochte stroom. Dit komt doordat het merendeel van de leveranciers nog steeds vervuilende grijze stroom inkoopt, en het voor levering administratief ‘vergroent’ met certificaten. Veel consumenten krijgen dus op papier groene stroom geleverd, terwijl de ingekochte stroom niet duurzaam is opgewekt. “78 procent van de Nederlanders heeft een groenestroom contract. Maar 26 procent wekken we zelf groen op”, zegt Atse van Pelt die namens Natuur en Milieu meewerkte aan het onderzoek. Het verschil daartussen is stroom die ingekocht wordt op de energiemarkt en met behulp van groencertificaten (GVO's) duurzaam wordt gemaakt. "Bedrijven halen dus op grote schaal GVO's uit het buitenland en plakken die in Nederland op de overwegend fossiele stroom." Die groencertificaten horen bijvoorbeeld bij waterkrachtcentrales in Scandinavië of bij zonneparken in Spanje. Die GVO's zijn veel goedkoper dan de certificaten voor in Nederland opgewekte duurzame stroom. "Dat systeem met GVO's kan heel goed werken als elk Europees land even veel waarde zou hechten aan transparantie", zegt Van Pelt. "In Nederland willen consumenten weten dat ze groene stroom krijgen. Maar in Noorwegen is 90 procent van de elektriciteitsproductie met behulp van waterkracht en hebben mensen minder behoefte aan die helderheid." Noorwegen heeft daardoor een overschot aan certificaten die ze voor lage prijzen verkopen. Datzelfde gebeurt in Spanje. "In Nederland zijn die certificaten daardoor een factor 6 duurder dan in andere Europese landen", zegt Van Pelt. Overeenkomst De meest duurzame energieleveranciers op de consumentenmarkt zijn: Energie VanOns, om | nieuwe energie, Powerpeers, Pure Energie en Vrijopnaam. Zij krijgen een 10. Deze leveranciers kopen namelijk ook duurzaam in. “Zij sluiten daarvoor een overeenkomst af met bijvoorbeeld een wind- of zonnepark. Dat heeft veel meer invloed op verduurzaming”, zegt Van Pelt. Hetzelfde geldt voor het inkopen met behulp van certificaten van in Nederland opgewekte duurzame stroom. "Er zijn ook leveranciers die zich onderscheiden door te stellen dat ze alleen duurzame stroom uit Nederland leveren." Zowel inkopen met behulp van een overeenkomst als met een Nederlandse GVO draagt bij aan verduurzaming stelt Van Pelt. "Het geeft de producent investeringszekerheid omdat ze weten hoeveel inkomsten ze daaruit zullen krijgen. Dat wegen ze mee in een investeringsbeslissing voor het realiseren van meer duurzame opwek." Maar op die manier inkopen is duurder en moet concurreren met de stroom die met behulp van goedkope groencertificaten duurzaam is gemaakt. Dat verschil is niet zichtbaar voor de consument. Hierdoor kunnen de echt groene leveranciers zich nu onvoldoende onderscheiden van de 'groenwassende' massa, stellen de organisaties. Eneco Van de grote drie, is Eneco het duurzaamst, en krijgt een 9,0. Vattenfall wordt beloond wegens zijn duurzame investeringen met een 7,4, Essent behoort tot de grijze achterblijvers met een 4,0. Eneco zegt in een reactie blij te zijn met de 9 in de stroomranking. Het bedrijf wekt zelf al veel duurzaam op en investeert in nieuwe duurzame energieprojecten. “De score van een 9.0 in het onderzoek vormt een bevestiging van de ingeslagen koers om vanaf 2035 samen met de klanten klimaatneutraal te zijn”, zegt de woordvoerder in een reactie. Meer weten over groencertificaten? Lees hier de uitlegSchrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.