Marc Seijlhouwer 08 december 2021, 07:00

Gesmolten zout: goed voor kerncentrale en als energieopslag

Een spin-off van een Deens bedrijf dat een gesmoltenzoutreactor ontwikkelt gaat ‘batterijen’ maken waarin duurzame elektriciteit als warmte opgeslagen wordt in zouten. Het bedrijf wist de slechte eigenschap van zoutopslag te omzeilen.

Reactortorens koeltorens adobe stock kerncentrale De kerncentrale van de toekomst gebruikt gesmolten zout. | Credits: adobe stock

Seaborg Technologies timmert sinds 2015 aan de weg met een ambitieus doel: een compacte, inherent veilige kerncentrale. Door nucleaire brandstof te mengen met gesmolten zout, is een meltdown praktisch onmogelijk en is het kernafval makkelijker te behandelen. Seaborg wil een reactor bouwen op een boot, zodat deze waar ook ter wereld snel schone energie kan leveren.

Thoriumreactor

Gesmoltenzoutreactoren, waarvan de thoriumreactor misschien de bekendste is, worden op meer plekken onderzocht. Wat Seaborg uniek maakt is het gesmolten zout dat ze gebruiken. Dat is namelijk natriumhydroxide, terwijl meestal zouten als fluor of lithium gebruikt worden. Natriumhydroxide is namelijk heel bijtend, en zou de reactorvaten en pijpleidingen teveel aantasten.

Maar de Denen van Seaborg hebben een patent aangevraagd op een techniek die de aantasting door het zout tegengaat. En daardoor is natriumhydroxide opeens wel bruikbaar als energiedrager.

Windenergie opslaan in zout

Nu duurt het ontwikkelen van een gesmoltenzoutreactor heel lang. Seaborg begon in 2015 en verwacht na 2026 de eerste reactor op te starten. Om tot die tijd toch iets bij te dragen, kwam het bedrijf met een spin-off onderneming. Deze gebruikt zout om energie in op te slaan. Ook dit idee is niet nieuw: er zijn al energiecentrales die spiegels gebruiken om zonlicht op een zoutkolom te richten, waardoor deze smelt en geleidelijk warmte afgeeft.

Zout kan een heleboel warmte vasthouden: “Als we het Colosseum vullen met natriumhydroxide van 700 graden Celsius kunnen we heel Italië tien uur lang van stroom en warmte voorzien”, vertelt Seaborg-oprichter Ask Emil Løvschall-Jensen aan de website Sifted. Zout lijkt daarmee een goede kandidaat voor opslag van duurzame stroom. Nu is die opslag nog lastig. Batterijen zijn duur en houden hun energie niet lang vast. En (groene) waterstof kent veel verliezen. Bovendien is een waterstoffabriek prijzig om te bouwen.

Er zijn nog veel meer manieren om stroom op te slaan. In stenen, bijvoorbeeld.

Warmte voor industrie

Met een investering van 10 miljoen wil de spin-off (Hyme) binnen achttien maanden een proefmodel van een ‘zoutbatterij’ bouwen. Als die werkt, wil Hyme de techniek zo snel mogelijk toepassen. Vooral in de industrie ziet Løvschall-Jensen kansen: daar is behoefte aan warmte die gesmolten zout kan leveren.

Schrijf je in voor onze Newsbreak: iedere dag rond 12 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere middag rond 12 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze Newsbreak.

Topsector Energie: Fabeltjes over waterstof ontkracht

Waterstof is populair. Iedereen heeft het erover. Tientallen landen hebben een waterstofstrategie gelanceerd. Bedrijven starten met concrete waterstofprojecten. Kennisinstellingen werken aan alle onderdelen van de waterstofketen. En regionale organisaties timmeren aan de weg met field labs en demonstratieprojecten waar kennis- en onderwijsorganisaties betrokken zijn. Kortom, het gaat goed met waterstof. Dit succes leidt ook tot verhitte discussies over nut en noodzaak van waterstof. Gek genoeg zijn alle beweringen van voor- en tegenstanders waar. Groene waterstof is nu nog duur: inderdaad, maar er is perspectief op forse kostprijsreducties. Waterstof is inefficiënt: ook dat klopt, maar hangt af waarmee je dat vergelijkt. En waterstof is alleen voor de industrie: de tijd zal het leren. Het is goed om discussie over waterstof te voeren. Wat echter jammer is, is dat veel uitspraken over waterstof zeer stellig en als feiten worden gebracht. Dat helpt niet als we keihard aan de bak moeten om onze klimaatdoelstellingen te halen. Hier wil ik drie veelvoorkomende stellingen noemen die nuancering behoeven. De eerste is “dat groene waterstof nu nog duur is maar in de toekomst spotgoedkoop wordt”. Deze stelling wordt onderbouwd door erop te wijzen dat in het Midden-Oosten, Noord-Afrika of Australië waterstof te produceren is voor 1 euro per kg. Dat is onder de kostprijs van grijze, uit aardgas geproduceerde waterstof. In zeer grootschalige projecten in de genoemde gebieden maakt men zonnestroom voor 1 eurocent per kWh. Als er voor een kilo waterstof 55 kWh aan stroom nodig is en je daar enkele Eurocenten bij optelt voor de kapitaalkosten van het elektrolyseapparaat, dan is 1 Euro per kg aannemelijk. Daar komen echter nog transportkosten bij als we waterstof hier willen inzetten, die variëren tussen 1 en 2 euro per kg. Maar belangrijker dan de kostprijs is de vraag tegen welke marktprijs waterstof beschikbaar komt? Als waterstof zich grootschalig ontwikkelt, en weinigen twijfelen daar nog aan, dan ligt het voor de hand dat een regionale en wellicht mondiale commodity-prijs ontstaat. En dan treden economische wetten in werking. Het valt te verwachten dat, net als bij vloeibaar aardgas nu het geval is, Zuidoost-Azië een belangrijke vraagmarkt is die de prijs in belangrijke mate bepaalt. Kortom; het valt dan nog wel te betwijfelen hoe goedkoop de waterstof uiteindelijk wordt.Jörg Gigler: "We moeten ons niet op ongenuanceerde stellingen en one liners baseren, maar op de feiten."Blogserie; experts van Topsector Energie aan het woord 1: Energietransitie – kijken we de ander weg, of openen we ons hart?2: Centrale regie, of toch liever autonomie?3: Fabeltjes over waterstof ontkracht (dit blog)4: Door de transitie kunnen huishouden geld verdienen met energie5: Om een duurzame toekomst te bouwen, moeten we investeren in mensen6: Een nieuwe generatie duurzame investeerders staat opDe tweede stelling is dat “we beter waterstof kunnen importeren dan zelf produceren”. Dat bevalt te bezien. De uitfasering van de gaswinning uit het Groningen-veld toont aan dat we met een beperkte eigen productie aan aardgas zijn overgeleverd aan de internationale energiemarktdynamiek met op dit moment torenhoge prijzen. Alleen al vanuit dat oogpunt is eigen productie verstandig. Maar veel belangrijker is dat we waterstof nodig zullen hebben om het grote potentieel aan offshore-wind optimaal te kunnen gebruiken in het Noordwest-Europese energiesysteem waar Nederland deel van uitmaakt. Er komt namelijk een moment dat aanlanding van offshore wind in de vorm van elektriciteit niet meer mogelijk en wenselijk is, bijvoorbeeld vanwege de ontwikkeling van windparken verder op zee en beperkte transmissiecapaciteit. Alleen al daarom is waterstofproductie in ons eigen land noodzakelijk. Het mes snijdt aan twee kanten: we zijn minder overgeleverd aan de grillen van de internationale markt en we gebruiken ons enorme offshore-windpotentieel optimaal. De derde stelling is dat “waterstof in de industrie thuishoort”. Dat klinkt logisch en is het ook. Uit de industrie zal veruit de grootste vraag naar waterstof komen. Tegelijkertijd kunnen we nu nog niet uitsluiten dat waterstof ook in het vervoer en de gebouwde omgeving onderdeel van het pallet aan opties wordt. In deze sectoren is de zoektocht naar haalbare verduurzamingsopties gaande. Elektrische warmtepompen en batterij-elektrische voertuigen hebben zich al ruimschoots bewezen. Maar in historische binnensteden en voor het zwaar transport over lange afstanden zijn nog geen geschikte oplossingen voorhanden. Daarnaast moeten we ook oog hebben voor de systeemimplicaties: kan het elektriciteitsnetwerk de verwachte hoge capaciteiten straks nog aan, hoeveel opslag en back-upcapaciteit is er nodig? Deze vragen sluiten waterstof in deze toepassingen niet bij voorbaat uit. En die beperking moeten we onszelf niet opleggen. Deze drie stellingen illustreren dat er nog veel te leren en te innoveren is. Dat moeten we onderkennen en we moeten er naar handelen. We helpen de energietransitie niet vooruit met meningen. Mijn pleidooi is om vooral met een nieuwsgierige blik naar deze ontwikkelingen te kijken, elkaar continu te blijven bevragen en toe te geven dat we veel nog niet weten. We moeten vooral feiten boven tafel krijgen in de gezamenlijke zoektocht waarin. Met aanvullend onderzoek en demonstratieprojecten komen we verder. We moeten ons niet op ongenuanceerde stellingen en one liners baseren, maar op de feiten. Alleen dan maken we de beste keuzes in de de energietransitie en hebben we de meeste kans om de klimaatdoelstellingen te halen. Jörg Gigler is Directeur TKI Nieuw Gas | Topsector EnergieHet Betoog Change Inc. waardeert de betrokkenheid van lezers en toekomstmakers zeer. Ook een opinieartikel aanleveren voor de rubriek ‘Het betoog’? Stuur de bijdrage naar hoofdredacteur Roy op het Veld: roy@change.inc. Het artikel moet een wezenlijke bijdrage leveren aan het debat en iets toevoegen aan wat al eerder op Change Inc. verschenen is. De redactie beslist over plaatsing.