Teun Schröder
16 november 2021, 13:28

Michiel van den Berg, Eteck: "De gasperikelen maken ons bewust van onze afhankelijkheid van gas"

De komende maanden spreken wij directeuren en andere beslissers over de kansen en uitdagingen van de toekomsteconomie. Dit keer: Michiel van den Berg, de kersverse CEO van warmteleverancier Eteck. “Er is draagvlag nodig voor de alternatieven van gas. Daar valt nog vertrouwen te winnen. Nu zijn we nog te afhankelijk van gas.”

Adobestock energietransitie "Het vertrouwen bij de eindklant moet groeien dat er goede duurzamere alternatieven zijn voor gas", zegt CEO Michiel van den Berg van Eteck. | Credits: Adobe Stock

Wat doet Eteck zoal om de klimaatdoelen van Parijs te halen?

“Eteck heeft al twintig jaar naam gemaakt in de warmtetransitie. We bieden alternatieven voor gas in de vorm van warmte- en koudeopslag en all-electric oplossingen. Met meer dan 250 projecten en 65.000 aansluitingen onder contract, zijn we de grootste duurzame warmte-en-koude-exploitant van Nederland. We zitten in bestaande bouw en nieuwbouw, van woningen tot winkels en kantoren. Terwijl er allemaal partijen in of uit deze veranderende markt zijn gestapt, heeft Eteck laten zien dat de energietransitie een succes kan zijn. Dan helpt onze 20 jaar ervaring zeker. Zolang je goed blijft luisteren naar de vraag en altijd met een passende oplossing kan komen. Het feit dat we een volwassen bedrijf zijn geworden zie je ook aan de mensen die we aantrekken. We zijn inmiddels met honderd werknemers en groeien door om de enorme vraag in deze transitie ook straks nog aan te kunnen.”

Michiel van den Berg, Eteck

Hoe gaat Eteck de komende jaren bijdragen aan de toekomsteconomie?

“Verduurzaming van gebouwen gaat vaak over nieuwbouw en grootschalige renovatie. Maar de 7 miljoen bestaande huishoudens moeten ook transformeren. Dit rendabel doen is een enorme uitdaging. Daarop gaan we ons de komende tijd richten. Ook hebben we net een groeifinanciering van 225 miljoen euro aangetrokken. Daarmee willen we verdubbelen in het aantal aansluitingen richting 2024. Verder moet het vertrouwen bij de eindklant groeien dat er goede duurzamere alternatieven zijn voor gas. Want nu zijn we daar in Nederland nog te afhankelijk van. We zijn techniek-agnostisch – verschillende technieken zijn toepasbaar op verschillende situaties, daarom werken wij techniek-onafhankelijk zodat we altijd de beste lokale oplossing kunnen bieden. Daarbij zetten we maximaal in op het verminderen van CO2-uitstoot. Daar hoort ook het delen van kennis en het creëren van draagvlak bij.

Als bedrijf zijn we continu in ontwikkeling om mee te gaan in de veranderende markt. We hebben negen jaar op rij de FD Gazelle gewonnen, maar daar zijn we nu te groot voor. We werken aan verdere structurering en professionalisering. Bij de extra financiering horen ook verplichtingen naar banken, afnemers en klanten. Daar ligt voor mij een enorme kans om aan bij te dragen.”

Wat moet er gebeuren om dat voor elkaar te krijgen?

“Het klinkt misschien als een cliché, maar als je wilt dat de energietransitie succesvol is, zullen alle betrokken partijen meer met elkaar moeten samenwerken. Allerlei partijen hebben eigen belangen, zorgen en ambities. Maar als je die naast elkaar legt, zie je dat er veel meer overeenkomsten dan tegenstellingen zijn. De energiesector is redelijk eensgezind als het om lobbyen voor beleid gaat, maar in het zoeken naar overeenkomsten is nog ruimte voor verbetering. Bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling; daarin zouden gemeenten, projectontwikkelaars en energiepartijen veel meer kunnen samenwerken. Meer openheid en transparantie onderling voorkomt dat gemeenten steeds opnieuw het wiel moeten uitvinden. Ook werken veel gemeenten met een tendersysteem (red. systeem waarbij de opdrachtgever bedrijven vraagt offertes in te dienen). Voor warmtepartijen is het lastig om je daarvoor in te schrijven omdat de gestelde eisen binnen de tender te specifiek zijn. Alle relevante partijen moeten juist met elkaar om tafel zitten En het liefst in een zo vroeg mogelijk stadium om tot het beste resultaat te komen voor alle betrokkenen.

Een andere uitdaging is de energietransitie betaalbaar houden voor iedereen. Je ziet nu dat de burger wel wil verduurzamen, maar er niet teveel voor wil betalen. Door de hoge gasprijzen moeten mensen nu flink bijbetalen op hun gasrekening. Energiearmoede is voor een deel van de bevolking een groeiend probleem. Aan de andere kant zorgen de gasperikelen er wel voor dat de maatschappij zich bewust wordt van onze afhankelijkheid van gas. Het is een grondstof die schaars kan worden, om wat voor reden dan ook. Je hoopt dat de energietransitie op gang komt omdat de burger dat wil, voor zichzelf en voor een betere toekomst. Nu zie je dat we sneller stappen kunnen maken als het simpelweg op extra kosten aankomt. Die motivatie kan een flinke boost zijn en bijdragen aan een succesvolle energietransitie.”

Je auto vijf keer sneller opladen dankzij nieuw koelsysteem

De techniek richt zich op de koeling van de oplaadkabel. Dit is een heikel punt: de oplaadsnelheid is in theorie vooral begrensd door de warmte die ontstaat tijdens het opladen. Dit is hetzelfde principe als een laptopoplader die warm wordt. Maar bij een elektrische auto gaat er in korte tijd een heleboel stroom doorheen, waardoor er veel meer hitte ontstaat. 
Daarom hebben opladers een koelsysteem. Maar deze systemen kunnen relatief weinig warmte afvoeren, waardoor laden langzaam is. De onderzoekers van Purdue hebben een hele nieuwe methode: een speciale vloeistof gaat langs het stroomcontact, waar het door de warmte verandert in damp. Deze damp zorgt voor koeling, condenseert weer tot vloeistof en zo is het cirkeltje rond. Veel meer ampere Het team werkt al 37 jaar aan deze koeltechniek. Door een samenwerking met Ford hopen ze nu een nieuwe toepassing te vinden in autoladers. Maar voor het zover is moet er nog een heleboel werk gebeuren. Zo is de nieuwe koeltechniek nog niet ‘in het echt’ getest met een elektrische auto. De onderzoekers lieten alleen zien dat de koeltechniek ervoor zorgt dat er maximaal 2400 ampere door de stekker kan. Dat is veel meer dan de 150 ampere die nu standaard is en ook de supersnelladers kunnen maar 520 ampere aan. Maar als je echt in vijf minuten een volle accu wil, moet ook de aansluiting bij auto’s anders. Dat betekent dat het nog een generatie zal duren voor dit eventueel bruikbaar is. Kortom: dit onderzoek laat zien dat heel snel laden wel degelijk mogelijk is. Het duurt alleen even.