Eva Segaar 16 november 2021, 10:29

Melkveehouder Coen Wantenaar: “Alleen met duidelijk landbouwbeleid kan ik nog meer verduurzamen”

Coen Wantenaar is melkveehouder in Soest. Hij nam de boerderij een jaar geleden over van zijn ouders, en is daarmee de derde generatie boer in de familie. De 1,4 miljoen liter melk die zijn 150 koeien jaarlijks produceren levert hij aan FrieslandCampina, en is zo geproduceerd dat het ‘On the Way to PlanetProof’ – is, en dus aan extra duurzaamheidscriteria voldoet. Maar wat is precies het verschil met ‘normale’ melk, en hoe ziet hij de toekomst van de melkveehouder voor zich met alle commotie rondom stikstof?

DSC 0213 Boer Coen Wantenaar in de wei met zijn grazende koeien

Gekleed in een groene bodywarmer met het Campina-logo verwelkomt melkveehouder Coen Wantenaar mij hartelijk op zijn erf. We lopen naar zijn kantoortje naast de stal, van waaruit via het raam de koeien te zien zijn, en ook af en toe een ferme ‘moeee’ te horen is. Op een groot scherm opent hij een powerpointpresentatie over het bedrijf waar hij een jaar geleden eigenaar van is geworden. En hij is overduidelijk trots. “Wat wil je weten, want ik kan uren vertellen”, zegt hij lachend, en hij vertelt hoe de oom van zijn opa in 1891 een boerderij begon met varkens, kippen, aardappels en koeien, en dat zijn ouders er uiteindelijk voor hebben gekozen om alleen nog koeien te houden. “Zij besloten te specialiseren, zodat ze efficiënter konden werken. Toen gingen we van 45 naar 85 koeien. En nu hebben we er 150, met 78 hectare land waar ze op grazen.” Vanuit FrieslandCampina is ook duurzaamheidsmanager Sjoerd van Sprang aangeschoven. Hij werkt sinds 2018 voor de coöperatie die drie keer per week de melk bij Wantenaar komt ophalen.

De landbouw moet duurzaam, dit is hoe Hak haar telers daarbij helpt.

On the way to PlanetProof: wat is het?
On the way to PlanetProof is een keurmerk dat is ontwikkeld door Stichting Milieukeur. Het label is er voor zuivel, groente en fruit, eieren en bloemen. Voor elke productgroep heeft het andere regels, maar voor zuivel betekent het dat de boer aan extra eisen moet voldoen die het dierenwelzijn, biodiversiteit en klimaat bevorderen. Zo zijn weidegang voor de koeien en delen van het land teruggeven aan de natuur voorbeelden van de eisen. Ongeveer 700 van de 11.000 bedrijven bij FrieslandCampina voldoen aan het keurmerk en krijgen daarvoor 2 cent per liter extra. Meer over het keurmerk lees je hier.

Voer van eigen land

De 150 koeien van Wantenaar eten vooral veel gras en mais. Daarom heeft de boer veel oppervlakte nodig, want bijna al het voer komt van eigen land. Het gras wordt in de zomer ook geoogst en opgeslagen, omdat er in de winter geen gras groeit. En de mais wordt ook op het eigen land geteeld. “Ik stuur een monster van het gras naar het laboratorium, zodat ze precies weten wat erin zit en de voedingsadviseur kan zeggen hoeveel krachtvoer er extra nodig is voor de optimale melkproductie.”

Wantenaar koopt maar een heel klein beetje krachtvoer bij. In totaal komt 95 procent van het voer van eigen land. “In de hele CO2-discussie wordt nog wel eens vergeten dat het enorm scheelt als wij boeren onszelf kunnen redden met ons eigen land. Als je veel krachtvoer bij moet kopen, belast dat het klimaat meer.” Maar Wantenaar heeft dan ook geluk dat hij zoveel hectare rondom zijn stallen heeft: boeren die dat niet hebben, moeten meer voer inkopen.

Start-up Grassa wil meer uit gras halen: “Het is een enorm potent maar ondergewaardeerd gewas”

Meer biodiversiteit, maar ook meer CO2-uitsoot

FrieslandCampina levert sinds 2018 een deel van de melk onder de eisen van On the Way to PlanetProof. Om aan de eisen van het keurmerk te voldoen moeten de melkveehouders zich extra inspannen voor dier, natuur en klimaat. Voor Wantenaar betekent dat onder andere dat hij een deel van zijn grond moet opofferen, zodat op die plekken bijvoorbeeld kruidenrijk grasland kan worden aangeplant, of borders met allerlei soorten bloemen, omdat het de biodiversiteit bevordert. Er komt een adviseur langs, in dit geval van het Agrarisch Collectief Utrecht Oost, om te kijken wat goed past bij de grond en de bedrijfsvoering. “Zo heb ik sinds een aantal jaar een botanische weiderand en wordt de slootkant niet bemest en minder gemaaid. Daar krijgen insecten dan meer kans.”

De adviseur komt twee keer per jaar langs om te kijken of de boer er inderdaad aan voldoet, en of het areaal waar de natuur zijn gang mag gaan nog uitgebreid kan worden. De boer krijgt voor de inspanning een kleine vergoeding vanuit de overheid, en het is een van de eisen van het Planet Proof-keurmerk. Dat keurmerk richt zich naast biodiversiteit ook op dierenwelzijn en klimaat.

Het opofferen van land ter bevordering van de biodiversiteit, dat is best een serieuze ingreep, zegt Wantenaar. “Door de natuur meer zijn gang te laten gaan, raken we wel wat productieve landbouwgrond kwijt.” En dat is soms ook best paradoxaal, valt duurzaamheidsmanager bij FrieslandCampina Sjoerd van Sprang hem bij: “Als je de natuur meer de kans geeft, is er minder ruimte voor voer van eigen land en moet je dus meer inkopen. Dat kan weer zorgen voor hogere kosten en voor meer CO2 uitstoot. Dat is best een interessant dilemma.

Er gaat niets boven blije koeien

Afgelopen jaar heeft Wantenaar de ligplaatsen voor de koeien verbreed, zodat de koeien nog meer ruimte hebben. Dat de koeien oud worden is ook een eis om zijn melk onder het keurmerk te kunnen verkopen, wat hem per liter melk twee cent extra oplevert. “Dat zijn serieuze bedragen op 1,4 miljoen liter per jaar”, zegt de boer. En het geld dat het extra oplevert investeert hij weer in het bedrijf, zodat hij aan het keurmerk blijft voldoen. “Ik heb een keer mijn neus gestoten. We hadden door een enorme geboortegolf een te hoge kalversterfte, en toen voldeed ik niet meer aan de eisen. Nou, dat kost serieus geld. Elke keer als de melkwagen kwam, was ik enorm teleurgesteld.” Na een jaar kon hij toch weer zijn melk gelukkig weer onder het keurmerk verkopen.

Het liefst zou Wantenaar zes cent per liter krijgen, vier cent meer dan nu. Van Sprang gunt hem dat ook van harte, maar daar gaat FrieslandCampina niet over. “Ik vind ook dat we daar allemaal wat meer voor zouden mogen betalen, gezien hoeveel werk het is om eraan te voldoen. Voor sommige frisdranken betalen consumenten meer dan voor een bron van goede voedingsstoffen.”

Het PlanetProof-keurmerk stelt geen eisen aan de energieopwekking, maar Wantenaar heeft daar wel plannen voor. Hij wil drie kleinere staldaken laten saneren omdat er asbest in zit. Daar gaat hij dan zonnepanelen opleggen. “Maar dat gebeurt pas volgend jaar, want het elektriciteitsnet kan het de komende drie jaar niet aan om deze stroom bij te leveren. Dus dat heeft nu nog geen zin.”

“Als ik het nieuws lees voel ik mij een halve crimineel, terwijl we zo ons best doen om het goed te doen”, zegt Wantenaar

Maatschappelijke onrust

Het is anno 2021 best spannend om boer te zijn, gezien de maatschappelijke en politieke onrust die het met zich meebrengt. In 2019 raakten we in een stikstofcrisis door de uitspraak van de Raad van State, want we bleken als Nederland veel te veel stikstof uit te stoten waarmee we onze natuurgebieden in gevaar brengen. Stikstof ontstaat door het samenkomen van mest en urine van de koe. En daarbij produceert een koe ook methaan door het laten van boeren en scheten. Dat is een 28 tot 34 keer sterker broeikasgas dan CO2.

Alles over methaan: wat het is en hoe we de uitstoot ervan kunnen beperken.

Tienduizenden trekkers gingen de weg op om te protesteren tegen het Haagse en Europese beleid. Hoe staat Wantenaar in die discussie? “Als ik het nieuws lees voel ik mij een halve crimineel. Terwijl we zo ons best doen om het goed te doen. Vanuit het verleden zijn we de verkeerde kant op gestuurd, omdat niemand na de Tweede Wereldoorlog ooit nog honger wilde hebben. Maar inmiddels is de wereld en daarmee het beleid veranderd. En als dan zo’n grappenmaker zegt dat ik mijn veestapel moet halveren, krijg ik daar kippenvel van, omdat hij echt geen tegemoetkoming gaat betalen en net zozeer onderdeel is van de maatschappij die een paar decennia geleden iets heel anders van ons vroeg.”

Wantenaar vreest voor de toekomst van de melkveehouder. “Ik zit niet naast een Natura 2000-gebied en ben een redelijke voorloper wat betreft verduurzamen, dus ik maak mij om mijzelf geen zorgen. Maar het gaat op andere plekken wel pijn doen.” De melkveehouder merkt dat de publieke opinie verandert, en dat wij in Nederland ook erg afhankelijk zijn van Europees beleid. “Ik zou nu geen zware financiering aangaan voor het bouwen van een nieuwe stal, want er is zoveel druk vanuit de EU. En daar heb ik totaal geen grip op.”

Biologische koers van de EU

Zo zet de Green Deal van de Europese Commissie, voorgezeten door Frans Timmermans, in op een klimaatvriendelijker landbouwbeleid. Onder meer 25 procent van de Europese Landbouw moet in 2030 biologisch zijn; nu is dat 7 procent. Hoe erg verschilt PlanetProof ten opzichte van biologisch voor een melkveehouder? “Er is niet zoveel verschil, bij biologisch wordt er meer gelet op natuur en bij PlanetProof weer wat meer op klimaat en dierenwelzijn. Maar we hebben te weinig land om biologisch 150 koeien te houden, omdat je minder gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest mag gebruiken.” Qua dierenwelzijn heeft biologisch minder verregaande eisen.

Biologisch eten is duur. Maar is het ook duurzaam?

Wantenaar vindt het moeilijk te verkroppen dat er soms keuzes worden gemaakt in het voordeel van het milieu, maar ten koste van de dieren. “Voor mij zijn blije koeien het allerbelangrijkste. Toen wij deze stal bouwden was er één emissiearme vloer, waar gleuven inzitten zodat de uitwerpselen worden gescheiden van urine en je minder stikstof uitstoot. Maar daar krijgen de koeien veel meer klauwproblemen van, waardoor er gemiddeld zeven blijvend kwetsuur oplopen. Nou, dan gaat het systeem er bij mij echt niet door.” De boer hoopt vooral dat er de komende jaren duidelijk landbouwbeleid komt, zodat hij weet waar hij aan toe is. Het is wachten op de plannen van het nieuwe kabinet, en meer duidelijkheid vanuit de Europese Unie.

Een batterij voor auto’s gemaakt van oude batterijen

Een batterij voor een auto bestaat voor het grootste deel uit lithium. Maar er zitten meer metalen in, waaronder nikkel, mangaan en kobalt. Die laatste drie wist Northvolt uit oude batterijen te isoleren en vervolgens opnieuw te gebruiken in een kersverse batterij. De komende maanden doet het bedrijf tests met de batterij om te zien of hij aan alle eisen van een nieuwe batterij voldoet. Is dat zo, dan hoopt Northvolt snel op grotere schaal metalen te winnen uit autobatterijen. Ook in Nederland recyclen we batterijen, in de haven van Rotterdam Het terugwinnen van metalen uit batterijen is ingewikkeld. Je kunt niet simpelweg een stripje metaal uit de batterij halen, omdat alles aan en op elkaar zit. Bovendien raakt het metaal vervuild na jaren van gebruik. Om het metaal schoon uit een batterij te halen laten ze het weken in een speciale oplossing waardoor de metalen loskomen en geïsoleerd kunnen worden. Op deze manier kan 95 procent van de drie metaalsoorten teruggewonnen worden.Waarom is het belangrijk om batterijen te recyclen? Autobatterijen bevatten een heleboel dure metalen. Er is maar een eindige hoeveelheid van deze materialen aanwezig op aarde. Als wij massaal in elektrische auto’s rijden is er een heleboel van dit materiaal nodig. Door accu’s te recyclen verminder je de behoefte aan vers materiaal. Dat is niet alleen goed om verspilling tegen te gaan, het scheelt ook CO2. Want het winnen van metalen uit de aarde is geen milieuvriendelijk proces. Northvolt richte zich nu op drie metalen waarvan er relatief weinig in een batterij zit. Het belangrijkste bestandsdeel, lithium, is in de batterij niet uit oude batterijen afkomstig. In de toekomst moet dit wel gebeuren, want ook lithium is een schaars metaal. Maar een batterij die 100 procent gerecycled lithium gebruikt is heel lastig, omdat het lithium verweerd door het op- en ontladen tijdens het rijden. Northvolt wil de komende jaren het proces om gerecyclede batterijen te maken perfectioneren in de hoop dat er in 2030 batterijen zijn die voor 50 procent uit herbruikt materiaal bestaan.