Eva Segaar 05 november 2021, 10:53

Margot Vandervoort wil met Willicroft het meest duurzame kaasalternatief zijn: "Vegan op zijn best, met de kennis van nu"

Margot Vandervoort is head of operations & finances bij Willicroft, een start-up die plantaardige kaas maakt van bonen en peulvruchten. De meeste kaasvervangers zijn nu nog van cashewnoten gemaakt, omdat die zich het beste lenen als romige vervanger, maar dat is geen duurzaam ingrediënt: er is veel water nodig om de noten te verbouwen, en ze kunnen niet lokaal worden verbouwd. Willicroft wil graag het meest duurzame kaasalternatief zijn.

Willicroft maccheese scoop L De vegan kaas van Willicroft is een duurzaam alternatief voor kaas gemaakt van melk | Credits: Willicroft

Wat is je visie op een duurzame toekomst?

“Waarom wij als wereld niet duurzaam zijn, is omdat we te losgekoppeld zijn van alles. Niet alleen de mens en zijn eten, maar ook onze levensstijl en de planeet aarde. We zijn altijd maar bezig met efficiëntie en versnelling, waardoor we vergeten wat eigenlijk de beperkte middelen zijn waar we het mee moeten doen. We hebben als mens bijvoorbeeld een zekere emotionele capaciteit, en als planeet een zekere draagkracht. Die koppeling moet opnieuw de leidraad van onze manier van leven worden en is daarmee ook de kern van de oplossing. De boer en de consument moeten elkaar weer leren kennen, zodat je ook beter weet wat je allemaal naar binnen werkt. Want in de supermarkt zien we het niet meer. Je ziet dat het al op verschillende manieren gebeurt, door duurzaamheidslabels op de producten te plakken maar ook de inspanningen op de korte ketens en de inzet op lokaal voedsel. Dat vind ik heel interessant, het feit dat de consument zich daar bewust van wordt.

Ik denk dat het de functie is van de kleine bedrijven om consumenten te inspireren. Om te zorgen voor excitement, en te laten zien dat het anders kan. Dat doet Willicroft. Wij maken producten die lekker zijn, en tonen dat het niet eng of verschrikkelijk is wat er gaat gebeuren in de klimaatneutrale toekomst. We moeten een knop omdraaien, en laten zien dat het super fijn gaat zijn.

Dat voortouw kunnen wij nemen, en dat zorgt ook dat er meer druk ligt op grote bedrijven en de politiek, zodat we de grote shift gaan maken – die uiteindelijk enkel op politiek niveau kan plaatsvinden. Want pas als er tractie is, wordt de grote katalysator geactiveerd, zodat we de shift gaan maken. Echte verandering gaat er nooit komen als er subsidies blijven bestaan voor zuivel en niet voor plantaardige voeding. En pas als er veel tractie is, kan de grote katalysator geactiveerd worden. Wij willen er daarnaast voor zorgen dat er ook nuance komt in het debat, dat je niet alleen vegan of niet-vegan bent, maar gewoon, dat je weet wat je eet en verschillende dingen probeert. Dat je je afvraagt of lokaal en plantaardig nu beter of slechter is dan een avocado die van de andere kant van de wereld komt.”

Margot Vandevoort met de vegan ‘feta’: “Wij zijn de enige die van bonen en peulvruchten kaas maken”

Leiderschap

“Ik ben niet de visionair die het gestart is, (dat is Brad Vanstone, red.) ik ben eerder de rationelere versie ervan, en samen hebben we een goede balans. Er werken nu 12 mensen bij Willicroft, en wij geloven dat leiderschap moet ontstaan vanuit visie. Want als je dat doet, en leiderschap laat ontstaan vanuit een doel, dán creëer je empowerment. Dan gaan mensen werken voor zichzelf in plaats van enkel voor hun baas. Dan kun je daar doelen aan koppelen, en dat is heel belangrijk. We hebben hier heel weinig structuur, maar als je wel structuur nodig hebt dan bieden we die. Zo mag je thuis- of op kantoor werken, om 8 uur of 11 uur beginnen: het maakt ons niet uit hoe het gebeurt, als het maar af komt. Wij moeten daarin het goede voorbeeld geven, want als jij zelf geen energie hebt, dan sijpelt dat ook door in de rest van de organisatie.”

Impact

“Wij maken onze kazen van bonen en peulvruchten, en zijn de enige die dat zo doen. We begonnen op basis van cashewnoten, maar die zijn veel minder duurzaam. Bonen kunnen op een regeneratieve manier groeien en zijn minder klimaatintensief dan cashewnoten. Je hebt ook vegan kazen gemaakt op oliebasis, maar daar zitten dan weer geen voedingswaarden in. Willicroft zit daartussen met een zo duurzaam mogelijk product dat wel voedingswaarde heeft en kan opschalen. Zodat we mensen verleiden om misschien over te stappen. Vegan op zijn best, met de kennis van nu.

We vinden het ook belangrijk om te weten wat onze impact is en maken daarvoor telkens een Life Cycle Analysis, waarmee we de voetafdruk van de kazen berekenen. Met twee zijn we daarin al heel ver. We doen dat omdat we zeker willen weten waar we staan. Daarbij toetsen we het niet alleen aan zuivel maar ook aan onze eigen doelen, die we dan weer kunnen verbeteren. Verder doen we transitional farming-projecten, waarbij we connecties leggen tussen bonen- en zuivelboeren, en daarbij de zuivelboeren in staat stellen om op een stukje land bonen te gaan groeien. Nu zitten we nog in de testfase, waarbij we afspreken de bonen sowieso af te nemen om dat risico weg te nemen. Zo helpen we de zuivelboer, want die heeft in zijn eentje niets fout gedaan, maar hij wordt wel de dupe van deze situatie.

Daarnaast zijn we best activistisch, we hebben ons aangesloten bij de True Animal Protein Price Coalition, waarbij we pleiten voor een échte voedselprijs voor vlees. Ook hebben we ons aangesloten bij Extinction Rebellion en we hebben een community opgericht voor bedrijven die, net als wij, moeder natuur als CEO van hun bedrijf zien. Alle beslissingen die we nemen worden daar aan getoetst. Inmiddels is Alpro ook al lid, en ook de Etos wil zich aansluiten.”

Rieks Smook wil met start-up Grassa meer uit gras halen: "Het is een enorm potent maar ondergewaardeerd gewas"

Wat is je visie op een duurzame toekomst? “Op onze planeet is nu, en ook in 2050 als er 10 miljard mensen zijn, voldoende voedsel. Ik geloof dat, met technologische vooruitgang en met meer efficiëntie, iedereen op deze aarde een goed en steeds beter leven kan krijgen. Er zijn wel vele veranderingen nodig, want in alle eerlijkheid: hoe we nu met zijn allen bezig zijn is niet de juiste manier. Polarisatie drijft mensen, landen en gemeenschappen uiteen, terwijl we juist meer samen moeten werken. Er ontstaat steeds meer ongelijkheid tussen arm en rijk en ook tussen verschillende regio’s. We willen steeds maar meer, terwijl we in de westerse wereld ook met wat minder kunnen komen. Kortom, de verdeling in de wereld moet echt eerlijker zodat iedereen een beter bestaan krijgt. Wat moeten we daarvoor doen? De oude systemen onder de loep nemen en daar waar nodig veranderen. Is de voedselproductie wel efficiënt en effectief genoeg en plegen we op de huidige manier geen roofbouw op onze aardkloot? Ik denk dat het bedrijfsleven in de benodigde veranderingen het voortouw moeten nemen. Het mooiste zou zijn dat de verandering door bestaande grote bedrijven gepushed wordt, want dan gaat het het snelst. Ik vrees alleen dat juist zij het meeste te verliezen hebben en zich in eerste instantie vertragend opstellen. Daarom denk ik dat de start- en de scale-up’s, die nog niets te verliezen hebben, deze transitie gaan duwen. En hopelijk omarmen de bestaande grote bedrijven de verandering dan snel. De overheid heeft in de transitie een faciliterende rol. Zij moet de richting aangeven, gewenste transities bevorderen met heldere stimulerende regelgeving, bekostigd door heffing op ongewenste activiteiten en consumenten beïnvloedden met onder andere campagnes. Wat ze bijvoorbeeld kunnen doen is inzichtelijk maken wat de echte duurzaamheidsprijs van producten is. Ook het duurzame eiwit dat wij produceren moet opboksen tegen soja, een gevestigd niet-duurzaam product dat door jarenlange efficiëntieslagen erg goedkoop geproduceerd kan worden. Maar ja, het heeft wel een enorme CO2-footprint. De overheid kan helpen om die mismatch tegen te gaan. Helaas moeten er ook bij de overheid nog veel slagen gemaakt worden. De huidige impasse en ook weer de polarisatie in de politiek zorgt ervoor dat er helemaal niks besloten wordt. En stilstand is achteruitgang.”De vier producten die Grassa uit gras maakt door het in een bioraffinageproces te stoppenWelk type leiderschap past daarbij? “Voor dergelijke transities heb je inspirerend leiderschap nodig. De leider moet groots durven dromen en denken en altijd een paar stappen vooruit kijken. Veel proberen en andere manieren vinden om dingen aan te pakken. Doodlopende wegen inslaan, struikelen en op je snufferd gaan is helemaal niet erg, daar leer je van. En door enthousiasme krijg je mensen mee om te geloven in je toekomstdroom, en alleen dan zullen ze helpen deze te realiseren.” Welke impact heeft je bedrijf? “Met Grassa werken we aan de vierkantsverwaarding van gras. Dat is een gevleugelde veeteelt term en het betekent dat je elk deel van het gras meer waarde geeft. Met ons bioraffinage-proces breken we het gras op in vier delen. Het eerste onderdeel is een concentraat van eiwit uit gras, en is uitermate geschikt voor eenmagigen zoals varkens, kippen, maar ook mensen. Daarnaast maken we er prebiotische suiker van, en een plantaardige meststof, als alternatief voor kunst- en dierlijke mest, en het laatste onderdeel is ontsloten gras, dat dezelfde voedingsstoffen heeft als ruwvoer voor melkvee. Het eiwitconcentraat dat we maken kan veel soja vervangen, wat de CO2 voetafdruk omlaag brengt. En door ontsloten gras aan melkvee te voeren in plaats van ingekuild gras, wordt er ook een duurzaamheidswinst geboekt. Er zit in ingekuild gras (gefermenteerd gras dat in de winter aan koeien wordt gevoerd, red.), vaak te veel voedingsstoffen, wat de koe weer uitscheidt. Dat zorgt voor 30 procent meer ammoniak en fosfaat en 15 procent meer methaanuitstoot, dan wanneer de koeien ons ontsloten gras eten. Beter nog, door het opdelen van het gras en het voeden van zowel koeien als varkens van hetzelfde gras, kunnen we anderhalf keer meer monden voeden. Als het graseiwit rechtstreeks aan mensen gevoed zou worden, dan kunnen zelfs tweeëneenhalf keer zo veel monden gevoed worden. Gras moet daarvoor nog wel generally regarded as safe worden verklaard, maar dat is binnen 5 jaar wel gerealiseerd denk ik. Wij kiezen voor gras omdat het een enorm potent, maar ondergewaardeerd gewas is. Het groeit overal, ook op gronden waar geen humaan voedsel verbouwd kan worden. Ook is de eiwit opbrengst van gras gigantisch. Als je het vergelijkt met soja produceert gras 2,6 keer zoveel eiwit per hectare en het heeft ook een beter aminozurenprofiel. Uiteindelijk moet ons product de norm worden in de veehouderij, zodat we soja-import kunnen vervangen en de melkveehouderij kunnen verduurzamen. Dus maken we een alternatief verdienmodel voor gras. Want mocht het zo zijn dat de veestapel naar beneden gaat, dan kan de boer alsnog gras verbouwen op zijn land. Nu heeft gras nog niet zoveel waarde, maar dat krijgt het wel als het door ons proces heengaat.”