Romy de Weert 29 oktober 2021, 10:15

VP Capital: 'Meten van impact is essentieel voor juiste aanpak'

Jobien Laurijssen verduurzaamt de kledingindustrie niet alleen van binnenuit, maar ook van buitenaf door met VP Capital te investeren in duurzame en innovatieve kleding. “Juist op het gebied van textiel is dat hard nodig. Door beleid en impact te meten van bedrijven waar we in investeren weten we beter waar we op moeten inzetten voor een duurzame, leefbare wereld.”

Textiel Als interne begeleider en adviseur helpt Jobien Laurijssen bij de duurzaamheids strategieën en de implementatie daarvan.

Visie

“De kleding- en textielsector is van oudsher niet het voorbeeld van een duurzame industrie. Toch hebben we het wél nodig, want je draagt iedere dag kleding. De roots van de familie-investeerder liggen in de kleding- en textielbranche: zo heeft de betovergrootvader van huidige directeur Guus van Puijenbroek van family office VP Capital zes generaties geleden werkkledingbedrijf HAVEP opgericht. De familie achter HAVEP en VP Capital heeft al die jaren ingezet op langetermijnvisie. Als interne begeleider en adviseur help ik bij de duurzaamheids strategieën en de implementatie daarvan. Inmiddels doe ik dat voor de brede VP Capital portefeuille. De afgelopen vier jaar heb ik dat bij HAVEP gedaan.

Het verduurzamen van beschermende kleding in de industrie staat hoog in het vaandel. Niet alleen bij HAVEP en het recent overgenomen Hydrowear, maar ook bij de andere investeringen binnen het textieldomein van VP Capital. Zo brachten we met een life cycle analysis
(LCA) bij HAVEP in kaart wat de milieu-impact is: vanaf de katoenteelt tot aan het moment dat kleding de wasmachine in gaat. Maar ook van andere bedrijven en fondsen waar we in investeren brengen we de duurzaamheidsimpact in kaart en zijn we er transparant over. En dat is best wel bijzonder voor een familie investeerder, want vaak zijn het gesloten partijen die niet echt een kijkje in de keuken geven.

Om de planeet niet af te breken en de klimaat- en grondstoffencrisis af te wenden moéten we dingen namelijk anders organiseren. Het is één voor twaalf en iedereen moet verantwoordelijkheid nemen. Je merkt wel dat steeds meer bedrijven al iets doen met duurzaamheid, maar kijken ze wel écht goed naar de keten? Dat is precies wat wij uitzoeken en waar wij vervolgens in investeren. We moeten namelijk af van korte termijn winstmaximalisatie en opzoek naar lange termijn oplossingen.”

Leiderschap

“We hebben leiders nodig die een lange-termijn visie hebben, daar ben ik echt van overtuigd. Iemand die over zijn of haar eigen schaduw heen durft te kijken. En nog belangrijker: we hebben leiders nodig die met nieuwe ideeën komen en het ook daadwerkelijk toepassen. Juist op het gebied van textiel, want daar hebben we het hard nodig. Een goede leider is er een die vanuit die visie maatschappelijke problemen oplost en innoveert.

Hoe ik dat zelf toepas? Doordat ik voor een heel groot deel de status quo challenge. Ik denk goed na over beslissingen en ga altijd de discussie aan. Want in duurzaamheid zitten trade-offs
in de beslissingen die je neemt. Het één is niet altijd goed voor de ander. We moeten samenwerking opzoeken tussen partijen en in die positie zitten we bij VP Capital wel goed, omdat we met zoveel bedrijven contact hebben. Om te verduurzamen moeten ego’s aan de kant. En bij die alsmaar groeiende honger naar groei moeten we onze vraagtekens zetten.”

Impact

“Alle bedrijven waarin VP Capital investeert, of eigenaar van is, worden gescoord op ESG-beleid. Maar ook op impact, want een duurzaam beleid leidt niet direct tot een duurzame impact. Door onze scores moeten bedrijven en fondsen dus wel stappen blijven maken. En als we kijken naar nieuwe investeringen kijken we dus vooral naar die impactscore van bedrijven. Er zijn traditionele bedrijven die kleding maken, maar ook steeds meer innovatieve bedrijven die recycletechnieken ontwikkelen of duurzame materialen maken.

We hebben ons eigen textile innovation fund, waarbij we geld beschikbaar hebben gesteld dat we investeren in bedrijven die écht innoveren. Zoals SpinDye, een bedrijf dat een nieuwe techniek ontwikkelt voor het kleuren van garens. Voor het kleuren van textiel is normaal gesproken enorm veel water nodig. Daar komt dus veel afvalwater bij vrij. Met deze nieuwe techniek werkt het bedrijf met pigmenten die de vezels aan de bron kleuren, waardoor er veel minder water nodig is.

En we investeren bijvoorbeeld ook in iets heel anders, zoals het platform Reflaunt dat circulariteit mogelijk maakt doordat klanten kleding kunnen terug verkopen aan fabrikanten die het weer kunnen hergebruiken. Ook met onze donaties leggen we een verband met de verduurzaming van de keten. Zo ondersteunen we een initiatief waarbij boeren fair trade katoen kunnen kopen. Daarnaast staat ook de sociale kant voor ons centraal. De recente best practice vermelding van het HAVEP-atelier in Macedonië in de Fair Wear-monitor onderstreept dat.”

Het wespennest van katoen: hoe Yumeko de strijd aangaat om textiel te verduurzamen

Visie “De textielindustrie is enorm vervuilend. Zo wordt 25 procent van alle bestrijdingsmiddelen wereldwijd gebruikt in de katoenteelt, is er veel droogte door de water slurpende katoenplanten en het merendeel van de arbeiders krijgt geen eerlijk loon. Vanuit deze feiten zijn we begonnen met Yumeko. We gebruiken het bedrijf om de wereld op een positieve manier te veranderen: change the world sleeping. Ons bed- en badtextiel maken wij alleen van biologisch katoen met het GOTS-certificaat, zodat we weten dat ook de boeren een eerlijk loon krijgen. We recyclen het dons uit de dekbedden en de volledige matrassen, en maken van de snijresten in de fabriek badjassen of haarhanddoeken. We werken wel aan circulair katoen, maar dat is voor nu nog ontzettend lastig.”Rob van den Dool, CEO en oprichter van Yumeko werkt met zijn bedrijf aan het vergroenen van de textielindustrie.Leiderschap “De eerste zes jaar van ons bestaan hebben we het best moeilijk gehad. Op een geven moment dacht ik: wat moet ik hier nog mee? Een vriend van mij kwam langs en zei dat ik het helemaal verkeerd aanpakte. Hij zei dat ik mensen moest aannemen met meer talent dan ikzelf. Een tijdlang dacht ik namelijk dat ikzelf de wijsheid in pacht had, maar inmiddels heb ik meer dan dertig experts op kantoor die het veel beter weten dan ik. Daar draait leiderschap om: erkennen waarom je in sommige dingen minder goed bent. Laat andere mensen met veel meer verstand van zaken aan het roer staan. Dat zie je terug in het hele bedrijf. Zo hebben we zelfsturende teams en willen we dat onze collega’s de mens van thuis meenemen naar kantoor. We willen op een andere manier met elkaar omgaan. Voor mij is dat empowering leadership. Uit onderzoek blijkt dat hoe meer ondernemers en investeerders hun expertise delen om andere ondernemers te helpen, hoe succesvoller de startende ondernemers uiteindelijk zijn. Wij streven met het hele bedrijf naar een leefbare, schone wereld en willen er alles aan doen om dat mogelijk te maken. Waarom zouden we dan heel krampachtig onze leveranciers verbergen? Of niet transparant zijn over onze keten? Wij hebben manieren gevonden die goed zijn voor de aarde en die kennis willen we verspreiden. Geen prijsgeheimen, maar transparantie. Ook over fouten maken, want die openheid over je fouten geeft je de mogelijkheid om blinde vlekken te verbeteren.” Impact “Zo’n 75 procent van al het katoen op de wereld wordt ‘vuil’ geproduceerd: er worden veel chemicaliën en kunstmest gebruikt en slechte salarissen betaald. 24 procent is katoen met het Better Cotton Initiative (BCI) certificaat, waar boeren minder gif mogen gebruiken dan normaal, en vergelijkbare initiatieven. Slechts 1 procent is biologisch katoen met een GOTS-keurmerk en alleen dát is duurzaam: hier worden geen chemicaliën en bestrijdingsmiddelen gebruikt en boeren krijgen de echte prijs voor hun oogst. De verwachting is dat het percentage biologisch katoen over tien jaar op 2 procent ligt. Wij vinden dat het veel sneller kan en daarom hebben we een theory of change met drie elementen: create, inspire en transform. We willen eerlijke, ethische ketens creëren waarbij we allemaal bijdragen aan die nieuwe economie. Dat is al aardig gelukt: we hebben zo’n 90 procent van onze keten in beeld gebracht. Daarnaast moeten we mensen blijven inspireren om duurzaam te leven en ze bewust maken van alternatieven in de sector. Ik geef regelmatig gastcolleges op hogescholen en universiteiten en ben blij om te zien dat zij net als ik de wereld willen veranderen. En we kunnen niet anders: ondernemers móeten inzien dat hun bedrijf een instrument is waarmee ze de wereld beter kunnen maken.”