Romy de Weert 29 oktober 2021, 10:13

Het wespennest van katoen: hoe Yumeko de strijd aangaat om textiel te verduurzamen

Een bedrijf oprichten om de wereld te verbeteren. Vanuit die gedachte startte Rob van den Dool met het maken en verkopen van duurzaam bed- en badtextiel voor Yumeko. “Het is doodeng om je fouten toe te geven, maar voor een leefbare toekomst is het wel hard nodig. Het biedt een mogelijkheid om blinde vlekken te verbeteren.”

Adobe Stock 386673555 25 procent van alle bestrijdingsmiddelen wereldwijd wordt gebruikt in de katoenteelt. | Credits: Adobe Stock

Visie

“De textielindustrie is enorm vervuilend. Zo wordt 25 procent van alle bestrijdingsmiddelen wereldwijd gebruikt in de katoenteelt, is er veel droogte door de water slurpende katoenplanten en het merendeel van de arbeiders krijgt geen eerlijk loon. Vanuit deze feiten zijn we begonnen met Yumeko. We gebruiken het bedrijf om de wereld op een positieve manier te veranderen: change the world sleeping. Ons bed- en badtextiel maken wij alleen van biologisch katoen met het GOTS-certificaat, zodat we weten dat ook de boeren een eerlijk loon krijgen. We recyclen het dons uit de dekbedden en de volledige matrassen, en maken van de snijresten in de fabriek badjassen of haarhanddoeken. We werken wel aan circulair katoen, maar dat is voor nu nog ontzettend lastig.”

Rob van den Dool, CEO en oprichter van Yumeko werkt met zijn bedrijf aan het vergroenen van de textielindustrie.

Leiderschap

“De eerste zes jaar van ons bestaan hebben we het best moeilijk gehad. Op een geven moment dacht ik: wat moet ik hier nog mee? Een vriend van mij kwam langs en zei dat ik het helemaal verkeerd aanpakte. Hij zei dat ik mensen moest aannemen met meer talent dan ikzelf. Een tijdlang dacht ik namelijk dat ikzelf de wijsheid in pacht had, maar inmiddels heb ik meer dan dertig experts op kantoor die het veel beter weten dan ik. Daar draait leiderschap om: erkennen waarom je in sommige dingen minder goed bent. Laat andere mensen met veel meer verstand van zaken aan het roer staan. Dat zie je terug in het hele bedrijf. Zo hebben we zelfsturende teams en willen we dat onze collega’s de mens van thuis meenemen naar kantoor. We willen op een andere manier met elkaar omgaan. Voor mij is dat empowering leadership.

Uit onderzoek blijkt dat hoe meer ondernemers en investeerders hun expertise delen om andere ondernemers te helpen, hoe succesvoller de startende ondernemers uiteindelijk zijn. Wij streven met het hele bedrijf naar een leefbare, schone wereld en willen er alles aan doen om dat mogelijk te maken. Waarom zouden we dan heel krampachtig onze leveranciers verbergen? Of niet transparant zijn over onze keten? Wij hebben manieren gevonden die goed zijn voor de aarde en die kennis willen we verspreiden. Geen prijsgeheimen, maar transparantie. Ook over fouten maken, want die openheid over je fouten geeft je de mogelijkheid om blinde vlekken te verbeteren.”

Impact

“Zo’n 75 procent van al het katoen op de wereld wordt ‘vuil’ geproduceerd: er worden veel chemicaliën en kunstmest gebruikt en slechte salarissen betaald. 24 procent is katoen met het Better Cotton Initiative (BCI) certificaat, waar boeren minder gif mogen gebruiken dan normaal, en vergelijkbare initiatieven. Slechts 1 procent is biologisch katoen met een GOTS-keurmerk en alleen dát is duurzaam: hier worden geen chemicaliën en bestrijdingsmiddelen gebruikt en boeren krijgen de echte prijs voor hun oogst. De verwachting is dat het percentage biologisch katoen over tien jaar op 2 procent ligt.

Wij vinden dat het veel sneller kan en daarom hebben we een theory of change met drie elementen: create, inspire en transform. We willen eerlijke, ethische ketens creëren waarbij we allemaal bijdragen aan die nieuwe economie. Dat is al aardig gelukt: we hebben zo’n 90 procent van onze keten in beeld gebracht. Daarnaast moeten we mensen blijven inspireren om duurzaam te leven en ze bewust maken van alternatieven in de sector. Ik geef regelmatig gastcolleges op hogescholen en universiteiten en ben blij om te zien dat zij net als ik de wereld willen veranderen. En we kunnen niet anders: ondernemers móeten inzien dat hun bedrijf een instrument is waarmee ze de wereld beter kunnen maken.”

Transparantie en samenwerken: zo gaan we volgens Zeeman naar een duurzame kledingindustrie

Visie “Er zijn enorm veel uitdagingen in de sector om te verbeteren, maar ik geloof zeker dat een duurzame kledingindustrie bestaat. Verantwoord ondernemen raakt aan gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid en het mooiste is als het uit bedrijven en mensen zelf komt, maar als het niet op die manier werkt, hebben we Europese wetgeving nodig om te versnellen en om een gelijk speelveld te creëren.Een mooi voorbeeld is de samenwerking met Schijvens, een producent van werkkleding. Het contact kwam tot stand via het Convenant Duurzame Kleding en Textiel. We produceren beiden bij dezelfde fabriek in Pakistan en zijn daar gezamenlijk een pilot gestart om leefbaar loon te realiseren voor alle werknemers. Allereerst hebben we in kaart gebracht wat mensen in die regio nodig hebben om in hun levensbehoefte te kunnen voorzien. Vervolgens hebben we op basis van die informatie met de fabriek het leefbaar loon bepaald, passend bij de gezinssamenstelling en het aantal inkomens per gezin. We hebben iedere stap in kaart gebracht, want verbeteren begint bij transparantie.” Leiderschap “Vlak voordat ik bij Zeeman aan de slag ging heb ik tweeënhalf jaar in China gewerkt. Ik heb toen van heel dichtbij de impact van productie kunnen zien. Daarom begon ik bij Zeeman met een rol waarbij ik impact kan maken op mens en milieu. Als duurzaamheidsmanager heb ik meer zingeving in mijn werk, dat komt vanuit mijn geloofsovertuiging als Christen. Ik geloof ook heel sterk in dienend leiderschap, waarbij je autonoom werken ondersteund. We moeten mensen geen visie opleggen, maar ze moeten die uiteindelijk zelf omarmen. Dat lukt niet met een dominante houding. Ons doel is niet om een grote afdeling duurzaamheid te hebben bij Zeeman. We willen dat duurzaamheid juist verankerd is binnen alle afdelingen. Zodat de expertise van de afdeling aangewend wordt om duurzame keuzes te maken. Waarbij wij een ondersteunende rol aannemen, want dat hoort zeker ook bij die leiderschapsrol.” Impact “We kijken steeds weer naar de vraag: waar kunnen we als bedrijf de meeste impact maken? We kunnen wel de focus leggen op duurzame energie – wat we ook wel doen, maar het raakt niet aan de kern van onze bedrijfsvoering. Door de lange termijn relaties met onze leveranciers weten we ook steeds meer over hun toeleveranciers. Door deze transparantie te creëren weten we waar er verbetering nodig is en kunnen we gezamenlijk werken aan verduurzaming. Transparantie kan ook kwetsbaar maken. Zo was de beslissing om onze productielocaties publiek te maken een dilemma. We hadden genoeg redenen om het niet te doen, zoals concurrentiegevoeligheid. Toch hebben we het gedaan, want op deze manier kan je ook accountable gehouden worden voor zaken die verbetering behoeven. Je hebt elkaar nodig om een duurzame impact te maken. Ik ben hier iedere dag bezig met het creëren van waarde, in onze keten en van onze producten. We willen groeien naar een voorbeeldrol binnen de kleding- en textielsector en koploper zijn door onze transparante houding. Want samenwerking is de toekomst.”