Marc Seijlhouwer 26 oktober 2021, 11:07

Biologisch eten is duur. Is het ook duurzaam?

Farm to fork is definitief het beleid van de EU, en daarmee komt biologische landbouw weer op de voorgrond. Maar recent onderzoek laat zien dat biologisch verbouwde producten nog te duur zijn voor de consument. Er is dus veel te doen om biologisch eten, en er zijn veel vragen. Is het duurzaam? Hoeveel CO2 kost biologisch eten? Al je brandende vragen over een onbespoten kropje sla en een langzaam en humaan opgefokt stuk vlees beantwoord.

Biologisch eten duurzaam vrouw adobe stock change inc Biologische boodschappen kosten meer geld. Maar is biologisch eten duurzaam? | Credits: Adobe Stock

Het voelt toch goed, zo’n stukje kip pakken met het karakteristieke bio-keurmerk erop. Je ziet de kip voor je, vrij scharrelend door een voedselbos. Alleen de beste granen zijn goed genoeg voor de mevrouw. Dat het daardoor drie keer zo duur is als de plofkip die ernaast ligt, neem je voor lief. Het is toch louter om iets goed te doen voor de wereld?

Milieu-impact van biologisch eten

Maar zo eenvoudig is het niet. Want hoewel dierenwelzijn inderdaad veel beter is bij biologisch, geldt dat niet voor de milieu-impact. Er verschenen verschillende studies die laten zien dat biologisch vlees uiteindelijk evenveel of zelfs meer CO2-uitstoot oplevert dan de ‘conventionele landbouw’. En dat lijkt ook te gelden voor gewassen, zoals aardappels of groenten. Uit een Zweedse studie blijkt dat biologisch eten meer uitstoot veroorzaakt omdat er (veel) meer ruimte nodig is om gewassen te verbouwen. En meer oppervlak voor een kilo groenten betekent relatief meer CO2-uitstoot.

Biologisch eten is dus niet beter voor het milieu, en daarmee niet ‘duurzaam’. Hoe kan het dan dat de EU toch inzet op biologische landbouw, als onderdeel van de ambitieuze klimaatplannen? Dat blijkt ingewikkeld. “De vraag of biologisch beter is voor het klimaat, is moeilijk te beantwoorden”, vertelt Roline Broekema, onderzoeker bij Wageningen University and Research. “Ik ken verschillende studies die biologisch vergelijken met niet-biologisch, maar er is geen duidelijke lijn in de uitkomsten te trekken; soms is biologisch beter, soms niet.”

De (biologische) koe zorgt voor veel uitstoot van broeikasgas | Credit: Adobe Stock
Wat is farm to fork?

Farm to fork is de naam voor de landblouwplannen van de EU. Ze passen in de ambitieuze klimaatdoelen die de unie voor zichzelf stelt, en zetten de landbouwsector op zijn kop. De Farm to Fork strategie stelt een boel nieuwe regels voor op het gebied van landbouw, onder meer om de biodiversiteit te beschermen. Zo komen er reductiedoelstellingen voor het gebruik van pesticiden, moet het aandeel biologische landbouw groeien, worden de normen voor dierenwelzijn herzien, moet de emissie van de landbouw omlaag en moeten boeren voortaan een eerlijk deel van de winst voor duurzaam geproduceerd voedsel krijgen.

De biologische voedselketen

Hoe kan dat? Daarvoor kom je al snel terecht bij de ‘keten’: de hele
rits aan boerderijen, producenten, verwerkers en transporteurs die komen
kijken bij een lapje vlees of een potje rodekool. Elk stapje in de
keten draagt bij aan de milieu- en CO2-impact van eten. Maar sommige
stappen meer dan anderen. Zo is de veeboer verantwoordelijk voor een
groot deel van de uitstoot van koeien, die in de wei methaan uitstoten.
Maar ook het verbouwen van soja in Brazilië, bedoeld als veevoer, is een
belangrijke bijdrage. Vaak gaat er regenwoud tegen de grond voor
sojaboerderijen.

Biologisch vlees gebruikt biologisch voedsel, en dat is vaak geen
soja uit het Braziliaanse regenwoud. Daarin is de milieu-impact dus
minder. En biologisch geteelde gewassen gebruiken geen
bestrijdingsmiddelen, wat de biodiversiteit ten goede komt. De
kleinschaligheid zorgt er soms ook voor dat er bij de oogst minder CO2
vrijkomt, omdat er minder zware machines nodig zijn. Bovendien gebruikt
biologische teelt doorgaans geen kunstmest. En kunstmest is een enorme
bron van CO2, vooral bij de productie.

Waarom is biologisch eten duurder?

Zo zijn er dus vele
onderzoeken die elk een ander aspect van landbouw en veeteelt belichten
en tot andere conclusies komen. Voor de EU is biologisch eten echter een
onmisbare peiler voor de duurzame toekomst. Dat heeft grote gevolgen
voor boeren in heel Europa, maar ook voor de Europeanen. Op dit moment
is biologisch flink duurder dan regulier eten. En hoewel er oproepen
zijn om de BTW voor biologisch eten te verlagen, geeft de politiek daar nog geen gehoor aan.

Betekent dit dan dat we straks allemaal veel meer moeten betalen voor
een stukje vlees, omdat het biologisch is? Misschien wel. Een recent
rapport van de Autoriteit Consument en Markt
laat zien dat de prijs van biologisch eten nu een grote barrière is
voor de mensen. Maar als je het Broekema van de WUR vraagt, is het
sowieso belangrijk dat ons eetpatroon verandert. “Biologisch eten kan
zeker duurzaam zijn, maar alleen als de consumptie ook verandert. Men
moet minder producten eten met een hoge milieu-impact, zoals vlees of
zuivel. En meer dingen met een lage milieu-impact, zoals peulvruchten,
vis en groente.”

Biologisch eten gezonder?

Broekema werkte aan een paper over de verandering in voedselpatroon
die nodig is om de klimaatdoelen te halen. Tegen 2030 moeten ‘we’ in
Nederland 33 procent minder vlees en zuivel eten en 150 procent meer
groenten, peulvruchten, vis en ander eten met lagere CO2-uitstoot. Als
we dat doen, dan kunnen alle producten biologisch zijn. En omdat we
minder vlees eten is de hogere prijs dan netto ook een minder groot
probleem. Het prijsverschil tussen biologische en niet-biologische
groenten en peulvruchten is minder groot. Een bijkomend voordeel: we
halen veel meer gezonde voedingsstoffen uit dit nieuwe eetpatroon.

Ten slotte: hoewel biologisch niet altijd duurzamer is qua
CO2-uitstoot, is het wel een manier om meer in balans met het land te
leven. Circulaire landbouw, de droom van Europa, is veel makkelijker
vanuit een biologische manier van werken omdat je de grond minder
uitput. Dat lijkt ook de belangrijkste reden dat de EU zo graag meer
biologische landbouw ziet: alleen door anders om te gaan met
landbouwgrond kunnen we de komende decennia nog verantwoord eten
verbouwen voor de hongerige Europeanen. Als die dan meer groenten en
minder vlees eten, is dat voor iedereen beter: mens, milieu en dier.

Het eigenwijze advieskantoor zonder hiërarchie: "Het liefst staan we te boek als chef k-klussen"

“Voorheen zei ik dat voor een goed functionerend, zelfsturend bedrijf de hoeveelheid mensen moet passen in een touringcar”, begint Hans Broere, sinds 2010 werkzaam bij Rebel, in een digitaal interview. “Met vijftig mensen in een bus een dagje uit kun je alle gezichten onthouden en met iedereen een praatje maken. Maar nu we richting de 250 mensen gaan, moeten we heel alert zijn dat we iedereen erbij houden.” Gedeeld eigenaarschap Voor wie ze nog niet kent: Rebel werd in 2002 opgericht en koos het Rotterdamse Witte Huis (de eerste wolkenkrabber van de stad) als thuisbasis. De oprichters streefden naar een bureau zonder kaders, hiërarchie en bazen. Elke Rebel heeft de mogelijkheid om mede-eigenaar te worden, zodat iedereen een stem heeft in aandeelhoudersvergaderingen. De focus van de werkzaamheden ligt op impactvolle projecten met een maatschappelijke bijdrage. Inmiddels heeft het bedrijf kantoren in Antwerpen, Düsseldorf, Londen, Washington D.C., Johannesburg, Nairobi, en Jakarta. Leiderschap met een knipoog Rebels hebben zich georganiseerd in teams van tien tot twintig personen, verdeeld over zelfstandige BV’s, ieder met een eigen naam (die overigens altijd met Rebel begint). Leiderschap ontstaat op basis van ervaring, kennis en bewezen diensten. “We zijn sociale dieren die informeel hun positie in de groep vinden”, vertelt Marc van der Steen, bijna tien jaar actief bij Rebel, ook digitaal aangehaakt. Broere en Van der Steen gebruiken beiden de functietitel ‘director’ op LinkedIn. Van der Steen: “Ik weet ook wel dat ik me niet volledig aan de werkelijkheid van de buitenwereld kan onttrekken. Het legt natuurlijk wel gewicht in de schaal als je met klanten praat.” Groeien en vergroenen, gaat dat wel samen? Onze hoofdredacteur pleit voor ‘creatieve destructie’.Links Hans Broere, rechts Marc van der SteenWerken aan transformaties Beide heren hebben het verhaal achter Rebel als organisatie al vaak verteld. Teveel misschien wel, vindt Broere. “Want het houdt de aandacht weg van het werk dat we doen: de grote transformaties waar we mee bezig zijn en de uitdagingen op het gebied van gezondheid, leefbaarheid, klimaat en mobiliteit.” Rebel begon ooit met expertise op financieel-economisch gebied, met name gericht op infrastructurele ontwikkeling. Maar vandaag de dag worden Rebels blij van de complexiteit van verandering. Broere: “We houden van systemisch kijken – van bouwen aan nieuwe samenwerkingsverbanden en marktsystemen en deze naar volwassenheid brengen. Het speelveld is vandaag de dag echt veranderd. Waar we eerst voornamelijk economen in dienst hadden, hebben we nu ook criminologen, juristen en sociologen aan boord. Die verscheidenheid aan mensen en kennis is onze kracht. Juist omdat de transities waar wij mee bezig zijn vaker vragen om invalshoeken van verschillende disciplines en een frisse blik.” Je organisatie duurzaam veranderen: wat kan je doen als mvo-manager? Breed scala aan opdrachten Rebel is verdeeld in meerdere ventures die zich buigen over verschillende maatschappelijke uitdagingen. Deze lopen uiteen van emissievrij vervoer in binnensteden, innovatieve recyclingmethoden en de milieu-impact van de tweedehandskledingmarkt tot aan de transitie in de huisartsenzorg en gebieds- en mobiliteitsontwikkeling. Typerend voor dergelijke opdrachten van Rebel is dat het om taaie, diffuse processen gaat waarvan de uitkomst bij aanvang onbekend is. Het gaat vaak om publiek-private samenwerkingen, met looptijden van meerdere jaren. “Op de vraag wat voor cases het beste bij ons passen, is geen eenduidig antwoord te geven”, zegt Van der Steen. “Maar ik kan wel een generiek antwoord geven op de vraag wanneer je ons niet hoeft bellen. We zijn niet op zoek naar risicomijdende klanten die op voorhand vragen of we even een rapport willen schrijven. Onze projecten kenmerken zich door een bepaalde fuzziness. De oplossing is vaak nog niet duidelijk. We willen werken met de ondernemende ambtenaar die koploper wil zijn en daarbij zijn nek durft uit te steken.” Broere: “We kunnen er niet op deze manier mee adverteren, maar het liefst staan we te boek als ‘chef k-klussen’. Het zijn ingewikkelde opdrachten die er op het eerste oog uitzien als een puinhoop, waar veel partijen verschillende belangen hebben. Daar zetten we graag onze tanden in.” “En belangrijk om toe voegen”, valt Van der Steen bij. “Dit doen we, omdat er maatschappelijke meerwaarde inzit als iemand de rotklus fixt.” De BBC kreeg gelekte documenten in handen waarin staat hoe overheden druk uitoefenen om snelle klimaatactie te voorkomen Gedreven door impact Rebel voert niet alleen adviesopdrachten uit. Ze hebben ook een eigen ontwikkel- en investeringstak. Wanneer het bedrijf gelooft in een nieuw ontwikkelde businesspropositie, investeert het er ook in. “Maar het gaat altijd om die maatschappelijke impact”, aldus Broere. “We willen iets bereiken. Soms verbaas ik me wel eens over m’n collega’s binnen Rebel. Ze stoppen enorm veel tijd in onze Rebel Junior Academy (waar Rebels Rotterdamse kinderen uit groep 7 en 8 begeleiden met onderwerpen als recht, techniek en duurzaamheid), in de ontwikkeling van ideeën en concepten die nog in de kinderschoenen staan (zoals de Hyperloop) of initiatieven om vastlopende markten open te breken (met het initiatief Fair Medicine). Met enorm veel energie en vasthoudendheid duiken we daar dan in." Overigens gaat zelf investeren niet altijd goed, lacht Broere. “Soms kan je ook enorm het schip ingaan, maar dan zijn we weer een ervaring rijker.” Gerecyclede lithium batterijen doen het net zo goed als nieuwe batterijen. Hoe werkt dit precies? Speeltuin Het ondernemerschap, de energie en slimheid van de mensen en de sociaal-maatschappelijke opdrachten trokken Van der Steen en Broere een decennium geleden naar Rebel. Broere: “We zitten nu in een spannende fase. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat het lastig wordt om het concept van Rebel vast te houden met meer dan tweehonderd mensen. Let wel: het gaat niet om het wel of niet in stand houden van een structuur of organisatie. Het gaat erom dat de mensen die we leuk vinden het best gedijen in de speeltuin die Rebel nu is. Waarbij ze zelf verantwoordelijk zijn voor eigen werk en kwaliteit van werk.” Van der Steen: “Destijds zocht ik naar een plek waar ik op eigen wijze kon doen waar ik goed in was. Ik ben een eigenaardige vogel. Maar het aardige is: eigenlijk zijn we een verzameling van dat soort types. We zijn goede professionals, maar vooral authentieke professionals.”