Marc Seijlhouwer 18 oktober 2021, 16:31

Na twee jaar onderzoek heeft Coldplay een manier gevonden om een duurzaam concert te geven

Coldplay, de beroemde Britse band achter nummers als ‘Viva la Vida’ en ‘Clocks’ gaat in 2022 op tour. En het wordt een bijzondere tour, want de band zegt dat er zo min mogelijk CO2 wordt uitgestoten bij het reizen en bij de concerten zelf. Onder andere door de energie van het dansende publiek af te tappen.

Coldplay Global Citizen Festival Hamburg 14 Coldplay ziet zichzelf als duurzame band en wil dus op de groene tour. Maar hoe? | Credits: Frank Schwichtenberg

In 2019, vlak na de release van het album Everyday Life, kondigde frontman Chris Martin aan dat de band geen tour bij het album zou organiseren. Pas als ze een manier vinden om duurzaam te touren, gaat de band op pad – en dat was in 2019 nog niet mogelijk.

Achteraf bleek het niet organiseren van een tour een gouden zet van Martin en zijn bandleden, gezien de pandemie die concerten onmogelijk maakt. Het gaf Coldplay bovendien alle tijd om onderzoek te doen naar een duurzaam concert. Nu voelt de band zich zeker genoeg om de claim van ‘low carbon world tour’ waar te kunnen maken.

Een duurzaam concert van Coldplay

De manier waarop Coldplay de voetafdruk van een tour omlaag brengt is opmerkelijk. Zo wordt er voor iedere bezoeker een boom geplant en wordt er geen gebruik gemaakt van single-use plastics. Daarnaast is het meest in het oog springend de ‘kinetische vloeren’ die de band bij elk concert wil aanleggen. Deze wekken energie op van het hossende publiek, en die stroom gaat weer naar de verlichting, de instrumenten en andere stroomvreters.

Nu wekken zelfs 10.000 mensen waarschijnlijk niet genoeg energie op voor een heel concert. Daarom gebruikt de band ook batterijen, volgeladen met stroom van windmolens, om energie te voorzien. En als het echt niet anders kan zijn er nog omgebouwde dieselaggregaten beschikbaar die op gebruikte frituurolie kunnen draaien.

Vliegen is niet duurzaam

Met die innovaties kan elk concert draaien op groene elektriciteit, zegt Martin nu tegen de BBC. Dat maakt echter niet de hele tour klimaatneutraal. Martin geeft zelf toe dat klimaatneutraal vliegen lastig is, en dat de activiteiten rond het concert in sommige landen lastig groen te maken zijn. Denk bijvoorbeeld aan het transport van alle spullen van de band.

Misschien is het dan wel symbolisch dat het eerste concert in Costa Rica is. Het land haalt maar liefst 98 procent van zijn stroom uit groene bronnen, voornamelijk waterkracht. Met zo’n energiemix kan Coldplay perfect laten zien hoe groen een concert kan zijn. En daarmee een voorbeeld geven voor anderen. Ook in Nederland timmeren festivalorganisaties en bands aan de duurzame weg. Onlangs kwamen er nog drie duurzame festivalpioniers langs bij onze Changemakers. Lees hier meer over deze toekomstmakers.

Een nieuwe techniek voor waterstof haalt miljoenen op in Duitsland

Het geld is een investering in de scale-up Sunfire. Er werken nu al 270 mensen en dat moeten er meer worden. Het bedrijf belooft waterstoffabrieken te bouwen die water ontleden tot waterstof en zuurstof, met hulp van duurzame stroom. Maar ze werken anders dan de meeste van dit soort fabrieken. Sunfire gebruikt namelijk ‘alkalische’ elektrolyzers en ‘vaste oxide’ elektrolyzers. Nieuwe techniek voor productie waterstof Dit zijn twee technieken die in de chemische wetenschap bekend zijn, maar nog niet op grote schaal gebruikt. Alkalische elektrolyzers gebruiken geen (dure) membranen, maar alkalische vloeistoffen om het water te ontleden. Het grote voordeel is dat je daardoor goedkopere katalysatoren (die het ontledingsproces op snelheid brengen) kunt gebruiken. Bij membraam-elektrolyzers is er vaak duur platinum nodig. De ‘vaste oxide’-elektrolyzer gebruikt keramieken platen om water om te zetten in waterstof. Dit systeem werkt als een omgekeerde brandstofcel; waar zo’n cel waterstof omzet in elektriciteit (bijvoorbeeld in een waterstofauto), maakt een oxide-elektrolyzer waterstof van water en (groene) stroom. Maar, zegt Sunfire, deze techniek kan ook ‘syngas’ produceren op schone wijze. Syngas is een belangrijke grondstof in de industrie, en de techniek zou dus zeer welkom zijn. Waterstoffabriek van halve gigawatt Er is een reden dat de meeste waterstoffabrieken die nu gebouwd (gaan) worden membranen gebruiken. Want de alkalische of oxideversies hebben allemaal hun eigen problemen. Sunfire denkt echter dat zij de technieken kunnen verbeteren en op grote schaal toe kunnen passen om zo de waterstofeconomie te veranderen. De investering van 109 miljoen helpt om te laten zien dat zo’n opschaling mogelijk is. In de nabije toekomst (2023) moet er een waterstoffabriek van 500 megawatt komen die met alkalische elektrolyse werkt. Grote plannen van Sunfire dus. De scale-up begon als bedrijf dat stroom in vloeibare energie om kon zetten, maar kocht andere bedrijven op en is nu een expert op het gebied van elektrolyse. Gezien de noodzaak van waterstof als alternatief voor aardgas in de duurzame toekomst zien veel investeerders brood in de kennis die Sunfire in huis heeft. Deze investering bevestigt dat.