Marc Seijlhouwer 18 oktober 2021, 16:13

Een nieuwe techniek voor waterstof haalt miljoenen op in Duitsland

Het Duitse Sunfire haalt 109 miljoen euro op. Daarmee wil het waterstoffabrieken bouwen die anders werken dan de gangbare fabriekjes die er nu zijn. In theorie kan waterstof met de nieuwe techniek goedkoper worden.

Waterstof fabriek silo adobe stock change inc De toekomst van energie: grote tanks vol duurzame waterstof | Credits: Adobe Stock

Het geld is een investering in de scale-up Sunfire. Er werken nu al 270 mensen en dat moeten er meer worden. Het bedrijf belooft waterstoffabrieken te bouwen die water ontleden tot waterstof en zuurstof, met hulp van duurzame stroom. Maar ze werken anders dan de meeste van dit soort fabrieken. Sunfire gebruikt namelijk ‘alkalische’ elektrolyzers en ‘vaste oxide’ elektrolyzers.

Nieuwe techniek voor productie waterstof

Dit zijn twee technieken die in de chemische wetenschap bekend zijn, maar nog niet op grote schaal gebruikt. Alkalische elektrolyzers gebruiken geen (dure) membranen, maar alkalische vloeistoffen om het water te ontleden. Het grote voordeel is dat je daardoor goedkopere katalysatoren (die het ontledingsproces op snelheid brengen) kunt gebruiken. Bij membraam-elektrolyzers is er vaak duur platinum nodig.

De ‘vaste oxide’-elektrolyzer gebruikt keramieken platen om water om te zetten in waterstof. Dit systeem werkt als een omgekeerde brandstofcel; waar zo’n cel waterstof omzet in elektriciteit (bijvoorbeeld in een waterstofauto), maakt een oxide-elektrolyzer waterstof van water en (groene) stroom. Maar, zegt Sunfire, deze techniek kan ook ‘syngas’ produceren op schone wijze. Syngas is een belangrijke grondstof in de industrie, en de techniek zou dus zeer welkom zijn.

Waterstoffabriek van halve gigawatt

Er is een reden dat de meeste waterstoffabrieken die nu gebouwd (gaan) worden membranen gebruiken. Want de alkalische of oxideversies hebben allemaal hun eigen problemen. Sunfire denkt echter dat zij de technieken kunnen verbeteren en op grote schaal toe kunnen passen om zo de waterstofeconomie te veranderen. De investering van 109 miljoen helpt om te laten zien dat zo’n opschaling mogelijk is. In de nabije toekomst (2023) moet er een waterstoffabriek van 500 megawatt komen die met alkalische elektrolyse werkt.

Grote plannen van Sunfire dus. De scale-up begon als bedrijf dat stroom in vloeibare energie om kon zetten, maar kocht andere bedrijven op en is nu een expert op het gebied van elektrolyse. Gezien de noodzaak van waterstof als alternatief voor aardgas in de duurzame toekomst zien veel investeerders brood in de kennis die Sunfire in huis heeft. Deze investering bevestigt dat.

De natuur is meer dan een verdienmodel

De natuur levert ons veel meer dan alleen voedsel, biobrandstoffen, bouwmaterialen en vezels. Zo zal een landbouwgebied dat dooraderd is met bloemrijke akkerranden, rijk zijn aan zweefvliegen. Hun larven eten luizen en de financiële schade van die luizen aan gewassen is bijgevolg kleiner. Verder fungeren bossen als een spons en daardoor is stroomafwaarts de schade van extreme droogte of wateroverlast kleiner. Bacteriën en bodemschimmels helpen met de afbraak van giftige stoffen en zetten afval om in plantenvoedingsstoffen. Bijen bestuiven onze fruitbomen en besparen ons dure handarbeid. Natuur levert daarnaast een milieu waarin we prettiger kunnen wonen, recreëren of zelfs genezen. Een groeiend aantal beleidsmakers verbindt financiële baten aan deze zogenaamde ecosysteemdiensten. Een groter bewustzijn van deze baten kan ongetwijfeld tot beslissingen leiden waarmee de natuur beter af is. Afromen Toch is het denken langs de lijnen van financieel nut geen garantie voor het behoud van natuur in zijn huidige omvang en veelzijdigheid. Veel nuttige functies blijken naar volle tevredenheid vervuld te kunnen worden door slechts een beperkt aantal soorten op een al even beperkte oppervlakte. Zo kun je bodemerosie prima tegengaan met een monotone weide met Engels raaigras, kunnen zweefvliegen in leven blijven op één, twee bloemsoorten en volstaat voor de afbraak van afval een beperkt aantal bodemdieren. Ook zal het veel toeristen een rotzorg zijn of een ree, een damhert dan wel edelhert hun pad kruist. Het is bovendien zeer aannemelijk dat die betalende toeristen ook naar de Veluwe blijven komen als de natuur daar een derde kleiner in omvang zou zijn. Het klinkt oneerbiedig maar er valt niet te ontkomen aan de indruk dat veel soorten overbodig want uitwisselbaar zijn, onze romantische beelden van complexe voedselwebben waarin alles met alles samenhangt ten spijt. Arme grutto’s en dassen: jullie staan daar een beetje mooi te wezen ten koste van nieuwe wegen, vliegvelden, bedrijfsterreinen en velden met zonnepanelen. Financieel belang als maatlat nodigt dan ook uit tot afroming tot aan het niveau dat minimaal nodig is om de ecosysteemdienst nog nèt te kunnen vervullen. Voor de natuur was het daarom beter geweest als de mens haar niet zo aantoonbaar kon missen als kiespijn: duizenden planten en dieren verdwenen in de afgelopen decennia maar wij zijn er desondanks nog steeds. Mentale constructies De natuur presenteren als een verdienmodel verleidt ook tot suggestieve voorstellingen van zaken. Anders dan beweerd, leggen oude bossen bijvoorbeeld helemaal geen CO2 vast. De jaarlijkse vastlegging via fotosynthese is daar zo’n beetje in evenwicht met wat er vrijkomt aan CO2 bij de vertering van versleten bladeren, takken en stammen Daarmee wordt de vermeende verdienste ‘vastleggen van broeikasgassen’ een discutabel argument. Het kappen van bossen, ja, dát maakt eenmalig CO2 vrij maar dat is iets anders dan dat bossen eeuwig CO2 blijven binden. Oerwouden aanmerken als ‘de longen van de aarde’ of als een schatkist van geheime bronnen die ons van iedere enge ziekte gaan genezen, is al net zo’n mentale constructie. En rondweg brutaal is het om de aanleg van een veld zonnepanelen te presenteren als een versterking van de biodiversiteit omdat de randen van zo’n veld met bloemen kunnen worden ingezaaid. Dat is geen koppelkans maar koppelverkoop. De onvermijdelijke ontmaskering van dit soort misleidingen zal het belang van natuurbehoud alleen maar verder ondergraven. Armoede Natuur reduceren tot een verdienmodel is geënt op antropocentrisch denken in termen van nut. Het zet de deur op een kier naar het afwaarderen en vervolgens opofferen van die delen van de natuur die geen meetbare meerwaarde hebben. Het is het armoedige antwoord ván en áán degenen die zich niet langer aangesproken voelen tot wat de één het Wonder der Natuur en de ander Schepping noemt. Het lijkt op zijn best een wanhopige laatste poging van natuurliefhebbers om argumenten te overleggen in een taal die economen en politici nog net willen begrijpen. De bewijslast is vervolgens bij natuurliefhebbers zelf komen te liggen. Onze natuur is meer waard en verdient echt beter. Jaap Schröder, voormalig onderzoeker van Wageningen University & Research, thans Stichting Valouwe Natuur (www.valouwenatuur.jouwweb.nl)