Teun Schröder
30 september 2021, 11:00

De energietransitie gaat te langzaam: “We hebben bestuurders met lef nodig”

Nederland is hekkensluiter duurzame energie in Europa; vorig jaar meldde het CBS dat slechts 11,1 procent uit hernieuwbare bronnen kwam. Aan de andere kant liggen in Nederland voldoende kansen om snel grote stappen te zetten in de energietransitie. Wat kun je als toezichthouder of bestuurder doen om de transitie te versnellen?

American public power association AA5v6s Mcal Y unsplash De Europese doelstellingen van 2030 en 2050 zijn inmiddels wetgeving. Het is voor ondernemers duidelijk welke kant we met z’n allen op moeten manoeuvreren.” | Credits: Unsplash

Deze vraag staat centraal in het webinar voor toezichthouders en bestuurders georganiseerd door Ebbinge, MVO Nederland en Change Inc. dat afgelopen dinsdag plaatsvond. Digitaal aangeschoven zijn Lieve Declercq, directeur van de beursgenoteerde technisch dienstverlener SPIE Nederland en Roland Pechtold, directeur Groenleven, ontwikkelaar van duurzame energieprojecten. Onder begeleiding van Niels van Tent, partner van Ebbinge, en Maria van de Heijden, directeur-bestuurder van MVO Nederland, delen zij hun ervaringen.

Veel uitstoot, veel zonnepanelen

“Ja, Nederland loopt achter in de energietransitie, maar daar is ook een verklaring voor”, begint Pechtold. “In de jaren 50 vonden we één van de grootste gasvelden van Europa wat een enorme aantrekkingskracht had op de zware industrie. Daardoor hebben we per hoofd van de bevolking een heel hoge CO2-afdruk. Tegelijkertijd heeft Nederland ook de meeste zonnepanelen per persoon van de wereld. Dat neemt natuurlijk niet weg dat er nog een hoop moet gebeuren. De Europese doelstellingen van 2030 en 2050 zijn inmiddels wetgeving. Voor Nederland ligt hier enorme potentie om te verbeteren. Het is voor ondernemers duidelijk welke kant we met z’n allen op moeten manoeuvreren.”

Wetgeving

Maar het is ook wetgeving die de energietransitie soms in de weg ligt, herkent Declercq. “Om hoogspanningsnetten met elkaar te verbinden moeten we de komende jaren meerdere onderstations installeren. Zo’n station is binnen enkele maanden geplaatst, terwijl het soms wel tien jaar duurt om een omgevingsvergunning te krijgen.” Ook merkt Declercq dat bedrijven onder scherp toezicht staan van de publieke toezichthouder ACM. “Men is zo bang voor het web aan regels en de ACM, dat minder projecten in de markt gezet worden.”

Lef van bestuurders

Juist daarom pleit Declercq voor meer lef van bestuurders. “Je moet durf hebben om die angst te doorbreken. Wachten op nieuwe wetgeving van de overheid duurt te lang. Ontwikkel, en zie maar wat er gebeurt als je op de vingers wordt getikt. Misschien heb je wel ergens een fout gemaakt, maar in zo’n klein land als Nederland kun je nooit veel fouten maken.”

Pechtold valt Declercq hierin bij: “En laten we niet vergeten dat de ACM een verlengstuk is van de politieke arena. Wij als stemgerechtigden zijn deels verantwoordelijk voor wat daar gebeurt. Uit eigen ervaring heb ik geleerd dat het werkt om het gesprek aan te gaan, ook met de ACM. We kunnen bespreken wat wél werkt. Als we geen groot project mogen starten, kunnen we dan geen pilot project doen? Dan is vaak meer mogelijk.”

Waterstof

Declercq en Pechtold zien genoeg kansen voor de overheid om de energietransitie te versnellen. Declercq: “Kijk naar waterstof. Technisch is al heel veel bekend, maar op grote schaal ontbreken projecten. De business case is nu nog niet rond, maar wordt dat in de toekomst wel. Om die tijd te overbruggen heb je een overheid nodig.”

Pechtold: “Frankrijk en Duitsland investeren miljarden in waterstof. Nederland maar 27 miljoen. Terwijl, we hebben de pijpleidingen, we hebben de wetenschappelijke kennis en we hebben de bedrijven die het kunnen doen. Gasunie gaat straks ‘Waterstofunie’ heten. Het verbaast me dat we deze kans niet pakken.”

SDE+ subsidie

Los van de uitdagingen die de wetgeving met zich meebrengt, breekt Pechtold een lans voor de overheid. “Uiteindelijk zijn wij de overheid. En er zijn de afgelopen jaren ook al dappere stappen gezet. We schuiven weg van het verdienmodel van aardgas en we hebben een intelligent subsidiesysteem met de SDE+-regeling waarbij de overheid voor vijftien jaar garant staat voor extra kosten. Voor ondernemers biedt dat kansen.”

Goede werkgever

Als toezichthouder ben je verantwoordelijk dat je directie deze kansen ook pakt, denkt Pechtold. “De toezichthouder benoemt en ontslaat bestuurders. Als jij als toezichthouder denkt dat het huidige bestuur niet versneld naar een duurzame toekomst wil, dan moet je op zoek naar andere mensen.” Declercq ziet dit ook als onderdeel van het bestaansrecht van je bedrijf. “Als jij nieuwe mensen wilt aantrekken, is het belangrijk dat je bedrijf een langetermijnvisie op duurzaamheid heeft. Heb je die niet, dan gaan mensen bij je weg en stoot je de nieuwe generatie af.”

Leiderschapsdilemma

Met wat voor dilemma’s worstelen jullie als leiders, vraagt Niels van Tent van Ebbinge. “Ik run nog steeds een bedrijf met financiële doelstellingen”, zegt Declercq. “We willen onze vloot elektrificeren, maar als we dit snel willen doen kost dit jaarlijks miljoenen meer dan de huidige vloot. Vanuit eigen overtuiging wil je volle bak gaan, maar je hebt ook een financiële verantwoording af te leggen. Daarom kiezen we toch voor een gefaseerde overgang.”

“Mijn dilemma hangt samen met het instrument dat ik eerder prees. Met Groenleven zijn we nu nog gedeeltelijk afhankelijk van subsidiegeld; de garantie op een bepaalde elektriciteitsprijs. Uiteindelijk vind ik natuurlijk dat hernieuwbare energie subsidieloos moet renderen. Ik zie dat binnen de komende vijf jaar ook wel gebeuren. En uiteindelijk zullen de systemen die we bouwen eigendom van de gemeenschap worden. Dat is nu financieel geen goede keuze, maar op de lange termijn wel.”

Waterschaarste in de landbouw: hoe houden we de watervoorraad op peil?

Landbouwers zijn belangrijke waterverbruikers: een kwart van alle wateronttrekking in de EU vindt plaats in de landbouw. En dit is niet zonder gevolgen; het tast zowel de waterkwaliteit als -kwantiteit aan. “Juist nu we door klimaatverandering steeds meer te maken krijgen met periodes van droogte is het een steeds lastiger probleem”, zegt Niko Wanders, docent hydrologie bij de Universiteit Utrecht. Waarom is waterschaarste een probleem? Waterschaarste kan toenemen door veranderingen aan de aanbodzijde en de vraagzijde. Zo kan klimaatverandering leiden tot droogte waardoor er minder water beschikbaar is. Ook de bevolking neemt toe en doordat de welvaart stijgt is er meer vraag naar water. De landbouw speelt daarin een belangrijke rol: de sector is goed voor een kwart van al het gebruikte water.Een belangrijke factor die impact heeft op de waterkwaliteit is het gebruik van mest en pesticiden. “Meststoffen worden op het land uitgereden en als het regent spoelt dat rechtstreeks in de sloten. Daardoor wordt de waterkwaliteit aangetast”, legt Wanders uit. “Daarom moet alles wat schadelijk is verdund worden en moeten we voorkomen dat het in grote concentraties in sloten terecht komt. Dat stimuleert boeren om meer water te gebruiken.” Vrijstellingen om grondwater te verlagen Het EU-beleid zou waterschaarste en droogte moeten voorkomen. Toch geven EU-landen boeren vrijstellingen om bijvoorbeeld het grondwaterpeil te verlagen. “In Nederland willen boeren vaak een lage grondwaterstand zodat ze eerder met hun trekker het land op kunnen om te zaaien, want als het te nat is, trek je alleen maar slipsporen”, zegt Wanders. Later in het jaar, wanneer de gewassen opkomen, hebben boeren juist water nodig om de planten te laten groeien. Wanders schetst ook de andere kant van het verhaal. “In Spanje staan olijfbomen op plekken waar niet genoeg water is. Boeren moeten daardoor systematisch grondwater gebruiken om de planten in leven te houden.” Als gevolg daarvan wordt er meer water gebruikt dan de regen die valt. Daardoor kan het grondwaterpeil ieder jaar decimeters of zelfs meters zakken. “Daarom moeten landen wel vrijstellingen geven om het grondwaterpeil te verlagen. Het alternatief is dat olijfbomen doodgaan en de regio geen inkomsten meer heeft. Water lijkt een onuitputbare bron, maar als je meer gebruikt dan dat er valt, dan is het juist een uitputbare bron.” Naast het zakkende grondwaterpeil speelt droogte door klimaatverandering ook een belangrijke rol. “Je moet dan veel meer gaan irrigeren. Dit is een niet-duurzame situatie geworden. Je kunt zeggen dat landbouwers hun eigen graf graven: je bent als boer meer water aan het tappen om je gewassen in leven te houden, maar daardoor zakt het grondwaterpeil steeds verder. Als je daarmee stopt, heb je geen inkomsten meer.” Alternatief: het recyclen van water Joëlle Elvinger, Rekenkamerlid pleit daarom voor duurzaam watergebruik dat goedkoper en dus aantrekkelijker is. Maar goedkoper is lastiger, ziet Wanders. Daarom moeten we volgens hem meer kijken naar hergebruik van water. “Afvalwater van een fabriek kun je prima gebruiken voor planten. Voor de plant maakt het niet uit dat het geen gezuiverd drinkwater is”, zegt Wanders. De docent ziet dat hergebruik van water een opkomend thema is binnen de EU. Toch zijn er nog uitdagingen om waterhergebruik in te zetten voor landbouw. “Het afvalwater bevindt zich niet altijd op dezelfde plek als waar de gebruiker zit. Je kunt water niet altijd over grote afstanden transporteren. Bovendien moet er soms een apart systeem voor aangelegd worden, anders mix je afvalwater met andere kwaliteit water.” Wanders ziet hergebruik van afvalwater als een duurzaam alternatief. “Zeker als je de industrie combineert met landbouw is het ideaal”, ziet hij. In industrieën wordt veel water gebruikt als koelwater. “Kijk bijvoorbeeld naar een bierbrouwerij. Zo’n 90 procent van het water dat wordt gebruikt belandt niet in het bierflesje, maar wordt gebruikt voor spoelwater of koeling. Dat soort water is niet heel erg vervuild. Het is misschien iets warmer, maar ook dat maakt voor de plant niet zo veel uit.” Wil je meer weten over duurzame landbouw? Lees het dossier of blijf op de hoogte via onze nieuwsbrief.