Sabine Sluijters 08 september 2021, 15:37

Burgemeester Ahmed Aboutaleb opent Recharge Earth: "De energietransitie is meer dan CO2 verminderen"

CO2-uitstoot verminderen en ondertussen zorgen dat mensen hun energierekening nog kunnen betalen. Dit is overal ter wereld de uitdaging, maar binnen Nederland zijn de problemen misschien wel nergens zo zichtbaar als in Rotterdam. Vandaag opent burgemeester Ahmed Aboutaleb de eerste editie van Recharge Earth, waar deze vraagstukken centraal staan. Dit is zijn visie op duurzaamheid in Rotterdam.

Ambtsketenfoto burgemeester Aboutaleb fotograaf Marc Nolte Burgemeester Aboutaleb: "De energietransitie is meer dan alleen CO2 reduceren." | Credits: Marc Nolte

Rotterdam staat voor een enorme opgave. De stad aan de Maas is met 26,2 megaton goed voor een vijfde van de totale landelijke CO2-uitstoot. Ter vergelijk: Amsterdam stoot 4,2 megaton uit. En de havenstad heeft grote ambities. In het Rotterdamse Klimaatakkoord spraken meer dan 100 bedrijven en organisaties af de CO2-uitstoot van Rotterdam voor 2030 te halveren.

Dat is geen sinecure, maar wel noodzakelijk, vindt burgemeester Ahmed Aboutaleb. “Klimaatverandering laat steeds vaker zijn sporen achter in de vorm van overstromingen, droogte en hevige bosbranden op alle continenten. Het IPCC waarschuwde recent in niet mis te verstane bewoordingen dat de opwarming sneller gaat dan eerst werd aangenomen en dat wij mensen daar verantwoordelijk voor zijn.”

Hoe gaat Rotterdam daaraan bijdragen?

“Europa heeft stevige ambities geformuleerd en Nederland heeft zich tot doel gesteld om in 2030 55 procent minder CO2 uit te stoten dan in 1990, en de helft van de energievoorziening uit duurzame bronnen te halen. Dat is al over iets meer dan acht jaar. Er is dus werk aan de winkel. De stad Rotterdam en zijn haven spelen daarbij een belangrijke rol.”

“De Rotterdamse haven is niet alleen de grootste haven van Europa, het huisvest ook nog eens een van Europa’s grootste industriële clusters. Dat is ook een kans. Bijvoorbeeld omdat restwarmte van de havenindustrie gebruikt kan worden voor stadsverwarming, in de zes pilotgebieden die we aardgasvrij gaan maken. In de Westlandse kassen groeien en bloeien de tomaten en komkommers al goed op CO2 uit de Rotterdamse haven.”

“Maar het betekent ook een opgave. Rotterdam is verantwoordelijk voor een vijfde van de landelijke CO2 uitstoot. Maar liefst 90 procent daarvan komt voor rekening van de havenindustrie. Door die CO2 af te vangen en op te slaan onder de Noordzee kan Rotterdam een belangrijke bijdrage leveren aan de reductiedoelstellingen van Nederland.”

Rotterdam heeft als grote stad nog een andere uitdaging. De helft van de inwoners moet rondkomen van een laag inkomen en een op de vier kinderen groeit hier op in armoede. Hoe is dat te rijmen met de energietransitie?

“De energietransitie gaat niet alleen om zoveel mogelijk CO2 besparen. Het biedt ook een kans om andere uitdagingen van de stad aan te pakken. Zoals het bestrijden van armoede. 17 procent van de Rotterdammers heeft te maken met energiearmoede. Die geven tien procent van hun inkomen uit aan de energierekening. Dit zijn mensen die vaak in slecht geïsoleerde huurwoningen wonen en van een uitkering moeten rondkomen. Die zetten de verwarming uit ook al is het koud, omdat ze bang zijn voor de energierekening.”

“Wij willen deze mensen helpen met hun financiële problemen, bijvoorbeeld door hun energievoorziening en huis te verduurzamen. Kleine aanpassingen in het huis helpen al om de energierekening te verlagen. Of we verstrekken ze een energietransitie-lening.”

“En de energietransitie kan ook voor nieuwe werkgelegenheid zorgen. Zoals innovatieve banen in de bouw-, infra- en energiesector. En wat te denken van de sociale cohesie in de buurt die kan ontstaan als bewoners de handen ineen slaan om hun straat en huizen te vergroenen.”

“Ik denk dat dit een van de belangrijke doelen is van deze conferentie: om die kansen te signaleren waarbij de energietransitie niet gezien wordt als lastig en moeilijk maar als een kans. Op een schonere en meer sociale stad met minder armoede en meer saamhorigheid.”

Boeren onteigenen voor een beter klimaat? Het kan ook anders

Het kabinet overweegt maatregelen om de stikstofuitstoot snel terug te dringen. Doordat de uitstoot vooralsnog niet daalt, lopen grote bouwprojecten vertraging op. De bouw van 1 miljoen woningen om de woningnood op te lossen klinkt daarmee nog ver weg. Omdat de landbouwsector een van de grootste stikstofuitstoters is, valt hier volgens het kabinet nog veel te winnen. Welke scenario’s zijn er? In de stukken van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) die NRC eerder inzag, staan twee scenario’s voor het omgooien van de landbouwsector. In het eerste geval stelt het ministerie van Financiën voor om productierechten van stikstof uitstotende boeren op te kopen. De kosten schatten de ambtenaren op 9 miljard euro. De andere optie is ambitieuzer: het ministerie van Landbouw stelt voor dat de overheid de grond van boeren opkoopt om die in te richten voor duurzamere vormen van landbouw, waarbij bijvoorbeeld minder dieren nodig zijn. Die kostenraming wordt geschat op 17 miljard euro. In de twee scenario’s koopt de overheid de grond van boeren op, waarbij de boeren worden onteigend. Onteigening is niet vrijwillig, en dat is volgens Iman Stratenus, oprichter van Natuurrijk Nederland, niet de juiste motivatie om de agrarische sector te verduurzamen. Volgens hem is er nog een ander scenario, waarbij de boeren een eerlijke prijs krijgen en er meer ruimte komt voor natuur en woningen. Vrijwilligheid en ruimhartigheid zouden volgens Stratenus de basis moeten zijn voor de transitie naar duurzamere landbouw. “Op die manier ontmoet je veel meer welwillendheid”, zegt hij. Bij het onteigenen verwacht hij dat boeren veel sneller weerstand geven. “Als iemand mij vertelt dat ik mijn huis moet verkopen dan zou ik daar natuurlijk ook niet mee akkoord gaan. Maar als iemand met mij in gesprek gaat en tegemoetkomt, ben ik veel sneller bereid om er serieus over na te denken.” 50 procent meer natuur Stratenus maakte een plan hoe Nederland de stikstofuitstoot kan terugdringen, met vooral meer natuur, meer woningen en iets minder landbouw. “Het idee raakt aan de problemen van klimaatverandering, milieuvervuiling, biodiversiteitsverlies en de woningnood, maar dan wel met het behoud van welvaart.” Bijna 70 procent van het Nederlandse landoppervlak bestaat uit landbouw. “In het plan willen we 1,2 miljoen hectare landbouwgrond omzetten in natuur: bos, heide, riet en graslanden met veel biodiversiteit.” Dat betekent dat de landbouwgrond van 66 procent naar 30 procent van het totale grondoppervlak van Nederland wordt teruggebracht. “De halvering van het grondgebied betekent niet een halvering van de agrarische sector. Een groot deel van de grond wordt nu gebruikt voor de productie van veevoer.”Bijna 70 procent van het Nederlandse grondoppervlak bestaat uit landbouwEen deel van de vrijgekomen landbouwgrond wil Stratenus omzetten in bouwgrond: zo’n 50.000 hectare. Dat is 4 procent van de omgevormde landbouwgrond. “Op die bouwgrond kunnen we huizen bouwen. Zo veel dat we de gehele woningnood kunnen oplossen: er ontstaat ruimte voor 1 miljoen woningen.” Maar hoe wordt dit plan gefinancierd? Ook daar heeft Stratenus over nagedacht. “Als de agrarische sector de helft van de landbouwgrond moet afstaan, moet daar iets riants tegenover staan. Zo’n uitkoop- en subsidieregeling gaat veel geld kosten.” Met een berekening schat hij dat er zo’n 100 miljard euro nodig is om het plan te bekostigen. Dit plan kost zes keer zoveel als het duurste plan van het PBL, wat uitkwam op 17 miljard euro. Maar juist die hoge prijs moet kan boeren over de streep trekken. Maar deze kosten worden terugverdiend door de 4 procent van de gekochte landbouwgrond om te zetten in bouwgrond. “De nieuwe bouwgrond zal zo’n 2,6 miljoen euro per hectare waard zijn. Met 50.000 hectare kunnen we ruim de 100 miljard euro terugverdienen die we nodig hebben.’’ Daarmee is de woningnood volgens Stratenus opgelost, is er fors meer natuur in Nederland bijgekomen en hebben boeren een riante vergoeding gekregen voor het afstaan van een deel van hun grond. Meer natuur komt ten goede van de biodiversiteit en leefbaarheid. En het is volgens hem hard nodig. “Het zegt al genoeg dat het kabinet deze plannen heeft: dat laat de urgentie van het probleem zien.” Is het haalbaar? Op gemeentelijk en provinciaal niveau worden er stappen gemaakt voor een groener Nederland, maar Stratenus mist een centrale regie. “Het is een lastige opgave, want er spelen zo veel problemen tegelijkertijd: woningnood, energietransitie en het stikstofprobleem. Dat zijn allemaal stukjes van een grote puzzel. De overheid kan maar op bepaalde punten regie voeren.” Stratenus wil juist daar iets op verzinnen. “We hebben veel reacties gekregen van wetenschappers over dit idee, maar ook van financiële instellingen die geïnteresseerd zijn. Ik verwacht niet dat het idee direct wordt opgenomen in het nieuwe regeerakkoord, maar we bieden mensen wel een ander perspectief.”