Marc Seijlhouwer 01 september 2021, 12:56

Waarom slaan we onze overtollige energie niet op in zand?

Dure lithium-ionbatterijen vol materialen die ecosystemen kapotmaken en mensen onder erbarmelijke omstandigheden laten werken zijn onnodig. In plaats daarvan kunnen we gewoon zand gebruiken, denkt het Amerikaanse onderzoekslab NREL. Door zand warm te maken en in gigantische thermosflessen op te slaan kun je een heleboel (duurzame) energie opslaan.

Enduring closed brayton combined power cycle Zo werkt de zandbatterij | Credits: NREL

Het idee van de wetenschappers is simpel: zand kan een heleboel warmte vasthouden. Iedereen die wel eens op een strand loopt in een zonnig land kan dat beamen. Door elektrische stroom te gebruiken om warmte te genereren, en zandkorrels langs deze warme elementen te laten lopen (de onderzoekers vergelijken het met een groot, heet broodrooster) warmt het zand op tot 1.200 graden Celsius.


Vervolgens wordt het in silo’s gestort die een isolatielaag hebben. Deze silo dient als thermos en zorgt dat het zand het grootste deel van de hitte bewaart. Als er na een paar uur behoefte is aan meer elektriciteit dan de duurzame bronnen kunnen leveren, gaat het zand uit de silo langs een warmtewisselaar om zo warmte of stroom te leveren.

Lithiumbatterijen zijn slecht voor het milieu

Het idee is een milieuvriendelijke oplossing voor een ongemakkelijk probleem van de energietransitie. Wat moeten we als de wind niet waait en de zon niet schijnt? Of als de vraag groter is dan het aanbod, bijvoorbeeld als iedereen rond zes uur thuiskomt en gaat koken? Het is dan handig om een voorraad te hebben. Batterijen zijn de uitgelezen oplossing voor deze kortetermijnopslag: ze kunnen veel stroom opslaan en snel terugleveren.

Maar de beste batterijen zijn niet zonder problemen. Lithium-ionbatterijen produceren kost veel energie en er komen giftige middelen bij kijken. Ook het winnen van lithium uit mijnen veroorzaakt milieu- en maatschappelijke problemen. Vandaar dat wetenschappers overal zoeken naar alternatieven. De zandbatterij is daar het nieuwste snufje in.

De voordelen van zand: het is goedkoop, vrijwel overal beschikbaar en te winnen zonder grote impact op het milieu. Bovendien is het veilig: heet zand zal niet spontaan in de fik vliegen of exploderen. Er zijn echter ook nadelen. Zo is de energiedichtheid vele malen lager dan bij lithiumbatterijen. Dat is echter alleen een probleem als je een eigen batterij bij je huis wilt hebben. Als energieopslag centraal geregeld is, kunnen er een paar zandsilo’s bij windparken of zonnecentrales komen te staan, waar vaak ruimte genoeg is.

Kortom: de onderzoekers van NREL hebben veel vertrouwen in hun vondst. Als de laatste tests met het prototype succesvol zijn, wil het lab samen met het schone-energiebedrijf Babcock & Wilcox een proeffabriek gaan bouwen.

Ook in Nederland zijn er opmerkelijke ideeën om stroom op te slaan. Wat denk je van de basaltbatterij?

Een ziekenhuis met minder CO2-uitstoot? Dan heb je bestuurders nodig die willen veranderen

Over deze vragen gingen Joke Boonstra (lid van de raad van bestuur van het Erasmus MC), Michel van Schaik (directeur gezondheidszorg van Rabobank) en Niels van Tent (partner bij Ebbinge) met elkaar in gesprek in een webinar. “Duurzaamheid is de komende jaren hét onderwerp in de boardrooms van de zorg. En in de huidige vorm is de zorg niet toekomstbestendig”, begint Van Schaik. “In het verleden ging toekomstbestendigheid over geld. Inmiddels hebben we het over mensen. Maar ook onderwerpen als vergrijzing, mentale gezondheid van jongeren en klimaatverandering gaan steeds meer spelen. Als je naar de toekomst kijkt, kun je niet anders concluderen dan dat we op een fundamenteel andere manier moeten nadenken over gezondheid en gezondheidszorg.” Eerder spraken bestuurders en toezichthouders al over het rekenen met de echte prijs. Hoe kunnen ze hier aan bijdragen? Circulariteit in het ziekenhuis “Dat er iets moet veranderen is evident”, zegt Boonstra. “De conclusies van het onlangs verschenen IPCC-rapport zijn benauwend. Als grote sector hebben we een belangrijke rol te spelen.” Ook onder zorgprofessionals leeft het onderwerp, merkt Boonstra. Mensen op de werkvloer kaarten verspilling aan en stellen vragen over het gebruik van materialen. “Door vaste procedures van verplegers en artsen gebruiken we eigenlijk meer steriele gereedschappen dan nodig is. Zonde, want deze kan je maar één keer gebruiken. Een deel van de milieuwinst is al te behalen met het doorbreken van routines en het veranderen van gedrag.” Een andere werkgroep analyseerde het plasticgebruik in het ziekenhuis. Boonstra: “In sommige materialen zitten meerdere soorten plastics, wat recycling lastig maakt. Als we onze circulariteit willen verbeteren, moeten we toe naar materialen van één soort plastic. De TU Delft helpt ons weer bij dit soort innovaties.” Boonstra merkt dat de bereidheid van medewerkers om aan dit soort vraagstukken bij te dragen groot is. “Daarbij zijn we natuurlijk ook een onderwijsinstelling. We zijn bij uitstek in staat om nieuwe studenten in duurzaamheid te onderwijzen. Vanaf dit jaar krijgen studenten dus ook les in dat onderwerp.” Het kabinet is van plan de komende jaren ruim zes miljard euro extra uit te geven aan klimaatbeleid. Hoe reageert het bedrijfsleven? Plaszak Duurzame innovaties hoeven overigens geen technische hoogstandjes te zijn. Speciale filters in leidingen van ziekenhuizen vangen medicijnresten af die vrijkomen op de wc. Dit voorkomt vervuiling van het riool of oppervlakte water. Maar wat doe je als de patiënt naar huis gaat en daar plast? “Daarvoor hebben we nu de plaszak”, zegt Boonstra. “Deze kunnen mensen inleveren zodat wij de medicijnresten kunnen verwerken. De pilot is zeer succesvol: 85 procent van de patiënten werkt hier graag aan mee.” “De plaszak is een innovatie die voorkomt uit de spoorwegen, toen de Sprinters geen wc meer kregen”, haakt Van Schaik aan. “En op die sectoroverstijgende manier kunnen we de zorg verder verduurzamen.” Daarbij spelen banken volgens Van Schaik een belangrijke rol. “Klop niet alleen aan als je geld nodig hebt, maar gebruik de bank voor kennis en het vinden van gesprekspartners. Het wiel hoeft niet telkens opnieuw te worden uitgevonden.” Kansen door corona Door de coronapandemie ziet Van Schaik ook veel kansen voor zorg op afstand. Dit scheelt reisverkeer, en daarmee indirecte CO2-uitstoot. “De gewenning is dat dokters en patiënten elkaar in de ogen willen kijken, maar het is strikt genomen niet altijd noodzakelijk of beter.” Boonstra beaamt dit. “Jarenlang was de standaard dat dokters slechtnieuwsgesprekken in de spreekkamer voerden. Nu zien we dat patiënten liever thuis zitten, omringd door geliefden. Het leert ons om op een nieuwe manier naar situaties te kijken.” Rol van bestuurders Van Tent vraagt zich af wat de verduurzaming van de zorg dan van bestuurders en toezichthouders vereist. Boonstra: “Ten eerste, als dit niet op de agenda staat van je zorginstelling, moet je jezelf achter de oren krabben. Stel de goede vragen, verdiep je in het onderwerp, en zoek uit wat je CO2-afdruk nu is.” Van Schaik: “Toezichthouders zijn verantwoordelijk voor wie er in het bestuur komt. Aan hun de taak om bestuurders te vinden die willen bijdragen aan langetermijnverandering. Voor het runnen van business-as-usual zijn andere mensen geschikt dan voor het transformeren van een sector.” Ook denkt Van Schaik dat bestuurders het lef moeten hebben om soms in te zien dat een instelling niet langer meer nodig is. “Dit klinkt misschien radicaal, maar als blijkt dat een verlieslijdende instelling overbodig is, bijvoorbeeld doordat zorg op afstand beter is, dan moet je die knoop durven door te hakken. Dat is de open mind die we nodig hebben.”