Rianne Lachmeijer 27 augustus 2021, 11:58

Carbon banking: CO2-compenseren door boeren te betalen voor hun bomen. Werkt dat?

Rabobank doet sinds dit jaar aan ‘carbon banking’. De bank vormt daarbij de schakel tussen grote bedrijven die CO2 willen compenseren en kleine boeren in Afrika en Zuid-Amerika die CO2 opslaan met de bomen op hun land. Microsoft was de eerste die op deze manier CO2-compenseerde. Later dit jaar volgen er meer transacties, zegt Jelmer van de Mortel van Rabobank. Leveren carbon credits echt iets op of pompen we uiteindelijk gewoon CO2 rond zonder de huidige klimaatsituatie te verbeteren?

Agroforestry and coffee Colombia bomen tussen koffieplanten Koffiebonen hebben baat bij schaduw van bomen in dit gecombineerde landbouwsysteem in Colombia. | Credits: Rabobank

“Het mag zeker geen aflaat zijn”, reageert Jelmer van de Mortel. Hij is head of Acorn, een programma dat onderdeel is van de Rabo Carbon Bank, waarbij boeren in ontwikkelingslanden worden gestimuleerd met boslandbouw aan de slag gaan om zo CO2 te compenseren. Alleen bedrijven die jaarlijks een bepaald percentage CO2 reduceren en een doelstellingen hebben om naar nul te gaan, mogen volgens Van de Mortel CO2-kredieten kopen.

Rabobank vormt daarbij de schakel tussen grote bedrijven als Microsoft en lokale partijen zoals reNature die op hun beurt weer contact hebben met boeren. “We helpen ze bij het opzetten van regeneratieve landbouw en boslandbouw met advies over beplantings- en implementatieplannen. Wereldwijd, dus niet alleen op het zuidelijk halfrond maar ook in Europa”, legt Marco de Boer, CEO van reNature uit. “Wij bieden boeren die de overgang naar regeneratieve landbouw willen inzetten een helpende hand.”

Hoe de CO2-compensatie werkt

“Als je CO2 wil compenseren dan is er uitstoot, dus dan moet je ook iets instoten. En het liefst ook in hetzelfde tijdvak”, zegt Van de Mortel. Dus dat de bomen letterlijk de CO2 uit de lucht halen in de periode dat een bedrijf het uitstoot. De bank maakt daarbij gebruik van data waardoor het hele proces gevalideerd wordt. De boeren worden beloond voor de CO2 die daadwerkelijk door planten is omgezet in biomassa in het jaar ervoor. Bij het bepalen wanneer het geld aan de boer wordt uitgekeerd en hoe hoog het bedrag moet zijn, maakt de bank onder andere gebruik van satellietbeelden.

In de praktijk ontvangen boeren vaak na enkele jaren voor het eerst geld voor hun investering in bomen. Toch is deze methode gunstig voor de boer, stelt Van de Mortel. “Dit gaat over boeren in ontwikkelingslanden die eigenlijk geen toegang hebben tot financiering, omdat ze een hele lage kredietwaardigheid hebben.” Als de boeren onderdeel uitmaken van dit programma durven financiers wel geld in de boeren te steken, omdat ze weten dat de kans groot is dat er inkomsten zijn en zij dus hun uitgeleende geld terug krijgen.”

Lees ook over de conclusies tijdens een Foodlog-webinar. Daarin lag de nadruk op de risico’s.

CO2-prijs

“Wij verkopen die credits nu voor ten minste 20 euro per ton CO2. Zo krijgt de boer genoeg om die kosten voor de transitie naar boslandbouw te dekken”, zegt Van de Mortel. De bank ontvangt per transactie 10 procent vergoeding. “Maar het is niet de voornaamste reden voor de bank om hier geld mee te verdienen”, stelt Van de Mortel. “We willen vooral de transitie faciliteren.”

Ecosystemen restaureren

Naast de financiële voordelen zijn er nog andere voordelen voor boeren die meedoen aan het programma. En ook voor de aarde. De Boer van reNature weet daar alles van. “Nu worden er heel veel bossen gekapt om weilanden aan te leggen of maïs te planten. Door die carbon credits wordt bosbehoud belangrijker, maar ook het planten van bomen als onderdeel van een landbouwsysteem.”

Veel landbouwgewassen zijn gebaat bij een gemengd systeem. Dat brengt de natuurlijke balans terug, stelt De Boer. “Dan heb je minder of geen kunstmest en niet zoveel water meer nodig, omdat de grond veel luchtiger is en organisch materiaal bevat. Daardoor kan het veel meer water opnemen en vasthouden. En er zitten daardoor ook meer gezonde microben en schimmels in de grond.”

Als voorbeeld geeft hij de combinatie van bonen en maïs. “Bonenplanten zijn natuurlijke stikstofproducenten. Maïs gebruikt die stikstof om te groeien dus als je deze twee gewassen mengt, dan heb je geen kunstmest meer nodig.” Als dit zo goed werkt, waarom doen boeren het dan nog niet massaal? “Gebrek aan de juiste kennis. Wat zijn de beste combinaties? Hoe gaat de oogst in zijn werk? Dat soort vragen. En ook omdat ze niet meer gewend zijn om twee afnemers te hebben”, stelt De Boer. De focus op massaproductie van de afgelopen decennia noemt hij als een oorzaak voor het gebrek aan kennis. Tijd voor verandering dus. “Daarvoor organiseert reNature bijvoorbeeld ook ondernemersprogramma’s waarbij boeren wordt geleerd om andere productstromen op te zetten en om andere leveranciers te benaderen. Met andere boeren, zodat het ook echt lokaal een kleine economie wordt die veel sterker en veel weerbaarder is tegen klimaatverandering.”

Miljoen boeren

“Er zijn 500 miljoen kleine boeren wereldwijd”, schat Van de Mortel. Om echt invloed te hebben wil hij minimaal een miljoen boeren in het programma krijgen, maar hoe meer hoe beter. Hij legt uit waarom: “Een boer kan ongeveer 10 ton CO2 opslaan per hectare per jaar dus als je 15 miljoen boeren hebt, dan ga je op een gegeven moment jaarlijks 150 megaton CO2 opslag. Jaarlijks stoten we meer dan 30 gigaton uit. Dus zelfs met 15 miljoen boeren is het nog maar een druppel op de gloeiende plaat. Maar het gaat wel echt over schaal.”

Lees ook deze column over als particulier CO2 compenseren: Wat is de beste manier om CO2-schuldgevoel af te kopen?

Charlie Watts van The Rolling Stones: kalm en briljant oog in de storm

1. Waak voor onderschatting De drummer gaat in de regel door voor het lulletje van de band. Charlie Watts maakte juist faam als aristocraat achter het drumstel. De buitenwereld had dat snel in de gaten, de binnenwereld moest er hardhandig kennis mee maken. Een klassieke anekdote geeft meer inzicht. Of die op waarheid berust zullen we nooit weten, dus spreken we af dat hij waar is, schrijft Menno Pot in de Volkskrant. Een dronken, gedrogeerde Mick Jagger belt midden jaren tachtig in het hotel van The Rolling Stones in Amsterdam naar Watts. 'Waar is mijn drummer?', bralt hij op arrogant dwingende toon. Charlie Watts scheert zich, trekt een elegant pak aan en stapt in trendy, glanzende schoenen. Hij loopt naar de kamer van Jagger, klopt aan en meteen nadat de verdwaasde zanger de deur opende stompt Watts hem vol op z'n gezicht: "Noem me nooit meer 'mijn drummer'. Jij bent mijn fucking zanger."2. Maak sympathiek en respectvol gebruik van grote namen om je ware doel te bereikenCharlie Watts hield oneindig veel meer van jazzclubs dan van de grote stadions waar The Stones in speelden. Volgens The Guardian was hij 'het kalme, briljante oog van de rock 'n' roll-storm van The Rolling Stones.' Een fijne eigenschap in gepolariseerde tijden. Hij hield niet krampachtig vast aan zijn eigen, favoriete stijl, maar paste zich perfect aan The Stones aan. Hij mengde zijn eigen discrete aanpak met die van de Stones, met een stevige backbeat. Hij vermeed elke vorm van decoratie. Dat bleek perfect voor The Stones toen het volume toenam en de locaties groter werden. Maar het project waar hij werkelijk trots op was - door de Verenigde Staten toeren met een 32-koppige bigband, bestaande uit de crème de la crème van Londense jazzmuzikanten - financierde hij dankzij de nummer 1-hits van The Stones en de bekendheid van de sterren waar hij aan gelieerd was: Keith Richards en Mick Jagger. De grote investeringsmaatschappij TPG doet een soortgelijk kunstje. TPG haalde volgens persbureau Bloomberg 5,4 miljard dollar voor een klimaatfonds op, het TPG Rise Climate-fonds. U2-voorman Bono werd gevraagd een telefoontje te plegen om Hank Paulson over te halen leiding te gaan geven aan het nieuwe fonds. Als voormalig minister van Financiën in Amerika en als oud-topman bij Goldman Sachs beschikt hij over veel connecties en een schat aan ervaring in de financiële wereld. Vanuit het oogpunt van een snelle energietransitie heeft hij als 75-jarige nog een voordeel, waar in mediaberichtgeving weinig aandacht aan wordt besteed. Hij zei tegen The New York Times: "Ik heb haast om het verschil te maken." 3. Ga liever stoïcijns dan flitsend te werk De Volkskrant schrijft over de drumpartij van Watts in (I Can't Get No) Satisfaction. Bij een groot publiek staat die partij in de schaduw van de 'legendarische gitaarriff', maar het drumwerk is misschien wel bepalender voor de 'ritmische essentie' van The Stones. Hij zorgde voor 'coherentie en dwingende voortgang', daarbij geholpen door de belangrijke eigenschap wars van 'virtuoze aanstellerij' te zijn. Zijn gedegen ritmische bijdragen waren crucialer dan waanzinnige solo's ooit hadden kunnen zijn. Volgens de BBC was hij daarom 'bijna 60 jaar lang de subtiele, stoïcijnse hartslag van The Rolling Stones.' Het is hét recept voor de lange termijn.