Romy de Weert 26 augustus 2021, 12:15

Kledingakkoord van Bangladesh met twee jaar verlengd én uitgebreid naar andere landen

Het Bangladesh-akkoord, waarin zo’n tweehonderd merken en retailers tekenden om hun fabrieken veiliger te maken, wordt met twee jaar verlengd. Het akkoord zou eigenlijk eind augustus na acht jaar verlopen, maar kledingmerken zijn het eens geworden over een vervolg. De belangrijkste toevoeging is dat het akkoord uitgebreid wordt naar andere landen.

23021033193 54ee5e99f5 o Het Bangladesh-akkoord moet zorgen voor veiligere werkomstandigheden voor textielarbeiders. | Credits: ILO Asia-Pacific, Better Work Programme, via Flickr

Het Bangladesh-akkoord, dat volgende week afloopt, wordt op de valreep met twee jaar verlengd. In het nieuwe International Accord for Health and Safety in the Textile and Garment Industry staan afspraken tussen kledingmerken en vakbonden over het verbeteren van brand- en bouwveiligheid in kledingfabrieken. Het belangrijkste nieuwe punt is dat het akkoord wordt uitgebreid naar andere landen waardoor Bangladesh niet meer het enige land is waarvoor het geldt.

Waarom het Bangladesh-akkoord?

Het Bangladesh-akkoord werd in mei 2013 door zo’n 200 kledingmerken ondertekend, een paar weken na de ramp in Rana Plaza. Het gebouw van tien verdiepingen in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh, stortte in. Er kwamen 1.134 arbeiders om het leven en duizenden anderen raakten gewond. Het Bangladesh-akkoord moest zorgen voor veiligere werkomstandigheden voor textielarbeiders.

1.600 veiligere fabrieken

Sinds de ondertekening van het akkoord is de veiligheid van zo’n 1.600 fabrieken verbeterd en meer dan 90 procent van de vastgestelde veiligheidsgebreken zijn opgelost. “Het is een succesvol programma met goede resultaten en juist daarom is het zo belangrijk dat het verlengd wordt”, zegt Wyger Wentholt van de Schone Klerencampagne. De organisatie heeft als doel om de arbeidsomstandigheden en de positie van arbeiders in de wereldwijde kledingindustrie te verbeteren.

In de verlenging van het akkoord staan meer bindende afspraken over een uitbreiding van het akkoord naar andere landen. En dat is hard nodig, ziet Wentholt. “Ook in Pakistan komen er ieder jaar aanzienlijk veel mensen om bij incidenten op de werkvloer. Zo zijn branduitgangen vaak onveilig of kunnen er gevaarlijke situaties ontstaan met boilers.”

De uitbreiding van het akkoord is volgens Wentholt goed nieuws. Toch ziet hij dat de bereidwilligheid onder kledingfabrikanten achteruit is gegaan sinds de invoering van het Bangladesh-akkoord in 2013. “Afgelopen jaar stonden er ook al afspraken in het akkoord om het toe te passen op andere landen, maar dat is nooit gebeurd. Dat er nu vlak voor de deadline van 31 augustus toch een overeenstemming is gekomen laat wel zien dat het een lastig gesprek is geweest.”

Lees meer over de problemen in de kledingindustrie en de invloed van Covid-19 daarop: ‘We zijn verslaafd aan lage prijzen’

Trend voor bindende afspraken

Hij ziet dat bindende afspraken in de kledingindustrie beter werken om verandering te krijgen dan vrijwillige initiatieven. “Er komst steeds meer wetgeving die regels voor een veilige werkomgeving verplicht maakt. En dat is goed, want vrijwillige initiatieven zijn niet streng genoeg. In dit nieuwe akkoord staat een raamwerk voor bindende juridische afspraken”, zegt Wentholt. Zonder bindende, juridische afspraken creëer je volgens Wentholt oneerlijke concurrentie tussen koplopers en achterblijvers. “Er is heel veel voor te zeggen om het speelveld gelijk te maken.”

Kledingmerken kunnen tot 1 september het nieuwe International Accord for Health and Safety in the Textile and Garment Industry ondertekenen. Dan zal ook bekend worden hoeveel kledingmerken zich aansluiten bij het nieuwe akkoord. Onder meer Zeeman, WE Fashion, Wibra en G-star Raw laten aan de NOS weten het akkoord te steunen.

Sociale duurzaamheid staat centraal in het Bangladesh-akkoord, maar ook aan het einde van de kledingketen – wanneer een kledingstuk gebruikt is, kan verduurzamen. Modeketens zijn vanaf 2023 verantwoordelijk voor inzameling en recycling afgedankte kleding.

Wil je meer weten over duurzame ontwikkelingen in de kleding- en textielindustrie? Je leest het hier.

De duurzaamste zonnepanelen ter wereld zijn van kunststof en komen (straks) uit Nederland

Een zonnepaneel dat de helft minder weegt dan (of de helft weegt van) een normaal paneel, maar verder precies hetzelfde werkt. Helemaal duurzaam geproduceerd en dankzij het lagere gewicht te plaatsen op elk dak. Ook, of vooral, op de bedrijfsdaken van distributiecentra en andere gebouwen die vaak niet zo sterk zijn. En die panelen hebben dan ook nog eens een CO2-uitstoot die 80 procent lager ligt. Dat klinkt misschien te mooi om waar te zijn, maar het is precies wat het bedrijf Solarge voor zich ziet. De twaalf mensen bij deze Eindhovense start-up werken met man en macht om komend voorjaar, in 2022, een fabriek klaar te krijgen die jaarlijks 500.000 vierkante meter zonnepaneel kan produceren. Een flinke ambitie voor een bedrijf dat pas een paar jaar bestaat. Skepsis over kunststof zonnepanelen Toen Gerard de Leede, Chief Technology Officer bij Solarge, voor het eerst over kunststof zonnepanelen hoorde, was hij skeptisch. “Het Nederlandse deel van SABIC, voortgekomen uit onderdelen van DSM en GE, had een kunststof ontwikkeld dat glas zou kunnen vervangen in zonnepanelen.” Een combinatie van de juiste kunststoffen en slimme toevoegingen, die het net zo transparant én net zo stevig maakte als glas. De Leede was toen chief technology officer van bouwbedrijf Heijmans en vond het bij nader inzien veelbelovend en baanbrekend. “Er was toen al veel huiswerk gedaan”, herinnert hij zich tijdens een online interview. “Ze kenden de mogelijkheden, en wilden het graag een keer in de praktijk toepassen - daarvoor kwamen ze naar Heijmans.” Al snel zag De Leede in dat er een schakel miste. De basis voor de kunststof was ontwikkeld door SABIC, Heijmans kon het toepassen - maar wie zou daarvan de lichtgewicht zonnepanelen maken? Zo werd Solarge geboren. De Leede en co-founders Huib van den Heuvel en Jan Vesseur haalden durfkapitaal op, aangevuld met subsidies en leningen. “Na drie jaar zijn we nu klaar om een grotere fabriek te bouwen. De techniek werkt en we kunnen op grote schaal produceren.” Daarmee staan we volgens De Leede dus aan de vooravond van een grote verandering in de wereld van zonnepanelen. Want waar De Leede eerst skeptisch was, is hij nu de grootste pleitbezorger van lichtgewicht panelen. “Je opent hiermee zoveel mogelijkheden. Zon op daken is onmisbaar om genoeg duurzame stroom op te wekken, en er zijn nog een heleboel daken ongebruikt. Door de panelen 50 procent minder zwaar te maken, kun je in een klap honderd vierkante kilometer aan extra dak beleggen met panelen. “Dat zijn daken die onvoldoende stevige dakconstructies hebben voor zonnepanelen, zoals de meeste woonhuizen dat wel kennen. Denk aan bedrijfspanden die bitumen als dakdekking hebben. Of kunststofdaklagen, of gebouwen met schuine daken van gebogen metaalplaten.”Gerard de Leede is CTO bij Solarge, een bedrijf dat lichtgewicht zonnepanelen maakt.PFAS in zonnepanelen Dat het kunststof zo stevig is, geeft Solarge volgens De Leede een streepje voor op de concurrentie. “Er zijn meer lichtgewicht panelen. Maar die zijn van mindere kwaliteit en houden het korter vol. Bovendien bevatten sommige varianten, vooral uit China, PFAS. Dat kan grote problemen opleveren als het in de brand vliegt. Denk aan een stalbrand, waarbij er panelen op de stal liggen. Dat is erg gevaarlijk.” Maar los van het gevaar, is het de kwaliteit die de wat hogere kosten van de panelen van Solarge moet verantwoorden. “In het begin zal het zeker wat meer kosten dan conventionele panelen uit China. Gelukkig hebben we een markt waar nauwelijks concurrentie is: alle bestaande panden waar geen standaard zonnepanelen op kunnen. We zullen wel even zoet zijn om die te beleggen.” Maar hoe zit het met de toekomst? Nu zien we al dat nieuwe bedrijfsgebouwen standaard voorzien worden van zonnepanelen. Denk aan distributiecentra en datacenters. De Leede: “Voor zulke panelen moet je een steviger dak installeren, vaak met stalen versteviging. Staal zorgt voor extra CO2. Als je je dak nog steeds licht en goedkoper uit kan voeren en toch zonnepanelen kan plaatsen, dan scheelt dat geld.” De duurzaamste zonnepanelen ter wereld Toch lijkt het De Leede niet per se om het kostenplaatje te gaan. Als hij praat over de toekomstplannen van Solarge, wordt duidelijk wat deze Nederlandse zonneproducent wil: de duurzaamste panelen op aarde maken. “We zullen aanvankelijk de zonnecellen nog uit China halen, waarna we ze zelf van een kunststof laag voorzien. Maar op termijn willen we verantwoorde, low carbon zonnecellen. Die bestaan al en worden in Noorwegen gemaakt met waterkracht. Nu zijn die nog veel duurder, maar in de toekomst zorgen EU-regels en heffingen aan de grens voor een eerlijker speelveld. Dan wordt het mogelijk om voor een concurrerende prijs zonnepanelen met extreem lage CO2-uitstoot te maken.” Wat daarbij ook belangrijk is: het kunststof is recyclebaar. “Je kunt de laagjes waar het materiaal uit bestaat aan het einde van de levensduur van elkaar halen en apart recyclen. We werken er ook aan om de zonnecel zelf zoveel mogelijk opnieuw te gebruiken.” Zo is de cel dus ook klaar voor die andere transitie, van een lineaire naar een circulaire economie. “Tel je dat allemaal op, dan stoot ons paneel straks 80 procent minder CO2 uit dan een standaardpaneel dat nu uit China komt en met kolenstroom gemaakt is.” Die veel lagere voetafdruk zorgt er ook voor dat je qua CO2-impact eerder ‘quitte speelt’. “Nu duurt het vier jaar voor je de milieu-impact van je zonnepaneel uit China terug hebt verdiend. Bij onze panelen zou dat vier maanden duren.”Waterkracht uit Noorwegen Maar zover is het nog niet. In het begin zal ook Solarge gewoon Chinese zonnecellen gebruiken. Later zal het aan de klant zijn of de wat duurdere Noorse of goedkopere Chinese zonnecellen wenselijk zijn. Hoewel de kosten van de Chinese cellen ook zullen stijgen als de EU-plannen voor een CO2-heffing aan de buitengrenzen van de Unie doorgaan. “En als wij op grote schaal produceren met onze op kunststof gebaseerde technologie, en Noorwegen doet dat ook met hun zonnecellen, dan kan de kostprijs snel dalen tot op en zelfs onder het niveau van de Chinese producenten.” Maar dan moet er wel een fabriek zijn. In het eerste kwartaal van 2022 willen De Leede en collega’s de fabriek open hebben. Dat betekent dat ze dit jaar geld moeten ophalen; in totaal kost de fabriek naar schatting 9,5 miljoen euro. Een deel daarvan is al gefinancierd. Voor de rest zoekt Solarge nog geïnteresseerden. De certificering van de panelen is inmiddels met succes afgerond, zodat vaststaat dat de op kunststof gebaseerde panelen, net als op glas gebaseerde panelen, aan strenge eisen voldoen. De komende maanden zal het er dus om spannen. Maar misschien dat volgende zomer menig oud bedrijfspand wel vol ligt met Hollandse, vederlichte zonnepanelen. En dat maakt uit, weet De Leede: "Met de honderd vierkante kilometer die extra beschikbaar komt aan dakoppervlak, wordt evenveel extra energie productie mogelijk als nu met het Groninger aardgasveld nog fossiel wordt opgewekt."