Marc Seijlhouwer 10 augustus 2021, 16:38

Grootste vleesverwerker doet mee met initiatief voor nul CO2, maar is dat genoeg?

De grootste vleesverwerker ter wereld, het Braziliaanse JBS, doet mee aan de ‘Race to Zero’, een VN-campagne om grote bedrijven zo ver te krijgen om hun uitstoot naar nul te krijgen. In 2040 moet het voor JBS zo ver zijn. De vraag is of het snel genoeg is, in het licht van de recente bevindingen van het IPCC.

Vrouw snijdt vlees in een fabriek adobe stock change inc De vlees- en zuivelindustrie zorgt voor bijna 15 procent van alle uitstoot op de wereld | Beeld: Adobe Stock

Alleen in de Verenigde Staten verwerkt JBS al bijna 15 miljard kilo vlees, goed voor een omzet van meer dan 50 miljard dollar. De uitstoot van zo’n groot bedrijf is ook niet mis: in 2019 zo’n 6,2 miljoen ton CO2. Toch is dat relatief weinig; 90 procent van de uitstoot die de producten van JBS veroorzaken, komt van elders in de keten. Vooral het houden van dieren veroorzaakt veel CO2.

Hoewel JBS hun doel om in 2040 klimaatneutraal te zijn al eerder bekend maakte, is er nu een officiële afspraak met de VN voor de aankomende klimaattop. Daarmee legt het vleesbedrijf zich definitief toe op de duurzame stap. Aan de gemaakte afspraken zijn overigens geen sancties verbonden als JBS zijn beloften niet waarmaakt

Eigen uitstoot snel met 30 procent omlaag

JBS wil op korte termijn (tot 2030) de uitstoot van de eigen bedrijfsvoering en van energieverbruik verminderen met 30 procent, ten opzichte van 2019. Maar daarmee is het bedrijf er niet. Om aan de ‘road to zero’ mee te doen moet het ook de emissies uit ‘scope 3’ aanpakken. Dat is alle uitstoot die elders in de keten ontstaat, van de boeren die de koeien en varkens grootbrengen tot de consument die de plastic verpakkingen wel of niet recyclet.

Het bedrijf heeft geen volledige controle over hoe boeren hun vee houden, en hoe duurzaam dat gaat. JBS zet in ieder geval de komende negen jaar 100 miljoen dollar opzij voor onderzoek naar ‘regeneratieve landbouw’, het afvangen of opslaan van CO2 en andere manieren om de emissies in boerderijen omlaag te brengen. Ook investeert het bedrijf in alternatieven voor vlees; onlangs nam het bijvoorbeeld het Nederlandse bedrijf Vivera, dat vleesvervangers maakt, over. Door meer vleesvervangers en minder vlees te verkopen wordt het bedrijf ook duurzamer.

Lees ook het profiel van de CEO van Vivera, Willem van Weede

Is het wel genoeg?

Met het nieuwe IPCC-rapport vers in het geheugen is het de vraag of deze stappen snel genoeg komen. 2030 is nog ver weg, terwijl de wetenschappers waarschuwen dat er ‘onmiddelijke, snelle en grootschalige’ reducties van CO2 nodig zijn om de opwarming binnen de perken van 1,5 tot 2 graden Celcius te houden. Als JBS over negen jaar pas 30 procent CO2-reductie in het eigen bedrijf wil bereiken, en nog geen concrete eisen stelt aan de uitstoot van leveranciers, dan zal de uitstoot van de vleessector nog lang op een hoog niveau blijven. En dat is een probleem, want de vlees- en zuivelindustrie is verantwoordelijk voor 14,5 procent van de wereldwijde emissies.

Drinken we straks gerecyceld water uit kerncentrales?

Energiecentrales gebruiken gigantische hoeveelheden water. Per dag gebruikt een grote Amerikaanse centrale zo een miljard ‘gallons’, of 3,7 miljard liter water. Een belangrijk deel van dat water verdwijnt uiteindelijk als waterdamp uit de koeltorens. Dit veroorzaakt de ‘wolken’ die we bijna constant zien ontsnappen uit de grote zandlopervormige torens.Puur water uit dampMaar onderzoekers van het MIT vonden het zonde dat al het water zo de lucht in gaat. Zij bedachten een manier om de waterdamp te laten condenseren, op te vangen in een bak en opnieuw te gebruiken. Omdat het gecondenseerde waterdamp is, is het water heel puur. Daardoor kan het gebruikt worden in een ander deel van de centrale, of vindt het zijn weg naar het drinkwaternet. Ook als de damp afkomstig is uit een kerncentrale.Het idee is afgekeken van ‘waternetten’ die men in droge gebieden soms heeft. Deze netten vangen de waterdruppels in mist of ochtenddauw op, waardoor ze condenseren en in een opvangbak vallen. Zo is er ook in de woestijn water te vangen. Deze systemen zijn niet erg efficiënt; ze halen 2 tot 3 procent van het water uit de lucht.Het MIT bedacht een manier om dat percentage omhoog te krijgen. Door eerst een stroompje door het water te jagen krijgt het een lading. Beweegt het vervolgens door een fijnmazig net dat een omgekeerde lading heeft, dan voelt het water zich aangetrokken tot het net en condenseren er een heleboel druppels.Eigen bedrijf oprichtenHet werkte zo goed dat de onderzoekers een eigen bedrijfje mochten starten, met 100.000 dollar van het MIT. Ze maakten een grotere versie van het systeem en probeerden dit uit in de proefreactoren die MIT zelf heeft staan: eentje die werkt op gas, en een die werkt op kernenergie. Bij beiden werkte het zo goed, dat er geen waterdamp meer uit de koeltorens kwam.Het systeem kan 20 procent waterverbruik besparen bij centrales. Dat kan zo een miljoen dollar per jaar schelen, schatten de onderzoekers. Maar er zijn meer voordelen. Zo maak je het koelwater, dat vaak vies is en soms afkomstig is uit de zee, schoon en zoutloos. Het werkt dus ook als een ‘ontzouter’, een systeem dat in sommige droge gebieden staat om zeewater drinkbaar te maken. Aangezien het water dat uit het systeem komt heel schoon is, vang je hiermee twee vliegen in een klap als uitbater van een centrale.De komende tijd moet het systeem zich in het echt bewijzen: bij een energiecentrale van 900 megawatt. Als het systeem ook op die schaal werkt, hopen de bedenkers uiteindelijk over de hele wereld waterbesparende netten te installeren.