Willemijn van Benthem 27 juli 2021, 15:51

Haalt industriecomplex Chemelot haar duurzame doelstellingen met de recente vergunning om water te lozen?

De Plastic Soup Foundation plaatste online een oproep omdat chemiesite Chemelot een vergunning kreeg om restwater te lozen in de Maas. Hiermee komt restafval van de verwerking van plastic in het water terecht. Wat is de reactie van Chemelot op de oproep van de stichting? CEO Loek Radix: “Wat schoon water betreft, zitten we al dichtbij de oplossing gezien de strenge regels waar we mee te maken hebben.”

Thumbnail loek radix 2020 "We moesten een intensief vergunningsprogramma doorlopen, zoals het hoort" - Loek Radix van Chemelot | Beeld: Chemelot

Plastic Soup Foundation riep Chemelot online op om te reageren op het nieuws dat de industriesite een vergunning heeft gekregen om reststromen te mogen lozen in de Maas. Chemelot is verplicht de effecten daarvan te onderzoeken, maar hoeft daar pas in januari 2024 met een rapportage op terug te komen. “De aankomende 2,5 jaar mag het chemische industriecomplex dus ongestoord doorgaan met het lozen van plastic verbindingen in ons (drink)water, met sterke vermoedens over de schadelijkheid ervan voor mens en milieu. Dat is de wereld op zijn kop”, aldus Maria Westerbos, directeur van Plastic Soup Foundation.

Wat vindt de CEO van Chemelot van deze oproep?

Wat is er precies aan de hand?

“We hebben in Nederland één van de meest uitgebreide en strenge watervergunningen die mogelijk is, en dat houdt verband met het feit dat wij lozen op de Maas. Die rivier kán erg tekeergaan met veel neerslag, hebben we natuurlijk onlangs gezien. Maar in de praktijk is de waterstand meestal laag, zeker in de zomer. Wat ik daarmee wil zeggen, is dat wij lozen op een rivier waar we moeten onthouden dat er relatief weinig water doorheen gaat. De vergunningen voor lozen op water hebben betrekking op verdunning, dus hoeveel water er in de rivier zit.

Van oudsher hebben we een enorm nadeel ten opzichte van de Rijn. Daar zijn de normen veel hoger omdat er meer dan tien keer zoveel water doorstroomt. Dat betekent dat we hier een intensief vergunningsproces hebben moeten doorlopen, zoals dat ook hoort. We hebben dat gedaan met drie waterbedrijven die drinkwater uit de Maas halen, maar ook met Rijkswaterstaat. En ik durf ook te zeggen, dat alle stoffen die we afvoeren daadwerkelijk in de vergunning zijn opgenomen: dus we houden rekening met alle 60 fabrieken die hier op Chemelot staan.

In die vergunning zit ook de norm voor microplastics: een paar microgram per liter. Als je dat optelt, kom je op de genoemde hoeveelheden uit van 14.000 kilo per jaar. Dat kan ik niet ontkennen. Het is wel goed om te beseffen dat het polymeren zijn, dus plastic op moleculair niveau. We zien dat zelf ook als een probleem, en zijn met een programma bezig met TNO.”

Kunnen die reststromen niet op een andere manier worden weggewerkt?

“Onze ambitie is een geheel circulaire fabriekssite te worden, waar water helemaal niet meer wordt geloosd. We gebruiken nu proceswater en koelwater, en ook regenwater gaat naar onze waterzuiveringsinstallatie. Maar als het gaat over plastic praat je over hoeveelheden in microgrammen, en de micro-afmetingen van het plastic maken het complex om eruit te halen.”

Wanneer willen jullie geheel circulair zijn?

“Wanneer we ons circulaire doel bereiken, is lastig om te zeggen. Ik wil geen valse beloftes maken. Je wilt niet weten hoeveel chemische stoffen jij als persoon al loost op water. En bij ons komt het bij 60 fabrieken vandaan. Uiteindelijk willen we helemaal niet lozen, en voor dat onderzoek loopt er nu een programma wat onderdeel is van Brightsite: wat betekent het als we volledig circulair willen zijn? Dat is een doorlopend proces.”

Hoe gaan jullie om met de omgeving met betrekking tot Chemelot en buurtbewoners?

“We hebben permanent overleg met een klankborggroep waarin wijkraden zijn vertegenwoordigd. Daarnaast heeft de RIVM een belevingsonderzoek gedaan als pilot, en gaan we met de daaruit voortgekomen inzichten een communicatiestrategie maken met de gemeentes en provincie.”

Wat zijn de stappen die jullie in de komende tijd nemen?

“Wat schoon water betreft, zitten we al dichtbij de oplossing gezien de strenge regels waar we mee te maken hebben. En we moeten niet vergeten dat we al veel hebben gedaan met betrekking tot de plastic korreltjes, een eindproduct van veel fabrieken. Voor dat restafval hebben we al zeer strikte maatregelen genomen, om te voorkomen dat korreltjes in de rivier terechtkomen. Zo worden alle auto’s en vrachtauto’s schoon geblazen als ze van Chemelot afrijden, zodat niet bij het nemen van bochten, de korreltjes in de berm terechtkomen.

Daarnaast rijden hier permanent veegwagens rond die de korrels opruimen. Helaas is het voorlopig nog niet te voorkomen dat op moleculair niveau deeltjes in het water terechtkomen. Maar dat is een van onze speerpunten. Alleen voor nu is het vergund en hebben waterbedrijven zelf er geen problemen mee. Overigens: we hebben het hier over de normen: het wil niet zeggen dat we dat daadwerkelijk gaan lozen, het is het maximum wat we mógen.”

Wereldleiders praten over een voedselakkoord, als opvolger van het klimaatakkoord van Parijs

De ‘pre-summit’ van de Verenigde Naties in Rome gaat over een heleboel dingen. Het belangrijkste: hoe zorgen we ervoor dat er in 2050 genoeg eten is voor iedereen, en dat dat eten duurzaam geproduceerd is en genoeg voedingsstoffen bevat? En ook nog eens voor de juiste beloning van de boer zorgt? Dat is een gigantisch vraagstuk, dat niet zomaar opgelost kan worden. Toch willen de VN zich eraan wagen, omdat de gevolgen groot zijn als er géén afspraken worden gemaakt.Naast de overheden van verschillende landen zijn er ook een paar bedrijven aanwezig, die een rol moeten spelen in de voedselvoorziening van de toekomst. Namens de financiële sector is Wiebe Draijer, CEO van de Rabobank, aanwezig. De bank heeft plannen om de kleine boeren te helpen met financiering  zodat ze een overgang naar duurzamere landbouw kunnen betalen. En de bank dekt de risico’s de eerste jaren af, als het systeem nog kwetsbaar is. Waarom doet de Rabobank dit? Zien jullie een nieuwe plek om winst te maken?Draijer: "Nee; we doen dit vanuit onze missie om boeren te helpen. Om de wereld beter te maken, en te zorgen voor een toekomst waarin elk werelddeel voor zichzelf kan zorgen. Door de kleinste boeren op de wereld te helpen, worden ze minder kwetsbaar. Met financiering vanuit de Rabo Foundation, die dit soort investeringen doet, kunnen ze bijvoorbeeld verschillende gewassen verbouwen, wat de bodem ten goede komt. Het maakt de boerderij beter bestand tegen de gevolgen van klimaatverandering. En door bijvoorbeeld te investeren in infrastructuur voor de opslag van voedsel, kan de boer meer geld krijgen voor zijn producten.Let wel: dit soort financiering is niet verliesgevend. Maar de winsten die we tot nu toe maken met investeringen in boeren in Afrika of Zuid-Amerika vallen in het niet in vergelijking met Nederland of Noord-Amerika. Maar het kan zichzelf wel bedruipen. En belangrijk: we hebben tot nu toe al het geld dat we met dit soort investeringen verdienden teruggestopt in het fonds voor de boeren."Wat is het einddoel?"De drie pijlers waar het nu over gaat op de VN-summit: duurzaamheid, inclusiviteit en gezondheid. Alle drie kun je verbeteren door de boeren die transitie te laten maken. En daarbij is financiering een belangrijke issue; deze boeren hebben vaak geen grote reserves, en zijn bang om hun hele bedrijf om te gooien. Want de eerste jaren ben je dan extra kwetsbaar voor overstromingen of extreem weer. Daarom dekken we als bank dat risico af.Uiteindelijk moet de boer dan een gezonde, duurzame boerderij hebben die hem genoeg oplevert. Hij levert de spullen dan lokaal. Maar welke spullen ze leveren moet dan misschien wel veranderen. Partijen zoals de VN, die bijvoorbeeld producten inkopen voor voedselpakketten, kunnen daarin een prikkel geven. Net als de grote voedselbedrijven."Leidt dat dan niet tot uitbuiting door die bedrijven, ook nadat de boeren de transitie hebben gemaakt?"Als je naar de lange termijn kijkt, richting 2050, dan zal het grootste probleem niet zijn dat de voedselbedrijven de producten van een boer te goedkoop opkopen. Het probleem dat we moeten oplossen is dat de boer meer lokaal moet produceren om de groeiende bevolking te voeden. Juist als dat misgaat, omdat de boer bijvoorbeeld producten verbouwt waar geen vraag naar is, komen voedselbedrijven om de hoek kijken. Met de transitie naar een duurzamer systeem voorkom je dat."Nu praten jullie in Rome vooral. Maar in september, in New York, moeten er knopen worden doorgehakt. Is er een kans op een groot voedselakkoord?"Ik vind dat heel lastig te zeggen. Wat ik hier in Rome merk is dat iedereen inziet dat voedsel na klimaat hét grote issue is. Als alle landen zich gezamelijk achter een doel kunnen scharen zou dat wereldnieuws zijn. Maar we moeten kijken of alle landen echt zo’n groot commitment aan willen gaan. Want het is actie-georiënteerd, net als het Klimaatakkoord van Parijs: als je het ondertekent moet er iets gebeuren. Of dat gaat lukken, wordt heel spannend.Wel denk ik dat er sowieso een paar initiatieven voor duurzame landbouw worden aangenomen. Als die wereldwijd worden uitgevoerd, waarbij landen beleid maken en bedrijven en boeren helpen om dat nieuwe beleid te volgen, dan is dat al een enorme stap. En ik heb hoop dat dat gaat lukken."