Romy de Weert 23 juli 2021, 12:42

Door zonneparken kan de bodemkwaliteit achteruit gaan. Wat kunnen we doen?

Je ziet het steeds vaker: een landschap vol zonnepanelen. Zo’n zonnepark is een relatief goedkope manier om groene stroom op te wekken, maar vaak gaat dit ten koste van de bodemkwaliteit. Dat kan ook anders, zien onderzoekers van TNO. In een nieuwe studie tonen ze aan dat een beter ontwerp voor zonneparken de kwaliteit van de bodem en biodiversiteit ten goede komt.

Adobestock 294762228 Wanneer een zonnepark na 25 jaar wordt opgeruimd, is de kans groot dat de bodem niet meer bruikbaar is. Beeld: Adobe Stock

Zonneparken zijn een belangrijke schakel in de energietransitie van grijze naar groene stroom. Toch is er al lange tijd discussie over de negatieve effecten van zonneparken, zoals het aanzien van het landschap, de biodiversiteit en bodemkwaliteit.

Want een groot deel van de Nederlandse zonneparken is ingericht met oost-west georiënteerde zonnepanelen: een dakje van panelen die tegen elkaar aan staan, waardoor zo’n 90 procent van het grondoppervlak bedekt is. Het gaat dan om de ruimte tussen en onder de panelenrijen, en niet om de ruimte in de rand rondom het zonnepark.

Geen groei meer

“Je ziet dat op die plekken helemaal niets meer groeit”, zegt TNO-onderzoeker Kay Cesar. “Planten groeien door fotosynthese en daar heb je zonlicht voor nodig. Als dat niet kan gebeuren, stopt de aanvoer van voedsel en koolstof in de bodem. Het hele ecosysteem van schimmels, bacteriën, wormen en mollen raakt uit balans”, licht Cesar toe. “De natuurlijke kracht van de bodem gaat verloren.”

Wanneer een zonnepark na 25 jaar wordt opgeruimd, is de kans groot dat de bodem niet meer bruikbaar is: de eerst vruchtbare grond verliest daarmee aan waarde. En dat is zonde, vinden de onderzoekers van TNO, want het herstellen van de bodemkwaliteit kost veel meer tijd en geld dan een aanpassing in het ontwerp van de zonneparken.

Semi-transparant en tweezijdig

Daarom doen de onderzoekers van TNO een suggestie. Eerdere praktijkmetingen van Wageningen University and Research (WUR) toonden aan dat onder zonnepanelen op het zuiden met een lagere bedekkingsgraad veel meer planten groeien dan onder oost-west panelen. TNO bootste die omstandigheden na met een geavanceerde computerprogramma: BIGEYE. De beste oplossing blijkt het gebruik van semi-transparante en tweezijdige zonnepanelen. Die leveren evenveel rendement én zorgen voor een goede bodem.  

De zogenoemde bifacial zonnepanelen compenseren het verlies van het doorgelaten licht omdat ze het gereflecteerde licht van de bodem via de achterkant van het paneel ook omzetten in stroom. “Ze worden al op grote schaal geproduceerd: zo’n 15 procent van de zonnepanelen wereldwijd zijn al bifacial. De verwachting is dat tegen 2030 de helft van alle panelen tweezijdig zijn”, zegt Cesar. Kostentechnisch is het volgens de ervaren TNO-onderzoeker niet heel veel anders dan de bestaande zonnecellen. “Ze hebben nu al dezelfde prijs als hoge rendement panelen en bovendien leveren de bifacial panelen een nóg hoger rendement.”

TNO testte eerder al de tweezijdige zonnepanelen, en deze bleken inderdaad uitstekend te werken.

Niet ombouwen maar toekomstige plannen verbeteren

Het ombouwen van de bestaande zonneparken is volgens Cesar niet de bedoeling. “De energietransitie kan niet wachten, maar we kunnen het proces voor de komende zonneparken wel verbeteren.” Huidige oost-west georiënteerde zonnepanelen komen veel vaker voor in Nederland dan in andere Europese landen. Dat komt volgens Cesar door de subsidiewetgeving, de hoge grondkosten en netaansluiting. “Als je zonnepanelen optimaal oriënteert, wordt niet de volledige opbrengst gesubsidieerd. Ook is de grond hier duur, waardoor mensen zo veel mogelijk panelen tegen elkaar willen zetten”, legt Cesar uit. De semi-transparante tweezijdige panelen kunnen daar verandering in brengen. “We pleiten voor een nieuwe norm waarbij bodemkwaliteit en biodiversiteit in mee worden genomen.”

Het TNO-rapport, in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf, sluit aan op het eerder gepubliceerde onderzoek van WUR naar de effecten van zonneparken op de biodiversiteit. De WUR nam 25 zonneparken onder de loep om vast te stellen welk soort parken welke effecten hebben op onder meer bodem, vegetatie en soortenrijkdom. Daar kwamen vooral de oost-west georiënteerde parken slecht uit de bus.

Wil je meer weten over duurzame ontwikkelingen in de voeding- en landbouwsector? Bos in plaats van weiland: er komen steeds meer voedselbossen in Nederland.

Medailles uit mobieltjes en een waterstofhuis: zo duurzaam zijn de Olympische Spelen van Tokio écht

De Spelen van Japan hadden eigenlijk vorig jaar plaats moeten vinden. Alles stond in de steigers en de organisatie had een prachtig duurzaamheidsplan klaarliggen. En toen kwam de pandemie, waarop de Spelen uitgesteld werden tot vandaag. En zelfs nu hebben de Spelen veel van hun glans verloren; er is geen publiek en onder de sporters vindt de ene na de andere uitbraak plaats.Maar ondertussen moesten de duurzaamheidsplannen ook opnieuw worden ingesteld. Want een jaar uitstellen blijkt zowel voor- als nadelen te hebben. De organisatie van de Spelen zette al deze wijzigingen uiteen in een rapport, waarin ze ook duidelijk maken hoe de Spelen dit jaar de kleinste voetafdruk in de geschiedenis moet hebben. Duurzame stroomHet fundament van een CO2-arm evenement is de elektriciteitsvoorziening. Niet alleen omdat er veel stroom nodig is (denk aan de stadionverlichting alleen al), maar ook omdat dit de makkelijkste plek is om te vergroenen. Met zon en wind kun je immers al jaren groene stroom opwekken, zodat andere vormen van elektriciteit uit kolen of gas niet nodig zijn.Maar Japan is op stroomgebied niet het groenste land op aarde. Het grootste deel van de stroom komt van kolen en gas. Kernenergie speelde een belangrijke rol, maar sinds de kernramp bij Fukushima is dat aanzienlijk minder geworden. Er is wel opwek met waterkracht, en de regering heeft de ambitie om in 2030 24 procent van de energie uit hernieuwbare bronnen te halen, maar dat is veel minder dan waar we in Europa op mikken.Toch moet de energievoorziening van de Spelen helemaal groen zijn, vindt de organisatie. Het haalt daarom energie uit een biomassacentrale en drie zonneparken, die samen genoeg stroom leveren om de Spelen in te voorzien. WaterstofIn de aanloop naar de Spelen was waterstof het unieke duurzaamheidspunt van de Japanse regering. Het evenement moest een showcase worden voor de mogelijkheden van waterstof. Al het vervoer zou met de duurzame brandstof gebeuren, verwarming zou niet met gas maar met waterstof geregeld worden, enzovoort. Zo is er een ‘Relaxation House’ bij het Olympisch Dorp. De verwarming en stroom voor dit huis komt uit waterstof. En er is een waterstoftankstation bij het Olympisch dorp, waar waterstofbussen en auto’s kunnen tanken, om daarna de sporters zonder uitstoot naar de spelen te brengen.Hoewel, zonder uitstoot? De bron van de waterstof is schimmig in de rapporten van de organisatie. Bekend is dat Japan een deel van de waterstof betrekt uit Australië. Daar maakt men waterstof onder anderen met bruinkool. Grijze waterstof dus, waar bij de productie wel degelijk (een hoop) CO2 vrijkomt.Ook zal niet al het transport op waterstof gebeuren, zoals aanvankelijk het geval leek. Er zullen 2654 voertuigen rondrijden, en 90 procent hiervan is op de een of andere manier elektrisch. Maar dat kan veel betekenen: brandstofcellen die (grijze) waterstof gebruiken, plug-in hybrides die ook op benzine kunnen rijden, of volledig elektrische wagens. MateriaalgebruikNatuurlijk moeten de Spelen CO2-neutraal zijn. Maar vergeet de circulaire economie niet: ook in materiaalgebruik moet de maatschappij wereldwijd veranderen, willen we de komende eeuwen op onze planeet kunnen leven. Daarvoor moet 65 procent van al het afval moet opnieuw gebruikt of gerecycled worden.Om het goede voorbeeld te geven, hebben de Spelen dit jaar een paar in het oog springende initiatieven. Zo worden de medailles gemaakt van materialen die via urban mining zijn verkregen. Dat betekent dat oude elektronica, voornamelijk smartphones, open worden gemaakt. In elke smartphone zit een klein beetje goud. 1000 kilo aan oude smartphones levert 310 gram goud op. Dat goud is de bron van de medailles die de winnaars van de wedstrijden krijgen. En die medaille nemen de atleten in ontvangst op een podium dat voor een deel uit gerecycled plastic bestaat.Naast ‘reuse’ en ‘recycle’ probeert de organisatie ook het ‘reduce’-deel van de circulaire economie uit te voeren. Onder anderen door processen te versimpelen. Zo blijken er met betere logistiek minder transportbewegingen nodig. Ook zijn er bijvoorbeeld minder klapstoelen nodig door de hoeveelheid personeel en atleten beter te plannen. En er is natuurlijk minder materiaal nodig omdat er geen publiek aanwezig is. Daarover gesproken: De pandemieHet moet geen makkelijke beslissing zijn geweest voor Japan: in het kader van de wereldwijde pandemie is er geen publiek welkom op de Olympische Spelen. Waar normaal duizenden mensen de hele wereld over vliegen om hun favoriete sport bij te wonen, zijn de tribunes dit jaar helemaal leeg. En dat scheelt CO2. Een heleboel CO2 zelfs, want luchtvaart is een van de meer vervuilende industrieën op aarde. Het scheelt 340.000 ton CO2, om precies te zijn. En hoewel de pandemie op andere gebieden zorgt voor een stijging van de uitstoot (bijvoorbeeld omdat kantoren langer gehuurd en verwarmd moeten worden), is de uiteindelijke klimaatwinst door het verbod op buitenlandse toeschouwers niet te onderschatten. CompensatieMaar zelfs met een pandemie die de CO2-uitstoot van reizen en hotels drastisch verlaagt hebben de Spelen nog een uitstoot van jewelste. In April 2020 berekende men dat de uitstoot alsnog uitkomt op 2,73 miljoen ton CO2. Hoeveel dat ongeveer is? De landbouw in Nederland stoot in een jaar ongeveer 27 miljoen ton uit. De Spelen, die een paar weken duren, produceren dus een tiende van wat de landbouw, één van de grote vervuilers in Nederland, in een jaar uitstoten.Om al die uitstoot teniet te doen zijn er talloze compensatieprojecten opgericht. Bedrijven in de regio mochten zich inschrijven met CO2-negatieve activiteiten, die collectief als compensatie voor de Spelen dienen. Dit plan bleek een groot succes: in totaal wordt er door die bedrijven maar liefst 5,1 miljoen ton CO2 gecompenseerd. Technisch gezien maakt dat de Spelen dus klimaatnegatief; er wordt meer gecompenseerd dan uitgestoten.Hier valt wat op af te dingen; waren de bedrijven die zich inschreven niet sowieso van plan om CO2 te compenseren, onafhankelijk van de Spelen? En in hoeverre zullen alle mooie plannen ook tot wasdom komen? Pas na de Spelen zal duidelijk worden hoeveel CO2 er daadwerkelijk uit de atmosfeer is gevangen.