Rianne Lachmeijer 30 juni 2021, 08:30

Hoeveel invloed heeft een duurzame belegging? Deze investeerder weet het

Steeds meer investeerders willen duurzaam beleggen. Maar hoe weet je of jouw investeringen écht verschil maken? Familie-investeerder VP Capital besloot met hulp van diverse gespecialiseerde partners een eigen meetmethode te ontwikkelen en te rapporteren over de voortgang. Op 9 juni kwam het tweede voortgangsrapport uit waarin de investeerdersfamilie de duurzame ambities aanscherpt. “Dit jaar maken we een interessante nieuwe stap.”

Adobestock duurzaam beleggen investeren duurzaamheid impact meten meetmethode "Elk bedrijf wordt beoordeeld op de mate waarin ze bijdragen aan het oplossen van planetaire of sociale uitdagingen.” | Afbeelding: Adobe Stock

Aan het woord is Guus van Puijenbroek, directeur van VP Capital, de investeringsfamilie achter onder meer Mediahuis dat bekend is van merken als De Telegraaf en NRC. Sinds 2018 voert VP Capital een steeds duurzamere koers. Om die koers écht goed te bepalen is meten cruciaal. “Zodat we ook concrete doelen kunnen stellen.”

VP Capital benaderde onder andere adviesbureau MJ Hudson om de duurzaamheid van het portfolio in kaart te brengen. “Een simpele vraag voor een moeilijk vraagstuk”, zegt Sebastiaan Greeven van MJ Hudson daarover. Zo heeft VP Capital een brede investeringsportefeuille en wil het jaarlijks de voortgang meten. “Elk jaar is het een stapje beter geworden en ik denk dat we nu echt een mooie methode hebben”, vindt Greeven. De methode geeft het portfolio van VP Capital een duurzaamheidsscore van 1 tot 10 en stelt de investeerder in staat om jaarlijkse voortgang te meten en op verbetering te sturen.

De uitdaging van een brede portefeuille

VP Capital investeert in bedrijven en fondsen in acht verschillende domeinen: agri-food, vastgoed, media, textiel, smart industry, energie(transitie), water en zorg. Van die complete portefeuille wil de familie-investeerder weten wat de impact is, zowel positief als negatief. Dat brengt specifieke uitdagingen met zich mee. “Het gaat om maatwerk; het heeft geen zin om het binnen de energietransitie te hebben over pesticiden, terwijl dat in de food en agri wel heel logisch is”, legt Van Puijenbroek uit. 

In deze acht domeinen doet VP Capital zowel directe als indirecte investeringen (investeringen binnen de fondsen waaraan VP Capital deelneemt). Het doel is om ook bij te dragen aan de belangrijkste sociale en planetaire uitdagingen in die domeinen. Het merendeel van het vermogen zet VP Capital direct in bij Batenburg Techniek, Mediahuis, HAVEP, VP Landbouw en Q-lite. Bij deze bedrijven bezit de familie-investeerder alle of een groot deel van de aandelen, waardoor het invloed kan uitoefenen op het bestuur. Daarnaast gaat ongeveer een derde van het vermogen naar impactbedrijven als Aquaporin en Accsys Technologies. En naar fondsen die weer investeren in bedrijven als Mosa Meat, Fairphone, Northvolt, Protix, Spin Dye en Pieter Pot.

Van al die bedrijven onderzocht MJ Hudson de impact. Een flinke klus, zegt Greeven. “We hebben dit jaar tussen de 400 en 500 bedrijven bekeken, waarbij elk bedrijf wordt beoordeeld op de mate waarin ze bijdragen aan het oplossen van planetaire of sociale uitdagingen.” 

Nieuwe stap: investeren met impact

In dit voortgangsrapport verdiepte VP Capital haar duurzaamheidsvisie die gebaseerd is op vijf pijlers (zie onderstaande afbeelding). Het meten van de daadwerkelijke impact van bedrijven is nieuw dit jaar. Van Puijenbroek noemt het een interessante nieuwe stap. “We hebben er een schaal bij gedaan waarbij we echt kijken naar hoeveel impact we nu al hebben.” Dat betekent dat VP Capital gegevens over wat een bedrijf doet vanaf nu combineert met gegevens over wat het bedrijf zegt te doen in de strategie.  

Twee kanten van duurzaamheid

Aan de ene kant gaat het om de manier waarop bedrijven en fondsen omgaan met duurzaamheid. Hebben ze beleid waarin ze beschrijven wat duurzaamheid voor hen betekent? Melden ze hoe ze dit meenemen in het maken van management- en investeringsbeslissingen? En meten en rapporteren ze over de mate waarin ze dit beleid uitvoeren? Aan de andere kant gaat het erom of zij met hun activiteiten een negatieve impact hebben op de planeet en de maatschappij en hoe zij concreet bijdragen aan het aanpakken van die uitdagingen. 

"Beide elementen zijn even belangrijk voor duurzaamheid", zegt Greeven. “Stel je hebt een fonds dat in een bedrijf investeert. Dan gaat het er aan de ene kant om of dat bedrijf waarin het fonds investeert een positieve of negatieve impact heeft op planetaire of sociale uitdagingen, maar aan de andere kant ook om de manier waarop de investeerder het bedrijf aanspoort om hierover na te denken en aan de slag te gaan.” Het eerste draait om impact, het tweede om wat investeerders vaak aanduiden als ESG. Zowel op ESG als op impact geeft MJ Hudson de bedrijven, fondsen en onderliggende bedrijven een score van 1 tot 5. Deze twee scores telt het bij elkaar op, wat dus maximaal een 10 oplevert. “Als je dan elk van die scores vermenigvuldigt met het geïnvesteerd vermogen per investering krijg je op VP Capital-niveau ook een score van 1 tot 10.” 

Verbeterde score

Op dit moment scoort VP Capital een 6,8. Daarmee doet de familie-investeerder het beter dan vorig jaar, toen er een 6,0 uit de bus rolde. Dat komt onder andere door meer impactinvesteringen en de betere prestaties van fondsen zoals Aquasparks . Maar ook door de verkoop van de aandelen van het beursgenoteerde (en minder duurzaam presterende) GIMV en door de progressie die meerderheidsdeelnemingen zoals Batenburg Techniek maakte. “Dat weegt zwaar door, want dat is een groot percentage van ons vermogen”, aldus Van Puijenbroek. 

Batenburg screent alle projecten op de bijdrage die deze leveren aan de duurzame ontwikkelingsdoelen, zoals duurzame steden en gemeenschappen (SDG 11), betaalbare en duurzame energie (SDG 7) en geen honger (SDG 2). Het deel van de omzet dat afkomstig was uit projecten die bijdragen aan de SDG’s steeg afgelopen jaar van 46 naar 58 procent. 

Om de bredere bijdrage aan de maatschappij in beeld te brengen meldt VP Capital dit jaar onder andere ook hoeveel belasting het betaalde en geeft het een overzicht van het aantal arbeidsplaatsen. “Die transparantie in ons sustainable progress report is uniek in de wereld van de familie-investeerders”, zegt Van Puijenbroek. Ook is hij trots dat VP Capital zichzelf nu officieel klimaatneutraal mag noemen, omdat ze een deel van hun uitstoot compenseren met bosbouwprojecten.  

Bekijk het rapport hier. 

Duurzame vooruitgang versnellen

VP Capital meet niet alleen om te weten waar het nu staat, maar ook om te verbeteren. Zo wil de familie-investeerder in 2023 een 8,0 halen. Daarnaast moet 45 procent van het portfolio uit impactvolle investeringen bestaan en moet de helft van de circa 400 directe en indirecte investeringen bijdragen aan oplossingen voor planetaire of maatschappelijke uitdagingen. 

VP Capital definieerde ‘routekaarten’ voor de bedrijven waarvan zij het merendeel van de aandelen bezit. Deze routekaarten tonen hoe Batenburg Techniek, Mediahuis, HAVEP, VP Landbouw en Q-lite hun scores kunnen verbeteren. Zo kan Batenburg Techniek bijvoorbeeld op termijn het grootste deel van de omzet uit projecten en diensten met een positieve impact halen. Voor Q-lite gaat het erom het aandeel van de omzet dat voortkomt uit hun circulaire bedrijfsmodel te vergroten. En Mediahuis zal haar CO2-voetafdruk in lijn brengen met de Parijse klimaatdoelstellingen. In sommige gevallen is het halen van deze doelen gekoppeld aan de beloningen van de bestuurders.  

Naast de directe investeringen investeert VP Capital ook in verschillende fondsen en steekt het een deel van het vermogen in goede doelen. Deze totale mix moet jaarlijks steeds duurzamer worden. Om ervoor te zorgen dat alle keuzes bijdragen aan dat hogere doel definieerde de familie-investeerder samen met adviesbureau Sinzer voor elk domein de 'key challenges' zowel op ecologisch als sociaal vlak. Deze koppelden ze aan investeringen en goede doelen die oplossingen voor die uitdagingen bieden.  

Als voorbeeld geeft Van Puijenbroek de fake news-uitdaging in de media. Vanuit de visie om ook bij de donaties te kijken naar oplossingen van dit soort uitdagingen wil hij aan journalistiek onderzoekscollectief Bellingcat doneren. “Dat is een NGO die leeft van donaties, daaraan doneren vind ik goed in ons beleid passen.” Per domein onderzoekt de familie-investeerder nu interessante partijen om structureel aan te doneren zodat op den duur alle donaties binnen de thema’s passen.  

Familie-investeerders inspireren

Van Puijenbroek en Greeven merken dat andere familie-investeerders interesse tonen in de meetmethode van VP Capital. “Er zijn een aantal familiefondsen die naar aanleiding van de rapporten van VP Capital aangeven dat zij ook wel zoiets willen. Dat laat zien dat het leeft”, zegt Greeven. Van Puijenbroek is daar blij mee, omdat hij andere familie-investeerders wil inspireren om meer te doen met duurzaamheid. In België als in Nederland, maar ook steeds meer daarbuiten. Als corona het toelaat reist hij binnenkort af naar een Duitse familie. “Zij meten nog te weinig vinden ze zelf.”  

De interesse voor de meetmethode van VP Capital past in een bredere trend in de sector, merkt Greeven op. “Dat wordt aan de ene kant gedreven vanuit wet- en regelgeving zoals de taxonomie voor duurzame economische activiteiten waar de Europese Commissie mee komt. Maar ook vanuit een groeiende intrinsieke motivatie van investeerders om naast een goed financieel rendement ook goede en verantwoordelijke eigenaren van hun bedrijven zijn. Daarnaast zien ze dat bedrijven die goed presteren op ESG op de lange termijn financieel beter presteren, en dat duurzaamheid dus hand in hand gaat met waarde-creatie.” 

‘Een competitief slag mensen’

Het is pas het tweede voortgangsrapport dat VP Capital uitbrengt, maar Van Puijenbroek merkt nu al effect. Toen hij de rapportcijfers aan de fondsen meedeelde, viel hem op dat het rapport hen motiveert om hun score te verbeteren. “Investeerders zijn een competitief slag mensen”, merkt Greeven ook. "Dat vind ik het leuke van dit proces: dat VP Capital niet alleen zelf duurzamer wordt, maar als een katalysator zorgt voor een verduurzamingsslag binnen haar investeringen. Zo vermenigvuldigt eigenlijk de impact van VP Capital."

Steeds meer investeerders zetten in op duurzaamheid, maar er is ook discussie over de vraag of dat écht verschil maakt. Hoe kijkt Guus van Puijenbroek daarnaar en waarom kunnen juist familie-investeerders een rol spelen bij verduurzaming? Lees het nu.

Bij schade een complete vloer vervangen is niet meer van deze tijd

Veel mensen kiezen er bij schade voor om het hele product te vervangen en staan er niet bij stil dat er vervolgens een hele keten in beweging komt. Bijvoorbeeld bij het vervangen van een compleet houten vloer waarvan slechts 10 procent beschadigd is. Het kappen van bomen, zagen van planken, verschepen, inpakken en het vervoer van de vloerplanken naar de winkel kost veel energie en grondstoffen. Klimaatimpact schadeOnderzoeksbureau CE Delft vergeleek de klimaatimpact van het repareren van een aantal schades met het compleet vervangen ervan. Het onderzoeksbureau keek hierbij naar waterschade aan een houten vloer, inbraakschade aan een raamkozijn en schade aan een stenen keukenblad. Uit het onderzoek blijkt dat de klimaatimpact van repareren drie tot zes keer lager ligt dan de impact van vervanging. Dit komt vooral doordat voor reparatie minder nieuwe materialen nodig zijn. De productie, het vervoer en de afvalverwerking van een nieuw product hebben allemaal invloed op het milieu. Zo blijkt dat de reparatie van twee vierkante centimeter van een stenen keukenblad zes keer beter is voor het milieu dan de vervanging van het complete blad. Dat is vergelijkbaar met de productie van 1.022 plastic PET flesjes van een halve liter, berekende CE Delft.Vanwege deze klimaatimpact wil a.s.r. ervoor zorgen dat mensen bij schade vaker kiezen voor reparatie in plaats van een complete vernieuwing. Dat past ook bij de rol die de verzekeraar voor zichzelf ziet. “We willen niet alleen duurzaam zijn met ons pand en als een belegger, maar we willen een écht duurzame verzekeraar zijn”, vertelt MVO-manager Annechien ten Brink. Dat betekent dat de verzekeraar duurzaamheid overal in de organisatie wil laten terugkomen. “Dus in al onze activiteiten, processen, beleggingen, producten en diensten.” Duurzaam herstel van schade is daar een voorbeeld van. Duurzaam herstel Duurzaam herstel betekent dat alleen de onderdelen die kapot zijn, worden vervangen of gerepareerd. Als het kan met behulp van hergebruikte materialen, maar dat is niet altijd het geval. Voor Paul Westerik, contract manager schade bij a.s.r., gaat duurzaam herstel verder dan het milieu. Het draait ook om de veiligheid van de herstellers en het gemak voor klanten.  Westerik sluit contracten af met schadebedrijven die aan die voorwaarden voldoen. Zo werkt a.s.r. al jaren samen met het schadeherstelbedrijf van Robert Keijzer. Met zijn bedrijf Novanet werkt Keijzer al circa dertig jaar in de reparatiebranche. Repareren klinkt simpeler dan het is, weet hij.  “Het is heel lastig om overal de juiste en ook weer dezelfde materialen voor te vinden”, zegt Keijzer. Denk aan hout uit een tienjaaroude vloer of een onderdeel van een twintigjaaroude keuken. Daarom heeft hij een hele afdeling met mensen die onderdelen opzoeken. Ook bewaren zij onderdelen als zij bijvoorbeeld het sluitwerk van een kozijn vervangen.  Daarnaast volgt Keijzer met zijn collega’s de woontrends. “Om te kijken of wat wij nu kunnen repareren in de toekomst ook nog kan. We kijken bijvoorbeeld naar de materialen waarvan keukens nu worden gemaakt, zal dat over tien jaar nog zo zijn?” Klanten overtuigen “Qua reparaties zijn er heel veel dingen mogelijk”, zegt Westerik. De uitdaging is om klanten te overtuigen dat repartie net zo goed is, of zelfs beter, dan vervanging. Westerik geeft het voorbeeld van een door inbraak beschadigde schuifpui. Als mensen kiezen voor vervanging, moet de hele schuifpui eruit. “Het stucwerk gaat kapot, de gordijnrails moet eraf en voor je het weet heb je voor de klant allerlei ingrijpende maatregelen die genomen moeten worden”, legt hij uit. In plaats daarvan is het team van Keijzer vaak in staat om de schade te repareren zonder de schuifpui te verwijderen. Dat is dus een veel betere oplossing, vindt Westerik. “Los van het feit dat wij als verzekeraar al die maatregelen niet hoeven te betalen, hebben mensen er ook veel minder ongemak van.” In het begin zijn klanten vaak sceptisch, merkt Keijzer. “Omdat zij vaak te horen krijgen van hun leverancier, waar ze vertrouwen in hebben, dat de schade niet te repareren is. Dan ligt er bijvoorbeeld al een offerte klaar voor het vervangen van een hele keuken of vloer. En dan komen wij. Dan is het de kunst om die klanten te overtuigen en mee te nemen.” Hij merkt dat mensen gaandeweg meer vertrouwen krijgen in de operatie. “Klantgerichtheid en empathie, maar ook de uitstraling van het bedrijf, zijn daarin heel erg belangrijk.” Zo komt zijn team altijd in schone auto’s en nette bedrijfskleding langs. Tegelijkertijd merkt hij dat de groep mensen die duurzaamheid belangrijk vindt groeit. Het nieuwe normaal Ten Brink vertelt dat a.s.r. zich naast de eigen klanten ook wil richten op de mensen die Keijzer noemt: degenen die al veel met duurzaamheid bezig zijn. Onderdeel daarvan is de samenwerking met nieuwe distributiepartners zoals ASN Bank, die net als a.s.r. veel waarde hecht aan het verder verduurzamen van de financiële sector. ASN Bank biedt drie duurzame schadeverzekeringen van a.s.r. aan hun klanten aan. Het gaat om aansprakelijkheid-, inboedel- en opstalverzekeringen. “Daarbij is het de norm dat als je schade hebt deze duurzaam hersteld wordt.”  Het is afwachten wanneer geheel Nederland voor reparatie in plaats van complete vervanging kiest. Ten Brink heeft goede hoop dat de ambities van de Nederlandse overheid om 100 procent circulair te zijn in 2050 daarbij helpen. “In 2030 willen we al op de helft zijn, dus daar zal de sector ook in moeten meegaan. Maar ik hoop dat we een beetje sneller gaan.”“Dit artikel is verschenen in Change Inc. Magazine #3, met daarin een special over een toekomstbestendige voedselketen. Meer lezen? Bestel nu éénmalig gratis het Change Inc. magazine #3 hier of lees het magazine online!”