Willemijn van Benthem 28 juni 2021, 11:25

Michel Baars van 'circulair sloopbedrijf' New Horizon: “Duurzaam is morgen concurrerend als we bedrijven voor vervuiling laten betalen”

De bouw moet tegelijkertijd vergroenen én in korte tijd voor miljoenen mensen betaalbare huizen bouwen. Dat wordt een grote uitdaging, waarschuwen nu ook bewindslieden. Maar hoe kunnen bedrijven dat doen als hun marges heel klein zijn en de wil om te innoveren daardoor nauwelijks aanwezig is? Michel Baars van circulair sloopbedrijf New Horizon denkt het antwoord te hebben.

Marieke odekerken lr michel baars 04 Michel Baars probeert met zijn sloopbedrijf de bouwwereld te veranderen, maar hoopt wel dat de hele keten meedoet. | Beeld: Marieke Odekerken

Volgens demissionair minister Kajsa Ollongren moet de overheid de komende jaren met zo'n 20 miljard euro bijdragen aan grootschalige woningbouw- en infrastructuurprojecten in veertien gebieden. Anders zou er onvoldoende en in een lager tempo dan gepland kunnen worden gebouwd. Daarnaast waarschuwt zij in een Kamerbrief dat gebouwde woningen minder betaalbaar worden. Maar hoe ziet de nabije toekomst van de bouwsector eruit, en wat vindt de sector er zelf van?

Veel innovaties maar weinig tempo

Michel Baars van New Horizon, dat bouwmaterialen levert voor een circulaire economie, is optimistisch, al is er volgens hem nog veel te doen. Voor zover hij het kan overzien, zit het grootste probleem niet in vernieuwing of innovatie of technologische ontwikkelingen, maar vooral in het gebrek van het adaptief vermogen van grote bedrijven, inclusief de overheid. Hij wil maar zeggen: de bouw- en vastgoedsector puilt uit van de innovaties, maar het omarmen daarvan duurt “ongelooflijk lang”.

Je moet in ieder deel van de keten een koploper hebben die het gewoon gaat doen.

Baars stelt: “We hebben met elkaar een systeem gebouwd dat ervan uitgaat dat bedrijven voor miljarden euro’s verantwoordelijk zijn voor het tot stand komen van de gebouwde omgeving en daar maar een half procent winst aan over houden.” Dat is volgens Baars veel te laag ten opzichte van de grote risico’s die deze bedrijven lopen, omdát die die winstmarges zo laag zijn. “Dan moet je niet gek kijken dat er vanuit die bedrijven mannen werken die constant controleren hoe het gaat. Als er maar iets fout gaat, is de winst weg. Dus ondernemen en innoveren is er niet bij.”

Te langzame stappen in de bouw

Baars vindt het lastig om te praten over de hele vastgoedsector omdat deze keten uit zoveel spelers bestaat: institutionele en particuliere beleggers, projectontwikkelaars, bouwbedrijven, groothandels, onderaannemers, leveranciers, makelaars, taxateurs en alle aanverwante beroepen die horen bij verkoop en financiering van vastgoed. Als je dan bedenkt dat de sector een enorme transitie moet doormaken om het Parijsakkoord te behalen én miljoenen woningzoekenden aan een huis moet helpen, dan heb je een interessante uitdaging voor de toekomst. De nabije toekomst, om precies te zijn. En om die doelen te behalen, is een ander economisch model nodig op een tempo die nu lijkt te missen.

Volgens Baars komt dat omdat we ons op dit moment in de Circle of Blame bevinden. “Iedereen wijst naar elkaar. Ik wil wel een ander model, maar de ander wil het niet, of: het wordt te duur en de belegger wil er niet voor betalen. Maar de belegger zegt weer dat er geen taxateur is die kan vertellen dat het object meer waard wordt door duurzaam te bouwen. Dus in die Circle of Blame (COB), houdt iedereen elkaar in de greep en kom je geen meter vooruit.” Volgens Baars zijn er twee trucs om die COB te doorbreken: “Je moet in ieder deel van de keten een koploper hebben die het gewoon gaat doen. Ik probeer dat met mijn productie van circulaire grondstoffen.”

De andere truc is onvoorwaardelijk kennis delen. Baars: “En daar zijn we niet goed in, in Nederland. Want kennis is macht en dus een verdienmodel. Maar als we daar niet anders mee omgaan, gaat de leercurve in de sector niet snel genoeg omhoog.”

Ondernemers in de kopgroep, overheid in de bezemwagen

Er gaan ondertussen ook stemmen op dat de overheid een rol zou kunnen spelen in de transitie van de bouw. Ollongren legde bijvoorbeeld deze week haar plan voor de miljardeninvestering neer. Baars: “De overheid is de grootste vastgoedeigenaar van het land, zij bezit 11 procent. Als ze wil: de staat kan in haar eentje de klimaatdoelstellingen voor de bouw halen.”

Ik kan gewoon concurreren omdat wij beton leveren vanuit eigen land

Maar Baars voegt daar nadrukkelijk aan toe dat hij de beweging daar niet ziet. Hij denkt dat ondernemers het beste behept zijn om de klimaatdoelen te halen, vooral ondánks de overheid. “Ik was vier jaar geleden bij Rijksvastgoed om te vertellen over mijn bedrijf New Horizon. De directeur zei toen: ‘Wij van Rijksvastgoed worden koploper in deze transitie. Ik heb meteen gezegd dat ik niet denk dat dat gaat gebeuren. Dat vonden ze niet fijn.”

Volgens Baars moeten ondernemers in de kopgroep zitten, omdat die innovatief zijn en gedreven, dat zit in hun DNA. Wel zou Baars graag zien dat de overheid met de zogeheten bezemwagen rijdt, om de ondernemers die afvallen of ondernemers die moeite hebben de transitie bij te benen, vooruit te helpen om de kopgroep bij te houden. “En dan is het doel niet om de wedstrijd te winnen, maar om te laten zien dat het anders kan. Om het samen te doen.” Want er is een ander probleem dat Baars graag wil benoemen: “Het draait om meer dan circulariteit, we hebben ook nog wat te herstellen, omdat we in de afgelopen 25 jaar zoveel hebben vernield.”

Urban mining voor een schoon bouwklimaat

Baars was voorheen eigenaar van een adviesbureau met 300 man personeel. Maar hij had daar naar eigen zeggen te weinig invloed op een bijdrage aan het verhelpen van het klimaatprobleem. Dus besloot hij het roer om te gooien en daadwerkelijk te werken aan die transitie en het herstel. Hij richtte zijn, platgezegd, sloopbedrijf op. “Ik dacht, ik ga een bedrijf neerzetten die het anders doet, maar wel tegen competitieve prijzen. Dan kiezen bouwbedrijven voor de voor hen overzichtelijke beslispunten en werken we tegelijkertijd circulair.” Dus Baars ontmantelt gebouwen met als doel zoveel mogelijk materialen te oogsten voor hergebruik. Ze noemen die sloopgebouwen ook wel donorgebouwen.

De inspiratie haalde Baars uit een lezing van Herman Wijffels, die de woorden sprak: het stenen tijdperk eindigde niet omdat er geen stenen meer waren, er kwam gewoon een beter alternatief. Baars: “Nu zitten we op eenzelfde punt in het lineaire tijdperk: er is een beter alternatief, zowel maatschappelijk, als sociaal als financieel. Het wachten is alleen op het tipping point.”

Heffing op vervuiling

Baars probeert dit punt zelf te forceren en hij is heel dichtbij. “Ik kan gewoon concurreren omdat wij beton leveren vanuit eigen land en geen onzintoeslagen nodig hebben zoals laagwaterstand-toeslagen (om door de waterstand producten over de weg in plaats van over water te vervoeren, red.). Dus onze prijzen zijn lager en onze producten zijn volledig circulair. Urban mining is een groot onderdeel van de oplossing van het bouwprobleem.”

Daarnaast voorziet Baars dat modulair bouwen, industrialisatie en digitalisering gezamenlijk gaan bijdragen aan de oplossing van het bouwtekort en het behalen van de klimaatdoelstellingen. En het is niet zo dat een nieuwe regering helemaal niet kan helpen aan duurzame bouw. “Wat de overheid wel kan doen, is een heffing zetten op vervuiling. Duurzaam is morgen concurrerend als we bedrijven voor vervuiling laten betalen.”

Data is het nieuwe goud in de energiewereld

Een echte Rotterdamse jongen, zo typeert Emile Croin zichzelf. Met een hart voor de energietransitie die volgens hem ‘pragmatisch’ en ‘door middel van goede samenwerking’ doorgezet moet worden. De 46-jarige bedrijfskundige staat sinds 2019 aan het roer van Anexo, een van de dochterondernemingen van netwerkbedrijf Juva. Met een duidelijke visie op de energietoekomst loodst hij het bedrijf sindsdien een nieuwe wereld in. “Op dit moment is de energieproductie nog voornamelijk centraal, vanuit grote elektriciteitscentrales. De informatie die daarbij hoort is relatief eenvoudig: je verbruikt energie, en daar moet je voor betalen. Maar dat wordt nu al snel anders.”Slimmer met energie omgaanNaarmate we meer energie decentraal opwekken, met hernieuwbare bronnen die nu eens veel en dan weer weinig stroom leveren, zal  energie-opwek en -verbuik gebalanceerd moeten worden. Bovendien zullen we minder energie moeten verbruiken en het net minder met pieken moeten belasten.Dat kan door beter met energie om te gaan en door verbruikers van energie op een slimme manier met elkaar en met het elektriciteitsnet te verbinden. “Nu zet je de vaatwasser aan als hij vol zit maar in de toekomst zal het apparaat zelf bepalen wanneer hij gaat draaien”, zegt Croin. “Elektrische auto’s zullen helpen bij het balanceren van vraag en aanbod door op te laden als er een voldoende stroom is. Doordat je agenda is gesynchroniseerd met je auto zal hij altijd voldoende energie hebben om je te brengen waar je moet zijn. Maar daarvoor is wel snelle en betrouwbare realtime-energiedata nodig.”Nadenken over huidig en toekomstig energieverbruikHet zelfde geldt voor bedrijven. “Een groot bedrijf zoals KPN begrijpt dat. Zij willen niet alleen de duurzaamste telecomprovider zijn maar zien ook een belangrijke nieuwe rol voor zichzelf als verbinder van elementen in slimme energiesystemen. En ook het MKB moet verduurzamen, of ze nou willen of niet. We merken dat ze daar soms hulp bij nodig hebben, die we graag bieden.”Slim omgaan met energie heeft impact op de keuzes die ze maken. “Als ze bijvoorbeeld kiezen voor nieuwbouw zullen ze moeten nadenken over hun toekomstig energieverbruik en het systeem dat daarvoor nodig is. Hoe ga je verwarmen of koelen? Ga je dieselvrachtwagens vervangen door elektrische of trucks op waterstof. Dan heb je mogelijk snelladers nodig, of een waterstofvulpunt. Er zal netverzwaring moeten komen, laadpunten, zonnepanelen.”Anexo biedt inzicht in energiestromen van bedrijven en biedt oplossingen om hun energiesysteem duurzaam, toekomstbestendig, stabiel en betrouwbaar te maken. “Dat kan  inzicht en sturing zijn op basis van meetdata, maar het kunnen ook technische oplossingen voor een duurzame procesvoering en slim onderhoud zijn.”Alles is energieDoor actief mee te denken met de uitdagingen die de transitie met zich meebrengt voor klanten wil Croin met Anexo bijdragen aan de energietransitie en een betere wereld. Bovendien wil hij uitdrukking geven aan zijn persoonlijke drijfveer. “Ik lees veel en ik denk veel na over de transitie waar de wereld voor staat. Energie heeft mij altijd geïntrigeerd, bijna vanuit het spirituele: alles is energie en energie gaat nooit verloren. En de energiemarkt, daar gaat veel gebeuren.”Daarbij is duurzaamheid een rode draad. Tijdens zijn studie milieukunde in Delft kwam Croin in aanraking met het cradle-to-cradle gedachtengoed. “Michael Braungart en William McDonough lieten zien dat het bedrijfskundig dom is wat we doen omdat we waarde vernietigen. Commercie en duurzaamheid liggen heel dicht bij elkaar. Sindsdien weet ik dat ik iets wil bijdragen aan een betere wereld. Ik wil de energietransitie verder helpen.”Het grotere verhaalVoordat Croin 2,5 jaar geleden voor Anexo koos was hij Market Segment Leader Environment bij Synlab Analytics & services dat zich specialiseert in milieu- en bodemonderzoek. “Ik ben als mavoklantje begonnen op de werkvloer en heb mij langs alle lagen van het bedrijf omhoog gewerkt. Dat is een moeizame weg geweest, maar heel waardevol. Ik zal nooit vergeten hoe ik mij op de verschillende niveaus voelde en vanuit welk perspectief ik toen tegen de zaken aankeek. Uiteindelijk heb ik gaandeweg milieukunde, kwaliteitsmanagement en aan de Erasmus Universiteit bedrijfskunde gestudeerd. In al deze opleidingen was de rode draad duurzaamheid en de transitie naar een betere wereld.”Hoewel hij dankbaar was voor de mogelijkheden die hij kreeg om zich te ontwikkelen, werd het na meer dan tien jaar bij Synlab Analytics & services tijd voor een nieuwe uitdaging in een andere context. “Wat me tegen ging staan was de grote omvang van de organisatie waardoor er steeds minder connectie was met de werkvloer. En er was een zwaardere focus op winstgevendheid dan op de intrinsieke waarde voor de maatschappij. Op een gegeven moment zat ik in Londen in de boardroom en vroeg me af wat ik daar aan het doen was. Dit was niet waarvoor ik wakker werd elke dag.”Op de vloer gebeurt hetBij Anexo moest Croin eerst aan de slag met de interne organisatie. Het commerciële bedrijf was net afgesplitst van het netwerkbedrijf. “En een netwerkbedrijf is geen commercieel georiënteerd bedrijf. Die weten veel van de techniek maar minder van commerciële klantproposities en hoe dit om te zetten in een goed verdienmodel.” Croin kwam dus op een goed moment. “Ik zag dat de organisatie nog niet goed stond, dus ik ben helemaal teruggegaan naar de werkvloer en we zijn met elkaar gaan bouwen aan een klantgerichte organisatie.”Daarbij maakte hij dankbaar gebruik van zijn eigen 25 jaar ervaring. “Ik weet dat het op de vloer gebeurt. Toen ik zelf net begon met werken vond ik overal wat van. De leiding die snapte er niks van dacht ik. Ik heb altijd tegen mezelf gezegd: onthoud dat gevoel goed, word niet arrogant en denk niet dat je het allemaal weet. De mensen die het doen weten hoe het moet. Dat zijn vakmensen. En het is de taak van het management om te zorgen dat problemen waar zij tegenaan lopen, zoals verkeerde planning, spullen, onderlinge wrijving, opgelost worden.”Geen onbekende “baas” zijnAls eerste dook hij dan ook de operatie in. “Ik ben naar het magazijn gegaan en heb een helm, schoenen en Anexo-shirtjes gehaald. Dat vonden sommige collega’s grappig. Ik ben gaan kijken wat er speelde, om te leren, en besprak met ze waar ze tegenaan liepen. Daardoor kreeg ik een goed beeld waar het knelde in de praktijk. Met 70 man is persoonlijk contact houden nog te doen. Maar als we zo doorgroeien en het worden er 170 dan wordt dat wel meer een uitdaging. Maar hoe groot we ook worden, ik zal altijd de werkvloer blijven opzoeken en hopelijk zij mij ook.”Door veel op de werkvloer aanwezig te zijn lukt het Croin om zijn medewerkers mee te nemen in de missie van het bedrijf. “Ik wil het graag persoonlijk houden. Ik wil geen onbekende baas zijn. Ik word er gelukkig van als ik de namen ken van de mensen en een praatje kan maken met ze. Ik vraag mijn mensen dan of ze zich bewust zijn dat we met iets belangrijks bezig zijn. En dan ontstaan er leuke gesprekken. Dan ontstaat er een geloof, een cultuur. Daarnaast is het belangrijk zoveel mogelijk samen richting te bepalen”“Natuurlijk zijn er ook een aantal collega’s die daar minder mee hebben”, relativeert Croin. “Maar goed leiderschap is in mijn ogen: ervoor zorgen dat helder is waar de organisatie voor staat, waar het naartoe gaat, iedereen daarin meenemen en zorgen dat er geen belemmeringen zijn om dat pad te bewandelen.”