Teun Schröder
16 juni 2021, 14:14

Eten we straks ijs met vanillesmaak gemaakt van plastic flesjes?

De University of Edinburgh vond een manier om van gebruikte plastic flessen de smaakfavoriet vanilline (een kunstmatige vanille-smaak) te maken. De onderzoekers ontwikkelden een enzym dat PET afbreekt in zuur. Een E-coli bacterie zet het zuur vervolgens om in vanilline. Een technisch hoogstandje in de circulaire economie.

Jocelyn morales tya9f8hyex4 unsplash Vanilline is het hoofdbestandsdeel van het zeer gewilde goedje vanille. | Beeld: Adobe Stock

Het is de eerste keer dat  wetenschappers gebruikt plastic ‘upcyclen’ (recycling tot een hoogwaardig eindproduct) naar een waardevol chemische component. Het speciaal ontwikkelde enzym breekt de polyethyleentereftalaat (PET) in plastic flessen af, tot tereftalaatzuur overblijft. Daarna gebruikten de onderzoekers, die publiceerden in het wetenschappelijke tijdschrift Green Chemistry, gemanipuleerde E-coli bacteriën om het zuur om te zetten in vanilline. Vanilline is de chemische verbinding met de kenmerkende geur en smaak van vanille.

Vanilline brouwen

Het zure brouwsel van verteerde plasticflessen wordt samen met de bacteriën een dag lang op een constante temperatuur van 37 graden verwarmd, vergelijkbaar met het bierbrouwproces. Uiteindelijk lukte het de wetenschappers zo om 79 procent van al het zuur om te zetten in vanilline.

Het onderzoek borduurt voort op de eerdere ontdekking van een plastic-etende bacterie.

Synthetische vanille

Vanilline is het hoofdbestandsdeel van het zeer gewilde goedje vanille. De voedsel- en cosmetische industrie gebruiken het veel, maar vanilline komt ook voor in farmaceutische- en schoonmaakproducten. Tegenwoordig wordt vanilline grotendeels synthetisch geproduceerd, uit chemicaliën van fossiele brandstoffen. Door het van plastic afval te maken, bespaar je dus niet alleen afval, maar ook de energie die anders nodig is om fossiele grondstoffen te winnen.

In de volgende fase van het onderzoek willen de onderzoekers de gebruikte bacteriën doorontwikkelen zodat de conversie nog hoger wordt. Ook verwachten ze de techniek in de toekomst op te schalen zodat grotere hoeveelheden plastic verwerkt kunnen worden.

In 2023 energielabel C verplicht voor kantoorpanden: 'Verduurzaming moét sneller om sluiting te voorkomen'

Pas de helft van de kantoren heeft op dit moment label C of beter. Ongeveer één op de tien scoort slechter en 38 procent van de kantoorgebouwen heeft zelfs nog geen label. Het gaat om 27,5 miljoen vierkante meter kantoorruimte die nog niet duurzaam genoeg is om in 2023 open te blijven. Dat is net zo veel als de kantooroppervlakte van de vijftien grootste kantoorsteden opgeteld, of tien keer de kantoorruimte in Utrecht.Wat moet er gebeuren om te verduurzamen?Ongeveer 30 procent van de Nederlandse CO2-uitstoot komt van de gebouwde omgeving. Het energieverbruik van gebouwen krijgt steeds meer aandacht van beleidsmakers. Voor nieuwbouwprojecten waren al langere tijd strengere regels, maar ook bestaande gebouwen ontkomen er niet meer aan: kantoren zijn als eerste aan de beurt. In 2023 moeten ze energielabel C of beter hebben. Het energieverbruik mag dan maximaal 225 kilowattuur per vierkante meter per jaar zijn. Als het meer is, moet het kantoor gesloten worden. Met nog iets meer dan anderhalf jaar te gaan, stelde vastgoedadviseur Colliers de vraag: hoe staat Nederland er nu voor?Utrecht als koploperIn Utrecht voldoet zo’n 80 procent van de kantoorruimte aan de duurzame voorwaarden en heeft label C of beter. Daarmee is het volgens het onderzoek de duurzaamste gemeente. De moderne bedrijvenparken zoals Papendorp en Rijnsweerd hebben label A. Naast Utrecht zijn Nieuwegein, Amsterdam, Haarlemmermeer en Rotterdam ook goed bezig: ze staan in de top vijf van meest duurzame steden als het gaat om kantoorgebouwen. Ongeveer tweederde van de kantoorruimte in deze steden voldoet aan de verplichting.  In Hengelo loopt de verduurzaming van kantoorpanden achter. Zij hebben vaak concurrentie van grotere steden bij het aantrekken van bedrijven. Hierdoor komt er vaak te weinig geld binnen bij vastgoedeigenaren om te investeren in verduurzaming, met hogere leegstand als gevolg. In Hengelo is slechts 29 procent van de kantooroppervlakte klaar voor 2023. Ook Assen en Venlo lopen achter, waar het percentage op 34 procent ligt.Meeste winst te halen in AmsterdamDe meeste winst om kantoorpanden te verduurzamen is in Amsterdam. Hier is zo’n 1,8 miljoen vierkante meter kantoorruimte nog niet duurzaam genoeg om in 2023 open te blijven. Volgens adviesbureau Colliers blijft  verduurzaming langs de west-as van de A10, in Amsterdam-Noord en Amsterdam-Zuidoost achter. Wat moet er gebeuren om te verduurzamen? Volgens Jeroen Bloemers, Chief Growth Officer bij Colliers, moeten kantooreigenaren beginnen met het aanvragen van een energielabel. “Veel panden hebben niet eens een label, terwijl we verwachten dat meer dan de helft wél duurzaam is.”Waarom dat niet gebeurt, komt volgens Bloemers door informatieachterstand bij kantooreigenaren. “Ze weten vaak niet goed hoe ze die verduurzaming moeten aanpakken en hoe ze de investeringen terugverdienen. En dat is een grote maatschappelijke taak.” Die taak moet snel worden opgepakt, zegt Bloemers: “Bouwers zijn al heel erg druk, dus als er complexere aanpassingen nodig zijn, dan kost dat tijd.”‘Kantoorsector moet het goede voorbeeld geven’“We moeten nu beginnen met verduurzamen”, is de boodschap van Bloemers. “Het sluiten van kantoorpanden is drastisch, dus dat willen we voorkomen.” Met kleine aanpassingen kan een gebouw al verduurzaamd worden. Denk aan het isoleren van daken, of het plaatsen van ledverlichting. De overheid gaat vanaf 2023 controles invoeren en sluit panden als het niet minstens energielabel C heeft. “Dit is de eerste sector die op overheidsniveau gecontroleerd wordt. Als gebouweigenaren nu niet het juiste voorbeeld geven, wat betekent die maatregel dan nog?"Wil je meer weten over de duurzame ontwikkelingen in de gebouwde omgeving? Een CO2-neutraal kantoor: Zo ga je van energielabel G naar A++.