Romy de Weert 14 mei 2021, 13:42

Kapitaalinjectie Vinted: 250 miljoen euro voor ‘circulair modeplatform’

Vinted – het grootste tweedehands modeplatform van Europa, haalt 250 miljoen euro op tijdens een financieringsronde. Via het van oorsprong Litouwse platform kunnen leden tweedehands kleding kopen en verkopen. De investering werd gedaan door EQT Growth. Daarmee heeft Vinted nu een waarde van 350 miljoen euro.

Pexels ksenia chernaya 3965543 Vinted – het grootste Europese modeplatform voor tweedehands kleding, haalt 250 miljoen euro op tijdens een financieringsronde. Beeld: Pexels

Met de nieuwe investering breidt het tweedehands modeplatform Vinted uit naar regio's binnen en buiten Europa. Daarnaast investeert de onderneming in de user-experience, veiligheid, betalingen, verzendingen, infrastructuur en in nieuwe product tools- en functies. Hiermee wil het bedrijf tweedehands kleding de norm maken en meer mensen laten deelnemen aan de circulaire economie. 

Financieel zwaar weer

Het Litouwse bedrijf kwam in 2016 in financieel zwaar weer, waarna de leiding werd overgenomen door de Nederlander Thomas Plantenga. In november 2019 haalde Vinted 128 miljoen euro op in een financieringsronde onder leiding van Lightspeed Venture Partners. In het najaar van 2020 nam het bedrijf de Nederlandse concurrent United Wardrobe over.

Het bedrijf is nu actief in meer dan tien landen, waaronder Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en Italië. Het afgelopen jaar nam het aantal medewerkers van Vinted met zo’n 75 procent toe tot meer dan 700 mensen.

Tweedehands kleding circulair of stimulans voor fast fashion?

Via Vinted kunnen leden tweedehands kleding kopen en verkopen. Vaak wordt gedragen kleding voor een goedkopere prijs aangeboden dan de nieuwprijs in de winkel. Daarmee worden grondstoffen zoals textiel opnieuw gebruikt, wat bijdraagt aan een circulaire economie. Toch zijn er ook geluiden dat platforms zoals Vinted fast fashion alleen maar aanjagen – het fenomeen waarbij je makkelijker meer kleding koopt voor minder geld. 

Meer weten over een circulariteit in de textielindustrie? Je leest het hier

Bitcoin te vervuilend? Zo maken we datacenters milieuvriendelijk en duurzaam

Elon Musk is om: de bitcoin is zo slecht voor het milieu dat Tesla de cryptomunt niet meer accepteert als betaling voor een elektrische auto. De koers van de munt kelderde meteen, Musk werd beticht van hypocrisie omdat grondstoffen voor Tesla-batterijen ook milieu- en mensenrechtenproblemen veroorzaken, en iedereen is overstuur.Maar Musk heeft een punt; Bitcoin verbruikt evenveel stroom als Nederland, en heeft een voetafdruk die even groot is als die van Singapore (volgens de cijfers van het Nederlandse digiconomist). Kan het ook anders? Jazeker. Want de datacenters waar het gros van de bitcoin-uitstoot vandaan komt kunnen groener, duurzamer en milieuvriendelijker worden. Wij zetten een paar innovaties op een rij.Lees ook: Datacenters moeten milieuvriendelijker worden van techbedrijven. Kan dat zomaar?Waterstof voor datacentersDatacenters hebben een heleboel elektriciteit nodig. Die komt steeds vaker van zonnepanelen en windmolens, maar er is een probleem: wat doe je als de wind niet waait en de zon niet schijnt? De cloud die via deze datacenters draait kan niet zomaar een tijdje offline gaan. Singapore denkt een oplossing te hebben met een datacenter dat groene waterstof gebruikt. Als er overproductie vanuit zon of wind is, maakt een waterstoffabriek duurzame brandstof van de stroom. Is er een tekort, dan kan de waterstof weer om worden gezet naar stroom. Je verliest daarbij wel een hoop energie, maar omdat die toch in overvloed was op het moment dat je hem omzette in groene waterstof is dat een relatief klein probleem. Het systeem laat zien hoe de datacenters zelfvoorzienend kunnen zijn, en niet meer over hoeven te schakelen op fossiele stroom in tijden van schaarste.Lees ook: Datacenter op groene waterstof in de maakWarmte hergebruikenAl dat rekenen in een datacenter gaat de servers niet in de koude kleren zitten. Ze worden loeiheet, zoals je laptop of telefoon dat ook wel eens wordt als hij hard moet werken. Al die warmte gaat dikwijls verloren. Sterker nog: het koel houden van de servers zodat ze blijven werken is een van de grootste energieposten. Maar wat als je de warmte nuttig kan hergebruiken? Dat gebeurt steeds vaker. Een Amsterdams appartementencomplex krijgt direct warmte van een datacenter in de buurt, zodat bewoners minder gas hoeven te verstoken. En in Almere werkt men zelfs aan een warmtenet met hitte uit datacenters.Kunstmatige intelligentie voor groener rekenenHet energieverbruik terugdringen is net zo belangrijk als zorgen dat de energie groen is. Hier maken de bedrijven die datacenters exploiteren de afgelopen jaren grote stappen in. Dankzij kunstmatige intelligentie kan elke berekening in een datacenter efficiënter gebeuren, en dus kost het minder stroom. Zelfs een kleine besparing per berekening kan gigantische afname van stroomgebruik opleveren omdat er ontzaglijk veel van die berekeningen plaatsvinden. Het spaart de exploitant niet alleen energie, maar daarmee ook geld uit. Zo levert duurzaamheid ook nog wat op.Koel de chip, niet de server40 procent van alle stroom die een datacenter gebruikt is nodig voor koeling. Logisch dus dat bedrijven kijken of daar iets te verbeteren valt. De startup Incooling denkt een oplossing te hebben. Efficienter koelen is mogelijk door niet de hele server maar alleen de chips koud te maken. Die worden immers warm en gaan stuk als ze te warm worden. Door koelingssystemen te maken die alleen de (kleine) chips van een koud briesje voorzien, heb je veel minder koude lucht nodig en kost het koelen dus ook minder stroom. Het afkoelen van een datacenter wordt volgens Incooling 50 procent efficiënter, dankzij het koelingsblokje voor op de chips dat de startup uitvond.Lees ook: Duurzame datacenters: sleutel tot succes zit in duurzaam verwarmen en koelenKoelen in olieWe kennen olie vooral als iets dat heet wordt, bijvoorbeeld voor frituur. Maar olie om te koelen is een onderschat middel in de datacenterwereld. Dat denkt Shell in ieder geval; het oliebedrijf investeerde in de startup Asperitas, die synthetische olie maakt waarmee servers gekoeld worden. De olie beschadigt de chips niet, maar vangt wel warmte op. Vervolgens gaat de olie naar een warmtewisselaar waar het de opgevangen warmte afgeeft aan een waterreservoir. Dat water wordt maximaal 55 graden en is dan bijvoorbeeld geschikt voor een warmtenet. Het voordeel is dat de olie herbruikbaar is en deze vorm van koelen efficienter is dan luchtkoeling die datacenters nu veel gebruiken.