Marc Seijlhouwer 13 april 2021, 10:30

Boerderij voor zeewier in de Eemshaven moet voorbeeld zijn voor zeewier bij windturbines

De Eemshaven in Groningen start een proef met zeewierkweek in speciaal ontworpen netten, zodat het zeewier wordt beschermd en daardoor beter kan groeien. Binnenkort worden de zaadjes voor het wier geplant, waarna de initiatiefnemers tot september het groeiproces volgen. De speciale kweekkorf moet het makkelijker maken om zeewierboerderijen te starten.

20210408 140658 resized Het starten van een zeewierboerderij is niet makkelijk: het entmateriaal is kwetsbaar, en bij windparken die ver uit de kust liggen is de zee onstuimig. Beeld: CIV Offshore & Shipping

De korf is ontworpen door het bedrijf CIV Offshore & Shipping. Het is een combinatie van netten die als het goed is een goede groeiomgeving voor zeewier maakt. In de korf kan het entmateriaal (de ‘zaadjes’ voor het wier) de hele zomer groeien. Eind september moet blijken of het wier in de korf goed genoeg groeit.

Zeewier is goed voor alles

Veel mensen denken bij zeewier vooral aan glibberige lastposten tijdens het zwemmen in de zee, maar het kan een belangrijke rol spelen in een duurzame toekomst. Niet alleen zit het gewas vol voedingsstoffen en kan het dus als nieuwe groente worden verkocht, sommige soorten wier helpen koeien bijvoorbeeld om minder broeikasgas uit te laten stoten. Ook als smaakmaker of als bron voor duurzame biobrandstof kan zeewier veel betekenen.

Lees ook: Gaan zeewierboerderijen heel Nederland voeden?

Bovendien vraagt zeewier niet om kostbare Nederlandse landbouwgrond. Er zijn plannen om tussen windturbines zeewierboerderijen aan te leggen. Als een schip dan naar een turbine gaat voor reparaties en onderhoud, kan het wier meteen geoogst worden. Daarnaast zorgt zeewier voor een veilige leefomgeving voor allerlei zeedieren.

Lastig te kweken

Dat klinkt allemaal ideaal, maar het starten van een zeewierboerderij is niet makkelijk. Het entmateriaal is kwetsbaar, en bij windparken die ver uit de kust liggen is de zee onstuimig. Men moet dus een manier vinden om het zeewier te beschermen terwijl het groeit. Het nettensysteem van CIV Offshore kan daarbij helpen.

Het Eemshavenproject is het eerste dat het netsysteem gebruikt, maar elders in Nederland pionieren mensen al langer met zeewier. Vooral rond Zeeland zijn verschillende boerderijen opgestart om te kijken of Hollands zeewier een kans maakt. Vooralsnog is het overgrote deel van het wier dat we in Nederland gebruiken afkomstig uit andere delen van de wereld, voornamelijk Azië. De boerderijen daar zijn veel grootschaliger en leveren dus goedkoper wier.

Lees ook: Nieuwe techniek maakt zeewier goedkoper

Tot 2030 fors meer duurzame stroom nodig voor elektrificatie industrie

De stuurgroep was ingesteld om de oorspronkelijke ambitie uit het Klimaatakkoord te evalueren en bestaat uit vertegenwoordigers van industrie, energieproducenten en netbeheerders. De oorzaak van de grote extra elektriciteitsvraag is de verduurzaming door elektrificatie van de industrie en de mogelijke uitbreiding van datacenters in Nederland. Volgens de stuurgroep is het niet de vraag of de industrie gaat elektrificeren, maar wanneer. Elektrificatie is 'de meest duurzame manier om op structurele wijze de broeikasgasemissies in de industrie te verminderen.' Maar dit kost wel tijd. Daarom is het zaak hier tijdig mee te starten, aldus het advies.Lees ook: Elektrificatie van de industrie moet nu beginnen om in 2030 impact te hebbenEn dat gaat niet vanzelf. De elektrificatie van de industrie komt nu nog maar langzaam op gang. Dat komt omdat sommige processen moeilijk te elektrificeren zijn, zoals het genereren van hoge temperaturen, maar ook omdat groene stroom en groene waterstof economisch niet de meest aantrekkelijke verduurzamingsopties zijn voor de industrie. Aardgas is door de huidige CO2 prijs nog altijd veel goedkoper. Daarbij komt dat het overgaan van aardgas op elektriciteit grote aanpassingen vraagt in productieprocessen en de energie-infrastructuur van industriële bedrijven. Dat brengt investeringskosten met zich mee waarvan onduidelijk is hoe snel die kunnen worden terugverdiend.  Lees ook: Een geelektrificeerde industrie in 2050, wat is hier voor nodig?Onzekerheid over vraag en aanbodNaast deze bedrijfseconomische redenen speelt ook de onzekerheid over het aanbod van voldoende en betaalbare groene stroom een rol. Zo zijn in Nederland alleen nog proefprojecten op kleine schaal voor de productie van groene waterstof en is het de vraag wanneer deze technologie de schaal bereikt die de industrie nodig heeft voor elektrificatie. Ook is nog niet zeker of er op termijn wel voldoende aanbod zal zijn van goedkope groene stroom, van bijvoorbeeld wind op zee en of de benodigde elektriciteitsinfrastructuur wel op tijd gereed zal zijn. Lees meer: Elektriciteitsverbruik industrie wordt een groot probleemTegelijkertijd hebben duurzame stroomproducenten juist behoefte aan zekerheid over de toekomstige extra elektriciteitsvraag. Want zij hebben op hun beurt een elektriciteitsprijs nodig die voldoende bijdraagt aan een positieve business case om te investeren in nieuwe hernieuwbare opwekcapaciteit. Daarnaast is het van belang dat de extra elektriciteitsvraag het variabele aanbod kan volgen. Duurzame energieopwekking is weersafhankelijk, waardoor op momenten dat er veel productie is en de vraag gelijk blijft, de stroomprijs sterk daalt en vice versa. Om dit effect te verminderen zal de vraag moeten gaan meebewegen met het aanbod of het aanbod beter gereguleerd worden door bijvoorbeeld opslag of de productie van waterstof. Het vooruitzicht op extra flexibele vraag is er volgens de stuurgroep nu onvoldoende, ‘waardoor de business onder druk staat wat een risico is voor de verdere uitrol van wind op zee.’ImpasseOm ervoor te zorgen dat er extra aanbod wordt gerealiseerd is het dus van belang dat er zekerheid komt over de extra vraag. En de extra vraag is weer afhankelijk van de zekerheid van het aanbod. Deze impasse kan volgens de stuurgroep opgelost worden door ‘een verschuiving in beleid van stimulering van de aanbodzijde naar stimulering van de keten.’ Dat houdt in dat de overheid zo snel mogelijk start met actieve vraagsturing om (directe en indirecte) elektrificatie van de industrie op gang te brengen. Dat kan bijvoorbeeld door het aanpassen van subsidieregelingen ten gunste van elektrificatieprojecten in de industrie en door het afschaffen of wijzigen van de energiebelasting op groene waterstof.Daarnaast adviseert de stuurgroep de overheid om de realisatie van 45 TWh extra hernieuwbare-elektriciteitsproductie in 2030 mogelijk te maken. Daarvoor is onder andere 10 GW extra wind op zee in 2030 nodig. Het Rijk kan dit stimuleren door de ruimtelijke reserveringen en uitgifte van kavels (tenders) nu in gang te zetten en de benodigde infrastructuur ontwikkelingen nu te starten. Ook kan de overheid bijdragen aan de flexibiliteit van het energiesysteem door bijvoorbeeld subsidies op hybride energieparken waarbij de duurzame stroom direct wordt opgeslagen of omgezet in waterstof of warmte.Sleutel tot succesDe stuurgroep benadrukt dat al deze maatregelen alleen effect zullen hebben als ze in samenhang ingevoerd worden. ‘Het selectief weglaten van onderdelen in de uitvoering maakt dat gaten ontstaan in de aanpak waardoor het beoogde keteneffect kan uitblijven en elektrificatie alsnog onvoldoende tot stand komt.’ Tenslotte zullen partijen op een andere manier met elkaar moeten samenwerken om de gestelde doelen te halen. ‘De sleutel tot succes is een andere manier van samenwerking tussen de spelers om gezamenlijk de risico’s te verminderen.’Lees meer: ..