Roy op het Veld
Roy op het Veld
10 april 2021, 14:40

Jaap Wassink van Coca-Cola: "Duurzaamheid integraal onderdeel van Coca-Cola"

In Nederland worden dagelijks zeven miljoen drankjes van Coca-Cola verkocht. Dat zijn blikjes en kleine en grote flessen van het merk Coca-Cola, maar ook van frisdranken als Fanta, Fuze Tea en Sprite, die onder hetzelfde concern vallen. “We willen álle flessen, die we in omloop brengen, terugkrijgen zodat we ze kunnen recyclen.”

Jaap wassink coca cola european partners nederland Jaap Wassink is VP en country director bij Coca-Cola Nederland. "We proberen ons open te stellen voor mensen die ons kritisch volgen"

Coca-Cola is een grote multinational en wordt door menig consument met argusogen bekeken vanwege de hoeveelheid plastic verpakkingsmateriaal die het in omloop brengt, maar ook om de gezondheidseffecten van het suikergehalte van de frisdranken. “Hoewel het soms pijnlijk kan zijn, proberen we ons echt open te stellen voor mensen die ons kritisch volgen”, zegt Jaap Wassink van Coca-Cola European Partners Nederland. 

Open houding  

“Die open houding brengt ons veel, omdat we structureel in gesprek zijn met wetenschappers, politici en bezorgde burgers, die oprecht en met veel verstand van zaken bezig zijn met thema’s rond duurzaamheid en gezondheid. Zelf heb ik als persoon ook een mening over die onderwerpen. Wat de maatschappij van ons verwacht, en wat wij als bedrijf willen bereiken komt steeds dichter bij elkaar.”  

Wassink merkt dat maatschappelijke onderwerpen intern ook naar boven komen. “Als mensen hier solliciteren dan stellen ze het bijna als randvoorwaarde dat we ideeën, plannen en doelstellingen hebben als het gaat over duurzaamheid en gezondheid. De meest kritische vragen krijg ik van onze jongere medewerkers. Het ongeduld van de jonge generatie vind ik terecht. Ze zien dat Coca-Cola er veel aan doet, en ze krijgen de mogelijkheid eraan bij te dragen. Ik besteed inmiddels de helft van mijn tijd aan onze brede duurzaamheidsagenda.” 

Die open houding staat volgens Wassink niet op gespannen voet met de commerciële missie van Coca-Cola. “Wij willen in eerste instantie voor consumenten de lekkerste frisdranken maken. En ja, we hebben ook rekening te houden met de belangen van aandeelhouders. Maar we willen ook waarde creëren voor mensen, die vragen stellen bij CO2, plastic en suiker. Dat is een integraal onderdeel geworden van de manier waarop wij over waardecreatie denken.” Als het gaat om duurzaamheid zijn verpakkingen, gezondheid, en diversiteit en inclusiviteit speerpunten voor Coca-Cola. “Op die aspecten willen we net zo goed worden als op de commerciële zaken als kwaliteit en smaak.”  

Frisdrank met weinig calorieën  

Voor alle speerpunten zijn doelstellingen geformuleerd, en daar zitten volgens Wassink weer hele concrete initiatieven achter. “We willen bijvoorbeeld dat minstens de helft van ons verkoopvolume afkomstig is van dranken met weinig of zonder calorieën. Driekwart van het marketingbudget besteden we aan light of zero frisdranken. Op dit moment is ongeveer 44 procent van ons verkoopvolume suikervrij of laag in calorieën.”  

Het Nationaal Preventieakkoord, dat staatssecretaris Paul Blokhuis van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in 2018 sloot met zo’n zeventig maatschappelijke organisaties en bedrijven, kon niet iedereen overtuigen, omdat het niet effectief zou zijn. “We zijn in de jaren ’80 al begonnen met de introductie van een drank zonder calorieën, namelijk Coca-Cola light. De calorieënreductie in Nederland gaat eigenlijk best snel. En die zal ook verder doorzetten. We weten dat er meer moet gebeuren om overgewicht terug te dringen. Het is een complex probleem en daarom is samenwerking cruciaal.” 

Grote inspanningen op verpakkingsgebied  

Grote inspanningen levert Coca-Cola op het gebied van verpakkingen. Hier volgt het bedrijf een meersporenbeleid. “In de eerste plaats willen we minder plastic gebruiken. Zo is de anderhalve literfles de laatste jaren 20 tot 25 procent lichter geworden. Dat heeft enorme impact op het plasticverbruik”, aldus Wassink. “Verder zit Sprite tegenwoordig niet meer in een groene, maar in een transparante fles. Daardoor zijn die flessen veel makkelijker recyclebaar.” 

Het tweede speerpunt betreft de ambitie om in 2021 volledig over te stappen op PET-flessen gemaakt van 100 procent gerecycled plastic. “Dat betekent dat we voor 350 miljoen plastic flessen geen nieuwe fossiele grondstoffen meer gebruiken. Dat levert ook nog een reductie op van 21 procent op de CO2-uitstoot.” Ook wordt voor de verpakking van multipacks geen plastic krimpfolie meer gebruikt, maar een ‘minimalistische kartonnen’ verpakking. Wassink: “Dat scheelt heel veel plastic.”  

Verder zet Coca-Cola de kracht van zijn marketingmachine in om het gedrag van consumenten te beïnvloeden. “Wij verkopen 350 miljoen plastic flessen per jaar in Nederland. “Daar zijn we trots op, maar niet als die flessen in de zee of in de berm terechtkomen. Vorig jaar hebben we de boodschap van recycling krachtig proberen over te brengen met de slogan ‘Don’t buy Coca-Cola, if you don’t help us recycle’. Dat is geen silver bullet, maar het geeft wel aan hoe vastberaden we zijn op dit dossier.”   

rPET 

Tot slot, het vierde speerpunt als het gaat om het verduurzamen van verpakkingen, investeert Coca-Cola in startups en innovatieve technologieën. Zo maakte het concern in juli bekend te investeren in de Nederlandse startup Cure, die moeilijk te recyclen plastic toch weet om te zetten naar hoge kwaliteit rPET (gerecycled PET). In een proeffabriek in Emmen worden de polymeren zo ver afgebroken dat de onzuiverheden er uitgefilterd kunnen worden. Van de grondstof die overblijft kunnen dan bijvoorbeeld ook weer nieuwe zuivere PET-flessen gemaakt worden. “Daar verwachten we veel van”, zegt Wassink. “Nederland kent een hoog niveau van recycling, en dat zie je ook terug in de nieuwe technologieën die hier ontwikkeld worden.” 

Coca-Cola zet de trend naar gerecycled plastic flessen door, ondanks het feit dat het vanwege de lage olieprijs goedkoper is om PET-flessen te maken van nieuwe fossiele grondstoffen. Wassink is niet bij voorbaat enthousiast over het idee dat overheden een bepaald percentage aan recycling moet afdwingen, bijvoorbeeld via fiscale maatregelen. “Als het niet anders kan is een belastingmaatregel altijd een optie, maar andere drijfveren zijn vaak veel sterker. Een fiscale heffing heeft als nadeel dat bedrijven kunnen denken dat ze klaar zijn als ze belasting hebben betaald. Bedrijven die intrinsiek gemotiveerd zijn om te recyclen of te verduurzamen, zoeken permanent naar verbeteringen.”  

Muriel Arts van Impacting.Today: “Het momentum is er nu, en het gebeurt ook!”

Volgens de vorige kandidaat Sander Tideman, moest ik jou spreken omdat je merken en bedrijven helpt duurzaam te worden.  “Ja, ik hou me bezig met sustainable business en brand design met duurzaam ondernemen als bestaans-, bedrijfs- en groeimodel. Hoe kan duurzaamheid voor mens, bedrijf, markt en maatschappij werken? Zodat de duurzaamheidstransities versnellen in ketens zoals van voedsel en landbouw, telecommunicatie en mobiliteit. Dat vraagt andere perspectieven, dat vraagt andere educatie en dat vraagt zeker ook samenwerken met alle spelers in de ketens. Jonge mensen hebben behoefte aan deze aanpak. Daarom zetten we een Europees initiatief neer, de Future Planet Accelerator. Op 28 mei hebben we een aftrap waar we de wijsheid van duurzame wereldleiders koppelen aan de energie van de jeugd.” Daar had Sander Tideman het ook al over. “We trekken hier samen in op, inderdaad.” En waar gaat komende week jouw energie in zitten?“Ik houd me bezig met bedrijven en merken en met de verandervraagstukken in de keten. Ik was voorheen marketing director bij Unilever, Grolsch en KPN. Je ziet nu in de voedselindustrie hoe noodzakelijk de verschuiving naar plantaardig is. Oud-topman Paul Polman heeft die duurzame transitie al jaren geleden ingezet bij Unilever, maar dat is niet makkelijk. Het is een behoorlijke verandering in alle aspecten van de bedrijfsvoering. Dat kun je goed lezen in het boek Het Grote Gevecht van Jeroen Smit. Als je zo’n groot bedrijf van niet-duurzaam naar duurzaam moet krijgen, moet je zorgen dat de duurzaamheidsvraagstukken de groeimarkt van morgen worden en dat heeft Polman goed gedaan.”  Maar nu naar jouw rol hierin vanuit jouw bedrijf, wat ga je doen?“Enerzijds helpen we bedrijven en merken met duurzame strategie, innovatie, verandering en verantwoorde groei. Anderzijds helpen we met de transities in de gehele keten. Dus wij creëren coalities in open innovatieplatformen waar we spreken met boeren, producenten, consumenten, supermarkten en vernieuwers, dus met alle partijen. De grootste uitdaging is dat duurzaamheid een te abstract begrip is voor de consument. Je moet dus zorgen dat het voor mensen relevant en motiverend wordt om in de specifieke categorieën zoals vlees, zuivel, groente, fruit veranderingen aan te brengen.”  Dat vereist gedragsverandering, dat is het lastigste wat er is!  “Dat valt op zich wel mee, het belangrijkste is dat het helder is hoe duurzaam eetgedrag eruit ziet. En dat het concreet is: wat betekent het voor bijvoorbeeld mijn zuivelconsumptie? En waarom is dat nuttig? Als we goed uitleggen waaróm we de shift van dierlijk naar plantaardig voedsel moeten maken, dan zegt 70 procent van de consumenten dat ze dat graag doen. Een consument krijgt veel verschillende boodschappen en vaart op reclamecampagnes, op wat van huis uit gewoon is, wat op de menukaart in het restaurant staat, wat de overheid zegt. Daarom helpt het als de verandering vanuit een collectief wordt aangevlogen, zoals wij zeggen: het is redesigning the full consumer journey for impact.” Je doet een activistische oproep, zo te horen?  “Nou, meer een collectieve oproep om te zorgen dat we onze verantwoordelijkheid nemen en een verandering maken die goed is voor bedrijven, merken, mensen, planeet én maatschappij. En dat is in je eigen belang. Wil je wachten tot de overheid de regels oplegt, of dat het voor jou als bedrijf waarde creëert en je deze nieuwe, duurzame markten mede vormgeeft?” Dat klinkt inderdaad als echte marketingtaal. Maar nu in de praktijk! “Vleesvervangers zijn het mooiste voorbeeld. Kijk hoe hard dat gaat. Unilever heeft de Vegetartische Slager overgenomen, dat is niet voor niks. Maar ook lokale productie en consumptie is een onderdeel van het vraagstuk. Weet je dat iedere maaltijd in Nederland gemiddeld zo’n 30.000 kilometer heeft afgelegd? Door Covid zijn mensen zich meer gaan bezighouden met de invloed van voeding op hun gezondheid, en met het steunen van lokale ondernemers. Daar ligt een interessante nieuwe mogelijkheid, zoals lokale platformen van boer tot bord.”Dat klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Gaat het echt goedkomen? “Ik ben er heel positief over, we gaan die verandering maken. De vraag is nu niet zozeer wat we gaan doen, maar hóe! Hoe zorgen we samen dat we die keten gaan veranderen en positieve impact maken. Dat heeft ook te maken met kennis. Hoeveelheden zijn bijvoorbeeld een probleem. Je hoeft niet te stoppen met vlees of zuivel, het gaat om het matigen, voor het nemen van andere producten in de plaats van. Maak het eten weer bijzonder. Ik ontbeet met veel yoghurt omdat ik dacht dat het goed was, voor mij en voor de boer. Maar nu eet ik veel minder, eet ik deels plantaardig en alleen hele lekkere en verantwoorde, dierlijke yoghurt terwijl het bedrag dat ik uitgeef uiteindelijk hetzelfde is gebleven. Deze bewustwording is niet alleen goed voor de planeet, maar ook voor de gezondheid van mensen. Ik ben achttien kilo afgevallen.” Maar hoe krijg je nu de massa mee? “Daar heb je goede marketeers voor nodig. Hoe help je mensen wezenlijk te veranderen? Ik ben van origine opgeleid tot tandarts, en ook daar leer je mensen om via nudges en tiny habits hun gedrag positief aan te passen. Als je niet zorgt voor persoonlijk voordeel en de relevantie niet duidelijk maakt, is de kans klein dat mensen gaan veranderen.” Je bent heel positief, gelukkig.“Dat klopt, uit onderzoek wat we met het Future of Food Insititute doen weten we dat 70 procent wil veranderen. Door een aanpak in zes stappen, kijken we hoe je daar komt in een publiek private samenwerking. Want de oplossingen zijn er, zowel technisch, als wetenschappelijk, als in de praktijk. En door de digitale mogelijkheden komen we steeds makkelijker bij elkaar. Het is een kwestie van samen doen. Het is een andere visie. Hoe krijg ik de belangen van de markt, het land en de consumenten bij elkaar? In de voedselindustrie begint dat goed te gaan en zijn de investeringen te overzien, maar bij huishoudapparaten ligt het prijskaartje anders en is het echt nog veel werk. Maar we moeten om. Het momentum is er nu, en het gebeurt ook!” En aan wie geef je het stokje door?  “Patrick van der Pij. Hij is CEO van Business Models Inc., en heeft het boek Business Model Shifts geschreven, dus kan mooie voorbeelden noemen.”  Benieuwd naar de vorige Keek op de Week met Sander Tideman? Je leest het hier: Leiderschapscoach Sander Tideman vaart op de Dalai Lama: “Niet somber zijn, de wereld gaat veranderen”