Romy de Weert 06 april 2021, 15:53

Milieusector in Nederland groeit: fors meer banen door energietransitie

De toegevoegde waarde van de milieusector groeit. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) laat zien dat de milieusector 2,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp) beslaat. In 2001 was dat 1,6 procent. Daarmee staat Nederland nét boven het Europees gemiddelde van 2,2 procent.

Pexels gustavo fring 4254160 De toegevoegde waarde van de milieusector stijgt. Dit komt mede door de energietransitie. Beeld: Pexels

De milieusector wordt door het CBS omschreven als ‘bedrijven die goederen en diensten leveren die het milieu beheren en beschermen’. Denk hierbij aan boeren in de biologische landbouw, bedrijven die roetfilters maken of ondernemers in de bodemsanering.

Daarnaast vallen bedrijven die 'natuurlijke hulpbronnen in stand houden' onder de milieusector, zoals recyclebedrijven. Ook ondernemingen die schonere en efficiëntere ontwikkelingen stimuleren zoals de productie van elektrische voertuigen of energiezuinige gebouwen, maken deel uit van deze sector.

Energietransitie

De waarde van dit soort bedrijven is gestegen, waardoor de milieusector meer waard is dan ooit. In 2001 was de sector 1,6 procent van het bbp. In 2019 steeg dat naar 2,3 procent en het CBS verwacht dat de sector afgelopen jaar 2,4 procent deel uitmaakte van het bbp. Een stijgende lijn, maar is deze toename wel genoeg om de klimaatdoelen in het Parijsakkoord te halen?

Peter Hein van Mulligen, econoom bij het CBS denkt van wel. "Qua CO2-uitstoot doet Nederland het niet zo goed en bungelen we onderaan, maar het kan alleen maar beter gaan", verwacht van Mulligen. Er wordt volgens hem veel ingezet op de energietransitie. "De overheid geeft subsidies voor duurzame projecten en de prijs van zonne- en windenergie wordt lager. Het is dus steeds rendabeler om hernieuwbare energie te gebruiken."

Lees meer: Duurzame energie zorgt nu al voor tienduizenden extra banen

Het CBS maakt onderscheid tussen ‘milieubeschermingsactiviteiten’ en ‘behoud van natuurlijke hulpbronnen’. Die eerste is in de periode van 2001 tot 2019 met slechts 0,1 procentpunt toegenomen. Het aandeel ‘behoud van natuurlijke hulpbronnen’ is ten opzichte van 2001 verdubbeld. Dit komt volgens het CBS door de energietransitie, want ook de banen in deze sector nemen toe. 

Toename werkgelegenheid

De milieusector zorgde in 2019 voor 148 duizend voltijdbanen –  in 2001 waren dit er 116 duizend. Vooral banen in de sector hernieuwbare energie en energiebesparing namen toe. Het plaatsen van zonnepanelen, windmolens en het isoleren van woningen is volgens het CBS arbeidsintensief werk, waardoor er veel banen vrijkomen. Daarnaast is ook de werkgelegenheid in de sector elektrisch vervoer toegenomen.

Lees ook: Hoe komen we aan meer technici om de energietransitie te versnellen?

Waar staat Nederland?

Hoe doet Nederland het ten opzichte van de rest van Europa? Nederland zit met de 2,3 procent nét iets hoger dan het Europees gemiddelde van 2,2 procent. De Scandinavische landen staan aan de top met Finland als leider. Daar maakt de milieusector 5,7 procent uit van het bbp. Ook Estland, Oostenrijk en Denemarken staan hoog in de lijst. Wie het minder goed doen zijn Ierland, België (beide 0,9 procent) en Malta (1 procent).

Kunnen wij iets leren van de top? "Sommige dingen kunnen we moeilijk overnemen", zegt van Mulligen. "In Scandinavische landen is vaak veel waterkracht beschikbaar, dat hebben we simpelweg niet in Nederland." Wat we volgens van Mulligen wel kunnen leren is het omlaag brengen van de CO2-uitstoot. "Want dat is in Nederland onnodig hoog". 

Lees meer: Amsterdam pompt 78 miljoen in duurzame werkgelegenheid

Corona zorgt voor meer honger en armoede, vooral in Afrika

Daarmee staan de eerste twee Sustainable Development Goals (SDGs) onder druk in Afrikaanse landen onder de Sahara. In deze regio bevinden zich sowieso al de meeste armen en hongerigen op de wereld, maar door covid-19 zijn de problemen nog groter geworden. Hoewel het beteugelen van de pandemie een lovenswaardig doel is, zijn de neveneffecten van maatregelen als extra grenscontroles niet te overzien.Een keer per dag etenOnderzoekers van de Alliance of Biodiversity vroegen boeren en burgers in verschillende Afrikaanse landen naar hun eetpatroon tijdens en voor de pandemie. Gemiddeld at de meerderheid tijdens de pandemie maar twee keer per dag, terwijl drie keer gezond en nodig is. In Oeganda lijken de problemen het grootst; de ondervraagde boeren aten maar een keer per dag.Lees ook: Hoe staat het na vijf jaar met de SDGs?Het gebrek aan eten heeft verschillende oorzaken. Er waren vaak al problemen met voedselzekerheid en armoede, die erger werden. In Kenia komt bijvoorbeeld 15 procent van het eten van buiten het land. Door import- en exportrestricties kwam dat eten niet aan in het land, met grote gevolgen voor de bevolking. Ondertussen hebben boeren het ook zwaar, omdat ze geen buitenlandse arbeiders, zaden of materiaal in kunnen laten vliegen.Een nieuw voedselsysteemDe Alliance noemt in hun onderzoek geen directe oplossingen, maar pleit wel voor een verandering van het voedselsysteem. Nu importeren en exporteren landen volop, terwijl ze in principe ook in hun eigen land de verbouwde waren (zoals bonen) kwijt zouden kunnen. Door kortere leveringsketens neemt de voedselzekerheid toe. Het is dan wel zaak dat de boeren een goede prijs krijgen voor hun waren, anders zou de armoede onder deze beroepsgroep ook weer toenemen.Lees ook: 'Bos in Afrika verdwijnt in angstwekkend tempo'