Marc Seijlhouwer 31 maart 2021, 11:52

Ørsted wil groene waterstof leveren aan Zeeland - als de overheid meewerkt

Het Deense energiebedrijf Ørsted wil een waterstoffabriek van 500 megawatt tot 1 gigawatt bouwen om groene waterstof te leveren aan bedrijven in Zeeland en rond Gent. Een speciaal voor de fabriek gebouwd windpark moet de nodige duurzame stroom leveren. Maar het plan kan volgens Ørsted alleen doorgaan als de overheid meehelpt.

Luchtfoto zeeland Adobe Stock

De komende maanden voert Ørsted samen met bedrijven een haalbaarheidsstudie uit. De waterstof gaat naar allerlei bedrijven, waaronder kunstmestproducent Yara in Zeeland en staalmaker ArcelorMittal in Gent, die een klein deel van de staalproductie met waterstof doet in plaats van met kolen.

Lees ook: Waterstof is onmisbaar, maar geen panacee voor het klimaat

Het is het eerste project van Ørsted voor groene waterstof in deze regio. Het zou passen bij de klimaatdoelen van het kabinet, dat de waterstofeconomie wil stimuleren. Ook de EU heeft in de Green Deal een belangrijke rol weggelegd voor waterstof. Of dat ook betekent dat dit specifieke project subsidie zal krijgen van de overheden, moet de tijd leren.

Groene waterstof in Nederland

Er zijn op dit moment een heleboel plannen voor grote waterstoffabrieken in Nederland. Ze zijn echter allemaal in de ‘verkennende’ fase, met haalbaarheidsstudies en onderzoeken. Concrete, financiële toezeggingen zijn er niet. Dat komt voornamelijk omdat de bedrijven allemaal wachten op steun van de overheid. De productie van groene waterstof is op dit moment namelijk niet rendabel, en kan zeker niet concurreren met de prijs van waterstof gemaakt uit aardgas. Om dit te veranderen moeten er grootschalige groene waterstoffabrieken komen, maar de industrie wil deze niet helemaal zelf financieren.

Ondertussen is de grootste waterstoffabriek in Nederland piepklein: 1 megawatt, bij Veendam in Groningen. Hoewel Ørsted dus mooie plannen heeft voor een fabriek die maar liefst duizend keer meer vermogen aankan, zijn er nog een hoop horden te nemen voor het zover is. Net zoals de plannen van Shell, van de havens van Rotterdam en Amsterdam en van Tata Steel.

Lees ook: 'Waterstof concurreert in 2030 met aardgas'

“Cono heeft geen efficiënte fabriek, maar een klimaatneutrale kaasmakerij”

Cono Kaasmakers is vooral bekend van Beemster Kaas, maar heeft ook nog een aantal andere kaasmerken, zoals Stompetoren. Qua volume is Cono een kleine coöperatie van melkveehouders, verantwoordelijk voor ongeveer 5 procent van de zuivelproductie in Nederland.  Kleine speler in de markt “Vergeleken met wereldspelers als het Nederlandse Friesland Campina en het grote Nieuw-Zeelandse Fonterra zijn wij maar een kleine speler”, zegt Cono-directeur Wim Betten. “Maar dat betekent niet dat we voor ze onder doen. Integendeel, wij proberen het goede voorbeeld te geven. Als Fonterra zegt dat ze onder de indruk zijn van ons duurzaamheidsprogramma, dan ben ik daar trots op!” Duurzaamheid is voor Betten een strategische noodzaak. “Onze missie is ervoor te zorgen dat we als coöperatie kunnen blijven voortbestaan. Daarvoor moeten we een goede melkprijs voor de veehouders realiseren. Een melkprijs, die onze boeren in staat stelt om te investeren in duurzaamheid. En een duurzaam product is een onderscheidende voorwaarde om een goede prijs te kunnen vragen.”  Duurzaamheid en dierenwelzijn De meeste kaas die in de supermarkt wordt verkocht is naamloze bulkkaas, terwijl Cono kazen onder merknaam verkoopt. “Onze kaas duur? Tja, als de consument iets wil, dan moeten ze er ook iets voor over hebben. Wij kiezen niet voor de goedkoopste productie. Wij kiezen voor duurzaam en dierenwelzijn. Wij willen zo dicht mogelijk bij de natuur blijven. Wij hebben geen kaasmakerij, die is ingericht op de hoogste efficiency, maar op kwaliteit en duurzaamheid. Wij hebben geen fabriek, maar een kaasmakerij.” Die kaasmakerij is de eerste klimaatneutrale kaasmakerij ter wereld, gecertificeerd door Climate Neutral Group. Het gasverbruik is per kilo ingenomen melk tussen 2017 en 2019 gedaald met 29 procent. In diezelfde periode werd het elektriciteitsverbruik in de kaasmakerij met respectievelijk 22 procent teruggedrongen.  “We hebben een minimaal energie- en waterverbruik. We gebruiken groene stroom. Maar eerlijk is eerlijk, we hebben wel nog een gasketel staan. Die hebben we nodig. Daar is nog geen goed alternatief voor. Dus dan ga je compenseren, door bomen te planten en certificaten te kopen. De opbrengst van die certificaten wordt geïnvesteerd in duurzame initiatieven.”  Caring Dairy-programma  Cono ontwikkelde in 2008 al samen met Ben & Jerry’s het Caring Dairy-programma. “We formuleren elke vijf jaar duurzame doelen binnen verschillende thema’s, van biodiversiteit en dierenwelzijn tot landschapsbeheer en duurzame energie. Vervolgens belonen we onze leden met een premie wanneer zij daarmee aan de slag gaan”, legt Betten uit.  “Leden mogen zelf bepalen hoe ze daar invulling aan geven. De één zet bijvoorbeeld meer in op duurzame energie (ruim 30 procent van onze leden wekt inmiddels duurzame energie op), de ander juist op biodiversiteit. Zo ontstaat een continue verbeterproces, waardoor we aan de lopende band duurzame winst kunnen boeken.” Betten lepelt de duurzame initiatieven moeiteloos op. “We willen geen genetisch gemodificeerd veevoer dat vanuit Brazilië wordt ingevoerd. Onze boeren gebruiken alleen niet-genetisch gemodificeerd veevoer, dat zoveel mogelijk uit de eigen regio komt. Dat past in het kringloopbeleid van minister Schouten.” In het nieuwe duurzaamheidsprogramma, dat dit jaar werd geüpgraded, is energieverbruik een centraal thema. Ook is Cono druk met innovaties op het gebied van duurzame verpakkingen. “Het kost wel tijd om 100 procent biologisch afbreekbare verpakkingen te realiseren. We maken stapsgewijze verbetering, waarbij het behoud van de productkwaliteit essentieel is.” Doorzetten van duurzame investeringen essentieel  De impact van de coronacrisis is merkbaar, Beemsterkaas zit immers ook op de broodjes die op vluchten van KLM worden geserveerd, maar Cono zelf is niet midscheeps geraakt. “De afzet naar hotels en restaurants is natuurlijk minder. En mensen eten niet meer in het bedrijfsrestaurant, maar ze nemen thuis wel weer vaker een broodje kaas. Per saldo zit het volume op hetzelfde niveau, maar de prijzen zijn wel lager.” De lagere prijzen zetten druk op de bedrijfsvoering, geeft Betten aan, zoals hij dat ook bij ondernemers in andere sectoren ziet. “Als er minder geld in de portemonnee zit, geef je je euro dan nog uit aan duurzame initiatieven? Als ik naar de BV Nederland kijk, dan vind ik dat we niet moeten doorschieten in de negatieve spiraal. We moeten niet in een kramp schieten. Cono gaat in ieder geval gewoon door met alle duurzame ontwikkelingen. We hebben een weg ingeslagen met duurzaamheid en dierenwelzijn als kompas, en daar blijven we op koersen. Die richting is heel duidelijk.”   Het doorzetten van duurzame investeringen is belangrijk, betoogt Betten, want als het gaat om CO2- en stikstof-emissies, dan staat de boer bovenaan. “Met iedere verbetering realiseren we dus impact.” De roep om krimp van de landbouwsector, en dan met name de veestapel, valt bij Betten niet in goede aarde. “Minder boeren? Mensen moeten zich wel realiseren dat dit een vitale sector is. Mensen moeten gevoed worden. Melk, kaas en boter is gewoon nodig.”  Bedrijven moeten hun eigen verantwoordelijkheid nemen, maar de overheid kan sturen en stimuleren. Betten: “Ik zou het mooi vinden als de overheid met de miljarden van het herstelfonds ook initiatieven gaat steunen, die bijdragen aan het realiseren van de klimaatafspraken die we met elkaar hebben gemaakt in Parijs.”