Romy de Weert 15 november 2021, 12:07

Bedrijfsleven maakt mooie duurzame beloftes, maar strategieën en budgetten blijven achter

Ondanks de belofte om te verduurzamen, zijn er nog weinig bedrijven die daadwerkelijk haast maken met dit streven. Ambities worden zo ver doorgeschoven dat de haalbaarheid in gevaar komt, en strategieën en budgetten ontbreken, blijkt uit onderzoek van South Pole, projectontwikkelaar en leverancier van klimaatoplossingen. Wat kun je als bedrijf wél doen?

Adobe Stock 239145779 Grondstoffen worden mede door klimaatverandering steeds schaarser. Door als bedrijf CO2 neutraal te worden beperk je het risico op grondstoffen schaarste. | Credits: Adobe stock

Het bedrijfsleven wil wel verduurzamen, maar voorlopig blijft het vooral bij beloftes zonder strategieën en budgetten. Dat blijkt uit een onderzoek van South Pole, dat naar de duurzaamheidsstrategieën vroeg bij zo’n 200 bedrijven wereldwijd. Bijna de helft van de ondernemingen geeft aan dat ze net zero emissiedoelstellingen hebben vastgesteld, wat neerkomt op het streven om CO2-neutraal te worden. Volgens South Pole zijn die beloftes in veel gevallen niet wetenschappelijk onderbouwd en nauwelijks realistisch. In zestig procent van de gevallen moet dit streven pas na 2040 zijn gerealiseerd, of is er niet eens een jaartal op de ambities geplakt.

Claims onder een vergrootglas

In Nederland heeft nog geen tien procent van de Nederlandse ondernemingen de net zero emissiedoelstellingen vastgesteld, concludeert René Groot Bruinderink, Head Climate Solutions Nederland van South Pole. Volgens Groot Bruinderink komt dat omdat duurzaamheidsclaims steeds vaker onder een vergrootglas komen te liggen. “Bedrijven worden voorzichtig. Als ze dan een claim doen, dan kunnen ze ervan uitgaan dat die wordt beoordeeld.”

Om net zero te worden, moet je als bedrijf voldoen aan het Science Based Targets initiatief. Dat zijn doelstellingen die in lijn zijn met het Parijsakkoord. “Die Science Based Targets worden met de tijd strenger, en dat betekent dat het moeilijker is om die doelstellingen te behalen. Dat moet je durven als CEO, maar dan zie je hier wat Nederlandse terughoudendheid.”

Verduurzaming vanuit consumenten

Opvallend is dat bedrijven de druk om te verduurzamen voornamelijk voelen vanuit consumenten. Inmenging van de overheid wordt nauwelijks als drukmiddel ervaren. “In de Verenigde Staten en Engeland zijn bijvoorbeeld wel veel bedrijven die claims maken en realistische doelstellingen hebben”, ziet Groot Bruinderink. “En als steeds meer bedrijven die claims maken, dan komt er concurrentiedruk, waardoor je ziet dat bedrijven samen aan de slag gaan. Dat is het mooie hieraan: de hele waardeketen moet mee, en door die concurrentie krijg je een versnelling.”

Die echte druk komt volgens Groot Bruinderink vanuit concurrentie, maar ook vanuit klanten en leveranciers. “De marktwerking zorgt dat bedrijven deze stappen zetten voor hun eigen bestaansbehoud en de toekomst.”

Wat moet er gebeuren?

Om ervoor te zorgen dat het bedrijfsleven in Nederland meer doelgerichte strategieën en ambities maakt, moeten er volgens Groot Bruinderink een paar dingen gebeuren. Zo zou de overheid een rol moeten spelen bij het verzorgen van een versnelling bij grote ingrepen, zoals het verduurzamen van de woningbouw of bij de zware industrie. “Dat zijn dusdanig grote infrastructurele projecten, die het bedrijfsleven niet alleen kan verduurzamen. Daar moet de overheid een rol in spelen.”

Daarnaast kan de overheid eisen stellen aan bedrijven om bijvoorbeeld transparanter te zijn. “Ook kan de overheid bijdragen door vergunningen voor duurzame projecten sneller te verstrekken, en door subsidies of fondsen open te stellen die innovatie en samenwerking stimuleren.” Ook ziet Groot Bruinderink kansen voor de overheid om CO2 te beprijzen. “Dat bestaat nu wel voor de grote en zware industrie, maar we zien steeds vaker dat bedrijven vragen naar lokale projecten waar CO2-credits gegenereerd worden op kleinere schaal. Maar hier in Nederland is daar weinig ruimte voor en het is relatief duur.”

Wil je meer weten over duurzaamheid in het Nederlandse bedrijfsleven? Blijf ons volgen en ontvang iedere dag het laatste nieuws.

Toch ligt er ook een grote taak bij het bedrijfsleven zelf. “Bedrijven moeten zich realiseren dat verduurzaming een soort garantie is richting de toekomst om als bedrijf bestaansrecht te hebben”, zegt Groot Bruinderink. “Daarmee voorkom je risico’s van veel hogere CO2-emissieprijzen in de toekomst. Door CO2-neutraal te zijn werk je aan je eigen toekomst. Het is namelijk ook een manier om risico’s voor het bedrijf zelf te verminderen, zoals risico’s door grondstoffen schaarste. Bedrijven vragen zich af of de kosten van het reduceren van emissies wel de moeite waard zijn, maar wat zijn de kosten als klimaatverandering doorzet? Wat zijn de kosten als je zaken moet repareren of opnieuw moet opbouwen? Die kosten zijn gigantisch.”

National Sustainability Congres

CEO’s van grote bedrijven, zoals Friesland Campina, Eneco, Havenbedrijf Rotterdam, Nederlandse Spoorwegen, Compass Group Nederland, Randstad en Vebego zijn aangehaakt bij UN Race to Zero en ondertekenden het Science Based Targets Initiative tijdens het National Sustainability Congres afgelopen vrijdag. Volgens Groot Bruinderink is het een stap in de goede richting. “Je steekt als bedrijf je hand in het vuur. Daarmee laat je aan klanten, concurrenten en aandeelhouders zien dat je dit pad gaan bewandelen.”

De Nederlandse industrie kan veel groener worden dan we dachten

Er zijn maar weinig plannen concreet, of terug te voeren op individuele bedrijven. Maar de zes industrieclusters die Nederland kent hebben collectief grote plannen. De uitstoot zou in 2030 31 megaton (miljard kilo) lager moeten zijn dan nu. Dat is een aanzienlijk grotere ambitie dan het kabinet opstelde in het Klimaatakkoord van 2019; daarom hoefde de uitstoot van de industrie met slechts 19 megaton te dalen. Ter vergelijking: in 2020 was de uitstoot 53,5 megaton. CO2 in de industrie Dat de industrie zoveel meer ambitie laat zien dan de overheid, toont aan dat de sector wel degelijk weet hoe de uitstoot omlaag kan. Chemie en industrie geldt als hoofdpijndossier in de klimaatkwestie, omdat veel processen om warmte vragen. En warmte opwekken zonder fossiele energie is lastig. Ook zijn er veel bedrijven die fossiele materialen als grondstof gebruiken. Denk aan de kunstmestproductie, een belangrijke bron van uitstoot. Een groot deel van de uitstootreductie hangt op de introductie van groene waterstof. Met groene stroom kun je waterstof maken zonder uitstoot, die je als alternatief voor aardgas kan gebruiken. Ook het afvangen van CO2 bij de schoorstenen speelt tot 2030 een belangrijke rol. Beide technieken vragen om nieuwe infrastructuur, en die moet zo snel mogelijk worden aangelegd om de reductie te bewerkstelligen. Volgens het PBL moet de overheid helpen met vergunningen en planning van de grote infra-projecten, om zeker te weten dat er niet te veel tijd zit tussen de bouw van een waterstoffabriek en de aanleg van pijpleidingen om het waterstof te vervoeren. Subsidie voor waterstof Naast infrastructuur speelt financiering vanuit de overheid een belangrijke rol. Groene waterstof is nu nog veel te duur en ook het afvangen van CO2 vraagt om (te) grote investeringen. Bedrijven kijken daarom massaal naar Vadertje Staat, die met subsidies de industrie groener moet maken. Het is de vraag in hoeverre dat zal gebeuren; mogelijk zal het nieuwe kabinet alleen subsidie geven om de eigen klimaatdoelen voor de industrie te halen. Zelfs als de infrastructuur en financiering op orde is, zal verduurzaming niet makkelijk zijn. Grootschalige productie van groene waterstof vraagt om veel groene stroom. De elektriciteitsbehoefte van de industrie verdubbelt tot 2030, aldus de doorrekening van het PBL. 40 procent van die stijging komt door groene waterstofproductie. De rest komt door de elektrificatie van processen die nu nog met fossiele brandstof werken. En het afvangen van CO2, de andere pijler onder de mogelijke uitstootvermindering? Er zijn vraagtekens te plaatsen bij de effectiviteit van de techniek, zoals wij eerder al analyseerden. Toch is het onvermijdelijk dat er CCS-projecten komen; anders zou CO2-reductie op korte termijn onmogelijk worden.