Eline Teunissen 07 januari 2021, 11:34

Bedrijven kunnen duurzamer worden door te ontdekken waar werknemers écht om geven

Hoe zorg je als bedrijf dat je medewerkers betrokken zijn bij duurzame ontwikkelingen? Studenten Business Innovation van de Avans Hogeschool bedachten een workshop om de werknemers te betrekken. Door te kijken welke ontwikkelingsdoelen (SDGs) iemand belangrijk vindt, kun je mensen makkelijker meenemen in een duurzame transitie.

Change the game foto

Stephanie Smarius, Tess van Rooij, Noa Stevens en Sascha Denissen staken veertien weken de koppen bij elkaar om een workshop te maken voor bedrijven die duurzamer willen worden. Het resultaat heet 'Change The Game'.

Duurzaamheid op een voetstuk

De workshop is een manier om medewerkers te betrekken bij de duurzaamheidstransitie, vertellen Smarius en Van Rooij. Daarbij staan duurzaamheid en de transitiedoelstellingen van het bedrijf in de spotlight. Na de workshop krijgt het bedrijf een roadmap mee naar huis; wat doe je morgen, over een half jaar en over een jaar?

Lees ook: Werknemers hebben vaak grotere duurzame ambities dan werkgevers

Van Rooij: “Ik denk dat iedereen duurzaamheid en innovatie inmiddels op een voetstuk heeft staan. Met onze workshop en de roadmap die daaruit voortkomt, hopen we dat bedrijven echt actie ondernemen om nog duurzamer te worden. We willen de dagelijkse routine doorbreken en zo bedrijven nog een stap duurzamer maken.”

Hoe kies je onbewust een SDG?

Van Rooij: “Ons grootste doel was het onbewust koppelen van medewerkers aan een SDG. Uit ons onderzoek bleek dat bij veel bestaande workshops een deelnemer zelf een SDG uitkiest. Maar wij hadden het vermoeden dat een onbewuste keuze uiteindelijk meer affiniteit met de doelstelling zou opwekken. Dit bleek ook zo te zijn in onze workshop.”

 “We wilden een echte breinbreker creëren. Na lang wikken en wegen kozen we voor dilemma’s als aftrap van de workshop. Met impactvragen wilden we zo veel mogelijk medewerkers betrekken. Met een dilemma wil je geen van beide antwoorden kiezen. Door het toch steeds te doen, kom je erachter om welke SDG je het meest geeft,” vertelt Smarius.

Een voorbeeld van zo’n dilemma gaat als volgt: stel, je hebt tweehonderd euro per maand te besteden. Eén van je kinderen is ongeneeslijk ziek en je kan van het geld medicijnen kopen. Maar je moet ook je gezin voeden. Kies je voor je zieke kind of voor eten voor het gezin? Een andere vraag: je vriendin ging op sollicitatie, maar werd niet aangenomen. Komt dat (A) doordat ze een hoofddoek draagt, of (B) omdat ze een vrouw is?

Doelstelling is een persoonlijke keuze

Aan de twee antwoorden in de dilemma’s zitten SDGs gekoppeld. Door steeds je persoonlijke voorkeur op te geven, kom je uiteindelijk uit op een SDG die je dus onbewust hebt gekozen.

De aftrap van de workshop deden de vier voor IT-bedrijf Simac IT NL. Waar bleek dat er, naast de persoonlijke onbewuste voorkeuren, ook nog eens een duidelijke algemene voorkeur was: Leven op het Land, SDG 15, kwam het meest voor. “Zo’n overkoepelende SDG is uiteindelijk het meest effectief in de duurzaamheidsdoelstellingen van een bedrijf. Medewerkers willen zich hard maken voor de SDGs waar zij zich aan verbonden voelen. Als je die gebruikt in je bedrijfsdoelstelling, dan voelen werknemers zich gehoord.”

Lees ook: Groeiende bedrijven geven advies over duurzaam ondernemen

Groter op de kaart

De workshop is een vervolg op een eerder uitgevoerde bedrijfsscan van DeltaZuid, een communicatieadviesbureau. Zeven weken lang onderzochten de studenten de SDGs en stelden ze een businessplan op. Daarna werkten ze de workshop in nog eens zeven weken uit.

Wat de volgende stappen zijn? Smarius: “We willen onszelf groter op de kaart zetten. We hebben in al die weken voorbereiding en tijdens de workshop gemerkt dat we een goed team zijn; we weten wat we waard zijn.”

Beeld: eigen foto's

Onderzoek van TNO: een geëlektrificeerde industrie in 2050, wat is hier voor nodig?

De resultaten van het onderzoek presenteerde TNO tijdens een webinar. “Het mooie is dat zon en wind uit de lucht komen vallen, maar dat geldt natuurlijk niet voor de elektrificatie zelf”, vertelt Olof van der Gaag, directeur van de NVDE. “Elektrificatie kan alleen gerealiseerd worden als de businesscase rond is. Daarvoor hebben we beleidsinstrumenten nodig.”Voor 2030 streeft de Nederlandse overheid naar een opschaling van het aanbod hernieuwbare energie van 18 TWh naar 84 TWh. Volgens schattingen van het Planbureau voor de Leefomgeving zou daarmee ongeveer 70 procent van de elektriciteitsvraag voortkomen uit wind en zon.Uitdagingen voor de industrieVoor het onderzoek identificeerde TNO een aantal belemmeringen voor elektrificatie van de industrie tot 2030. De voornaamste is de grote variabiliteit van elektriciteitsprijzen, waardoor elektriciteit in wezen een risicovol product is. Daarnaast bestaat er nog steeds een kostenverschil tussen elektriciteit en aardgas, die de huidige CO2-prijs op het moment niet overbrugt. Een andere grote uitdaging: is er in 2030 voldoende hernieuwbare elektriciteit? Daartegenover staat dat de vraag naar groene stroom evenredig moet stijgen, anders is er geen businesscase voor energieprojecten.Lees ook: Afspraken overheid en industrie leiden niet tot meer energiebesparingEconomische instrumentenTNO onderzocht verschillende economische instrumenten die deze belemmeringen kunnen opheffen. Een oplossingsrichting voor de schommelende elektriciteitsprijs zijn Contracts for Difference (CFD). Met een CFD kan een marktpartij prijsrisico afdekken, door een koper van hernieuwbare elektriciteit te compenseren als de prijs te hoog is. Omgekeerd betaalt de koper de marktpartij als de elektriciteitsprijs lager dan afgesproken uitvalt.Om aan te sturen op een balans tussen vraag en aanbod stelt TNO een borgingsmechanisme voor CO2-vrije elektrificatie voor. Hier doelen de onderzoekers op een landelijke subsidieportefeuille die ervoor zorgt dat elke TWh extra vraag naar hernieuwbare stroom zorgt voor eenzelfde stijging aan de aanbodkant. Zo kan er binnen de bestaande SDE-subsidie gekozen worden om gelijke hoeveelheden subsidie uit te keren voor elektrificatie van de industrie en de opwek van duurzame energie.Lees ook: Tata Steel Nederland investeert 300 miljoen euro om milieuoverlast te verminderenSilver bullet bestaat nietHet is slechts een greep uit de voorgestelde oplossingen die TNO heeft verkend. “Natuurlijk hoop je op een eenduidige oplossing, maar we weten inmiddels allemaal dat er niet zoiets bestaat als een silver bullet voor de decarbonisatie van de maatschappij”, zegt Van der Gaag. Naast de bovengenoemde instrumenten ziet TNO ook nog mogelijkheden voor een uitbreiding van het wettelijke kader voor wind op zee, waardoor projecten sneller ontwikkelt kunnen worden. Ook is aandacht besteed aan een flexibele kostencomponent die meer spreiding op een overbelast net kan veroorzaken.Rapport als aanzet tot routekaartNaast NVDE ontving ook Rob Kreiter, directeur van de TKI Energie en Industrie het rapport. “Het onderzoek van TNO biedt ons handvatten om invulling te geven aan de routekaart die we maken voor elektrificatie van de industrie naar 2030 en 2050”, vertelt Kreiter. Kreiter benadrukt dat waarschijnlijk niet alle stappen direct tot een CO2-reductie leiden. “We kunnen er niet vanuit gaan dat alle stappen in deze transitie een incrementele vooruitgang bieden. Maar het doel is helder: een geëlektrificeerde industrie op basis van schone energie in 2050.”Naar verwachting wordt de routekaart elektrificatie eind maart gepresenteerd. Bekijk het volledige rapport van TNO hier.Bron: TNO | Beeld: Adobe Stock