Roy op het Veld
Roy op het Veld
16 december 2020, 22:46

CEO Gert Kroon van Arcadis: “Wij tonen aan dat duurzame projecten een rendabele businesscase opleveren”

Arcadis heeft zijn eigen bedrijfsvoering klimaatneutraal gemaakt. Dat verschaft het advies- en ingenieursorganisatie de geloofwaardigheid om ook zijn opdrachtgevers duurzame keuzes te laten maken. “Bedrijven met een heldere duurzame agenda worden hoger gewaardeerd op de beurs. Dat is waar het oude denken aansluit op de nieuwe realiteit.”

Kroon gert 007hrkl

“We zijn al een klimaatneutraal bedrijf”, zegt Gert Kroon, CEO van Arcadis. “Het laatste stukje CO2-uitstoot compenseren we nog via carbon credits. De ambitie is om in 2030 daadwerkelijk klimaatneutraal te zijn, zodat we niet meer hoeven te compenseren. We willen naar nul uitstoot.” 

Klimaatneutraal  

Arcadis is er hoofdzakelijk in geslaagd om klimaatneutraal te worden door de mobiliteit te verduurzamen. Het elektrificeren van de vloot van leaseauto’s is daar een belangrijk onderdeel van. Kroon: “Vervolgens moet je wel nog zorgen dat alle stroom, die de auto’s verbruiken, groen wordt opgewekt.”  

Het verplaatsen van kantoren in de buurt van treinstations hielp ook mee om duurzamere mobiliteit te verwezenlijken. De tweede maatregel, die gewicht in de klimaatschaal legt, is dat een aantal kantoorgebouwen van Arcadis van het gas is afgehaald. “De kantoren, waar we als enige huurder zitten, verwarmen we nu bijvoorbeeld met aardwarmte en we gebruiken er groene stroom. In gebouwen waar we met anders huurders zitten, is dat wat lastiger te organiseren.”  

De duurzaamheid van de eigen bedrijfsvoering is belangrijk voor Arcadis, maar de grootste impact bereikt het bedrijf met projecten, die het voor zijn opdrachtgevers uitvoert. “We doen tienduizend projecten per jaar. De grootste impact die we kunnen bereiken, is om die projecten duurzamer te maken. Maar daarvoor moet je zelf wel duurzaam zijn, anders ben je niet geloofwaardig”, meent Kroon.  

Duurzaamheidsagenda  

Als Arcadis in gesprek gaat met klanten, dan vraagt het bureau meteen welke ambitie de opdrachtgever heeft. “Is er een duurzaamheidsagenda? Daar gaan we over in gesprek. Vaak kijken we dan samen hoe we die agenda in het project gerealiseerd kunnen krijgen.” Soms geeft Arcadis de opdrachtgever daar nog een extra zetje bij, vertelt Kroon: “Toen Prorail het treinstation in Eindhoven onder handen wilde nemen, misten we plannen om er meteen groene stroom op te wekken. Prorail dacht dat het niet kon vanwege de monumentenstatus van het gebouw. Dus toen zijn wij met een ontwerp gekomen dat rekening hield met de status, maar ook zonnepanelen mogelijk maakte.” 

Ook met het aanleggen van wegen zoekt Arcadis naar de meest duurzame oplossingen. “Kunnen we geen weg bedenken, die energie oplevert? Asfalt is een donkere massa, die veel energie opslaat als de zon schijnt. Als je die warmte oogst, kun je dat mogelijk weer omzetten in elektriciteit, waarmee je diezelfde weg kunt verlichten.” 

Voor Kroon is het niet belangrijk wat klanten motiveert om duurzame keuzes te maken. “Op dit moment realiseren zich heel veel klanten dat ze met duurzaamheid kunnen profileren. Bedrijven met een heldere duurzame agenda worden hoger gewaardeerd op de beurs. Dat levert waarde op. Gelukkig kunnen wij vaak aantonen dat een duurzaam project een rendabele businesscase oplevert. Dat is waar het oude denken aansluit op de nieuwe realiteit.”  

Missie  

De missie van Arcadis wortelt in de 19de eeuw, toen de Heidemij werd opgericht om ‘iets te doen aan de slechte omstandigheden op het platteland’. Door het cultiveren van de woeste gronden werd het leefklimaat verbeterd. “Tegenwoordig verbeter je de kwaliteit van leven als je iets doet tegen klimaatverandering, als je de uitstoot van CO2 reduceert, of als je circulaire productieketens creëert.” De omstandigheden zijn veranderd, maar de missie is feitelijk nog hetzelfde, hoewel die in 2020 in het Engels wordt geformuleerd: ‘improving the quality of life’.  

De CEO van Arcadis is van mening dat het volledige bedrijfsleven mee moet in de transitie om van Europa een volledig klimaatneutraal en circulair continent te maken. “Moeten we nog wel voor Shell werken?, vragen mensen weleens. Natuurlijk kunnen we voor Shell werken, zeg ik dan. We kunnen proberen dat bedrijf te veranderen. Je kunt wel heel radicaal zijn, en bepaalde bedrijven uitsluiten, maar dan heb je ook geen invloed. Om die reden zitten we ook nog in de wegenbouw. Als er een weg wordt aangelegd, is dat een politiek besluit. Laat ons die weg dan ontwerpen, dan kunnen we er tenminste voor zorgen dat het zo duurzaam mogelijk gebeurt.” 

Arcadis heeft veel overheidsopdrachtgevers, zo’n 70 procent van het totaal. “Die hebben een maatschappelijk belang. We werken bijvoorbeeld veel voor waterschappen. Die hebben de afgelopen jaren de gevolgen van klimaatverandering aan den lijven ondervonden. Ze hebben ons altijd beschermd tegen te veel water, nu denken ze na over hoe ze Nederland kunnen voorbereiden op meer jaren van droogte. We moeten water niet langer zo snel mogelijk afvoeren, maar vasthouden. Daar kunnen wij de waterschappen bij helpen.” 

Investeer in CO2-reductie en circulariteit 

Op de vraag hoe de economie op een groene manier kan herstellen van de coronacrisis, antwoordt Kroon dat hij gelooft in het concept van ‘true pricing’. “Want als je álle kosten toerekent, ook de milieukosten, dan kom je op een hele andere prijsstelling. Dan worden duurzaam geproduceerde producten veel concurrerender.” Dat zou ook voor het midden- en kleinbedrijf, waar veel ondernemers nu in overlevingsmodus verkeren, een oplossing zijn. “Als alle kosten worden meegeteld, dan verdienen duurzame investeringen zich terug. Dan is er een grotere bereidheid om de benodigde investeringen te doen. Daarvoor staat de overheid aan de lat, want die moet niet de arbeid, maar de producten gaan belasten.”  

Als het aan Kroon ligt, zou de overheid moeten besluiten om Nederland op een duurzame manier uit de crisis te investeren. “Investeer in dingen die bijdragen aan de doelen, die we in Parijs hebben afgesproken: CO2-reductie en circulariteit. De huidige fondsen zijn nog te generiek. Hoe specifieker je het geld oormerkt, des te beter het werkt. Als de overheid voor alle bouwprojecten voorschrijft dat er alleen nog maar met circulaire bouwmaterialen gewerkt mag worden, dan breng je wat op gang. Dan daag je ook de mkb-bedrijven uit. Als een mkb’er daarin investeert, dan weet die ondernemer dat hij de komende jaren een opdrachtgever heeft. Dat is belangrijk, want veel mkb’ers zien geen perspectief op dit moment.” 

Hoewel de vergroening van het belastingstelsel en groene investeringen onderdeel zijn van een duurzaam herstel, vindt Kroon dat het bedrijfsleven vooral een eigen verantwoordelijkheid heeft. “Ik ben positief over de interne drive binnen veel bedrijven. Wij zitten als Arcadis in een aantal gremia, zoals de club Anders Reizen, dat een groener mobiliteitsprofiel nastreeft. Je ziet dat nu enorm groeien. Dan hoor je weer tips en tricks hoe andere bedrijven hun mobiliteit vergroenen. Wij hikten bijvoorbeeld tegen elektrisch leasen aan, durfden het niet verplicht te stellen. We wilden mensen niet opzadelen met laadstress. Maar als je hoort hoe concullega’s daar mee omgaan, dan denk je: waarom niet. Daarom gaan wij nu ook onze totale leasevloot elektrificeren.”  

Koppert Cress moet noodgedwongen terug naar grijze energie

Rob Baan voelt zich voor de gek gehouden en is al dagen chagrijnig. Tot 14 december 2020 kon hij zijn cressenkwekerij nog honderd procent duurzaam noemen. Zijn bedrijf won drie jaar geleden de Prijs voor Duurzaamheid en Baan werd dit jaar uitgeroepen tot Agrarisch Ondernemer van het Jaar. Het is uniek dat een bedrijf in de tuinbouw volledig op groene energie draait, want energie is namelijk een van de grootste kostenposten in deze sector. Baan had daar een oplossing voor bedacht: zijn hele kwekerij draaide op groene energie, deels zelf geproduceerd en deels uit Noorwegen, totdat vorig jaar de heffing voor Opslag Duurzame Energie (ODE) werd aangepast. Nu moet Baan 177 procent over zijn energieopslag aan belasting betalen.Lees meer: 'De overheid moet mensen weerbaar maken tegen voedingsindustrie'De tuinbouw is een inventieve sector. “Als slimste jongen van de klas ging ik opzoek naar een honderd procent duurzame energiebron voor mijn kas”, legt Baan uit. Sinds 2011 past hij de warmte-koude opslagtechniek toe. “Het broeikaseffect is een geweldig systeem: als de zon schijnt wordt het enorm warm in de kas. Die warmte slaan we op in het water onder de grond en in de winter gebruiken we deze restwarmte om de kas te verwarmen, zodat de plantjes goed groeien.” De installatie die de warmte omhoog moet pompen kost alleen veel energie, maar ook daar heeft Baan een duurzame oplossing voor: groene stroom uit Noorwegen. “Op deze manier benut je de zon volledig en ben je ‘s winters voorzien van genoeg warmte.”Een belastingheffing van 177 procentDe ODE-heffing is een belasting over de opslag van duurzame energie. De heffing is nu 177 procent, waardoor Baan een rekening van 200.000 euro heeft liggen. “Als je alles groen wil maken, moet je het als overheid niet belasten. Dan wordt het te duur.” Zo ook voor Baan, en daarom heeft hij noodgedwongen zijn minder duurzame energieopwekker, de  warmtekrachtkoppeling, moeten aansluiten. De warmtekrachtkoppeling produceert warmte, energie en CO2, maar gebruikt wel gas. Hoewel de warmte en CO2 efficiënt worden benut is het nog steeds fossiele energie.Baan was trots op wat hij had bereikt. Het kostte een investering van 10 miljoen om het bedrijf honderd procent groen te laten zijn. “Ik was de overheid een beetje voor: ik kwam met deze oplossing, terwijl zij hier nog niet over nagedacht hadden.” Volgens Baan is de heffing na een vrijdagmiddagborrel uit de mouw geschud. “Als de overheid stuurt op duurzame energie, moet je er geen belasting over heffen. Dan maak je het enorm onaantrekkelijk.”Subsidies voor Duurzame EnergieNaast Koppert Cress zijn er nog zo’n 170 andere duurzame tuinbouwbedrijven de dupe van de belastingverhoging. In het verhaal van de ODE’s zijn er vier categorieën. "De eerste bestaat uit consumenten, de tweede zijn kleine bedrijven zoals winkeliers, de derde zijn grotere bedrijven zoals wij, en de vierde zijn nóg grotere bedrijven zoals Shell. De eerste en de tweede categorie hoeven minder te betalen, de derde meer en de vierde betaalt niets. Grote bedrijven hebben een enorme lobby waardoor ze hier goed onderuit komen”, vertelt Baan.Het zit hem dwars dat de ODE-heffing als doel heeft om de kas voor Stimulering voor Duurzame Energie (SDE) te vullen. SDE is een subsidie die groene ondernemers kunnen aanvragen voor een duurzaam project, zoals de bouw van zonnepanelen of windmolens. Deze subsidie komt dus niet uit de kas van de overheid, maar uit de ODE-heffingen. “Shell wil voor een project SDE-subsidie aanvragen, terwijl ik meer moet betalen”, vertelt Baan. Het maakt hem verdrietig. “Als je duurzaam wilt zijn betaal je meer en dat is te overzien. Maar als er ook nog eens een belasting van 177 procent bovenop komt, voel ik me niet serieus genomen.”Lees meer: Energieneutrale kas dankzij transparante zonnecellenBeeld: Koppert Cress