Marc Seijlhouwer 14 juli 2021, 15:59

De EU-plannen voor duurzaamheid komen vandaag. Dit zijn de belangrijkste

In 2030 55 procent minder uitstoot in heel Europa ten opzichte van 1990: dat is het doel van de EU dat ze met de woensdag gepresenteerde plannen wil bereiken. Vooral de transportsector en vervuilende industrieën van staal en cement worden aangepakt. Wij zetten de belangrijkste plannen op een rijtje.

Adobestock europa vlaggen gebouw De EU komt met strengere milieuregels om een grote reductie in 10 jaar te bereiken | Beeld: Adobe Stock
  • Geen benzine of diesel meer in 2035

De grootste schok voor menig ‘petrolhead’: over minder dan 15 jaar mogen auto’s en kleine busjes geen CO2 meer uitstoten. Dat betekent het einde van de fossiele brandstofmotor op diesel en benzine. Dus moeten alle nieuwe wagens snel helemaal elektrisch worden. De meeste autobouwers hebben inmiddels elektrische modellen, en merken als Volkswagen hebben toegezegd zo snel mogelijk volledig over te stappen op elektrische voertuigen.
Toch moet er in korte tijd nog veel gebeuren om het doel niet alleen te halen, maar ook soepel te laten verlopen. Zo moeten er veel meer laadpalen komen door heel Europa: vier miljoen extra. Ook zal de range én het trekvermogen van auto’s moeten toenemen, zodat mensen ook met hun geliefde caravans op pad kunnen. Op dit moment is dat nog lastig met elektrische auto’s.

  • Geen gratis CO-rechten voor staal en cement

De vervuilendste industrieën in Europa moeten snel minder uitstoten. Staal- en cementfabrieken kunnen nu nog voor een groot deel kosteloos CO2 uitstoten omdat deze emissie is vrijgesteld van het emissiehandelssysteem (ETS), de beurs voor broeikasgassen in Europa. Die gratis uitstootrechten vervallen in versneld tempo, om te zorgen dat ook deze sectoren straks minder uitstoten. Ook de luchtvaart zal zich meer aan het handelssysteem moeten houden. De plannen vallen samen met een algemene aanscherping van het ETS, die sinds 2018 is ingezet. Lange tijd was de CO2-prijs veel te laag in dit systeem, maar dat is nu anders. Op weg naar 2030 en 2050 zal CO2 veel duurder worden.

  • Steunfonds voor de achterblijvers

Een hogere CO2-prijs leidt tot hogere prijzen voor consumenten en bedrijven. Dat kan een oneerlijk speelveld veroorzaken – vooral voor landen die nog relatief veel CO2 uitstoten, bijvoorbeeld omdat de stroom uit kolencentrales komt. Om al te grote verschillen in lasten te voorkomen, komt er een fonds van 10 miljard euro per jaar. De verwachting is dat dit geld vooral naar landen in het voormalig Oostblok zal gaan. Dat is ook meteen een punt van zorg voor verschillende partijen in het Europees Parlement. Zij zijn bang dat dit fonds vooral ten goede komt aan die landen, terwijl ook andere partijen het geld goed kunnen gebruiken.

  • CO2-heffing bij de grens

Misschien wel het meest controversiële nieuwe voorstel in de lijst: een CO2-heffing bij de grens van de EU. Op deze manier moet ook de CO2-uitstoot die in het buitenland ontstaat voor in Europa gebruikte goederen belast worden. Het betekent bijvoorbeeld dat Chinees staal duurder wordt, net als Amerikaanse soja. De maatregel werkt op twee manieren: het kan bedrijven buiten de EU dwingen om duurzamer te worden, of het kan de duurzamere bedrijven in Europa aantrekkelijker maken. Op die manier kan dan het Zweedse SSAB, dat werkt aan fossielvrij staal, concurreren met het goedkopere staal uit China.

De Europese plannen moeten nog wel door alle indidviduele lidstaten goedgekeurd worden. Dat kan best lastig worden, omdat een heleboel verschillende partijen bezwaren hebben. Maar de lidstaten hebben de klimaatdoelen voor 2050 onderschreven, en de tussentijdse doelen van 2030 zijn nodig om dat einddoel te halen. Daarom moet er, voor elke afgewezen maatregel, een nieuwe worden bedacht die evenveel CO2-uitstoot voorkomt. Hoe de uiteindelijke klimaatplannen eruit komen te zien wordt de komende maanden dus duidelijk.

PBL: een circulaire economie in 2050 vraagt om meerdere concrete doelen

“Een groot deel van de milieuproblemen zijn verbonden met het gebruik van grondstoffen”, begint Aldert Hanemaaijer onderzoeker van het PBL de digitale persbriefing. “Denk aan de plasticsoep, stikstofnormen en PFAS. Efficiënt grondstoffenbeleid is cruciaal voor het oplossen van maatschappelijke uitdagingen. Het rapport dat het PBL in opdracht van het ministerie van I&W maakte, moet structuur aanbrengen in de politieke en maatschappelijke discussie rond circulariteit. “Doelstellingen hoeven niet in beton te worden gegoten, maar geven wel zekerheid over de langetermijnambitie.Niet denken in CO2-uitstootIn de eerste plaatst pleit het PBL voor een onderscheid tussen doelen gericht op circulair gebruik van grondstoffen en doelen om de ongewenste effecten van grondstoffengebruik tegen te gaan.“In tegenstelling tot klimaatbeleid – waar we vaak praten over CO2-reductie – is de voortgang van de circulaire economie niet in één getal uit te drukken”, zegt Hanemaaijer. “Bij circulaire economie kan je draaien aan verschillende knoppen zoals het verminderen van benodigde grondstoffen, recycling, levensduurverlenging of de vervanging van een eindige grondstof voor een hernieuwbare.” De verschillende strategieën voor grondstoffenverbruik dragen op hun beurt weer bij aan het verminderen van klimaatverandering, milieuvervuiling en het verminderen van biodiversiteitsverlies en leveringsrisico’s.De gemeente Apeldoorn zet stappen in de circulaire economie. Het maakt een database gekoppeld aan een marktplaats voor materiaal in de openbare ruimte.Impact levenscyclus productVerder adviseert het PBL doelstellingen te richten op hele productgroepen, in plaats van op een grondstof of materiaal. Hanemaaijer: “Als je focust op circulariteit, wil je kijken naar de effecten van de hele levensduur van een product. Een energiezuinig apparaat kan best een CO2-besparing opleveren in gebruik, maar voor grondstofgebruik slecht scoren. Daarom is het zo belangrijk om de hele keten te bekijken.”Tekort aan zeldzame metalen dreigt. Wat kunnen Nederland en Europa doen om leveringsrisico’s te beperken?Elektronica en kledingIn Nederland maken we onderscheid tussen een aantal transitiethema’s voor de circulaire economie, zoals de maakindustrie, consumentengoederen en kunststoffen. Het PBL raadt als eerste stap aan om doelen op te stellen voor ‘relevante’ productgroepen uit deze thema’s, zoals kleding, metaal of elektronica. Een aanpak die volgens Hanemaaijer kan helpen is om de stand van techniek als maatstaf te nemen. “Kijk naar wat op dit moment de best beschikbare technologie is voor grondstofgebruik, en maak daar de norm van.” Wie deze doelen moet gaan opstellen blijft nog onduidelijk. "De bal ligt nu bij I&W", zegt Hanemaaijer.