Anna Roos van Wijngaarden 17 mei 2023, 15:45

Generatie Groen: ‘Ik wil werken op een plek waar we constant aan duurzaamheid denken’

De jongere generatie stelt hoge eisen aan de duurzame ambities van hun werkgever. Wat maakt een groene werkgever aantrekkelijk? Waar worden Millennials en Gen Z’ers enthousiast van? Waar haken ze op af? In Generatie Groen verkennen we de visie van duurzaam gedreven young professionals. Deze week: Laura Ghițoi (25), communitymanager bij B Corp hotel en co-working space Zoku.

Generatie Groen versie 1 In Generatie Groen verkennen we de visie van duurzaam gedreven young professionals. Deze week: Laura Ghițoi (25), communitymanager bij B Corp hotel en co-working space Zoku.

Wat bracht je bij dit duurzame bedrijf?

“Zoku was de eerste hospitality B Corp in Nederland en we zijn onlangs opnieuw gecertificeerd. Dat was voor mij heel aantrekkelijk. ‘B Corp’ stond echt op mijn wensenlijstje toen ik op zoek was naar een baan. Misschien is het een generatiedingetje, maar als ik meer dan 40 uur met mensen ga samenwerken, wil ik ook zo dicht mogelijk bij de missie en visie gaan zitten.”

Laura Ghițoi is communitymanager bij Zoku. | Credit: Zoku

Hoe draag jij binnen jouw functie bij aan duurzaamheid?

“We kunnen het gaan hebben over alles wat we doen om onze uitstoot te verminderen – van plantaardig koken tot het feit dat het gebouw wordt aangedreven door zonne- en windenergie, maar ik vind het vooral gaaf dat we ons sterk op social impact richten: we willen eenzaamheid aanpakken. Dat kun je helemaal uit de context trekken (je bent toch een hotel – moet je niet gewoon bedden verkopen?) tot je het van dichtbij ziet. Als je voor een lange tijd naar een nieuwe stad reist, merk je op termijn vaak dat je toch steeds terugkomt naar dezelfde hotelkamer en niet echt mensen kent. Dat kan een heel isolerende ervaring zijn. Ik sta met die mensen in contact. Ik ben hier zelf ook komen wonen toen ik nog niemand kende en moest het allemaal zelf uitzoeken en mijn eigen sociale netwerk helemaal opnieuw opbouwen. It hits home.

We merken het trouwens ook bij remote en hybride werkende zzp’ers, vaak ondernemers. Deze mensen zoeken ook een community en willen dat iemand ze kent. Ze willen niet langer zo’n anonieme laptoppersoon zijn. Daarom organiseer ik bijeenkomsten voor hen, zoals een Zweedse Fika, workshop meditatie of feest op vrijdagavond. Stel dat twee mensen allebei geïnteresseerd zijn in een bepaald type jazz, dan is dat een heel mooi startpunt om elkaar te ontmoeten. Het geeft veel voldoening en ik denk dat ik daarom hou van wat ik doe.”

Kun je een voorbeeld voor de geest halen waarin je dat sterk voelde?

“Een van mijn meest dankbare momenten was het organiseren van een feest voor de mensen die dat jaar bij ons logeerden. Ik werd benaderd door bezoekers uit de covidtijd die er dolgraag bij wilde zijn. Na het feest kwamen leden naar me toe en ze vertelden me: dit was zo’n goed feest, het deed me beseffen dat ik als ondernemer nog nooit een kerstfeest op kantoor heb gehad en ik realiseer me nu pas hoe graag ik het wilde.”

Zou je hierna nog voor een niet-duurzame werkgever willen werken?

“Op de lange termijn niet, nee. Als ik mezelf de vraag stel waarom ik blijf, is dat omdat ik mezelf identificeer met de missie en waarden van het bedrijf. Ik wil werken op een plek waar mensen voor mij en elkaar zorgen, waar we mensen aanmoedigen om initiatief te nemen zonder 17 keer om toestemming te hoeven vragen. Als je iets ziet waar je iets aan kunt doen, dat je dat mag doen. Ik wil werken op een plek waar we constant aan duurzaamheid denken.”

Meer over de arbeidsmarkt:

Duurzame verfbibliotheek voor kleding is in de maak

De Dyestuff Library moet het gebruik van schadelijke chemie, maar ook water en energie drastisch terugbrengen door alternatieven in de spotlight te zetten. Stapsgewijs zullen vijftien innovatieteams worden begeleid in het doorontwikkelen van hun technologieën. Die oplossingen staan niet meer in de kinderschoenen, maar ze moeten nog door de teststraat om te zien of ze voldoen aan industriestandaarden. Pas dan zijn ze klaar voor commercieel gebruik.Tier 2 aanpakken De productie van textiel wordt opgedeeld in vier fases, Tier 4 tot en met 1. Uit onderzoek van de World Resources Institute (WRI) and the Apparel Impact Institute (Aii) blijkt dat Tier 2 op dit moment de meeste milieuproblemen oplevert. Die overwegend natte verwerkingsprocessen zijn goed voor 52% van de uitstoot van broeikasgassen van de mode-industrie en er komt veel (afval)water, energie en gevaarlijke chemie aan te pas. ‘Waterless’ is dan ook een van de grootste trends in duurzame textielinnovatie. Chemie veranderen kost geld Fashion for Good’s Innovatie-analist Linda Bulic is de aangewezen persoon om de pilot in goede banen te leiden. “Eerst gaan we na of alle chemie achter deze kleurstoffen en pigmenten veilig is. Er zijn namelijk verschillende (academische, red.) publicaties die erop wijzen dat ze net zo giftig kunnen zijn als synthetische pigmenten.” Het gaat om toxiciteit- en MRSL-testen (op verboden chemische samenstellingen, red). Volgens Bulic vormen die strenge eisen van de industrie een probleem voor deze duurzame innovaties. “Het bemoeilijkt systeemverandering, want er mist veel basale data en al die testen zijn hartstikke duur.” Ook niet bepaald gratis zijn de machines waar die moderne, duurzame tech op draait. In een latere fase van de pilot wordt onderzocht wat voor apparatuur er precies nodig is en hoeveel dat moet gaan kosten. “Nieuwe machines worden maar mondjesmaat neergezet door de industrie”, legt Bulic uit. “Het is allemaal nog erg traditioneel, met basismachines die al veertig jaar in gebruik zijn.” Het doel van het project is om die kennis over innovatieve chemie en de implementie ervan in het productieproces te verzamelen. Na voltooiing zal Fashion for Good de bibliotheek blijven ontwikkelen met nieuwe innovators, materialen, stofconstructies, testmethoden en innovatieve kleurmachines om mode-industrie in deze hotspot te helpen verduurzamen. Waterloos te werk Welke vijftien innovaties in het traject zullen worden meegenomen is nog geheim, maar ze komen grotendeels uit Fashion for Good’s bestaande bestand met innovators. Het zijn kleine bedrijven uit de hele wereld die innoveren om de toxische en kankerverwekkende chemie, die bijvoorbeeld in azokleurstoffen zit, te vermijden. Ze gaan bovendien vaak ‘waterloos’ te werk, dus zonder verfbaden. Zo kan plasma (sterk reactief, geïoniseerd gas) onzuiverheden in textiel verwijderen en ‘superkritisch CO2’, broeikasgas onder hoge druk, kan verfstoffen doen oplossen zonder gevaarlijke chemie. Veel van die innovaties grijpen terug op oude methodes die ook al gebruikt werden vóór de ontdekking van synthetische kleurstoffen in 1856. De meeste kleuren van de regenboog kunnen namelijk gewoon worden gemaakt met natuurlijke bronnen zoals micro-organismen, planten, algen en gerecyclede materialen. Waar het aan ontbreekt is duidelijkheid over hun prestaties en schaal – oftewel: zit er business in. Daardoor komen dit soort innovaties vaak niet op gang.Hoofddoel van de pilot is om gevaarlijke chemie te mijdenGroene chemie zonder bla-bla Fashion for Good’s verfbibliotheek moet ervoor zorgen dat duurzaam georiënteerde merken en leveranciers weten waar ze kunnen aankloppen en dat ze daarbij niet worden misleid, iets wat volgens Bulic erg vaak gebeurt. “Veel groene chemistry is toch nog bla-bla. Als puntje bij paaltje komt, is het niet duurzaam. Als iets straks niet blijkt te werken, zullen we hier heel transparant over zijn.” Een groene, eerlijke chemiebieb die beschermt tegen greenwashing en green hushing, dat komt goed uit de verf. “Uiteindelijk is ons doel om vernieuwers te verbinden met de industrie. We zullen ondersteuning bieden bij het implementatieproces, want er komt pas iets van de grond als de communicatie tussen innovators, merken en fabrikanten goed zit," zegt Bulic.. Lees meer: Deze 12 innovatieve kledingstart-ups kunnen de industrie verduurzamenOntdekking RIVM: kleding recyclen is niet gevaarlijkVan vezel-tot-vezel: nieuwe spinnerij biedt oud textiel een nieuw leven